We trokken de deur achter ons dicht, liepen met grote passen de straat uit, stapten in de tram en even later zoefden we de nacht in. Weg van de twee kamertjes naast elkaar. Eén kamer met kerstlampjes rond het bed en één met een wit ledikantje en daarnaast een konijn dat licht geeft. Weg van huis.
Deetje (2) had me vanuit haar bed angstvallig aan liggen kijken, twee vuistjes met elk een speen erin, en voor ze in slaap viel nog een paar keer 'ik wil mee' geschreeuwd.
Jeetje (7) had naar mij geglimlacht toen ik haar achterliet met een vreemde jonge vrouw op de rand van haar bed.
Haar had ik op marktplaats gevonden. Ze was een half uur eerder gekomen om kennis te maken en zag er onberispelijk uit. Niets op aan te merken. Net klaar met het VWO. Toen ik haar googelde had ik gezien dat ze zich elders op het internet aanbood om bijles wiskunde en economie te geven. Dat gaf de doorslag. Het andere meisje dat ik natrok had 'horrorfilms' opgeschreven als hobby op haar sociale netwerkpagina. Haar mailde ik niet.
vrijdag 21 september 2012
woensdag 19 september 2012
Desert Dunes
Ik durf de meneer van de reformwinkel niet aan te kijken als ik een pak Calming Tea afreken en een pak wierook, Desert Dunes. Alsof hij als hij mijn boodschappen ziet wel weet hoe laat het is. Vertel hem iets over mensen in grijze broeken en HEMAregenjassen die vlak voor sluitingstijd nog Calming Tea en Desert Dunes inslaan. Op dat moment gaat het aan mij voorbij dat niet het feit dat ik Calming Tea koop opvallend is, maar wel dat ik de meneer van de reformwinkel niet aankijk.
De meneer van reformwinkel heeft trouwens iets anders waar hij zich druk over maakt.
Ik heb een nogal onverschrokken meisje bij me van twee jaar, in een knalblauw Chinees jurkje, witte legging, oranje regenlaarzen, roze colbertje en daarover een rood-wit gestipte regenjas, dat op datzelfde moment met een stapel rollende manden door zijn winkel rent. Rakelings langs zijn glaswerk. Schaterend van het lachen.
De meneer van reformwinkel heeft trouwens iets anders waar hij zich druk over maakt.
Ik heb een nogal onverschrokken meisje bij me van twee jaar, in een knalblauw Chinees jurkje, witte legging, oranje regenlaarzen, roze colbertje en daarover een rood-wit gestipte regenjas, dat op datzelfde moment met een stapel rollende manden door zijn winkel rent. Rakelings langs zijn glaswerk. Schaterend van het lachen.
dinsdag 18 september 2012
In je eentje
Het wit van de oogbal, bekeek ik. Ik zag de rode aders lopen. We hadden doekjes gepakt omdat we zouden gaan huilen.
'Jij ook?' had ik gevraagd.
'Wij samen,' zei ze.
Het was lang geleden dat ik samen gehuild had. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit met iemand huilde. Ik huil niet zo veel. Samen huilen al helemaal niet.
Ik had dan ook een grote hoeveelheid traanvocht. Dat kwam goed uit voor deze gelegenheid.
De opticien sperde haar ene oog wagenwijd open en deed voor hoe je lenzen in moet doen. Ik dacht aan tampons. De dag dat mijn moeder voordeed hoe je die inbrengt. Uiteindelijk is dat ook meer een werkje om je in je eentje te proberen.
Het is allemaal gelukt. Nu zit ik hier met twee plakbandjes op mijn ogen die ik eruit wil wrijven omdat ze me het zicht belemmeren. Zelfs de letters op het scherm kan ik op geen enkele manier scherp stellen. Dat komt omdat ik cilindrische ogen heb. Het kan nog wel zeven dagen duren voor je iets ziet.
Het is even wennen, maar dan voel je er niets meer van.
maandag 17 september 2012
Ontregelend
De yogajuf heeft twee verschillende schoenen aan zie ik in de kleedkamer. Een groene en een bruine. Leuk ontregelend voor een yogajuf, denk ik. Als we de gymzaal binnenkomen hangt er een zware zweetlucht. Ze denkt dat er hiervoor flink gestept is. We weten niet wat er precies gebeurd is, maar er is hoe dan ook stevig gezweet. We rollen de matjes uit in een cirkel en gaan erop liggen. We ademen. We moeten letten op het moment na het uitademen en voor het inademen, zegt de juf. Daar zit het 'm in. Daar pakken we snel onze rust. Ik adem in en uit en denk steeds dat ik heel oude sokken aanheb. Ik kijk naar die gedachte en ik laat hem los, zoals de juf ons steeds zegt. De geur van mijn sokken kan niet zó'n reikwijdte hebben. Ik adem en zoek naar dat momentje van rust.
'Die knallen steeds,' roept een vrouw boos.
'Heb je daar last van?' vraagt de juf.
'Ik ervaar dat als héél bedreigend.'
Nu horen we het allemaal. Het gedreun van een bal tegen de buitenmuur. Er zit geen ritme in. Je kunt niet op de bal bouwen. Misschien heeft de vrouw een oorlog meegemaakt, bedenk ik. Of gewoon in gewelddadige situaties gezeten. Met veel klappen. Steeds als de bal tegen de muur terechtkomt, ben ik bang dat ze gaat huilen.
We moeten proberen niet op de bal te letten zegt de juf. Laat de bal los.
vrijdag 14 september 2012
Folders
We dronken nog een gin tonic in de Ysbreeker. We hadden het over subsidie en de sociale woningbouw. Ik weet niet meer hoe we daarop kwamen. Het gesprek hopste van gratis stukjes schrijven voor het Parool naar subsidie naar sociale woningbouw.
Ze stelde: 'Ik vind dat geen van mijn vrienden subsidie mag krijgen of in sociale woningbouw wonen.'
'Ik krijg subsidie.'
'O,' zei ze.
'Ja.'
'Maar dat is een voorschot. Dat is wat anders.'
Nee,' zei ik, 'het is een werkbeurs van het fonds voor de Letteren.'
'Had je niet zonder gekund?'
Hier raakte ze een teer punt. Natuurlijk had ik zonder gekund. Als ik de beurs niet had gekregen, had ik zonder gekund. Ik had zonder gemoeten.
Toen kwam daar het punt van de sociale woningbouw.
Ze zei: 'Als je gestudeerd hebt, mag je geen gebruik maken van de sociale woningbouw. Dat moet een vangnet zijn voor de onderkant van de samenleving. Mensen die gestudeerd hebben, zijn slim genoeg om zelf hun broek op te houden.'
'Iedereen die ik ken, woont in sociale woningbouw,' zei ik.
'Dat is niet zo,' zei ze.
Dat was ook inderdaad niet zo. Maar ik word kriegel van zulke stellingen. Misschien wel van alle stellingen.
'Mensen die een studie gedaan hebben, moeten maar een baan nemen waar ze geld mee verdienen,' ging ze door. 'En anders in Almere gaan wonen. Of in Lelystad. Maar niet in het centrum van Amsterdam in de sociale woningbouw gaan zitten.'
'Ja, maar als je schrijft bijvoorbeeld verdién je nu eenmaal niet zo veel. Dan werk je wel hard, maar je krijgt er weinig voor.'
'Dan moet je maar folders gaan schrijven.'
Ze stelde: 'Ik vind dat geen van mijn vrienden subsidie mag krijgen of in sociale woningbouw wonen.'
'Ik krijg subsidie.'
'O,' zei ze.
'Ja.'
'Maar dat is een voorschot. Dat is wat anders.'
Nee,' zei ik, 'het is een werkbeurs van het fonds voor de Letteren.'
'Had je niet zonder gekund?'
Hier raakte ze een teer punt. Natuurlijk had ik zonder gekund. Als ik de beurs niet had gekregen, had ik zonder gekund. Ik had zonder gemoeten.
Toen kwam daar het punt van de sociale woningbouw.
Ze zei: 'Als je gestudeerd hebt, mag je geen gebruik maken van de sociale woningbouw. Dat moet een vangnet zijn voor de onderkant van de samenleving. Mensen die gestudeerd hebben, zijn slim genoeg om zelf hun broek op te houden.'
'Iedereen die ik ken, woont in sociale woningbouw,' zei ik.
'Dat is niet zo,' zei ze.
Dat was ook inderdaad niet zo. Maar ik word kriegel van zulke stellingen. Misschien wel van alle stellingen.
'Mensen die een studie gedaan hebben, moeten maar een baan nemen waar ze geld mee verdienen,' ging ze door. 'En anders in Almere gaan wonen. Of in Lelystad. Maar niet in het centrum van Amsterdam in de sociale woningbouw gaan zitten.'
'Ja, maar als je schrijft bijvoorbeeld verdién je nu eenmaal niet zo veel. Dan werk je wel hard, maar je krijgt er weinig voor.'
'Dan moet je maar folders gaan schrijven.'
woensdag 12 september 2012
Pok hoorde ik.
'Dit hebben we nog nooit meegemaakt,' zei de ene vrijwilliger van het stembureau tegen de ander. Het was 20.00 uur en de stembus zat vol. Er moest onmiddellijk een nieuwe geregeld worden. Ik heb mijn stem uiteindelijk in een vrijwel lege vuilniscontainer met gleuf gegooid. Pok, hoorde ik.
Ik vroeg me af of dat een goed of een slecht teken was.
Van alle kanten kwamen mensen aanlopen over het winderige schoolplein met een enkel papiertje in hun hand. Ze waren alleen. Ze zeiden niets. Ze liepen nog allemaal dezelfde kant op.
De eerste keer van mijn leven dat ik mocht stemmen, machtigde ik mijn vader. Die gaf mijn stem aan de tweede man van de Pv/dA, al had ik hem toen gevraagd de eerste vrouw van Groen Links in te kleuren. Ik heb daarvan opgestoken dat je nooit je vader moet machtigen te stemmen.
Sindsdien doe ik het zelf. Ik heb er voor vandaag lang over na moeten denken. Het was alsof mijn stem deze keer meer gewicht had.
Ik vroeg me af of dat een goed of een slecht teken was.
Van alle kanten kwamen mensen aanlopen over het winderige schoolplein met een enkel papiertje in hun hand. Ze waren alleen. Ze zeiden niets. Ze liepen nog allemaal dezelfde kant op.
De eerste keer van mijn leven dat ik mocht stemmen, machtigde ik mijn vader. Die gaf mijn stem aan de tweede man van de Pv/dA, al had ik hem toen gevraagd de eerste vrouw van Groen Links in te kleuren. Ik heb daarvan opgestoken dat je nooit je vader moet machtigen te stemmen.
Sindsdien doe ik het zelf. Ik heb er voor vandaag lang over na moeten denken. Het was alsof mijn stem deze keer meer gewicht had.
dinsdag 11 september 2012
Mijn kleinzoon en ik
Er werd me vandaag in bad gevraagd wat ik in hemelsnaam met mijn kleinkind moest gaan doen als ik oma was. Ik kon namelijk niet knutselen en ik kon wel meer niet.
Wat kun jij eigenlijk wel?
We kwamen tenslotte uit op zwemmen. Ik zou dag in dag uit met mijn kleinkind moeten gaan zwemmen.
Ik zei: dacht jij dat oma vroeger net zoveel met mij deed als ze nu met jou doet?
Ze vroeg: houden oma's meer van hun kleinkinderen? Wat denk je, zei ze, houdt oma net zoveel van jou als van mij? Ze keek erbij alsof ze zelf het antwoord wist, maar dat voor zich hield uit piëteit met mij.
En wat, mama, als ik later een hele erge bink krijg. Zo'n druk jongetje dat alleen maar op en neer springt.
Ik wist ook niet wat.
Ze zei: dan hou ik toch van de bink omdat het mijn kind is.
Ik zei haar dat ze later misschien geen kinderen wilde.
Jawel, zei ze, ik wil ze al heel jong. Omdat ze mij dan veel langer hebben.
En mij ook, zei ik. Dan kunnen jouw bink en ik samen ontzettend veel zwemmen.
Wat kun jij eigenlijk wel?
We kwamen tenslotte uit op zwemmen. Ik zou dag in dag uit met mijn kleinkind moeten gaan zwemmen.
Ik zei: dacht jij dat oma vroeger net zoveel met mij deed als ze nu met jou doet?
Ze vroeg: houden oma's meer van hun kleinkinderen? Wat denk je, zei ze, houdt oma net zoveel van jou als van mij? Ze keek erbij alsof ze zelf het antwoord wist, maar dat voor zich hield uit piëteit met mij.
En wat, mama, als ik later een hele erge bink krijg. Zo'n druk jongetje dat alleen maar op en neer springt.
Ik wist ook niet wat.
Ze zei: dan hou ik toch van de bink omdat het mijn kind is.
Ik zei haar dat ze later misschien geen kinderen wilde.
Jawel, zei ze, ik wil ze al heel jong. Omdat ze mij dan veel langer hebben.
En mij ook, zei ik. Dan kunnen jouw bink en ik samen ontzettend veel zwemmen.
Abonneren op:
Posts (Atom)