maandag 10 juni 2013

Kist

Vandaag zal ik weer eens een verhaal schrijven. De korte baan. Heel iets anders dan ik de afgelopen tijd gedaan heb. Om er weer in te komen, begon ik vanmorgen met het lezen van 'Oom Igor' van Jeroen Brouwers uit de bundel Waanzin & Vervreemding die ik laatst in een antiquariaat tegenkwam, en daarna pakte ik Alice Munro erbij en las 'Dolly' uit haar laatste bundel. Zo moet dat: verhalen schrijven. Ik ga er dadelijk, voor ik echt begin, nog eentje van haar lezen. Van Jeroen Brouwers wist ik niet zeker of het perspectief van het kind met de losse tand, wel klopte. Was hier wel een zevenjarige aan het woord. Maar wat geeft het? De sfeer was goed. Je wilde doorlezen. Belangrijke criteria. Voor eind juni zal ik nog twee verhalen af hebben. Als het goed is. Uit de kist die ik gisteren van mijn ouders kreeg, viste ik mijn eerste echte schrijfsel. Ik schreef het toen ik in klas vier zat.  Groep zes. Ik weet het nog heel goed. Ook de vulpen waarmee ik het schreef. De kist zat volgestopt met oude brieven, logboeken, plakwerkjes, een borduursel, tekeningen en oude agenda's met daarin een poster van de Dolly Dots en Don Johnson die ik met stift ingekleurd had. Het is niet de kist van Pessoa. Het lijkt ook niet zo lang geleden allemaal. Dat is geloof ik echt het teken van ouderdom. Ook vond ik twee krantenberichtjes die ik meer dan twintig jaar geleden op een a-vier plakte. Een stukje over een dertigjarige man die zijn baby vlak na de geboorte in zee in Scheveningen verdronken had. Omdat hij niet kon verkroppen dat ze geestelijk gehandicapt zou zijn. Een ander berichtje ging over een achttienjarige zwangere vrouw die hersendood was na een ongeluk maar nog zes maanden in leven zou worden gehouden om de baby te kunnen redden. Ernaast stond: goed voor een verhaal. Ook kwam ik een grote verzameling overlijdensadvertenties tegen van ene Ingrid, een mij onbekend meisje uit mijn geboortejaar. Met daarbij de aantekening; hoe kan het dat ze volledig onverwacht is doodgegaan?
De fascinaties veranderen niet gek veel.  Toen ik de kist gisteravond weer netjes dicht probeerde te krijgen, lukte dat met geen mogelijkheid. Er is maar één manier om alles terug te stoppen. Al kunnen die agenda's wel weg.

vrijdag 7 juni 2013

Borsten

In bad hebben we het over borsten. Alle wetenswaardigheden over de vrouwelijke borst passeren de revue. Hoe het nou voelt. Wanneer ze zullen komen en welke vorm ze dan hebben. Of het pijn doet als ze daar hangen. Het is voor Jeetje (8) nog allemaal de vraag. Vrij snel ben ik bij het feit terechtgekomen dat de borsten van sommige vrouwen er afgesneden worden.
'Dan zijn ze weer net zo plat als jij,' zeg ik.
Jeetjes dromerige blik verdwijnt meteen. 'Waarom doen ze dat dan?'
'Als je borsten ziek zijn, moeten ze eraf.'
'Ik weet heus wel wat borstkanker is,' zegt ze.
'Hoe weet je dat?'
'Nou, ik zag laatst een vrouw, die had nepborsten. Ze pasten duidelijk niet bij haar. Ze was veel en veel kleiner dan jij en haar borsten waren drie of vier keer zo groot. Ze waren helemaal rond en stonden naar voren. Die had dat denk ik.'

dinsdag 4 juni 2013

Schijn

Ik ren door het gedeelte van het park dat men 'natuurlijk' laat verwilderen. Blote benen, blote armen, heb ik. Alles baadt in het zonlicht. Links en rechts van mij het vette gras dat een halve meter, nee zeker een meter hoog staat. Een zee van gele bloemetjes. Het glinsterende Amsterdam-Rijnkanaal. Een zwarte vrachtboot met een container uit China vaart voorbij. Ik zou eigenlijk niet weten wat ze allemaal over het water vervoeren. Maar aan mijn rechterhand moet ergens de ringslang kronkelen. Ze hebben er broedhopen gemaakt van oud maaisel en paardenmest.
Tot in de verte de man. Een Jezus-type. Een strak hemdje boven zijn jeans. Een brede torso.  Twee fikse honden aan zijn zijde. Hoe dichter ik hem nader, hoe verder hij in het gras verdwijnt. Tot hij weg is. Steeds denk ik: omkeren of doorrennen met gevaar voor eigen leven.
Die Jezus sleurt mij dadelijk het gras in, drukt mij neer, knoopt zijn gulp open,  de honden zijn ervoor getraind, straks ben ik al in stukken gesneden, word ik in een vriezer gelegd en even later opgelost in een bad van zoutzuur, door de gootsteen spoel ik weg.
Het is ook altijd allemaal schijn. Nergens ben je veilig. De grond waarop ik loop was een chemische gifbelt. Er zit nu een doos omheen om het gif tegen te houden, maar honden mogen hier niet graven en tentharingen niet in de grond worden gestoken. Of het gaat fout.

maandag 3 juni 2013

Algemeenheden

In de krant las ik vanmorgen dat je vanaf je veertigste niet meer van je geboorte af leeft, maar naar je dood toe. Deze week ga ik nog van mijn geboorte af en dan keer ik om. Al wil ik helemaal nergens vanaf leven maar ook zeker nergens naartoe. Ga ik door voor de volgende ronde? Of kies ik voor de garantie dat ik nog exact veertig jaar gezond doorleef en dan geen dag langer?
Vandaag werd het zoveelste omslag van mijn boek gemaild, weer met een andere belettering. Het is vreemd zo'n boek te zien dat nog alle vormen kan krijgen, maar er uiteindelijk eentje aanneemt. Dat zal het dan zijn. Ook dat is met alles zo.
Ik kan vandaag alleen maar in algemeenheden kletsen. Het wordt tijd dat ik als een dolle naar de Kerkstraat fiets, daar op een matje ga liggen ontspannen. En dan weer als een idioot terugfiets.

zaterdag 1 juni 2013

Groei

'Ze doet het voor het eerst en je ziet meteen dat ze hierin niet verder zal groeien, nooit,' fluisterde iemand die naast me zat. De zanger stond op het podium en zong: 'Mooier dan nu zal het nooit gaan.'
De presentatrice was achter hem gaan zitten. Haar benen over elkaar. Haar lippen nog gespannen.
Vanaf het begin al deed ze me sterk denken aan mijn vroegere overbuurmeisje en goede vriendin Suzanne. Het onverzettelijke, dat herkende ik denk ik het meest. Dat bewonderde ik in Suzanne en nu ook in de presentatrice. Maar het onverzettelijke kan zich tegen je keren.
Ik vond haar oneindig dapper, hoe ze hier in het theatertje zat, met de twee coryfeeën die ze moest bevragen. Ze had zich heel goed voorbereid. Dat wist ik zeker.
Ik herinnerde me mijn eigen black-outs tijdens examens, proefwerken of gewoon zomaar als me iets gevraagd wordt en ik niet op een vraag gerekend heb. 'Welk boek vind jij nou goed?' Het scherm gaat op zwart. De luiken vallen dicht. Mijn hoofd is afgesneden van elke informatie van buitenaf. Ook van binnen blijft het stil. Doodstil.
Misschien deed ze me meer aan mezelf denken, uiteindelijk.

vrijdag 31 mei 2013

De picknick

Deetje (3) en ik zitten op het strandje in het Diemerpark op een rood kleed. We eten boterhammen. Er ligt een roze emmertje in het zand en twee roze schepjes. Een eindje verderop staan twee glanzende kraaien met de snavels naar ons toe. Daarachter, over de weg, rijdt een knalrode scooter met een enorm dikke man. De zon schijnt maar er staat ook een flink windje. Ik moet denken aan de Noordelingen van Alex van Warmerdam.
'We zijn hier helemaal alleen, hè!' zeg ik.
'Ik ben niet alleen hoor,' zegt Deetje.
'Dat klopt. We hebben elkaar. We zijn niet alleen.'
'Ik ben niet alleen, toch?'
'Nee, nee.'
'Jeetje is op school toch. En papa werkt. Ze komen nog terug, toch?'
'Ja, ja.'
Ze klimt bij mij op schoot. 'Die grote zwarte vogels moeten weg.'
'Dat zijn kraaien,' zeg ik.
Op dat moment kraaien de kraaien en drukt Deetje zich dichter tegen me aan.
'De klaaien platen.'
'Kraaien kunnen niet praten,' zeg ik.
'Dat kunnen ze wel hoor,' fluistert ze.
'Waarom ga je niet leuk spelen?'

Na het brood staan we beiden voorovergebogen aan de waterkant met uitzicht op de kleurige nieuwbouwwoningen. Zij in haar blote beentjes. Een roze schepje in onze handen. Lustig schep ik de modder in het emmertje. In mijn achterzak heb ik de plastic tas van AH gepropt, om wegwaaien tegen te gaan. De twee kraaien staan op het rode kleed naar ons te loeren.
'Leuk, hè hier?' zeg ik en spetter met mijn handen in het water.
'Ja,' zegt Deetje.
'Of zullen we naar huis gaan?'
'Ja!' Ze springt op.

woensdag 29 mei 2013

Vriendschap

Voor we de Balie binnengingen, draaide ik me naar haar toe. 'Ziet mijn gezicht er raar uit?' fluisterde ik. 'Zit ik helemaal onder make-up.'
'Wat?' Ze ging meteen met haar handen naar haar gezicht.
'Nee, jij niet. Ik! Ik had net de fotografe op bezoek en...'
'O, ik dacht ik dat je zei dat ik helemaal ónder make-up zat.' Ze liet haar handen zakken.
We inspecteerden elkaars gezichten. Toen duidelijk was dat we er niet raar uitzagen en niet onder make-up zaten, gingen we naar de avond van het Zwijgende Verbond. Die zou gaan over vriendschappen in de letteren. Literaire vriendschappen en wat daar bij komt kijken. Vier schrijvers lazen brieven voor die ze aan elkaar geschreven hadden. Een criticus hield een praatje over of het mogelijk is criticus te zijn en ook bevriend met schrijvers.
Wij zaten op de achterste rij te luisteren. Als ervaringsdeskundigen. Met een dagelijkse fax- en later emailwisseling die al twintig jaar duurt. Er kwamen twee schrijvers aan het woord die elkaar nog niet zo lang geleden ontmoet hadden en besloten brieven te gaan schrijven. Nadat ze hun eerste brief  voorgelezen hadden, werd mij meteen duidelijk dat deze vriendschap geen lang leven beschoren was. Twee andere schrijvers die veel samenwerken, ze organiseren literaire avonden, lazen hun brieven voor. Dat zou nog wel meer kunnen worden, tussen die twee.
Het mooie aan de avond was dat ik zin kreeg om een brief te schrijven. Echt met de hand. En dan opsturen. Ik dacht erover wie ik een brief zou willen gaan schrijven. Het gekke was dat ik vooral aan haar dacht. Zij die naast me zat. Die ik toch nog niet alles geschreven heb, blijkbaar. Dat moet dan wel vriendschap zijn.