Ik heb haar daar nog niet opgezocht. Ze woont in een kleine kamer volgepropt met meubels en laat de warme maaltijd die om half twaalf in de ochtend al in het restaurant geserveerd wordt, naar haar toe brengen. Ze vindt het te vermoeiend om erheen te gaan. Ze wil niet samen met de anderen eten.
'Ik heb niets meer om naar uit te kijken,' zegt ze vaak.