'Ze doet het voor het eerst en je ziet meteen dat ze hierin niet verder zal groeien, nooit,' fluisterde iemand die naast me zat. De zanger stond op het podium en zong: 'Mooier dan nu zal het nooit gaan.'
De presentatrice was achter hem gaan zitten. Haar benen over elkaar. Haar lippen nog gespannen.
Vanaf het begin al deed ze me sterk denken aan mijn vroegere overbuurmeisje en goede vriendin Suzanne. Het onverzettelijke, dat herkende ik denk ik het meest. Dat bewonderde ik in Suzanne en nu ook in de presentatrice. Maar het onverzettelijke kan zich tegen je keren.
Ik vond haar oneindig dapper, hoe ze hier in het theatertje zat, met de twee coryfeeën die ze moest bevragen. Ze had zich heel goed voorbereid. Dat wist ik zeker.
Ik herinnerde me mijn eigen black-outs tijdens examens, proefwerken of gewoon zomaar als me iets gevraagd wordt en ik niet op een vraag gerekend heb. 'Welk boek vind jij nou goed?' Het scherm gaat op zwart. De luiken vallen dicht. Mijn hoofd is afgesneden van elke informatie van buitenaf. Ook van binnen blijft het stil. Doodstil.
Misschien deed ze me meer aan mezelf denken, uiteindelijk.
zaterdag 1 juni 2013
vrijdag 31 mei 2013
De picknick
Deetje (3) en ik zitten op het strandje in het Diemerpark op een rood kleed. We eten boterhammen. Er ligt een roze emmertje in het zand en twee roze schepjes. Een eindje verderop staan twee glanzende kraaien met de snavels naar ons toe. Daarachter, over de weg, rijdt een knalrode scooter met een enorm dikke man. De zon schijnt maar er staat ook een flink windje. Ik moet denken aan de Noordelingen van Alex van Warmerdam.
'We zijn hier helemaal alleen, hè!' zeg ik.
'Ik ben niet alleen hoor,' zegt Deetje.
'Dat klopt. We hebben elkaar. We zijn niet alleen.'
'Ik ben niet alleen, toch?'
'Nee, nee.'
'Jeetje is op school toch. En papa werkt. Ze komen nog terug, toch?'
'Ja, ja.'
Ze klimt bij mij op schoot. 'Die grote zwarte vogels moeten weg.'
'Dat zijn kraaien,' zeg ik.
Op dat moment kraaien de kraaien en drukt Deetje zich dichter tegen me aan.
'De klaaien platen.'
'Kraaien kunnen niet praten,' zeg ik.
'Dat kunnen ze wel hoor,' fluistert ze.
'Waarom ga je niet leuk spelen?'
Na het brood staan we beiden voorovergebogen aan de waterkant met uitzicht op de kleurige nieuwbouwwoningen. Zij in haar blote beentjes. Een roze schepje in onze handen. Lustig schep ik de modder in het emmertje. In mijn achterzak heb ik de plastic tas van AH gepropt, om wegwaaien tegen te gaan. De twee kraaien staan op het rode kleed naar ons te loeren.
'Leuk, hè hier?' zeg ik en spetter met mijn handen in het water.
'Ja,' zegt Deetje.
'Of zullen we naar huis gaan?'
'Ja!' Ze springt op.
'We zijn hier helemaal alleen, hè!' zeg ik.
'Ik ben niet alleen hoor,' zegt Deetje.
'Dat klopt. We hebben elkaar. We zijn niet alleen.'
'Ik ben niet alleen, toch?'
'Nee, nee.'
'Jeetje is op school toch. En papa werkt. Ze komen nog terug, toch?'
'Ja, ja.'
Ze klimt bij mij op schoot. 'Die grote zwarte vogels moeten weg.'
'Dat zijn kraaien,' zeg ik.
Op dat moment kraaien de kraaien en drukt Deetje zich dichter tegen me aan.
'De klaaien platen.'
'Kraaien kunnen niet praten,' zeg ik.
'Dat kunnen ze wel hoor,' fluistert ze.
'Waarom ga je niet leuk spelen?'
Na het brood staan we beiden voorovergebogen aan de waterkant met uitzicht op de kleurige nieuwbouwwoningen. Zij in haar blote beentjes. Een roze schepje in onze handen. Lustig schep ik de modder in het emmertje. In mijn achterzak heb ik de plastic tas van AH gepropt, om wegwaaien tegen te gaan. De twee kraaien staan op het rode kleed naar ons te loeren.
'Leuk, hè hier?' zeg ik en spetter met mijn handen in het water.
'Ja,' zegt Deetje.
'Of zullen we naar huis gaan?'
'Ja!' Ze springt op.
woensdag 29 mei 2013
Vriendschap
Voor we de Balie binnengingen, draaide ik me naar haar toe. 'Ziet mijn gezicht er raar uit?' fluisterde ik. 'Zit ik helemaal onder make-up.'
'Wat?' Ze ging meteen met haar handen naar haar gezicht.
'Nee, jij niet. Ik! Ik had net de fotografe op bezoek en...'
'O, ik dacht ik dat je zei dat ik helemaal ónder make-up zat.' Ze liet haar handen zakken.
We inspecteerden elkaars gezichten. Toen duidelijk was dat we er niet raar uitzagen en niet onder make-up zaten, gingen we naar de avond van het Zwijgende Verbond. Die zou gaan over vriendschappen in de letteren. Literaire vriendschappen en wat daar bij komt kijken. Vier schrijvers lazen brieven voor die ze aan elkaar geschreven hadden. Een criticus hield een praatje over of het mogelijk is criticus te zijn en ook bevriend met schrijvers.
Wij zaten op de achterste rij te luisteren. Als ervaringsdeskundigen. Met een dagelijkse fax- en later emailwisseling die al twintig jaar duurt. Er kwamen twee schrijvers aan het woord die elkaar nog niet zo lang geleden ontmoet hadden en besloten brieven te gaan schrijven. Nadat ze hun eerste brief voorgelezen hadden, werd mij meteen duidelijk dat deze vriendschap geen lang leven beschoren was. Twee andere schrijvers die veel samenwerken, ze organiseren literaire avonden, lazen hun brieven voor. Dat zou nog wel meer kunnen worden, tussen die twee.
Het mooie aan de avond was dat ik zin kreeg om een brief te schrijven. Echt met de hand. En dan opsturen. Ik dacht erover wie ik een brief zou willen gaan schrijven. Het gekke was dat ik vooral aan haar dacht. Zij die naast me zat. Die ik toch nog niet alles geschreven heb, blijkbaar. Dat moet dan wel vriendschap zijn.
'Wat?' Ze ging meteen met haar handen naar haar gezicht.
'Nee, jij niet. Ik! Ik had net de fotografe op bezoek en...'
'O, ik dacht ik dat je zei dat ik helemaal ónder make-up zat.' Ze liet haar handen zakken.
We inspecteerden elkaars gezichten. Toen duidelijk was dat we er niet raar uitzagen en niet onder make-up zaten, gingen we naar de avond van het Zwijgende Verbond. Die zou gaan over vriendschappen in de letteren. Literaire vriendschappen en wat daar bij komt kijken. Vier schrijvers lazen brieven voor die ze aan elkaar geschreven hadden. Een criticus hield een praatje over of het mogelijk is criticus te zijn en ook bevriend met schrijvers.
Wij zaten op de achterste rij te luisteren. Als ervaringsdeskundigen. Met een dagelijkse fax- en later emailwisseling die al twintig jaar duurt. Er kwamen twee schrijvers aan het woord die elkaar nog niet zo lang geleden ontmoet hadden en besloten brieven te gaan schrijven. Nadat ze hun eerste brief voorgelezen hadden, werd mij meteen duidelijk dat deze vriendschap geen lang leven beschoren was. Twee andere schrijvers die veel samenwerken, ze organiseren literaire avonden, lazen hun brieven voor. Dat zou nog wel meer kunnen worden, tussen die twee.
Het mooie aan de avond was dat ik zin kreeg om een brief te schrijven. Echt met de hand. En dan opsturen. Ik dacht erover wie ik een brief zou willen gaan schrijven. Het gekke was dat ik vooral aan haar dacht. Zij die naast me zat. Die ik toch nog niet alles geschreven heb, blijkbaar. Dat moet dan wel vriendschap zijn.
maandag 27 mei 2013
Portugal Revisited
'Hoe lang heb ik nu al niets meer geschreven! In een paar dagen tijd heb ik eeuwen van een onbepaalde onthouding doorgemaakt. Ik lig stil, als een verlaten meer tussen niet-bestaande landschappen. Intussen heb ik genoten van de gevarieerde eentonigheid van al die dagen, de altijd weer afwijkende opeenvolging van steeds dezelfde uren, kortom, het leven. Ik heb ervan genoten. Als ik had geslapen, was het niet anders gegaan. Ik lig stil, als een niet bestaand meer tussen verlaten landschappen.'
Het boek der rusteloosheid van Pessoa heb ik weer uit de kast gehaald en ik sloeg het daarnet hier open. Op elke pagina staan belangwekkende citaten. Daar niet van. Maar deze laatste, dikkere versie van HBDR heb ik nooit echt goed gelezen, gewoon omdat ik er even geen zin in had, maar vooral omdat de oude versie voor mij de 'echte' bleef. Lievelingsboeken worden niet dikker. Dat is gek. Dat klopt niet. Maar het werk van Fernando Pessoa kan blijven groeien. Zijn oeuvre dijt nog altijd uit, zoals het heelal. De boeken worden samengesteld uit die beroemde nagelaten kist van hem, vol beschreven vellen. Structuur en samenhang is voor de samenstellers! De bedelaar en andere verhalen is nog niet zo lang geleden in Nederland verschenen, zonder dat ik er erg in had. Maar dit weekend las ik de recensie in de Volkskrant. Zo komt het waarschijnlijk dat ik het boek uit de kast pakte. Of omdat we dit weekend vrij impulsief een vlucht naar Porto geboekt hebben voor in de zomervakantie. Misschien komt dit alles doordat iemand me op vrijdag mailde of ik geen zin had om een tijdje in een schrijvershuis in Portugal te gaan zitten. Wie heeft daar geen zin in, schreef ik terug.
Het is Portugal Revisited op alle fronten.
Het boek der rusteloosheid van Pessoa heb ik weer uit de kast gehaald en ik sloeg het daarnet hier open. Op elke pagina staan belangwekkende citaten. Daar niet van. Maar deze laatste, dikkere versie van HBDR heb ik nooit echt goed gelezen, gewoon omdat ik er even geen zin in had, maar vooral omdat de oude versie voor mij de 'echte' bleef. Lievelingsboeken worden niet dikker. Dat is gek. Dat klopt niet. Maar het werk van Fernando Pessoa kan blijven groeien. Zijn oeuvre dijt nog altijd uit, zoals het heelal. De boeken worden samengesteld uit die beroemde nagelaten kist van hem, vol beschreven vellen. Structuur en samenhang is voor de samenstellers! De bedelaar en andere verhalen is nog niet zo lang geleden in Nederland verschenen, zonder dat ik er erg in had. Maar dit weekend las ik de recensie in de Volkskrant. Zo komt het waarschijnlijk dat ik het boek uit de kast pakte. Of omdat we dit weekend vrij impulsief een vlucht naar Porto geboekt hebben voor in de zomervakantie. Misschien komt dit alles doordat iemand me op vrijdag mailde of ik geen zin had om een tijdje in een schrijvershuis in Portugal te gaan zitten. Wie heeft daar geen zin in, schreef ik terug.
Het is Portugal Revisited op alle fronten.
donderdag 23 mei 2013
Verifiëren
De voordeur klapt dicht. Op sportschoenen heeft man het huis verlaten.
'Papa!' roept ze vanuit haar bed. 'Papa!'
'Ja,' zeg ik.
'Ik heb het niet tegen jou. Ik heb het tegen papa,' roept ze.
'O.'
'Is papa er niet?'
'Nee.'
'Waalom niet?'
'Papa is rennen.'
'Waalom?'
'Gezellig met de buurman kletsen en rennen.'
'O.En wat ben jij aan het doen?'
'Ik ben aan het eten.'
'Ben jij klaar met lesgeven?'
'Ja.'
'Waalom ging jij lesgeven?'
'Dat is mijn werk.'
'O. Waalom werk jij?'
'Ik ben nu aan het eten, Deetje. En jij moet slapen.'
'Ik ben niet alleen?'
'Nee, ik blijf hier.'
'Als papa werkt, ben jij er. En als jij werkt, is papa er. Toch?'
'Ja.'
'Jij laat me niet alleen?'
'Nee, ga nu maar slapen.'
Ze gaat slapen.
'Papa!' roept ze vanuit haar bed. 'Papa!'
'Ja,' zeg ik.
'Ik heb het niet tegen jou. Ik heb het tegen papa,' roept ze.
'O.'
'Is papa er niet?'
'Nee.'
'Waalom niet?'
'Papa is rennen.'
'Waalom?'
'Gezellig met de buurman kletsen en rennen.'
'O.En wat ben jij aan het doen?'
'Ik ben aan het eten.'
'Ben jij klaar met lesgeven?'
'Ja.'
'Waalom ging jij lesgeven?'
'Dat is mijn werk.'
'O. Waalom werk jij?'
'Ik ben nu aan het eten, Deetje. En jij moet slapen.'
'Ik ben niet alleen?'
'Nee, ik blijf hier.'
'Als papa werkt, ben jij er. En als jij werkt, is papa er. Toch?'
'Ja.'
'Jij laat me niet alleen?'
'Nee, ga nu maar slapen.'
Ze gaat slapen.
dinsdag 21 mei 2013
Regel
Show don't tell. Laat het voelen en vertel niet wat er gevoeld zou moeten worden. Nooit. Dat is zo'n regel.
De komende weken zal ik opnieuw door mijn boek gaan. Nu met de luizenkam. Er zullen zinnen sneuvelen waar ik van hield en zinnen waar ik toch al vanaf wou. Het wordt er beter van. Er zullen woorden vervangen worden voor andere woorden. Het is leuk werk. (Dit is dus fout. Ik vertel wat ik ervan vindt terwijl de lezer de conclusie - dat het leuk werk is (ook al dubbelop) - zelf uiteindelijk zou moeten trekken) Soms word ik moe van 'show don't tell'. Als je die regel namelijk te consequent toepast, krijg je bloedeloos proza. Een uitgebeende tekst kan goed werken, maar je moet oppassen voor starheid. Al klopt het allemaal en voelen we keurig wat de schrijver beoogde. Verstarring is iets verschrikkelijks. Er zijn meer dingen om in de gaten te houden en soms kan het nodig zijn om het te vertellen én het ook nog eens te laten zien. De kracht van herhaling moet niet onderschat worden. Ritme is denk ik het allerbelangrijkst in een boek.
Morgen zal ik het wel weer vertellen tegen mijn cursisten. Show don't tell. Bla die Bla. Want als je die regel niet begrijpt, kun je nooit leren schrijven. Ook al is het geen regel.
maandag 20 mei 2013
De tramconductrice
Het is nu al weer een week geleden dat ik haar zag. De tramconductrice. Ze paste net in het glazen hokje. Een vrouw met buitengewoon grove gelaatstrekken. Een kop als een buldog en de uitstraling ervan. Grote neus, grote lippen, grote ogen achter glas. De kleur beige en lichtbruin overheerste. Ze keek pislink naar me toen ik instapte. Ze kneep haar ogen samen terwijl ze me in zich opnam. Elke beweging werd gevolgd. Het duurde even voor ik mijn kaartje had. Opgelucht haalde ik 'm tenslotte uit mijn portemonnee en bliepte. Ze vertrok geen spier. Ik ging op de eerste de beste plek zitten. Recht tegenover haar basis. De hele weg naar het centraal station bekeek ik haar. Ze stond op haar strepen. Geen mens mocht uitstappen op de plaats waar je in hoorde te stappen. Ook al stapte er niemand in. Ze spuwde de haltes uit in de microfoon in het plat Amsterdams. Ik begreep al gauw dat ik het niet persoonlijk op moest vatten. Ook de natgeregende mensen die na mij binnenkwamen, werden als vijanden beschouwd. Alsof het de schuld van de passagiers was dat de vrouw daar zat. Ik zag haar gigantische vingers terwijl ze geld teruggaf aan toeristen. De pincetgreep was nauwelijks nog te doen.
Ik weet nu niet meer wat de aanleiding was maar op een zeker moment, kruisten onze blikken en glimlachte ze naar me. Een grote lieve glimlach.
Abonneren op:
Posts (Atom)