Tot ineens de vogels en masse weer begonnen te fluiten. Buiten was de verduistering voorbij.
vrijdag 20 maart 2015
Verduistering
Het was buiten en binnen onheilspellend donker en stil. Toch was het overdag. Ik zat achter mijn computer, maar kon nauwelijks de contouren van het scherm onderscheiden noch die van mezelf. Al brandden alle lampen. Ik zat in een horrorfilm zonder bedoeling. Zonder begin. Met allemaal losse eindjes. Ik tastte maar wat in het rond. Nergens een herkenningspunt.
donderdag 19 maart 2015
Dichtbij
We staan op een breed trottoir in de Watergraafsmeer. De zon schijnt. Knoppen in de bomen. Ik haal mijn fiets van het slot. Hij vertelt over een vriend uit Libanon die zijn land is ontvlucht vanwege de Jihadisten en die nu ergens in een goedkoop bootje op zee zit met twee anderen. Op weg naar een Grieks eiland. Op weg naar Europa uiteindelijk. Ze hebben te weinig geld om smokkelaars te betalen en geen ervaring met het besturen van een boot.
'Jee,' zeg ik.
'Dat is een heel andere wereld,' zegt hij.
'Nou.'
'Misschien is hij op dit moment bezig met verdrinken.'
'Ja, terwijl wij hier gewoon staan,' zeg ik. Voor ons een plantsoen met rozen. Een grasveld. Drie deuren verderop een raam dat uitbundig versierd is met blauwe slingers. Ik kan de naam van de pasgeborene net niet lezen.
'Dan komt het wel dichtbij,' zegt hij.
'Jee,' zeg ik.
'Dat is een heel andere wereld,' zegt hij.
'Nou.'
'Misschien is hij op dit moment bezig met verdrinken.'
'Ja, terwijl wij hier gewoon staan,' zeg ik. Voor ons een plantsoen met rozen. Een grasveld. Drie deuren verderop een raam dat uitbundig versierd is met blauwe slingers. Ik kan de naam van de pasgeborene net niet lezen.
'Dan komt het wel dichtbij,' zegt hij.
woensdag 18 maart 2015
Onzin
's Avonds. We lezen het boekje 'Allemaal onzin' van Paul van Loon. Het gaat over een mannetje dat Onzin heet en dat 's avonds op de slaapkamer van Vladimir verschijnt.
We komen te spreken over het woordje onzin.
Wat is onzin eigenlijk precies? vraagt ze.
'Wat denk je?'
Ze zegt: 'Een pratend bed is onzin.'
'Ja.'
'Een monster is onzin,' zegt ze. 'Want een monster bestaat niet echt.'
'Klopt!'
'Een dinosaurus is geen onzin,' gaat ze door, 'maar een prátende dinosaurus wel.'
De volgende ochtend heeft Ami - de knuffel - een pony in haar haren geknipt.
( Echt waar. O, jullie gelóven me niet, hè?')
We komen te spreken over het woordje onzin.
Wat is onzin eigenlijk precies? vraagt ze.
'Wat denk je?'
Ze zegt: 'Een pratend bed is onzin.'
'Ja.'
'Een monster is onzin,' zegt ze. 'Want een monster bestaat niet echt.'
'Klopt!'
'Een dinosaurus is geen onzin,' gaat ze door, 'maar een prátende dinosaurus wel.'
De volgende ochtend heeft Ami - de knuffel - een pony in haar haren geknipt.
( Echt waar. O, jullie gelóven me niet, hè?')
maandag 16 maart 2015
Tijd
Op zondag ging ik het huis uit, stapte in tram 26 en wandelde naar de Bijenkorf om een nieuwe wok te kopen. Op de heenweg zaten er twee blonde vrouwen met twee kinderen voor me, op de terugweg dezelfde vrouwen en kinderen, weer zat ik achter hen, zij óók met tassen van de Bijenkorf. Ik dacht dat zij misschien dachten dat ik hen bespioneerde. Al zou het ook andersom kunnen zijn.
Toen ik thuis vertrok lang de koortsige jongste te slapen op de bank, man zat ernaast achter zijn laptop, en de oudste was - samen met het buurmeisje - bezig met de voorbereidingen voor Koningsdag. Dassen breien, troep (spullen waar haar 5 jaar jongere zus nog vaak mee speelt) bij elkaar zoeken die ze wil verkopen. Het duurt nog hartstikke lang voor het zover is, heb ik natuurlijk gezegd. Het is pas half maart. Ze kan niet wachten. Zoals ze ook niet kan wachten tot ze jarig is in mei.
Ik kan wel wachten. Ik kan heel makkelijk wachten. Ik wou zelfs dat de tijd niet voorbijging. Dat het hier stopte. Ik denk dat ik niet nieuwsgierig ben naar wat er verder nog komt. Ik kan het uittekenen. Zo is het goed.
Maar toen ik terugkwam met een wok in een grote plastic tas zag ik het nieuwe, lege reuzenpapier op de kastdeur al hangen, de vakjes getekend tot zes juni. Bij de highlights een vlaggetje. Onze zelfgemaakte kalender die, na één vingerknip, alweer ingekleurd is tot beneden.
woensdag 11 maart 2015
Nodig
De vierjarige zei dat ze me nodig had. Het was avond, ik lag, een beetje uitgeput, half op de bank, half op het tafeltje en las in een boek dat uit fragmenten bestond. Ik hou van fragmenten. Ik word er rustig van. De houtkachel brandde. Het was net na het eten. Ze kwam bovenop me liggen en zei het plompverloren: 'Mama, ik heb je nodig.' Ik legde het boek opzij en mijn armen om haar warme lijf. Zo lagen we een hele tijd. Doodstil. Tot man zei: 'Wie wil er een toetje?'
'Alleen als ik na het toetje nog even bij je mag liggen,' fluisterde ze.
Ik bleef precies zo liggen als ik lag, en las nog een fragment.
Na het toetje vlijde ze zich weer op mij.
Midden in de nacht kroop er een brandend kooltje in mijn bed.
Deze morgen ligt ze in mijn werkkamer op een matras. My little pony op de Ipad. Ik denk dat ze nooit meer weggaat.
'Alleen als ik na het toetje nog even bij je mag liggen,' fluisterde ze.
Ik bleef precies zo liggen als ik lag, en las nog een fragment.
Na het toetje vlijde ze zich weer op mij.
Midden in de nacht kroop er een brandend kooltje in mijn bed.
Deze morgen ligt ze in mijn werkkamer op een matras. My little pony op de Ipad. Ik denk dat ze nooit meer weggaat.
dinsdag 10 maart 2015
Stommerdje
Ze noemde me 'stommerdje' toen ik haar van school gehaald had. Terwijl ik de fiets op slot zette, ging zij vlak voor de voordeur staan, duwde haar gebogen voorhoofd tegen het hout. De twee knotjes hingen scheef. Ze had vandaag Taekwondo gehad op school.
'Noem jij mij stommerdje?' zei ik tegen de rug.
Ik dacht aan gisteravond toen zij al even in bed lag, ik op de gang stond, ziek zwak en misselijk, en ze me plotseling mededeelde dat ze het niet erg vond dat ik haar tas met volle broodtrommel die ochtend per ongeluk weer mee naar huis had genomen. Zodat ze tussen de middag niets had om te lunchen.
'Dat vond ik helemaal niet erg hoor, mama.'
'O gelukkig,' zei ik.
'Noem jij mij stommerdje?' zei ik tegen de rug.
Ik dacht aan gisteravond toen zij al even in bed lag, ik op de gang stond, ziek zwak en misselijk, en ze me plotseling mededeelde dat ze het niet erg vond dat ik haar tas met volle broodtrommel die ochtend per ongeluk weer mee naar huis had genomen. Zodat ze tussen de middag niets had om te lunchen.
'Dat vond ik helemaal niet erg hoor, mama.'
'O gelukkig,' zei ik.
zondag 8 maart 2015
Iedereen wilde een boek
De ochtend na het bal, een ochtend van zeer scherp en zonnig licht, liepen we over de markt op het Buikslotermeerplein. We kochten er biologische groente, biologisch vlees, interessant brood. En ik dacht aan de taxichauffeur die me 's nachts had gezegd: 'Toen ik je zag staan, wist ik dat je daar naartoe moest. Ik wist het gewoon.' Ik dacht: deze broek trek ik nooit maar dan ook nooit meer aan. Na vijf jaar hier wonen, begin je het aan me te zien.
In het winkelcentrum liepen we de boekhandel in. Er waren een aantal boeken die ik wilde kopen, er zijn altijd een aantal boeken die ik wil kopen. Maar de rij voor de kassa was echt extreem lang. Ik telde elf mensen voor me! Zij wilden kennelijk allemaal een boek!
Er zijn nog genoeg ongelezen boeken in je huis, zei ik tegen mezelf, en de titel waarvoor je gekomen bent Voor altijd voor het laatst van Tjitske Jansen, ligt er niet bij. Het is zaak gefocust te blijven. Als je voor het ene komt, moet je je niet af laten leiden door het andere.Begrepen?
Ik begreep mezelf. Dus verliet ik de winkel onverrichter zake. Daarna gingen we naar het Kruidvat om luizenspul te kopen en dacht ik aan een luizenplaag op het boekenbal, al die hoofdjes zo dicht bij elkaar.
Abonneren op:
Posts (Atom)