Het verzinnen van een titel doet me denken aan het verzinnen van de naam van een kind, al vind ik zo'n boek geen kind van mij.
Een crime! In de weken voor de geboorte droomde ik elke nacht dat de naam totaal verkeerd was. Zó moest ze niet heten. Of hij. Wat het ook zou worden. Het mocht dié naam niet hebben. Nachtmerries had ik ervan. Maar wachten tot het geboren zou worden, dan weet je het wel, zeiden de mensen geruststellend. Dan zie je meteen: Dit is...!
Maar toen ik het kind voor het eerst aanschouwde, wist ik het nóg niet. Het was een heel erg leuk - een geweldig - meisje, kon ik wel concluderen. Maar of dit nou Julie was? Dé Julie Marie An. Geen flauw benul. De naam zei me niet veel. Maar ik wist dat 't belangrijk was. Dat je je later naar je naam kunt gaan gedragen. Vorm en inhoud gaan op den duur samenvallen.
We hadden er vantevoren met niemand anders over gesproken. Om inmenging te voorkomen. De naam van het kind moest helemaal van onszelf zijn, vonden we. In tegenstelling tot de titel van zo'n bundeltje. Dat mag best strategisch gekozen worden. De titeltjes heb ik dus overal al laten vallen. En iedereen vindt inderdaad iets anders. Soms vindt men hetzelfde.
Maar dan nog weet ik niet wat ik vind. En morgen moet het toch echt rond zijn.
dinsdag 29 januari 2008
maandag 28 januari 2008
De zure geur van reality
Vannacht drie keer opgestaan om haar bedje te verschonen, drie nieuwe pyjama's, drie nieuwe slaapzakjes.
En toen was de koek op.
We hadden niet meer beddengoed.
En geen zin meer.
We lachten tegen elkaar:
'Nou, nou als wij nu die jonge mensen van Baby Te Huur waren, dan waren we er toch wel zeker mee gestopt. Of wanhopig geworden. Of iets.'
Dat zeiden wij 's nachts tegen elkaar. Om het uur.
Maar we waren die jonge mensen niet. Van Baby Te Huur. We zaten niet in een tv programma. Achter onze deur geen orthopedagoog.
Thiz waz reality man.
Thiz waz reality.
Ik had het zelfs in mijn haar, reality. Het zat werkelijk overal.
En het zure geurtje wil maar niet uit m'n neus vertrekken vandaag.
Al schrobben we de hele dag.
Reality is hardnekkig. Laat zich niet zomaar wegpoetsen.
En toen was de koek op.
We hadden niet meer beddengoed.
En geen zin meer.
We lachten tegen elkaar:
'Nou, nou als wij nu die jonge mensen van Baby Te Huur waren, dan waren we er toch wel zeker mee gestopt. Of wanhopig geworden. Of iets.'
Dat zeiden wij 's nachts tegen elkaar. Om het uur.
Maar we waren die jonge mensen niet. Van Baby Te Huur. We zaten niet in een tv programma. Achter onze deur geen orthopedagoog.
Thiz waz reality man.
Thiz waz reality.
Ik had het zelfs in mijn haar, reality. Het zat werkelijk overal.
En het zure geurtje wil maar niet uit m'n neus vertrekken vandaag.
Al schrobben we de hele dag.
Reality is hardnekkig. Laat zich niet zomaar wegpoetsen.
zondag 27 januari 2008
Over snappen en begrijpen
Het was avond. Mijn moeder was jarig. En iemand uit het dorp belde dat haar broer dood was.
Mijn moeders verjaardagsbezoek zat aan de ronde tafel. We hadden een discussie over het verschil tussen snappen en begrijpen. Iemand vond dat je alles wel kon snappen maar het was nog lang niet zeker dat je het dan ook begréép. De dingen. Ik dacht juist andersom: je kunt het wel begrijpen maar echt snappen is iets anders. Snappen is dichterbij dan begrijpen, beweerde ik. Of toch niet? Ergens tussen snappen en begrijpen in, liep het spaak.
En was mijn moeder toe aan een wijntje.
Het gespreksonderwerp veranderde naar levende lijken. Dat die er zoveel waren in de wereld. Het wémelde er werkelijk van. Kijk maar eens om je heen! Als je goed keek, zou je zien dat haast niemand leefde. Nee, het ging niet over dolende geesten nu. Of onrustige zielen. Dat was weer een heel andere tak. Ik begreep het niet helemaal maar snapte er wel iets van. Of nee, juist niet.
Afijn: we dronken er een glaasje op. Het leven.
Mijn moeders verjaardagsbezoek zat aan de ronde tafel. We hadden een discussie over het verschil tussen snappen en begrijpen. Iemand vond dat je alles wel kon snappen maar het was nog lang niet zeker dat je het dan ook begréép. De dingen. Ik dacht juist andersom: je kunt het wel begrijpen maar echt snappen is iets anders. Snappen is dichterbij dan begrijpen, beweerde ik. Of toch niet? Ergens tussen snappen en begrijpen in, liep het spaak.
En was mijn moeder toe aan een wijntje.
Het gespreksonderwerp veranderde naar levende lijken. Dat die er zoveel waren in de wereld. Het wémelde er werkelijk van. Kijk maar eens om je heen! Als je goed keek, zou je zien dat haast niemand leefde. Nee, het ging niet over dolende geesten nu. Of onrustige zielen. Dat was weer een heel andere tak. Ik begreep het niet helemaal maar snapte er wel iets van. Of nee, juist niet.
Afijn: we dronken er een glaasje op. Het leven.
zaterdag 26 januari 2008
Onderhandeling
Aan de ontbijttafel.
JULIE (2)
Als ik naar de kapper ga, krijg ik een ijsje.
En een snoepje.
ELKE (34)
Nee dan krijg je niets. Dan ben je gewoon naar de kapper geweest.
JULIE
(herhaalt geduldig) Nee, dan krijg ik een ijsje. En óók nog een snoepje.
ELKE
Nee niets.
JULIE
Dan ga ik weg!
En dan vindt mama me niet.
Redactioneel commentaar:
Gisteren is ze al naar de kapper geweest. Voor een lolly wilde ze wel.
Ze kreeg een lolly maar werd niét geknipt. Geen haar op haar hoofd stond het toe om afgeknipt te worden.
JULIE (2)
Als ik naar de kapper ga, krijg ik een ijsje.
En een snoepje.
ELKE (34)
Nee dan krijg je niets. Dan ben je gewoon naar de kapper geweest.
JULIE
(herhaalt geduldig) Nee, dan krijg ik een ijsje. En óók nog een snoepje.
ELKE
Nee niets.
JULIE
Dan ga ik weg!
En dan vindt mama me niet.
Redactioneel commentaar:
Gisteren is ze al naar de kapper geweest. Voor een lolly wilde ze wel.
Ze kreeg een lolly maar werd niét geknipt. Geen haar op haar hoofd stond het toe om afgeknipt te worden.
vrijdag 25 januari 2008
Onbenoembaar
De kleine blijkt een krentenbaard te hebben. Niet op haar gezicht.
'Ze heeft plekjes bij haar liezen. Kan ik met haar langskomen?' hoor ik hem zeggen. Het zijn nu niet direct 'de liezen'. Maar goed. Er zít er ook eentje bij 'de liezen'. En de dokter zal wel weten om welk gebied het gaat.
'Ze heeft eh soort van wondjes..daar,' vertel ik mijn moeder. 'Zal ik er maar gewoon zinkzalf op doen?'
Er zitten wondjes op haar vagina. Voor zo'n klein meisje is zo'n woord erg groot. Vaginaatje is ronduit smerig.
Ze heeft wondjes op haar geslachtsdeel. Dat kan. Maar klinkt afstandelijk. Voor spreektaal.
Ze heeft wondjes op haar plassertje. Zo noemt ze het zelf. Zo noemen ze het op de crèche. Maar zo kan ik het niet gaan noemen. Ik blijf me maar iets anders voorstellen bij Het Plassertje. En kut zeg je niet. Dat zeg je wel maar dat zeg je niet. Kut durf ik al haast niet eens op te schrijven. Wie weet of oma dit leest.
Een jongen heeft gewoon een piemel. Dat kan altijd.
'Ze heeft plekjes bij haar liezen. Kan ik met haar langskomen?' hoor ik hem zeggen. Het zijn nu niet direct 'de liezen'. Maar goed. Er zít er ook eentje bij 'de liezen'. En de dokter zal wel weten om welk gebied het gaat.
'Ze heeft eh soort van wondjes..daar,' vertel ik mijn moeder. 'Zal ik er maar gewoon zinkzalf op doen?'
Er zitten wondjes op haar vagina. Voor zo'n klein meisje is zo'n woord erg groot. Vaginaatje is ronduit smerig.
Ze heeft wondjes op haar geslachtsdeel. Dat kan. Maar klinkt afstandelijk. Voor spreektaal.
Ze heeft wondjes op haar plassertje. Zo noemt ze het zelf. Zo noemen ze het op de crèche. Maar zo kan ik het niet gaan noemen. Ik blijf me maar iets anders voorstellen bij Het Plassertje. En kut zeg je niet. Dat zeg je wel maar dat zeg je niet. Kut durf ik al haast niet eens op te schrijven. Wie weet of oma dit leest.
Een jongen heeft gewoon een piemel. Dat kan altijd.
donderdag 24 januari 2008
Zeepbel
In een zoveelste poging de werkelijkheid nu eens echt goed in woorden te vatten, of nou ja dan tenminste een afdoende verklaring ervan te geven, kwam ik na wat geping-pong, een druk over en weer schrijven, tot de stellige eindconclusie dat de werkelijkheid een badkuip moest zijn. Een niet bestaande badkuip nog wel. Met stellig bedoel ik vandaag ook echt stéllig. In de volle overtuiging zijn dat je dé waarheid te pakken hebt. Waar er maar één van is.
Kortom: ik meende het.
En het is nog niet zo heel lang geleden dat ik tot deze conclusie kwam.
Ik was niet in beschonken toestand of anderszins van de wereld. Neen, ik was gewoon goed bij en maakte van de realiteit een badkuip.
Kortom: ik meende het.
En het is nog niet zo heel lang geleden dat ik tot deze conclusie kwam.
Ik was niet in beschonken toestand of anderszins van de wereld. Neen, ik was gewoon goed bij en maakte van de realiteit een badkuip.
woensdag 23 januari 2008
Voorlichtingsbijeenkomst
Ik begrijp geen lor van wat de juf allemaal zegt over het beleid op haar school. Maar ben intussen haar postuur aan het bekijken, haar kleding en haar gezicht. Bezie haar lach. Hoor hoe haar stem klinkt. Niet onaardig. Al praat ze wat warrig. Er staan vier nep-leren banken waar wij ouders op zitten. De vorige school had geen bankstellen. Er zitten ook twee allochtonen op een bank. Een vader en een moeder. Ik vraag me af of de ouders die te laat binnenkomen automatisch denken dat het wel een stel zal zijn omdat ze op één bank zitten. Als de juf het heeft over het achterstandsbeleid kijkt ze naar die bank.
Even later lopen we met z'n allen door de gangen. Veel ouwe troep. Dat was op de vorige school ook.
De juf zegt over een klas die opkijkt bij zoveel bezoek: 'Ja die klas is toch al van slag, omdat hun meester net een hartaanval heeft gehad. En nu op de intensive care ligt.'
'Hebben jullie veel meesters?' vraagt een geïnteresseerde ouder meteen.
'Eén maar,' zegt de juf.
'Ja meesters zijn dun gezaaid hè,' zegt de ouder begrijpend.
We lopen door.
Even later lopen we met z'n allen door de gangen. Veel ouwe troep. Dat was op de vorige school ook.
De juf zegt over een klas die opkijkt bij zoveel bezoek: 'Ja die klas is toch al van slag, omdat hun meester net een hartaanval heeft gehad. En nu op de intensive care ligt.'
'Hebben jullie veel meesters?' vraagt een geïnteresseerde ouder meteen.
'Eén maar,' zegt de juf.
'Ja meesters zijn dun gezaaid hè,' zegt de ouder begrijpend.
We lopen door.
Abonneren op:
Posts (Atom)