zaterdag 5 januari 2013

De feesten zijn voorbij

Het normale leven begint weer. Alle feesten zijn eindelijk voorbij, waarvan kerstmis het gruwelijkst was. Eerst wou ik schrijven 'traditioneel gezien' het gruwelijkst omdat kerst vieren voor veel mensen nogal gruwelijk is, gezellig samenzijn en familie rijmt niet, maar eerlijk gezegd had ik nooit zo'n afkeer van kerst. Ik herinner me die ene keer dat ik niet naar mijn ouders ging toen ik éénentwintig was. Man en ik bleven in de gekraakte boerderij en we deden lekker helemaal niets aan het geboortefeest van de zoon van God. We negeerden het. Al die onzin was aan ons niet besteed. Ik dacht steeds aan de schaaltjes met kerstkransjes in mijn ouderlijk huis. Ik zag voor me waar ze stonden.
Ook herinner ik me nog een heel duistere kerst toen ik zeventien jaar was. Mijn vader, moeder, broer van drie en ik vierden het bij mijn opa, oma en er was ook een oom. Mijn vader had gekookt en 's middags zaten we aan de tafel in de donkere achterkamer waar we anders nooit zaten. Tijdens het diner viel opa voorover met zijn gezicht in de boeuf bourguignon. Zoals dat in een film gaat. Ik zie hem nog zitten met zijn gezicht in het bord en er was verder niemand die er op reageerde. Het gesprek werd voortgezet. Toen hij weer omhoog kwam, werd mij kort gezegd hem naar bed te begeleiden. Hij had genoeg gehad. We stiefelden naar de slaapkamer, opa en ik, ik kon hem bijna niet houden, zo zwaar leunde hij op mij. Toen ik weer aan tafel zat, hadden we het er niet meer over. Drie maanden later was hij dood.  De eerste kerstdag dit jaar, nu ik negenendertig ben, was ook gruwelijk, maar daar spreken we niet meer over. Want dat is in de loop der jaren niet veranderd.


donderdag 3 januari 2013

Afgelegen pad

In de verte zag ik iemand aankomen.
Langs de rivier rende ik, het pad leek oneindig lang en tot nu toe had ik geen levend wezen gezien.
De zon scheen op mijn gezicht, dat was heerlijk, echt heerlijk, dat leek me ook heel gezond, maar steeds dacht ik aan losse ledematen hier aangespoeld op de modderstrandjes en dode baby's in vuilniszakken verstopt tussen het struikgewas. Zo'n afgelegen plek was het.
Nu kwam er dus iemand op me afrennen. Van het mannelijk geslacht.
Ik kneep mijn ogen samen om hem beter te kunnen zien. Grijs, zag ik. Oud. Die kan ik hebben. Mocht die oude lul mij dadelijk ineens beetpakken. Mij naar zich toetrekken. Mij de keel dichtknijpen. Weet ik veel wat oude lullen op afgelegen plekken plotseling van plan kunnen zijn. Welk stofje er door hun lichaam jaagt als ze een vrouw in het wild tegenkomen. Wat het precies is dat het beest in hen doet ontwaken. Hij kwam steeds dichterbij. Maar ik kon hem hebben.
Het vrachtschip in het water heette 'Harmonie'. Onthouden, dacht ik. De oude man die me passeerde, bleek een beroemd bestsellerauteur. Niet eens zo oud. Ik weet niet of ik hem zou kunnen hebben. Ik denk het. We glimlachten.
De rest van de weg, was er alleen de zon op mijn gezicht. Aan ledematen en dode baby's hoefde ik niet meer te denken. Dat zou de schrijver daarnet anders zeker gezien hebben.

dinsdag 1 januari 2013

Knal, nieuw jaar!

Op oudejaarsavond waren we bij vrienden. Hun zoon van zeven en hun dochter van vijf waren met Jeetje (7) en Deetje (2) boven aan het spelen. Omdat ik op een gegeven moment gekrijs en gegil hoorde, nam ik een kijkje in de kleine slaapkamer.
'Zij maakt er een chaos van hier. Ze moet weg. Nee, ze moet dood!' Het hoofd van de jongen was rood. Zijn vinger wees naar zijn zusje.
'Ik kàn helemaal niet dood,' lachte zij terwijl ze op het logeerbed heen en weer aan het springen was.
'O jawel, dat kan jij wel!'
'Ja, dat kan jij wel,' voegde Jeetje eraan toe. 'Jij kan wel dood hoor.'
'Ik kan jou doodmaken.' De jongen keek zijn zus aan. Zijn ogen tot kleine spleetjes samengeknepen. Zijn tanden op elkaar.
'Ho, ho,' zei ik, 'dat is niet vriendelijk. Zo praten we niet met elkaar. Wat is er aan de hand?'
'Zij gaat steeds op ons allemaal zitten,' zei Jeetje boos.
'Is het waar? Ga jij steeds op iedereen zitten?' vroeg ik aan de vijfjarige.
'Je kunt mij lekker toch niet dood maken.' Het meisje stak nu haar tong uit tegen haar broer.
'Ik heb een echte pijl en boog.' De tranen sprongen in zijn ogen. 'Uit Afrika. Weet je nog?'
'Ja hij heeft een pijl en boog,' zei Jeetje. 'Hij kàn je wel doodmaken dus.'
'Ho, ho,' zei ik maar weer.
Toen kwam vader erbij en die nam zijn tegenstribbelende dochtertje mee naar beneden en ik nam Deetje mee die ook meer chaos maakte dan iets anders. Er werd nog even flink gehuild om de splitsing, maar daarna werd er overal in het huis door iedereen zoet gespeeld en bespraken de volwassenen rondom de eettafel hun familietoestanden tijdens de kerst.


zaterdag 22 december 2012

Sporen

Het batterijgeluid van het zwarte briotreintje dat niet op het spoor mag rijden, maar tergend traag van de klaargelegde houten rails vandaan rijdt, dwars door de kamer, onder kast en tafel door,  in de richting van de voordeur. Het ding omdraaien, en zo langzaam maar zeker terug laten keren naar zijn bestemming, wordt absoluut niet geaccepteerd.
'Nee, de trein mag niet op de rails.'
We zien hier glashelder de aard van onze tweejarige. Het verleden, het heden en de toekomst in één. Terwijl man aan het vertellen is dat hij als veertienjarige in Heemstede vaak naast het spoor wandelde, waar het verboden was te lopen, en dat hij er altijd wel stukjes mensenvlees tegenkwam.
'Dat vond je normaal?'
'Het leek gewoon op gehakt.'
'O.'
'Verder vond ik er niets van.'
Hij vertelt dat hij een jongen in de klas had die naast een onbewaakte spoorwegovergang woonde en die op een dag beide ouders tegelijk verloor aan een voorbijrazende trein. Dat vond iedereen zielig voor die jongen. Dat was alles.






vrijdag 21 december 2012

Gezichtsloos

Daarnet kwam een man me tegemoet met een zwarte vlek op de plaats waar zijn gezicht zou moeten zitten. Geen ogen, neus, mond. Maar zwart. Hij droeg een hoed en had een das om. Alsof hij ergens symbool voor stond. En ik herinnerde me meteen weer dat ik gisteren precies zo iemand tegenkwam. Ook met een hoed. Gisteren hield ik het op gezichtsbedrog en dacht er niet meer aan, maar omdat ik deze ochtend dus weer zo iemand zag lopen, ben ik gaan twijfelen aan deze conclusie. Misschien is er wereldwijd iets gaande rondom de gezichtsloze mens? Misschien willen ook zij een keer gezien worden?  Ik weet niet wat het is.

Nu even iets anders. Ik heb klachten gehad. Niemand was nieuwsgierig naar mijn stukjes over nieuwsgierigheid. Eigenlijk ikzelf ook niet. Omdat het niet echt nieuwsgierigheid is natuurlijk. Ik schrijf op wat ik gelezen heb in krant of tijdschrift. En wat kan dat de lezer eigenlijk schelen? Iedereen leest wel iets. Het is nogal eendimensionaal allemaal. En expliciet.
Terwijl je als je mijn andere stukjes leest in wezen meer over mij en mijn nieuwsgierigheid te weten komt. Maar daar is het mij dan niet om te doen. Het gaat in die stukjes een stuk minder over mij, ook al gaat het veel meer over mij.

Intussen breek ik mijn hoofd over waar de gezichtslozen ineens vandaan komen en waar ze heen gaan. Of hun gezicht een zwart gat is of een plat vlak? Steek je je arm er zo doorheen of niet. Het ziet eruit als niets. En dat ze dat met hun hoofddeksels proberen te verdoezelen.




donderdag 20 december 2012

Nieuwsgierigheid 5 en 6

5. De nieuwsgierigheid van gisteren betrof het kranteninterview met de moeder en de puberzoon. Zij laat haar vijftienjarige zoon alleen maar rauw voedsel eten en als gevolg daarvan gaat de jongen niet naar school, omdat ze hem daar pesten met zijn rauwe eten. Ook heeft hij een groeiachterstand. Maar de jongen zelf vindt het allemaal oké. Ze had nog een zoon, maar die was bij zijn vader in Engeland gaan wonen. De moeder zei:  'zijn oudere broer is verslaafd aan gekookt voedsel.'
Toen ik die woorden las, werd ik nieuwsgierig naar die vrouw. En naar de documentaire Rauwer.

6. De nieuwsgierigheid van vandaag. Ik heb het gevoel dat ik deze ochtend in het algemeen iets nieuwsgieriger wakker geworden ben. Naar alles.

dinsdag 18 december 2012

Nieuwsgierigheid 4

Mijn nieuwsgierigheid is klein vandaag. Misschien toch groot.
Ik wil namelijk vooral weten of de peuters de worstenbroodjes lekker vonden die ik gisterenmiddag voor het eerst van mijn leven zelf gemaakt heb. Ze waren bedoeld voor het kerstontbijt op het kinderdagverblijf deze ochtend, waar ik niet bij kon zijn omdat ik opnames had van de 2-minuten Torpedofilmpjes. Achteraf gezien had ik er wel bij kunnen zijn want de cameraman kwam veel te laat binnen. Hij zat vast op de A2 waar vier rijstroken afgesloten waren. Hij zei dat hij een in elkaar gefrommelde auto gezien had en  twee kinderzitjes en een spuugdoekje dat op de weg lag. Ik was als eerste aan de beurt. De schrijver die voor mij zou zijn, moest verstek laten gaan omdat zijn dochter in het ziekenhuis lag. En toen ik 's middags weer thuiskwam, hoorde ik het verhaal van iemand die na heel lang wachten toch zwanger geworden was.
Nieuwsgierigheid is misschien niet het juiste woord. Maar naarmate de dag vorderde, groeide de waarde van de worstenbroodjes. Of misschien zijn het niet de worstenbroodjes.