vrijdag 8 februari 2013

Het verwelken

De tweejarige heeft twee weken geleden een bloem gekregen bij de bloemenzaak en wil deze ochtend weten waar die nu is. Er staat een bosje bloemen op tafel ziet ze, maar de hare zit er niet bij. Ze kijkt ons om beurten aan. Ze is al niet met haar beste beentje uit bed gestapt.
'Waar is mijn lode bloem?'
'Dit zijn hele nieuwe bloemen, Deetje.'
'Waar is mijn lode bloem?
'Eh..bloemen verwelken..,' zo begin ik.
Maar dan komt de zevenjarige er tussendoor. 'Nou, het zit dus zo. Bloemen gaan dood, Deetje,' zegt ze kernachtig. 'Bloemen in een vaas sterven af! Ze sterven af en dan moeten ze in de prullenbak.'
'Nee, niet in de bullenbak.' Deetjes gezicht betrekt. Ze gilt hoog en hard, gooit zich achterover in haar kinderstoel. Even later klimt ze bij mij op schoot, legt haar hoofd tegen mijn borstkas, omklemt mij en huilt met grote uithalen om het verwelken van haar rode bloem.

donderdag 7 februari 2013

Timeworp

Na het lesgeven ging ik nog even langs bij de vriendin die daar in de buurt woont. Ze was al in pyjama en op sloffen. Ook al was het pas acht uur.  Zodra ik bij haar binnenkwam werd ik teruggeworpen in de tijd omdat ze een oude cd van Tom Waits op had staan.Ik had die muziek allang niet meer gehoord. Als tegenwoordig Tom Waits voorbijkomt op m'n I-pod shuffle kan ik dat vaak niet verdragen. De stem is te krakerig en de muziek te ontregelend. Deze Tom Waits songs deden meteen van alles met me, ik weet niet precies wat. Het komt in de buurt van melancholie denk ik. We dronken thee, aten kletskoppen en paaseitjes en namen alles door wat besproken moest worden.Toen ging de bel. Even later stonden er drie dronken schrijvers in haar kamer en een gemuilkorfde hond. Eén schrijver had een glas bier in zijn hand en was aan tafel gaan zitten. De andere twee bleven staan. Iedereen keek elkaar met open mond aan.
'Het lijkt alsof we naar een andere tijd geflitst zijn,' zei de één.
'Nou!' zei de ander.
De zwarte hond liep tussen onze stoelen heen en weer. Met een geel plastic korfje om zijn bek. De schrijvers hadden alledrie geen trek in een koekje.

dinsdag 5 februari 2013

Glas

Het begon net te hagelen toen ik naar de naschoolse opvang fietste. De leidster aldaar zei dat het al voor de zesde keer die dag hagelde. Ik had er niets van gemerkt. Dat zei ik. Zij vertelde dat ze er al zes keer doorheen had gemoeten. Dat zag ik.  Ze had nog zwarte mascara vlekken op haar wang. Ter hoogte van haar oor. Na een tijdje zei ik toch maar: 'Je hebt daar iets zitten.'
Dit naar aanleiding van de witte tandpasta vlekken op mijn voorhoofd waarmee ik een paar dagen geleden rondliep.  Ik had met minstens vier mensen een gesprek gevoerd voordat iemand me erop wees. Ik nam me toen voor het echt altijd tegen mensen te zeggen als ze vlekken in hun gezicht hadden.
Maar het was geen uitgelopen mascara. Het waren hechtingen. De leidster was twee weken geleden overvallen en de overvaller had met glas in haar gezicht gesneden. Er was daarbij een zenuw geraakt, waardoor haar oog niet meer goed sloot.
Ze zei: 'zo gaat het gewoon tegenwoordig in Nederland.'
'Nou,' zei ik, 'ik zou het toch als iets abnormaals beschouwen.'
De leidster kende nog twee mensen die met glas in hun wang gesneden waren en nu littekens hadden over hun hele gezicht. Eéntje was ook gewoon overvallen en bij de ander was het in een kroeg gebeurd. Ze had tegen de kinderen verteld dat ze door een raam was gevallen. Omdat ze bang was dat ze anders bang zouden worden om over straat te gaan.
Ze zei dat ze nog geluk gehad had omdat ze haar haren erover heen kon doen.

maandag 4 februari 2013

Gezellig

Op vrijdag en zaterdag had ik een feestje gehad en dat voelde ik op zondagochtend. Maar niet vervelend. Het regende en stormde. Ik dronk espresso. De weekendkranten lagen voor me op tafel, Stoner lag er en het net gearriveerde boek Far from the Tree van Solomon. Rond elven kwamen mijn ouders op bezoek. Deetje vloog in oma's armen en knuffelde haar bijna plat.
Toen het niet meer regende, wilde ze laten zien dat ze kon fietsen met zijwieltjes. Ze fietste naar de Turkse groentezaak op de hoek. We haalden Turkse pizza's. Thuis aten we ze op.
 's Middags werd Jeetje teruggebracht. Ze zag er doodmoe en heel tevreden uit. Ze was uit logeren geweest bij een vriendje en wilde graag naar huis toen ze hoorde dat opa en oma er waren. Ze ging languit op de grond liggen en de honderdentwee Dalmatiërs kijken. We verzetten een kast in huis omdat op die plek een houtkachel komt te staan. Aan het eind van de middag liepen mijn vader en ik door een vliegende storm naar de Albert Heijn om boodschappen te doen voor de Thaise curry die man zou gaan maken. Ik vertelde over de Jan Mulders en de Ramsey Nasrs die ik gezien had op het feestje van de uitgever.
 'Maar die mensen praten toch helemaal niet met jou? Die gaan niet met de slechte schrijvers om,' zei mijn vader.
Ik lachte. We liepen verder. Toen we thuiskwamen, waren we lekker uitgewaaid.

vrijdag 1 februari 2013

Avontuur

Ik gaf een workshop op een bedrijfsuitje. Er hadden zich vier mensen ingeschreven voor het schrijven van korte verhalen. Flamenco dans was veel populairder. Na de creatieve workshops was er een borrel voor de mensen georganiseerd.
Ik leerde over het bestaan van een wake-up light wekker. Daar dacht ik aan toen ik vanochtend om half zeven van ver weg werd opgepiept door de wekker van man. Geen wonder dat ik nooit zin heb om op te staan. Dat zou met een wake-up light wekker wel anders zijn. Ik leerde dat één van de cursisten voorgoed gestopt was met drinken en dat hij ADHD had. Tijdens de les mailde of appte hij met zijn vrouw. Eén dame moest erg huilen bij een schrijfopdracht.
Ik zei: 'O jee, sorry voor de opdracht.'
Zij zei: 'Jij kon het niet weten.'
Van de andere dame kwam ik niet veel te weten, behalve dat ze een kat had. De coördinatrice van de workshops deed eigenlijk maar half mee met ons. Ze moest tijdens de les af en toe buiten de deur iets coördineren. Van haar kwam ik te weten dat ze vieze tandpasta had, maar dat bleek fictie. Ook vertelde ze dat ze 's ochtends een tas meenam voor de boodschappen die ze op de terugweg van haar werk zou gaan doen. De dame die een kat had, kocht altijd plastic zakken bij de supermarkt. Ik kwam van haar ook te weten dat ze lief was. Ze legde steeds even een hand op de rug van de dame die het te kwaad kreeg. Er werd mij gevraagd of schrijven echt werk was of dat ik het erbij deed. Ik vertelde hoe het zat met het schrijven. 
Dit was het avontuur van een ontmoeting met andere mensen die ik hierna nooit meer zal zien.

woensdag 30 januari 2013

Bloedlijnen

Steeds geïrriteerder raak ik om dat koningsspelletje, de bloedlijnen, om alles wat maar automatisch van generatie op generatie doorgegeven wordt. Dat die familie nou toevallig de opvolger van de koningin mag brengen. Wat voor type het ook is. Nou ja, hij had geen syndroom van Down mogen hebben. Terwijl hij dan de ceremoniële kant geweldig goed zou kunnen vervullen. Maar onze nieuwe koning heeft geen Downsyndroom. Het is een corps-bal met een slimme vrouw die is toegegroeid naar zijn nieuwe rol en we moeten blijkbaar allemaal een beetje bang zijn voor zijn koppigheid. Die zou in deze rol kunnen versterken. Ook hoor ik nu steeds dat Beatrix onze vervang-moeder was. De moeder van ons allemaal.  Maar ik voel niets bij haar. Misschien komt dat omdat ze nooit bij me thuis is geweest.


maandag 28 januari 2013

Keuzevrijheid

Het weekend begon in een café op de Zeedijk. Mijn vriendin en ik zaten aan tafel bij de man die ons stomdronken aan bleef staren. We wilden het over zeer geheime en persoonlijke zaken gaan hebben, maar dat ging op deze manier helemaal niet. Niet met een constant glimlachende toehoorder.
'Ik wil in het Engels overschakelen,' fluisterde vriendin. 'Maar dat heeft natuurlijk ook geen zin.'
Ik schudde mijn hoofd. In het Engels overschakelen deed je bij kinderen. Maar deze man was geen kind.
'Dames iets drinken?'
Het nee-schudden. We vielen steeds meer stil. Het café vulde zich met steeds meer dronkemannen en pas toen we in de hoek gedrukt werden, als twee vliegen tegen de muur geplakt, onze beentjes half in de lucht omdat er geen plaats meer was om ze neer te zetten, kwamen we op het idee om op te staan. Het café te verlaten.  Buiten haalden we allebei diep adem. Alsof we veel te lang onder water geweest waren.