'Ben je goed?' had mijn vriendin nog gevraagd. 'Weet je waar de fietsenplek is?'
'Ja natuurlijk,' zei ik. En wandelde een andere richting op dan zij liep. Zij ging mensen bezoeken, ik moest niet denken aan geklets met vreemden, dus besloot vast naar 'huis' te gaan.
'Zeker weten?' had ze nog een keer gezegd.
'Of course.'
Ik weet soms niet waarom ik sommige beslissingen maak. Misschien alleen maar om er hier een stukje over te kunnen schrijven?
Ik weet wel dat ik gisteravond op zeker moment doorweekt van het zweet op die City Bike zat, middenin de spits van New York, het begon te schemeren, een spookrijder op een One Way street was ik, - ik had ook geen bier moeten drinken, dacht ik steeds, had ik maar wat meer slaap gehad, wist ik maar wat links en rechts was - mijn telefoon met Google Maps in m'n hand die nog maar 30 procent batterijvulling had, die soms van het ene op het andere moment leeg kon zijn, zonder cash op zak, en ik raakte steeds verder verwijderd van de plaats waarheen ik moest. Waarheen moest ik eigenlijk? Soms is het te laat om op beslissingen terug te komen.
De gele en groene taxi's reden voorbij en ik vroeg mij af waarom ik daar niet in zat. Waarom ik me zo nodig moest bewijzen. En voor wie eigenlijk. Was het wel bewijsdrang? Ging het om vertrouwen? Uitdaging? Waarom mezelf steeds zo uitdagen de laatste tijd?
Ik weet dus dat ik daar fietste, het blauwe balletje op m'n telefoon was ik, ergens in Brooklyn, en dat ik me vasthield aan de gedachte dat ik dit stukje op zou schrijven. Straks. Later. Stoer verhaal. En dat ik toen voor de zoveelste keer bedacht: dit is geen verhaal, je moet hier echt uit zien te komen.
Het lijkt wel of ik dat echt nog altijd niet goed begrijp. Dat dingen ook écht kunnen zijn. Realiteit.
'Hee, ik ben thuis,' appte ik naar m'n vriendin. 'Pas jij straks wel een beetje op. Het is bijna donker.'
vrijdag 17 juni 2016
donderdag 16 juni 2016
Manhattan momentje
Het momentje gisteravond rond een uur of zes bij de Manhattan bridge met uitzicht op Manhattan, de nieuwe toren, het vrijheidsbeeld. Je kent het plaatje allang. Maar het bestaat dus ook echt. Alles bestaat. Mijn vriendin draaide 'First we take Manhattan than we take Berlin,' van Leonard Cohen op haar I-phone.
Nooit zal ik meer naar dat liedje luisteren zonder dit uitzicht erbij te zien en dan vooral het gevoel erbij. En hoe we even daarvoor de stad keihard doorgefietst waren op onze City Bikes. Alsof ons leven ervan afhing. En hoe we uiteindelijk naast die brug stonden. In een andere tijdzone. Zo ver van huis. Met een Ice Cofee in onze hand te kijken naar de skyline. Een surrealistisch beeld. Een Woody Allan film.
We kennen elkaar van de crèche aan de Weesperzijde, tien jaar geleden. Het begon er eigenlijk mee dat haar zoon mijn Jeetje flink in haar wang gebeten had. En nu trekken we twee weken samen op in Amerika. Met elk onze eigen dingen aan het hoofd. Of juist niet aan het hoofd. We hadden het bedacht in een Amsterdams café, terwijl we elkaar bij een gin-tonic vertelden hoe ons leven ervoor stond.
'Laten we weggaan,' had ze gezegd. 'Ik zal aan mijn broer vragen of we in zijn huis in New York mogen.' Nog niet eens een week later was de vlucht geboekt.
En gisteravond besefte ik dus voor het eerst dat we er ook echt wáren. En dat het geen film was. Maar een goed idee. Ook al weet ik nog altijd niet wat het me brengen zal. Dat hoeft denk ik ook niet. Juist niet. Ik geloof dat ik alles los moet laten. Elke verwachting. Van wat dan ook.
woensdag 15 juni 2016
Dag 1
'Welcome to New York,' zei de jongeman in de airline die ons naar het metrostation bracht.
Het begin van de film. Even later zaten we in de metro, twee vrouwen die hun gezin thuis hadden gelaten, met hun koffers en de bezweette lijven. Buiten de blikkerende zon. Op weg naar halte Nostrand waren ze zich nog totaal niet bewust van dat wat komen ging. Een typische filmhuisfilm.
In het volgende shot doorkruisten we Brooklyn, met onze koffers en rugzakken. Het was vijftien minuten lopen naar de juiste Avenue. Met de google app liep je overal zo naartoe.
De zon brandde op mijn zwarte kleding.
Het was een herrie. Overal muziek uit auto's. Donkere mensen. Veel churches. God was hier overal aanwezig. Slechte gebitten. Wasserettes. Kleine kapperszaakjes voor afro kapsels. One way's to ? Iedereen lachte ons inderdaad vriendelijk toe, vroeg waar we vandaan kwamen en hoe het ging. Hier en daar zat een tentje met smoothies, koffie en tarwegras. De totaal gescheiden werelden. In een half lege winkel werd de Dove Deodorant voor ons achter het glas vandaan gehaald, alsof het een dure parfum betrof.
Het begin van de film. Even later zaten we in de metro, twee vrouwen die hun gezin thuis hadden gelaten, met hun koffers en de bezweette lijven. Buiten de blikkerende zon. Op weg naar halte Nostrand waren ze zich nog totaal niet bewust van dat wat komen ging. Een typische filmhuisfilm.
In het volgende shot doorkruisten we Brooklyn, met onze koffers en rugzakken. Het was vijftien minuten lopen naar de juiste Avenue. Met de google app liep je overal zo naartoe.
De zon brandde op mijn zwarte kleding.
Het was een herrie. Overal muziek uit auto's. Donkere mensen. Veel churches. God was hier overal aanwezig. Slechte gebitten. Wasserettes. Kleine kapperszaakjes voor afro kapsels. One way's to ? Iedereen lachte ons inderdaad vriendelijk toe, vroeg waar we vandaan kwamen en hoe het ging. Hier en daar zat een tentje met smoothies, koffie en tarwegras. De totaal gescheiden werelden. In een half lege winkel werd de Dove Deodorant voor ons achter het glas vandaan gehaald, alsof het een dure parfum betrof.
donderdag 9 juni 2016
De hond en ik
Ik liep te somberen over straat met mijn Turks Brood en twee bakjes aardbeien voor 5 Euro in een plastic tasje, toen ik voor het eerst aan de hond dacht.
Ik neem een hond, dacht ik. Een trouwe hond die altijd goed gehumeurd is. En nimmer van mijn zijde wijkt. Een Golden Retriever. Ze schijnen niet heel intelligent te zijn, maar dat hoeft van mij ook helemaal niet. Het gaat mij om zijn zonnige karakter.
De hond is altijd blij om mij te zien. Overal waar ik ben, is de hond. Als ik lesgeef, ligt in de hoek van het klaslokaal de hond op mij te wachten.
Als ik schrijf, slaapt de hond naast me. De hond en ik gaan samen op de achterflap van mijn nieuwe boek. Ga ik hardlopen, rent de hond blij met mij mee. Het zou voor de kinderen ook geweldig zijn, zo'n hond in huis om mee te knuffelen. Er staat nog altijd een foto van de Golden Retriever waarmee ik ben opgegroeid in mijn werkkamer. Daar kijk ik de laatste tijd veel naar.
Thuisgekomen zette ik de boodschappen op het aanrecht, googelde op Golden Retriever pups en keek of ik mijn hond er al tussen zag. Ik liet een nestje met goudblonde puppy's aan mijn buurvrouw zien. 'Schattig toch?' zei ik.
's Avonds appte de buurvrouw: 'Nog effe de hond uitlaten en dan lekker onder de wol!'
Toen ik vanmorgen koffiedronk met een collega zei hij: 'Een hond? Niets erger dan vrouwen met honden.'
Maar dat was gewoon jaloezie. Hij was nu eenmaal geen hond. Bij het Kruidvat heb ik daarnet alvast een roze etui gekocht met een afbeelding van mijn gouden hond erop. En de woorden: Best Friends Forever.
Eerst naar New York. Dan de hond.
Ik neem een hond, dacht ik. Een trouwe hond die altijd goed gehumeurd is. En nimmer van mijn zijde wijkt. Een Golden Retriever. Ze schijnen niet heel intelligent te zijn, maar dat hoeft van mij ook helemaal niet. Het gaat mij om zijn zonnige karakter.
De hond is altijd blij om mij te zien. Overal waar ik ben, is de hond. Als ik lesgeef, ligt in de hoek van het klaslokaal de hond op mij te wachten.
Als ik schrijf, slaapt de hond naast me. De hond en ik gaan samen op de achterflap van mijn nieuwe boek. Ga ik hardlopen, rent de hond blij met mij mee. Het zou voor de kinderen ook geweldig zijn, zo'n hond in huis om mee te knuffelen. Er staat nog altijd een foto van de Golden Retriever waarmee ik ben opgegroeid in mijn werkkamer. Daar kijk ik de laatste tijd veel naar.
Thuisgekomen zette ik de boodschappen op het aanrecht, googelde op Golden Retriever pups en keek of ik mijn hond er al tussen zag. Ik liet een nestje met goudblonde puppy's aan mijn buurvrouw zien. 'Schattig toch?' zei ik.
's Avonds appte de buurvrouw: 'Nog effe de hond uitlaten en dan lekker onder de wol!'
Toen ik vanmorgen koffiedronk met een collega zei hij: 'Een hond? Niets erger dan vrouwen met honden.'
Maar dat was gewoon jaloezie. Hij was nu eenmaal geen hond. Bij het Kruidvat heb ik daarnet alvast een roze etui gekocht met een afbeelding van mijn gouden hond erop. En de woorden: Best Friends Forever.
Eerst naar New York. Dan de hond.
dinsdag 7 juni 2016
Oud worden
Ik herinner me dat we samen in de schaduw van een boom zaten te tekenen en te schilderen, twintig kilometer van Rome, je kon een spiegelei bakken op de weg dus we bleven onder die boom zitten en zodoende ben ik nooit in Rome geweest, ik herinner me dat we door de regen in een Spaans plaatsje liepen op slippers, allebei in een pantalon van zijn kleine moeder, onder een grote Burberry paraplu, ik herinner me ook de dag dat hij bijna stierf aan een hersenvliesontsteking, het moment dat hij geplaagd door waterpokken de ijskoude Amstel in wilde springen, en ik zie nu steeds de grote grove lijnen, hoe we samen opgroeiden, de gekraakte boerderij verlieten, een eenkamerflatje in Culemborg betrokken, hoe we verhuisden van een heel fijn appartement in de Amsterdamse Rivierenbuurt, naar een saaie maar ruime nieuwbouwwoning op IJburg, omdat vijf jaar na het eerste meisje, het tweede meisje op komst was en ruimte en een tuintje om voorrang vroegen. Zo gingen we van begin twintigers, naar dertigers, tot de veertiger en vijftiger die we nu zijn. Hij de kalme, en ik de onrustige van het stel. Een heel gewoon verloop van de dingen, als ik het zo overzie, in een leven dat op geen enkele wijze uniek te noemen is, behalve dan dat het het onze was.
maandag 6 juni 2016
Muis
Naast haar fietst de zesjarige dochter met scheve staart en de roze teenslippers met bloem - 'Zie je wel mama, ik kan wel fietsen met slippers aan! - de elfjarige is vijf minuten eerder al vertrokken, met een iets te kort t-shirt waarop 'PEACE' geborduurd is - hee, je kunt toch niet met een blote navel in de klas zitten! had de moeder gezegd - maar hee, dat kon de dochter wel, iederéén in de klas had blote navels. De moeder zelf rilt steeds en heeft kippenvel op armen en benen, maar hee, álle moeders dragen in de vroege ochtend al rokjes met gestreepte t-shirtjes, dus zo moet het.
In de kleuterklas wordt ze aan het handje van de zesjarige meegenomen naar de vensterbank, waar dertig muizen van klei in het zonnetje liggen te bakken. De moeder praat en lacht met de steeds grotere hoeveelheid kleuters die bij hen komt staan, haar stuk voor stuk trots hun eigen muis aanwijst, en kust daarna haar eigen kleuter gedag, de deur van groep zeven zit al dicht als ze nog even bij de elfjarige wil gaan spieken.
Ze gaat boodschappen doen, dat is een feit.
Ze is moeder, dat is een feit.
Ze zal over een week naar New York vertrekken, dat is ook een feit, ze kan zich er niets bij voorstellen, zoals ze zich nergens meer iets van voor kan stellen de laatste tijd, vooral van zichzelf kan de moeder zich nauwelijks nog een voorstelling maken. Nu ik haar beschrijf, merk ik dat pas goed. Ze is een muis van klei op de vensterbank met twee roze speldenknoppen als ogen. Ze wacht tot ze mee naar huis genomen wordt.
In de kleuterklas wordt ze aan het handje van de zesjarige meegenomen naar de vensterbank, waar dertig muizen van klei in het zonnetje liggen te bakken. De moeder praat en lacht met de steeds grotere hoeveelheid kleuters die bij hen komt staan, haar stuk voor stuk trots hun eigen muis aanwijst, en kust daarna haar eigen kleuter gedag, de deur van groep zeven zit al dicht als ze nog even bij de elfjarige wil gaan spieken.
Ze gaat boodschappen doen, dat is een feit.
Ze is moeder, dat is een feit.
Ze zal over een week naar New York vertrekken, dat is ook een feit, ze kan zich er niets bij voorstellen, zoals ze zich nergens meer iets van voor kan stellen de laatste tijd, vooral van zichzelf kan de moeder zich nauwelijks nog een voorstelling maken. Nu ik haar beschrijf, merk ik dat pas goed. Ze is een muis van klei op de vensterbank met twee roze speldenknoppen als ogen. Ze wacht tot ze mee naar huis genomen wordt.
donderdag 2 juni 2016
Waarom?
Zo zie je dagenlang helemaal niemand in een Drents dorp en verlang je naar wat gedruis, zo loop je in een stoet kinderen en ander gespuis over je eigen nieuwbouweiland. Het krioelt, krijst en trapt op elkaars hielen, het struikelt, huilt en lacht. Kletsende moeders in zwarte jurkjes met Nike Airs eronder. Vaders met loopfietsen onder hun arm. Buurmannen in bermuda's. Iedereen hier is elkaars buur of doet dan tenminste alsof. Die domme citroentjes met pepermunt erop in een zakdoek gedraaid. Al die kleuren, geluiden, bewegingen. Een kolkende massa. Een psychose, denk ik, zo moet een psychose beginnen. Ternauwernood hou ik mijn zenuwgestel bijéén.
'Moet jullie voordeur wagenwijd openstaan?' vraagt dan een buurvrouw die relaxed langs de kant staat te kijken als we voorbijkomen.
'Wat?'
'Ja, jullie deur staat wagenwijd open.'
Het is teveel. Een open deur.
Maar als die deur weer netjes dichtzit, lopen we kalmpjes verder. Het verdomde gifpark in, met die verdomde lui allemaal. Er is alleen het handje van dappere Deetje in die van mij.
Tot ze met haar hoofd tegen die ene kutlantaarnpaal die er staat, knalt.
'Moet jullie voordeur wagenwijd openstaan?' vraagt dan een buurvrouw die relaxed langs de kant staat te kijken als we voorbijkomen.
'Wat?'
'Ja, jullie deur staat wagenwijd open.'
Het is teveel. Een open deur.
Maar als die deur weer netjes dichtzit, lopen we kalmpjes verder. Het verdomde gifpark in, met die verdomde lui allemaal. Er is alleen het handje van dappere Deetje in die van mij.
Tot ze met haar hoofd tegen die ene kutlantaarnpaal die er staat, knalt.
Abonneren op:
Posts (Atom)