donderdag 29 januari 2015

Nieuw

In de tussentijd is er het één en ander gebeurd op schrijfgebied. Ik heb weer iets opzij gelegd, iets anders opgepakt. Dezelfde poppetjes, nieuwe opstelling.
'Elke keer als ik jou spreek, ben je aan iets nieuws begonnen,' zei een collega met wie ik vanmorgen koffie dronk.
Het klonk weinig geruststellend. Al was het intussen behoorlijk lang geleden dat ik hem voor het laatst sprak.

maandag 26 januari 2015

Verwaterd

Zondagochtend waren we in een zwembad in Duitsland ter ere van mijn moeders verjaardag. Iedereen zwom of dobberde wat rond. Ik liet mij steeds heel snel onder water zakken om dan weer terug naar de oppervlakte te drijven, een keer of twintig/dertig achter elkaar, als een klein kind, totdat ik oog in oog kwam te staan met een vriendin van een jaar of tien geleden. Eén keer per twee jaar sturen we nog een app-bericht. Ik weet niet hoe het zo gekomen is. Ze zit nog wel in mijn systeem. Ik heb van haar bijvoorbeeld een fijn recept van kip, met ketjap, knoflook, ui, sperziebonen en ananas. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat ik dit gerecht de laatste jaren nooit meer gemaakt heb. Wel heb ik haar laatst tevergeefs opgezocht op Facebook.
Nu stonden we tegenover elkaar in het water. Rode chloorogen.
'Iemand tegenkomen in je badpak,' zei ze.
'Erger kan niet, hè?' zei ik.
'Nee.'
We vertelden aan onze kinderen wie deze mevrouw was, maar dat konden zowel de hare als de mijne niets schelen.
'Kinderen vinden het totaal niet interessant om te weten dat hun ouders hiervoor ook nog een leven hebben gehad,' zei ze.
'Nee,' zei ik.
'Wie gaat er het eerste uit het water?' vroeg ze.

vrijdag 23 januari 2015

Daar gaan ze

Ik kom binnen om de muziek uit te zetten. De laatste klanken van White Flag, daarna Alors on Danse. De muziekboxjes staan naast de uitgestalde playmobil in een verlaten kinderkamer.  Het meisje van negeneneenhalf is net vertrokken naar een discofeestje dat tot 21.00 u duurt. Ik heb haar haren getoupeerd. Witte ogenschaduw heeft ze op. Haar vriendinnetje is haar op komen halen.
 'Veel plezier,' zei ik bij de deur. Ze verdwenen in het donker.


woensdag 21 januari 2015

Warmer

We fietsten door de nachtelijke stad. We kwamen terug van een etentje waar schaamteloze gesprekken waren gevoerd. Dat vind ik sowieso interessant, maar het was ook een opluchting. Het werkt voor mij zelfs al bevrijdend iemand te horen praten die zich niet of nauwelijks lijkt te schamen. Alsof ineens alles mogelijk is. De wereld wordt groter. Speelser. Luchtiger.
Het laatste afgelegen stuk fietste ik alleen. Het mistte.
Ik dacht steeds: als ik nu word aangevallen, heb ik mijn laptop bij me. Heb ik mijn laptop bij me. Alsof dat alles was, wat er was.
Mijn laptop en ik kwamen heelhuids thuis aan. Ergens onderweg moet ik wel zodanig onderkoeld zijn geraakt dat het uren en nog eens uren duurde voordat ik kon slapen. Ook al droeg ik een joggingpak, gebreide trui, sokken en beenwarmers.

maandag 19 januari 2015

Zicht

De nevel is te dik vandaag. Het blijft een uitzichtloze situatie. Aan het eind van de dag, vlak voor etenstijd, ren ik de mist in. Ik verdwijn uit beeld. En keer ook weer terug uit die spookwereld.
'Ik wil iets kijken,' zegt Deetje zodra ik binnenkom.
'Ik wil niets kijken,' zegt haar vriendje.
'Ik wil wél iets kijken.'
'Ik wil niets kijken,' zeg hij.
En zo zitten we in een impasse.

zaterdag 17 januari 2015

Eerste les

'Wie weet wat theater is?' vroeg de toneeldocente. 
De kleuters zaten in een kring om haar heen, op gekleurde kussentjes. Er was één leeg rood kussentje. Mijn kleuter zat nog aan de kant, tussen mijn benen. 
'Jullie worden iemand anders dan jezelf,' zei de theaterdocente.
De kleuters fronsten hun wenkbrauwen.
'Dat is the-ater,' zei ze iets harder. 'To-neel. Heel Iemand Anders Worden.'
Daarna noemden ze de namen op en mochten de kleuters één voor één naar voren komen. Ze plakte een sticker met naam op hun trui. Mijn kleuter weigerde haar sticker.
'Zo,' zei de toneeldocente, 'nu weet ik hoe jullie heten en dan kunnen jullie óók zien hoe de andere kinderen heten.'
Dit kan nog wel eens een héél ingewikkelde cursus worden, zag ik de vier- en vijfjarigen denken.


donderdag 15 januari 2015

Vrijheid (234)

Welgeteld één keer werd ik 'bedreigd' om een blog. Een stel uit de buurt stond op een avond voor mijn deur. Ik was van plan het stukje ook als column te gebruiken voor het buurtkrantje, maar mij werd te verstaan gegeven dat ik dát niet moest proberen. Ook eisten ze dat de gewraakte tekst binnen nu en morgen van de site gehaald werd. Want anders...
Nou, dat was wat zeg. Wat ik schreef deed er echt toe. Het voorval gaf twee weken lang reuring in mijn straat.  Ik herinner me de zwoele avonden waarop we met z'n allen buiten stonden, met bier en wijn, en de vijand analyseerden. Niets zo gezellig als een gezamenlijke vijand.
Een enkeling zei dat ik me niet moest laten tegenhouden door een bedreiging. De meesten waren toch wel van mening dat ik de column beter niet kon plaatsen. Waarom zou ik gezeik willen? De kinderen in gevaar brengen? Ja, in die termen spraken we er over.
Maar na verloop van tijd was de lol er af. Ik schreef een andere column. De vijand verhuisde. Niemand reageerde nog op mijn stukken.