zaterdag 7 mei 2016

Het was het contrast

Het is zover. Ik zit. Ik moet terugschakelen van een hoop gezelligheid met het gezin, naar het volkomen verdwijnen in mijn werk. Het document zal dadelijk geopend worden. Al staat het nu nog mijlenver van me af.
Ik weet dat ik blij zal zijn als ik er eenmaal mee bezig ben,  maar nog blijer was ik de afgelopen week. Geluk heet dat.

Het was misschien de rust hier. De stilte. De vrede. En dat omringd door zwaarbewaakte gevangenissen waar ik weet niet hoeveel mensen opgesloten zitten.
Het was de temperatuur die elke dag iets omhoog ging.
Het was het 'eenvoudige' leven. Wel in een pand dat zo'n slordige vier miljoen zou kosten in onze buurt.
We aten patat toen iedereen dat deed, op de dag dat de patatbus in het dorp stond. We lazen, we speelden een spelletje tennis, er werd heksensoep gemaakt van madeliefjes, we vierden de verjaardag van de zesjarige en verstopten de cadeautjes in de vele kamers van de pastorie.
Het waren onze fietstochtjes door de bossen. Het viel me op dat we vaak werden toegelachen door gepensioneerde stellen die ons tegemoet fietsten. Een ideaal gezin; zo zagen we er uit. Vader en moeder kaarsrecht op hun Gazelles met allebei een knap meisje aan hun zijde. Vaders hand lag in de nek van de jongste. Moeders rugtas gevuld met broodjes.
De zestigplussers herkenden zichzelf in ons denk ik. Hun eigen gezinnen. Hoe zij daar vroeger fietsten.  Misschien ook waren het lachjes ter aanmoediging. Jullie kunnen het! Ga zo door! Jullie zijn leuk!
Het was het geluid van de specht en de pauw.
'Wat is het hier lekker aan mijn oren,' zuchtte Jeetje en sloot haar ogen. 'We hebben eigenlijk zo'n huis nodig. 'En precies zo'n tuin. Dan zou alles goed zijn.'

Ik heb ze vanmorgen weg zien rijden, de oprijlaan af. Ik heb me omgedraaid, ben de Pastorie binnengegaan. Er moet gewerkt worden. Dat staat in dit dorp op alle huizen geschreven. Werken is leven.






woensdag 4 mei 2016

Afzonderen

Een verhaal over met rust gelaten willen worden, schrijft iemand me net. Of niet met rust gelaten willen worden, denk ik erachteraan. In de kamer hiernaast hoor ik zacht de stemmen van Jeetje en Deetje. Verder weg het gerommel van man in de keuken. Zo is alles precies goed. Zo moet het blijven. Maar toch zal ik binnenkort in deze pastorie alleen zijn. Ik hoef daar niet per se steeds aan te denken, we leven ten slotte in het nu, maar het gebeurt. Steeds herinner ik me de momenten dat ik eerder ergens alleen zat, in een uithoek. Ik herinner me het gefladder van een vleermuis rond mijn hoofd in de nacht. Het gescharrel van - naar wat later everzwijnen bleken te zijn geweest - in de stal onder mijn appartement. In mijn herinneringen word ik op die plekken constant omringd door Duisternis, Stilte - (soms onderbroken door gefladder en gescharrel)
Er zijn een paar momenten in mijn leven geweest dat ik dat deed: ergens alleen naartoe vertrekken. Me afzonderen. Niet al te lang. Ook niet al te vaak. Maar ze waren er. En ik verlangde er naar. Wat bijblijft is vooral het geen hand voor ogen zien, en de angst. Angst is net als pijn, dat herinner je je pas echt weer als het er is. Gelukkig maar.

maandag 2 mei 2016

Andere omgeving

Ik ben van omgeving veranderd. We zijn van omgeving veranderd. We zijn naar het noorden van het land gegaan. Naar een voormalig gevangenisdorp. We zijn er in een oude pastorie terechtgekomen, met elf kamers en een enorm stuk grond. Het is avond. Buiten loeit/kraait/schreeuwt/roept een pauw. Binnen een vioolconcert van Bach. In één van de kamers op de eerste verdieping ligt de bijna jarige - het bevrijdingskind - Deetje te slapen, beneden in de voorkamer maakt Jeetje alvast een tekening voor haar verjaardag, en in de achterkamer zit man op een stoel met zijn leesbril op. Tegenover hem, boven de bank, hangt een immens schilderij van de pastoor die hier jarenlang in zijn eentje gewoond heeft en wiens geest hier nog altijd is. Dat voel je.  Hij heeft  een aardige blik in zijn ogen.
Toen ik daarnet de kamer verliet om hier dit stukje te gaan typen, om te kijken hoe of dat gaat in zo'n pastorie, zag ik dat man exact dezelfde houding had aangenomen als die van de pastoor op het schilderij. Alsof hij voor een spiegel zat te lezen. Hij had alleen geen bijbel in zijn hand, maar een ander boek.
Ik zit nu in een kamer aan een bureau waar veel schrijvers voor mij gezeten hebben. In dit huis zijn al heel wat boeken geschreven. Ook dat voel je. Hier moet het mogelijk zijn. Sommige boeken zijn er afgemaakt, andere romans zijn hier ontstaan. Nu zijn ze er nog alle drie. Over een paar dagen ben ik hier alleen.

zondag 1 mei 2016

Doen Alsof

'Wat als we in werkelijkheid maar rommelige schepsels in een rommelige en grillige wereld zijn zonder een wezenlijk waar zelf dat we moeten vinden om oprecht te kunnen leven?  Wat als we wanordelijke wezens zijn met honderden verschillende emoties en kanten en ons leven grotendeels bestaat uit de interactie met andere wanordelijke wezens. Dat je voortdurend allerlei kanten wordt opgetrokken en dat je geneigd bent te reageren volens een bepaald patroon van vroeger, een momentopname waarin je bent blijven hangen. En dat heel rigide kan zijn geworden?'

Deze vragen worden opgeworpen in een interview in Trouw met een Hoogleraar Chinese geschiedenis  - die zegt dat al dat zoeken naar een authentiek zelf onzin is - en dat we iets kunnen leren van een traditionele denker als Confucius.
Het gaat om rituelen.
Het gaat er om om te doen alsof.
Het gaat dus om de verbeelding. De creativiteit. Het spel.

Dat vind ik mooi.
Weg met oprechtheid.
Weg met het ware zelf! Op naar: Doen Alsof.

donderdag 21 april 2016

Doel

Ik was in een lelijk vergaderzaaltje beland waarin niet meer kon staan dan één gigantische ovale tafel.
'Wat is het doel van je boek?' De vrouw keek me strak aan.
'DOEL,' zei ze weer.
Er zaten twee vrouwen tegenover me aan de vergadertafel. Het was wachten op de derde die bezig was sollicitatiegesprekken af te nemen. Het was voor het eerst dat ik bij zo'n grote organisatie binnen kwam, overal waren ruimtes waar mensen werkten achter computers. Facebook en twitter op de schermen. Mensen liepen heen en weer met kartonnen bekertjes, ze bezochten het toilet of ze stonden twee aan twee in de gang met elkaar te smiespelen. Een mierenhoop. Het deed me denken aan de middelbare school.
'Doel?' vroeg ik zacht.
'Ja, wat is het doel van je boek?'
'Eh, gewoon.'
'HOE KOM JE OP HET IDEE?' De vrouw dacht misschien dat ik hardhorend was. De andere vrouw staarde me intussen met open mond aan, zakte achterover in haar stoel toen ik weer 'gewoon' zei.
'Het is ontzettend warm hier, hè?' Ik trok mijn vest uit.
Ze vonden het helemaal niet ontzettend warm daar. Totaal niet zelfs.
'Je weet dus niet wat je DOEL is?'
'Ik dacht dat ik hier was gekomen om jullie verhaal te horen?' Ik hakkelde. De vrouwen keken elkaar aan trokken hun wenkbrauwen op.
Ik zou met drie dames van deze organisatie gaan praten die problemen hadden met dezelfde leidinggevende en daar een verhaal over maken. 1500 woorden. Dat was het doel. Nu ging het bij het voorstellen  - ze hadden gevraagd wat ik deed in het leven - al totaal de verkeerde kant op.
Om een lang verhaal kort te maken: 's Avonds heb ik de meisjes op het hart gedrukt dat ze nooit maar dan ook nooit voor een baas moeten gaan werken. Dat ze nooit in een bedrijf terecht moeten zien te komen. Dat het daar niet anders gaat dan op de basisschool en straks de middelbare school. Het gedoe tussen mensen: macht, pesten, meelopers en bij de populairste willen horen. Het werk is maar bijzaak.
'Jullie moeten ervoor zorgen dat jullie later eigen baas worden. Denk erom.'

maandag 18 april 2016

Gisteren

We genoten de zondagslunch in café Krom - man, zijn moeder, Jeetje, Deetje en ik. We zaten aan een ronde tafel met de knakworstjes, de tosti's, de tomatensoep en het broodje kalfsleverworst. De zon scheen naar binnen. Naast ons zat een stel vermoeide toeristen aan rietjes te zuigen. Er waren nog een paar locals die op hun gemak de zaterdagkranten doornamen. Midden in het café stond de jukebox. Man typte een nummer in en even later schalde 'Is dit alles' van Doe Maar door de ruimte.
'Heb jij dít liedje opgezet?'
'Een Italiaans liedje,' zei man, 'leuk toch?'
Ik knikte. Al vond ik het op zich wel tegenvallen. Dat Italiaanse. Ik nam een hapje van mijn tomatensoep - Is dit alles wat er is aha aha - en keek kort naar mijn schoonmoeder. Ze knipoogde naar me, maar het kan ook zijn dat ze tegen de zon in keek. Toen Jeetje aan de knoppen van de jukebox zat, kregen we een vrolijke wals te horen. Dat paste prima bij de sfeer in het café. We babbelden over de tweeweekse trip naar New York die ik in juni met een vriendin ga maken. Dat het daar zo levendig schijnt te zijn allemaal. New York is life changing, appte iemand me. De wasserettes zijn inspirerend daar, had een ander me gemaild. Je kunt er uren in de wasserettes zitten genieten. Toen ik het waagde een willekeurig nummer in te typen, toverde de jukebox meteen de stem van Paul McCartney tevoorschijn. 'Yesterday, all my troubles seemed so far away.'
'Ook al zo'n Italiaans liedje,' zei ik.
'Leuk, toch?' zei man. Weer dacht ik mijn schoonmoeder te zien knipogen.
'O, I believe in yesterday,' zong ik zachtjes mee.
Toen gingen we naar de kledingwinkel om de hoek, en kochten twee truitjes, eentje voor Jeetje en eentje voor Deetje.

vrijdag 15 april 2016

Ik trof twee truitjes

Na het badderen liep ik nietsvermoedend de slaapkamer in en zag mijn twee favoriete truitjes van dit moment, ze lagen messcherp gevouwen, boven op elkaar, op zijn helft van het bed. Op de plek waar ooit een deken lag. Een hoofdkussen.
En ik zag meteen hoe hij, met mijn prachtig gevouwen truitjes tussen zijn handen, van de logeerkamer naar de slaapkamer moest zijn gelopen. Ze op de lege bedhelft had neergelegd. Gewoon neergelegd, zonder enige bijbedoeling, opdat ik het stapeltje zo mijn kledingkast in kon schuiven.
De werkster was vanmorgen namelijk geweest. Ze had de was gevouwen en op het logeerbed achtergelaten, we hoefden de kleren alleen nog maar in de kasten terug te stoppen. Dat was geweldig.
Het was het onverbiddelijke feit dat mijn lievelingstruitjes niet op het logeerbed konden blijven liggen. Maar wel hier.
Als ik een dichter was, zou ik over dat gevoel een gedicht schrijven. Nu blijft het behelpen met een stukje proza.