woensdag 13 februari 2013

Koop make-up voor kinderen

Hedenochtend is de juf van groep 3/4/5 jarig. Daar leefden we al een tijdje naartoe met het hele gezin.  We streepten de dagen af. Er hing gisteravond een briefje op onze slaapkamerdeur: 'Lieve papa en mama, welteruste, ik hoop dat het snel morge is. Jeetje.'
Nu is het dan zover. Omdat ze verkleed op school mocht komen, hadden we de jurk en de hoed allang uitgezocht en klaargelegd. Het cadeautje was gemaakt en we hadden ook nog iets gekocht voor de juf. Er kon niets meer misgaan. Er ging ook niets mis, behalve dan dat de dag erg vroeg alweer begon. Om zeven uur zagen beide dames er al uit of ze klaar waren om naar het concertgebouw te gaan. Rond een uur of acht moet Jeetje in stilte besloten hebben, zich nog mooier te gaan maken dan ze al was. Ze sloot zich op in haar kamer.
Omdat ze van mij geen make-up mag, ik heb een spuughekel aan kinderen met make-up, deed ze het met tatoeagepennen. (Dat slijt van de huid)  Jeetje is niet voor één gat te vangen. Ze zette paarse pennenstrepen op haar oogleden en ze gebruikte de pen als oogpotlood. Smokey eyes. Ze kleurde haar lippen in met een fuchsia tatoeagepen. Ze tekende oorbellen, die ze van mij ook al niet mag, op haar oren.
Bij het tandenpoetsen pas zag ik Jeetjes gezicht in de spiegel en besefte dat het mijn aversie tegen make-up was die dit veroorzaakt had.

maandag 11 februari 2013

In de onderzeeër.

Ik was gevlucht voor de man die beneden een houtkachel aan kwam leggen en daarvoor het hele huis moest doorboren. Hij had carnaval gevierd en was nog brak.
'Wat zou jij doen als ze aan de tieten van je vrouw begonnen te draaien,' zei hij tegen man. 'Ik snap best dat ze die Amsterdammers op hun bek slaan. Ze pikken gewoon hun wijven af.'
De uitdrukking 'dan sta je toch effe met je pik in het zand' leerde ik nog van hem en toen vertrok ik.
In de centrale bibliotheek van Amsterdam dook ik in de de eerste de beste onderzeeër die ik zag.
Een rond stalen geval waarin een houten bankje en tafel gemaakt was. Een kleine opening. Het ding was bijna rondom gesloten. Aan de binnenkant waren namen geklad. Ik klapte mijn laptop open en opende een document. Mijn vingers waren stijf van de kou. Ik deed mijn sjaal om en al gauw had ik ook mijn jas weer aan. Buiten werden steeds nieuwe groepen tieners rondgeleid. Een keer kwam er een kind de onderzeeër in. 'Wat doe jij hier?' vroeg het kind.
'Ik woon hier.'
'O,' zei het kind en verdween weer.
Er stonden drie onderzeeërs naast elkaar. Af en toe gluurde ik door één van de twee ronde raampjes naar de buur-onderzeeër. In deze omgeving werd niet aan tieten gedraaid, zag ik. Heel nodig moest ik naar de wc, maar ik kon mijn onderzeeër niet in de steek laten natuurlijk. De dag zou lang gaan duren besefte ik. En vol ontberingen zijn.
Ik tuurde steeds langer door het rondje van matglas naar buiten, op zoek naar leven. Tot ik tussen de onderzeeërs plotseling een collega schrijfster ontwaarde. Met twee vuisten tegelijk begon ik op het raampje te bonzen.  Steeds harder. Omdat ik bang was dat ze door zou lopen zonder me te zien.
Maar even later verscheen haar hoofd voor de opening.
'Echt iets voor jou om in dit autistische hok te gaan zitten,' zei ze. En: 'Koffie drinken?'
Zo werd ik uit mijn onderzeeër bevrijd. De wereld bleek groter, lichter en leuker daarbuiten. Maar me concentreren, was er niet echt bij.

vrijdag 8 februari 2013

Het verwelken

De tweejarige heeft twee weken geleden een bloem gekregen bij de bloemenzaak en wil deze ochtend weten waar die nu is. Er staat een bosje bloemen op tafel ziet ze, maar de hare zit er niet bij. Ze kijkt ons om beurten aan. Ze is al niet met haar beste beentje uit bed gestapt.
'Waar is mijn lode bloem?'
'Dit zijn hele nieuwe bloemen, Deetje.'
'Waar is mijn lode bloem?
'Eh..bloemen verwelken..,' zo begin ik.
Maar dan komt de zevenjarige er tussendoor. 'Nou, het zit dus zo. Bloemen gaan dood, Deetje,' zegt ze kernachtig. 'Bloemen in een vaas sterven af! Ze sterven af en dan moeten ze in de prullenbak.'
'Nee, niet in de bullenbak.' Deetjes gezicht betrekt. Ze gilt hoog en hard, gooit zich achterover in haar kinderstoel. Even later klimt ze bij mij op schoot, legt haar hoofd tegen mijn borstkas, omklemt mij en huilt met grote uithalen om het verwelken van haar rode bloem.

donderdag 7 februari 2013

Timeworp

Na het lesgeven ging ik nog even langs bij de vriendin die daar in de buurt woont. Ze was al in pyjama en op sloffen. Ook al was het pas acht uur.  Zodra ik bij haar binnenkwam werd ik teruggeworpen in de tijd omdat ze een oude cd van Tom Waits op had staan.Ik had die muziek allang niet meer gehoord. Als tegenwoordig Tom Waits voorbijkomt op m'n I-pod shuffle kan ik dat vaak niet verdragen. De stem is te krakerig en de muziek te ontregelend. Deze Tom Waits songs deden meteen van alles met me, ik weet niet precies wat. Het komt in de buurt van melancholie denk ik. We dronken thee, aten kletskoppen en paaseitjes en namen alles door wat besproken moest worden.Toen ging de bel. Even later stonden er drie dronken schrijvers in haar kamer en een gemuilkorfde hond. Eén schrijver had een glas bier in zijn hand en was aan tafel gaan zitten. De andere twee bleven staan. Iedereen keek elkaar met open mond aan.
'Het lijkt alsof we naar een andere tijd geflitst zijn,' zei de één.
'Nou!' zei de ander.
De zwarte hond liep tussen onze stoelen heen en weer. Met een geel plastic korfje om zijn bek. De schrijvers hadden alledrie geen trek in een koekje.

dinsdag 5 februari 2013

Glas

Het begon net te hagelen toen ik naar de naschoolse opvang fietste. De leidster aldaar zei dat het al voor de zesde keer die dag hagelde. Ik had er niets van gemerkt. Dat zei ik. Zij vertelde dat ze er al zes keer doorheen had gemoeten. Dat zag ik.  Ze had nog zwarte mascara vlekken op haar wang. Ter hoogte van haar oor. Na een tijdje zei ik toch maar: 'Je hebt daar iets zitten.'
Dit naar aanleiding van de witte tandpasta vlekken op mijn voorhoofd waarmee ik een paar dagen geleden rondliep.  Ik had met minstens vier mensen een gesprek gevoerd voordat iemand me erop wees. Ik nam me toen voor het echt altijd tegen mensen te zeggen als ze vlekken in hun gezicht hadden.
Maar het was geen uitgelopen mascara. Het waren hechtingen. De leidster was twee weken geleden overvallen en de overvaller had met glas in haar gezicht gesneden. Er was daarbij een zenuw geraakt, waardoor haar oog niet meer goed sloot.
Ze zei: 'zo gaat het gewoon tegenwoordig in Nederland.'
'Nou,' zei ik, 'ik zou het toch als iets abnormaals beschouwen.'
De leidster kende nog twee mensen die met glas in hun wang gesneden waren en nu littekens hadden over hun hele gezicht. Eéntje was ook gewoon overvallen en bij de ander was het in een kroeg gebeurd. Ze had tegen de kinderen verteld dat ze door een raam was gevallen. Omdat ze bang was dat ze anders bang zouden worden om over straat te gaan.
Ze zei dat ze nog geluk gehad had omdat ze haar haren erover heen kon doen.

maandag 4 februari 2013

Gezellig

Op vrijdag en zaterdag had ik een feestje gehad en dat voelde ik op zondagochtend. Maar niet vervelend. Het regende en stormde. Ik dronk espresso. De weekendkranten lagen voor me op tafel, Stoner lag er en het net gearriveerde boek Far from the Tree van Solomon. Rond elven kwamen mijn ouders op bezoek. Deetje vloog in oma's armen en knuffelde haar bijna plat.
Toen het niet meer regende, wilde ze laten zien dat ze kon fietsen met zijwieltjes. Ze fietste naar de Turkse groentezaak op de hoek. We haalden Turkse pizza's. Thuis aten we ze op.
 's Middags werd Jeetje teruggebracht. Ze zag er doodmoe en heel tevreden uit. Ze was uit logeren geweest bij een vriendje en wilde graag naar huis toen ze hoorde dat opa en oma er waren. Ze ging languit op de grond liggen en de honderdentwee Dalmatiërs kijken. We verzetten een kast in huis omdat op die plek een houtkachel komt te staan. Aan het eind van de middag liepen mijn vader en ik door een vliegende storm naar de Albert Heijn om boodschappen te doen voor de Thaise curry die man zou gaan maken. Ik vertelde over de Jan Mulders en de Ramsey Nasrs die ik gezien had op het feestje van de uitgever.
 'Maar die mensen praten toch helemaal niet met jou? Die gaan niet met de slechte schrijvers om,' zei mijn vader.
Ik lachte. We liepen verder. Toen we thuiskwamen, waren we lekker uitgewaaid.

vrijdag 1 februari 2013

Avontuur

Ik gaf een workshop op een bedrijfsuitje. Er hadden zich vier mensen ingeschreven voor het schrijven van korte verhalen. Flamenco dans was veel populairder. Na de creatieve workshops was er een borrel voor de mensen georganiseerd.
Ik leerde over het bestaan van een wake-up light wekker. Daar dacht ik aan toen ik vanochtend om half zeven van ver weg werd opgepiept door de wekker van man. Geen wonder dat ik nooit zin heb om op te staan. Dat zou met een wake-up light wekker wel anders zijn. Ik leerde dat één van de cursisten voorgoed gestopt was met drinken en dat hij ADHD had. Tijdens de les mailde of appte hij met zijn vrouw. Eén dame moest erg huilen bij een schrijfopdracht.
Ik zei: 'O jee, sorry voor de opdracht.'
Zij zei: 'Jij kon het niet weten.'
Van de andere dame kwam ik niet veel te weten, behalve dat ze een kat had. De coördinatrice van de workshops deed eigenlijk maar half mee met ons. Ze moest tijdens de les af en toe buiten de deur iets coördineren. Van haar kwam ik te weten dat ze vieze tandpasta had, maar dat bleek fictie. Ook vertelde ze dat ze 's ochtends een tas meenam voor de boodschappen die ze op de terugweg van haar werk zou gaan doen. De dame die een kat had, kocht altijd plastic zakken bij de supermarkt. Ik kwam van haar ook te weten dat ze lief was. Ze legde steeds even een hand op de rug van de dame die het te kwaad kreeg. Er werd mij gevraagd of schrijven echt werk was of dat ik het erbij deed. Ik vertelde hoe het zat met het schrijven. 
Dit was het avontuur van een ontmoeting met andere mensen die ik hierna nooit meer zal zien.