Tijdens het eten vertellen we om de beurt wat we vandaag gedaan hebben. Jeetje kan niet wachten tot ze binnenkort haar beugel krijgt, en Deetje telt de nachtjes tot pakjesavond. Met rode konen.
Pakjesavond, denk ik. Pakjesavond.
We hebben een gigantische tafel waar met gemak tien mensen aan passen, - en die in geen enkel ander huis ooit kan staan -, maar zitten met z'n drieën rond een uiteinde. Onze benen en armen raken elkaar. Het tafelblad ligt vol kranten, boeken, tekenspullen en speelgoed. Vroeger was dat een gebrek aan opruimen. Nu vult het op.
Vroeger waren we ook een gezin zonder tv. Maar zodra man vertrok, heb ik de televisie van zolder gehaald. Ik heb een apple chrome ding aangeschaft waardoor ik via mijn telefoon NPO1, 2 en 3 op kan zetten.
Het is al een paar keer voorgekomen dat we met z'n drieën op het tapijt gegeten hebben. Op een heleboel kussens. Rond het bijzettafeltje. We eten en kijken het sinterklaasjournaal. Reclamefilmpjes zijn ook leuk.
Vanavond mogen ze de schoen zetten. Jeetje speelt Zie ginds komt de stoomboot op de piano. Deetje en ik zingen. We hebben minstens zeven liedjes gezongen. Daarna ga ik bij de zesjarige in de hoogslaper liggen en lees haar een paar verhaaltjes voor. Ik kan niet even bij haar in slaap vallen, want één verdieping hoger ligt Jeetje met haar Donald Duck op mij te wachten. Het lage brommen van mans stem klinkt niet door het plafond.
Als de meisjes erin liggen, rook ik een sigaret op het dakterras. Het is ijskoud. Ik kan vanaf daar het begin van onze straat bijna zien. Daarachter het dak van het appartementencomplex waarin hij zich nu ergens bevindt. Hij heeft vanavond bezoek. Ik weet gelukkig nog van wie.
Voor ik naar bed ga, app ik man een foto van de gevulde schoenen van zijn dochters.
Goed bezig! schrijft hij terug.
Probeer om te keren, denk ik. Probeer om te keren.
dinsdag 29 november 2016
maandag 28 november 2016
Tof
Ik pakte mijn tas in. Er was nog één cursist in het lokaal achtergebleven.
'Ik heb een paar stukjes op je weblog gelezen,' zei ze. 'Tóf zeg!'
'Wat zeg je?'
'Ik heb een paar stukjes gelezen. Over je scheiding. Heel tof.'
'O dank je!'
Even later stond ik buiten op de Herengracht. Achter een boom. Ik zette mijn capuchon op, rookte een sigaret en tuurde over de gracht. De lichtjes. Een bootje. Een zoenend stelletje natuurlijk.
Met een collega fietste ik naar huis. We spraken over een eventuele scheiding en wat daarbij komt kijken.
'Wij hebben nog nooit iets geregeld,' zei ik tegen haar, 'zélfs geen vakantie.'
'Mooie zin,' zei ze. 'Die moet je opschrijven.'
'Welke zin?'
'Wij hebben nog nooit iets geregeld, zelfs geen vakantie.'
'O ja, dat is inderdaad een goeie zin,' zei ik. 'Tof.'
'Ik heb een paar stukjes op je weblog gelezen,' zei ze. 'Tóf zeg!'
'Wat zeg je?'
'Ik heb een paar stukjes gelezen. Over je scheiding. Heel tof.'
'O dank je!'
Even later stond ik buiten op de Herengracht. Achter een boom. Ik zette mijn capuchon op, rookte een sigaret en tuurde over de gracht. De lichtjes. Een bootje. Een zoenend stelletje natuurlijk.
Met een collega fietste ik naar huis. We spraken over een eventuele scheiding en wat daarbij komt kijken.
'Wij hebben nog nooit iets geregeld,' zei ik tegen haar, 'zélfs geen vakantie.'
'Mooie zin,' zei ze. 'Die moet je opschrijven.'
'Welke zin?'
'Wij hebben nog nooit iets geregeld, zelfs geen vakantie.'
'O ja, dat is inderdaad een goeie zin,' zei ik. 'Tof.'
vrijdag 25 november 2016
Avondje uit
De kinderen en man sliepen Boven de Turk. Ik zat thuis op de bank, en deed de lichten niet aan.
Er moest iets ondernomen worden. Ik racete de stad in naar een vriendin. We aten bij de Japanner.
Op mijn telefoon bekeken we mannen die binnen een straal van een paar kilometer op een vrouw zaten te wachten. Het waren er buitengewoon veel. Als je het zo bekeek, zat de hele stad vol wachtende mannen.
'Die is best leuk,' zei ik.
'Ja, die lijkt precies op je man,' zei ze. En swipete de look-a-like weg.
'Die gaat ook wel.'
'Ook je man.'
En zo dronken we bier, aten we miso-soep en bladerden door mannenhoofden.
'Ja, jij pikt de mannen eruit die op hem lijken,' zei ze. 'Zie je dat zelf nou niet.'
Het werd al gauw wat eentonig. Tijdens de noodels waren we alleen nog maar op zoek naar bekenden.
Bij haar thuis bekeken we Excell-bestanden. Dat was het betere werk. Ik droomde even weg. En stelde me voor hoe ik mijn administratie om de dag op zo'n handig Excell-bestand bij zou werken. We spraken over aftrekposten, stamgegevens en belastingaangiftes, tot ik weer op de fiets stapte.
Er moest iets ondernomen worden. Ik racete de stad in naar een vriendin. We aten bij de Japanner.
Op mijn telefoon bekeken we mannen die binnen een straal van een paar kilometer op een vrouw zaten te wachten. Het waren er buitengewoon veel. Als je het zo bekeek, zat de hele stad vol wachtende mannen.
'Die is best leuk,' zei ik.
'Ja, die lijkt precies op je man,' zei ze. En swipete de look-a-like weg.
'Die gaat ook wel.'
'Ook je man.'
En zo dronken we bier, aten we miso-soep en bladerden door mannenhoofden.
'Ja, jij pikt de mannen eruit die op hem lijken,' zei ze. 'Zie je dat zelf nou niet.'
Het werd al gauw wat eentonig. Tijdens de noodels waren we alleen nog maar op zoek naar bekenden.
Bij haar thuis bekeken we Excell-bestanden. Dat was het betere werk. Ik droomde even weg. En stelde me voor hoe ik mijn administratie om de dag op zo'n handig Excell-bestand bij zou werken. We spraken over aftrekposten, stamgegevens en belastingaangiftes, tot ik weer op de fiets stapte.
woensdag 23 november 2016
Jullie laten het me zien
Na de lunch bracht ik de meisjes naar Boven de Turk. Voor het eerst zouden ze er een nachtje slapen. We liepen naar het begin van onze straat. Ik met een kist speelgoed in mijn handen en een Vomartas met spelletjes om mijn schouders. Deetje trok haar roze rolkoffer vol barbies achter zich aan. En Jeetje droeg de tas met kleren, pyjama's en tandenborstels die we toch dubbel hadden. Ze hadden hun schooltas voor morgen - met een leeg bekertje en een leeg broodtrommeltje erin - al om.
'Ik weet niet waar het is,' zei ik. 'Jullie laten het me zien, hè?'
'Het lijkt wel of we er gaan wónen,' zei Jeetje.
'Nee joh,' zei ik, 'we nemen dit mee om het huis van papa gezellig te maken voor jullie.'
We schopten steeds tegen de herfstblaadjes die in bergen op het trottoir lagen.
De meisjes belden aan bij een vreemd nummer met een onbekend naamplaatje ernaast. De buitendeur klikte open. De lift was kapot dus sjouwden we de spullen twee trappen op.
Vanuit mijn ooghoeken zag ik man al staan. Zag ik hoe hij in een vreemde deuropening leunde. Op sokken. Zijn kalme voorkomen, zijn vriendelijke glimlach. Hij vond het spannend, dat zag ik ook.
Er klonk een muziekje van ons thuis.
'Het stinkt hier hè?' zei Jeetje toen we in de hal stonden. De meisjes liepen langs hun vader heen de woonkamer in en ik rende als een kip zonder kop achter ze aan. Ergens moet ik die kist en die Vomartas nog neergezet hebben. Ik weet het niet meer.
'Hee Elke.' Zijn aimabele stem. 'Hee Elke.'
'Ja, ik ga,' zei ik.
En ik ging.
Het was een heel korte weg terug naar huis. Ik had niets bij me. Ik deed de haak op mijn voordeur.
Ik was veel liever volledig in elkaar getrimd, dan dit.
'Ik weet niet waar het is,' zei ik. 'Jullie laten het me zien, hè?'
'Het lijkt wel of we er gaan wónen,' zei Jeetje.
'Nee joh,' zei ik, 'we nemen dit mee om het huis van papa gezellig te maken voor jullie.'
We schopten steeds tegen de herfstblaadjes die in bergen op het trottoir lagen.
De meisjes belden aan bij een vreemd nummer met een onbekend naamplaatje ernaast. De buitendeur klikte open. De lift was kapot dus sjouwden we de spullen twee trappen op.
Vanuit mijn ooghoeken zag ik man al staan. Zag ik hoe hij in een vreemde deuropening leunde. Op sokken. Zijn kalme voorkomen, zijn vriendelijke glimlach. Hij vond het spannend, dat zag ik ook.
Er klonk een muziekje van ons thuis.
'Het stinkt hier hè?' zei Jeetje toen we in de hal stonden. De meisjes liepen langs hun vader heen de woonkamer in en ik rende als een kip zonder kop achter ze aan. Ergens moet ik die kist en die Vomartas nog neergezet hebben. Ik weet het niet meer.
'Hee Elke.' Zijn aimabele stem. 'Hee Elke.'
'Ja, ik ga,' zei ik.
En ik ging.
Het was een heel korte weg terug naar huis. Ik had niets bij me. Ik deed de haak op mijn voordeur.
Ik was veel liever volledig in elkaar getrimd, dan dit.
dinsdag 22 november 2016
De tragiek
Ik dronk thee met mijn nicht in Rosmalen. Haar collega kwam langs om haar een dossier te brengen. Hij had al tien jaar een bedrijf in mediation bij echtscheiding. Hij loodste mensen door scheidingen heen op financieel vlak en op emotioneel gebied hielp hij ook een handje.
'Dit is mijn nicht,' zei mijn nicht. 'Zij zit ook in zo'n situatie.'
'Nou, nou,' zei ik. 'Nog niet, nog niet.'
De collega kwam erbij zitten.
'Wat is er aan de hand?'
Voor ik het wist, zat ik middenin een mediation gesprek. Maar dan in m'n eentje. Het was meteen duidelijk dat ik met een professional van doen had. Ook dat man en ik in niets verschilden van al die andere stellen.
'Jij zit in een voor jou ziekmakende situatie,' zei hij op een gegeven moment.
'Nou, dat valt wel mee.'
'Volgens mij lach jij alles weg.'
'In het echt niet hoor.'
'Het lijkt wel of je het over een verhaal van iemand anders hebt,' zei hij.
Dit mechanisme was mij sowieso wel bekend. Maar het was me laatst ook weer opgevallen. Ik stond erbij en keek naar - of vertelde over - het verhaal dat mijn leven scheen te zijn, en waarvan ik de wendingen niet zelf in de hand had. Ik had er geen enkel gevoel bij.
'Dit gaat over jou.'
Dat wist ik heus.
Maar in wezen geloof ik niet echt dat ik dit meemaak. Dat dit wáár is. Iedereen kan zeggen wat ie wil, ik geloof het gewoon niet. Ik weet ook niet wat dan wèl de waarheid is. Dit kan niet het goede verhaal zijn.
Kortom: het werd een boeiend en informatief gesprek waarin alle punten even snel werden afgevinkt.
'Het punt is,' zei hij tenslotte. 'Jij bent nog hartstikke gek op je man.'
'Echt wáár?' zei mijn nicht.
'Ze houdt nog ontzettend van hem,' zei hij.
Ik lachte. En lachte. En zag haarscherp de tragiek van de lachende vrouw.
'Dit is mijn nicht,' zei mijn nicht. 'Zij zit ook in zo'n situatie.'
'Nou, nou,' zei ik. 'Nog niet, nog niet.'
De collega kwam erbij zitten.
'Wat is er aan de hand?'
Voor ik het wist, zat ik middenin een mediation gesprek. Maar dan in m'n eentje. Het was meteen duidelijk dat ik met een professional van doen had. Ook dat man en ik in niets verschilden van al die andere stellen.
'Jij zit in een voor jou ziekmakende situatie,' zei hij op een gegeven moment.
'Nou, dat valt wel mee.'
'Volgens mij lach jij alles weg.'
'In het echt niet hoor.'
'Het lijkt wel of je het over een verhaal van iemand anders hebt,' zei hij.
Dit mechanisme was mij sowieso wel bekend. Maar het was me laatst ook weer opgevallen. Ik stond erbij en keek naar - of vertelde over - het verhaal dat mijn leven scheen te zijn, en waarvan ik de wendingen niet zelf in de hand had. Ik had er geen enkel gevoel bij.
'Dit gaat over jou.'
Dat wist ik heus.
Maar in wezen geloof ik niet echt dat ik dit meemaak. Dat dit wáár is. Iedereen kan zeggen wat ie wil, ik geloof het gewoon niet. Ik weet ook niet wat dan wèl de waarheid is. Dit kan niet het goede verhaal zijn.
Kortom: het werd een boeiend en informatief gesprek waarin alle punten even snel werden afgevinkt.
'Het punt is,' zei hij tenslotte. 'Jij bent nog hartstikke gek op je man.'
'Echt wáár?' zei mijn nicht.
'Ze houdt nog ontzettend van hem,' zei hij.
Ik lachte. En lachte. En zag haarscherp de tragiek van de lachende vrouw.
De tragiek
Ik dronk thee met mijn nicht in Rosmalen. Haar collega kwam langs om haar een dossier te brengen. Hij had al tien jaar een bedrijf in mediation bij echtscheiding. Hij loodste mensen door scheidingen heen op financieel vlak en op emotioneel gebied hielp hij ook een handje.
'Dit is mijn nicht,' zei mijn nicht. 'Zij zit ook in zo'n situatie.'
'Nou, nou,' zei ik. 'Nog niet, nog niet.'
De collega kwam erbij zitten.
'Wat is er aan de hand?'
Voor ik het wist, zat ik middenin een mediation gesprek. Maar dan in m'n eentje. Het was meteen duidelijk dat ik met een professional van doen had. Ook dat man en ik niets verschillen van alle andere stellen.
'Jij zit in een voor jou ziekmakende situatie,' zei hij op een gegeven moment.
'Nou dat valt wel mee.'
'Volgens mij lach jij alles weg.'
'In het echt niet hoor.'
'Het lijkt wel of je het over een verhaal van iemand anders hebt,' zei hij.
Dit mechanisme was mij sowieso wel bekend. Maar het was me laatst ook weer opgevallen. Ik stond erbij en keek naar - of vertelde over - het verhaal dat mijn leven scheen te zijn, en waarvan ik de wendingen niet zelf in de hand had. Ik had er geen enkel gevoel bij.
'Dit gaat over jou.'
Dat wist ik heus wel.
Maar in wezen geloof ik niet echt dat ik dit meemaak. Dat dit wáár is. Iedereen kan zeggen wat ie wil, ik geloof het gewoon niet. Ik weet ook niet wat dan wèl de waarheid is.
Kortom: het werd een boeiend en informatief gesprek waarin alle punten even snel werden afgevinkt.
'Het punt is,' zei hij tenslotte. 'Jij bent nog hartstikke gek op je man.'
'Echt wáár?' zei mijn nicht.
'Ze houdt nog ontzettend van hem,' zei hij.
Ik lachte. En lachte. En lachte. En zag haarscherp de tragiek van de lachende vrouw.
'Dit is mijn nicht,' zei mijn nicht. 'Zij zit ook in zo'n situatie.'
'Nou, nou,' zei ik. 'Nog niet, nog niet.'
De collega kwam erbij zitten.
'Wat is er aan de hand?'
Voor ik het wist, zat ik middenin een mediation gesprek. Maar dan in m'n eentje. Het was meteen duidelijk dat ik met een professional van doen had. Ook dat man en ik niets verschillen van alle andere stellen.
'Jij zit in een voor jou ziekmakende situatie,' zei hij op een gegeven moment.
'Nou dat valt wel mee.'
'Volgens mij lach jij alles weg.'
'In het echt niet hoor.'
'Het lijkt wel of je het over een verhaal van iemand anders hebt,' zei hij.
Dit mechanisme was mij sowieso wel bekend. Maar het was me laatst ook weer opgevallen. Ik stond erbij en keek naar - of vertelde over - het verhaal dat mijn leven scheen te zijn, en waarvan ik de wendingen niet zelf in de hand had. Ik had er geen enkel gevoel bij.
'Dit gaat over jou.'
Dat wist ik heus wel.
Maar in wezen geloof ik niet echt dat ik dit meemaak. Dat dit wáár is. Iedereen kan zeggen wat ie wil, ik geloof het gewoon niet. Ik weet ook niet wat dan wèl de waarheid is.
Kortom: het werd een boeiend en informatief gesprek waarin alle punten even snel werden afgevinkt.
'Het punt is,' zei hij tenslotte. 'Jij bent nog hartstikke gek op je man.'
'Echt wáár?' zei mijn nicht.
'Ze houdt nog ontzettend van hem,' zei hij.
Ik lachte. En lachte. En lachte. En zag haarscherp de tragiek van de lachende vrouw.
maandag 21 november 2016
Column, hoorspel
Tegenwoordig heb ik elke zaterdag een column in Trouw over het huwelijk. Vandaag daarom voor jullie de column in plaats van een nieuw stukje. Mijn stukje van vandaag wordt nu namelijk de column.
Hierbij ook mijn hoorspel 'Tot hier en niet verder' dat afgelopen zaterdag op radio 1was. In een geweldige regie van Stef Visjager. En Georgina Verbaan vertolkt mijn hoofdpersoon Marja Willems zoals geen ander dat had kunnen doen, denk ik.
Abonneren op:
Posts (Atom)