'Ik ga een verhaal vertellen,' zei Jeetje (3). 'Er was eens een jongen die Meisje heette.'
Na dit oersterke begin, stopte het verhaal. Jeetje ging iets anders doen.
Eigenlijk was deze ene zin ook genoeg. We begrijpen dat die jongen het niet makkelijk zal hebben in zijn leven. Met zijn rottige naam. We kunnen wel bedenken hoe zijn ouders moeten zijn. Wreed. Pesterig. Weinig inlevingsvermogen. De jongen zou nooit aan hun ideaalbeeld kunnen voldoen. Of hun wens waarmaken. In de puberteit zou hij gaan rebelleren. Of hij probeerde zich juist wanhopig aan te passen. Door een rokje te dragen. We zien de drama's van de jongen die Meisje heette, één voor één ontstaan. Op het schoolplein. In de kroeg. Overal. Zijn identiteitsprobleem is meteen duidelijk. En hoe egoïstisch zijn ouders ook zijn, hij houdt natuurlijk van ze. En hij wil alleen maar dat ze van hem houden zoals hij is. Maar hoe is hij?
Alles wat Jeetje aan die zin toe zou hebben gevoegd, zou teveel zijn.
Het verhaal was af. Dat wist ze.
maandag 1 september 2008
zaterdag 30 augustus 2008
Oud, ongetalenteerd (en lelijk)
Morgen zit ik samen met Janneke van der Horst en Els Moors in de Literaire Salon in de bibliotheek van Amsterdam. We worden geïnterviewd door Vrouwkje Tuinman. En we lezen voor uit ons werk. Ergens heb ik gelezen dat we daar in de intimiteit van die salon ook onze prozageheimen zullen onthullen. Hopelijk weet Vrouwkje die vakkundig los te peuteren. Ik ben benieuwd.
We worden aangekondigd met het kopje Oud, ongetalenteerd (en lelijk). Dus het kan alleen maar meevallen.
Ik las vandaag een column van Janneke van der Horst in het Parool. Zij vond het niet noodzakelijk dat er zo nodig bij vermeld moest worden dat we lelijk waren. Vrouw en lelijk. Bij mannen hebben ze het er niet over. Ik persoonlijk heb het meeste moeite met oud. Ik ben namelijk de oudste die erbij zit. Dat ligt vast.
Wie het ongetalenteerdst en het lelijkst is, fluctueert. Dat is een kwestie van smaak. Daar kunnen wij ons niet druk over maken, vind ik.
Oud, ongetalenteerd (en lelijk). Maar waarom zou er dan in godsnaam iemand komen?
Dat zijn die geheimen, natuurlijk.
We worden aangekondigd met het kopje Oud, ongetalenteerd (en lelijk). Dus het kan alleen maar meevallen.
Ik las vandaag een column van Janneke van der Horst in het Parool. Zij vond het niet noodzakelijk dat er zo nodig bij vermeld moest worden dat we lelijk waren. Vrouw en lelijk. Bij mannen hebben ze het er niet over. Ik persoonlijk heb het meeste moeite met oud. Ik ben namelijk de oudste die erbij zit. Dat ligt vast.
Wie het ongetalenteerdst en het lelijkst is, fluctueert. Dat is een kwestie van smaak. Daar kunnen wij ons niet druk over maken, vind ik.
Oud, ongetalenteerd (en lelijk). Maar waarom zou er dan in godsnaam iemand komen?
Dat zijn die geheimen, natuurlijk.
vrijdag 29 augustus 2008
Het raadsel van de mysterieuze boer
Boeren en mysterie dat zijn twee zaken die niet met elkaar rijmen. Toch ken ik er één. Een boer die op een dag zei: 'ik schrijf tegenwoordig boeken.'
De boer in kwestie heeft een vrouw. Gewoon ergens ontmoet. Ook vreemd. Meestal melden ze zich daarvoor aan bij een tv-programma. Boer zoekt vrouw die twee mooie poten onder de pisbak heeft staan.
De boer die ik ken, heeft zich in Amsterdam gevestigd. Heel a-typisch. Al die beesten op zo'n bovenverdieping. Een boer wil land, dacht ik, vrijheid. Maar daarvoor schijnt hij elke dag naar No country for old men te kijken.
De boer in kwestie heeft een vrouw. Gewoon ergens ontmoet. Ook vreemd. Meestal melden ze zich daarvoor aan bij een tv-programma. Boer zoekt vrouw die twee mooie poten onder de pisbak heeft staan.
De boer die ik ken, heeft zich in Amsterdam gevestigd. Heel a-typisch. Al die beesten op zo'n bovenverdieping. Een boer wil land, dacht ik, vrijheid. Maar daarvoor schijnt hij elke dag naar No country for old men te kijken.
donderdag 28 augustus 2008
De kleine miezerige god ligt op mijn bureau
In de Albert Heijn gaat mijn telefoon. Spitsuur. Ik sta met bloemkool in mijn handen, een bak bonusdruiven en krieltjes. Het is koud. Vier karren omcirkelen me. Met mensen erbij. Ik weet totaal niet wat we moeten eten. De mensen weten het ook niet. Ze kijken in elk geval allemaal ontredderd bij de groente vandaag. Alsof ze geen idee hebben wat ze daar staan te doen. Mijn telefoon gaat nog een keer. De mensen grijpen naar hun tassen. Maar het is weer niet voor hen. Ze duwen de karren voort. Miezerige mensen. Met een half lege mand aan mijn arm, ren ik naar de kassa. Omdat ik wil weten wie mij gebeld heeft. Op dit tijdstip.
Ze belde omdat ze me haar boek wilde komen brengen. En wel meteen.
Ik heb dan ook geen tijd om verder te schrijven nu. Ik moet lezen in De kleine miezerige god van Esther Gerritsen. Alleen de titel is al briljant. Het boek ligt over twee weken in de winkel. Dus dan mogen jullie ook allemaal...
Ze belde omdat ze me haar boek wilde komen brengen. En wel meteen.
Ik heb dan ook geen tijd om verder te schrijven nu. Ik moet lezen in De kleine miezerige god van Esther Gerritsen. Alleen de titel is al briljant. Het boek ligt over twee weken in de winkel. Dus dan mogen jullie ook allemaal...
woensdag 27 augustus 2008
Geen tijd
We hadden nog broccoli.
En rijst.
Dus toen heb ik uit de vriezer het laatste kipfiletje gepakt.
En dat in stukjes gehakt.
Omdat ik geen boodschappen had gedaan.
Vandaag nog nergens was geweest.
Alleen heen en weer naar de crèche geracet.
En rijst.
Dus toen heb ik uit de vriezer het laatste kipfiletje gepakt.
En dat in stukjes gehakt.
Omdat ik geen boodschappen had gedaan.
Vandaag nog nergens was geweest.
Alleen heen en weer naar de crèche geracet.
dinsdag 26 augustus 2008
Het onzekere vrouwtje
Toen ik 22 was, in mijn eentje in de van Eeghenstraat woonde en een uitkering aan had gevraagd in de Banstraat, kwam ik in het Vondelpark Robert tegen. Een 45-jarige multidisciplinaire kunstenaar die zag dat ik bijzonder was. 'Ik kan meteen aan je zien dat je een bijzonder individu bent', zei hij. Daarom wilde hij foto's van me maken. Ik voelde me al gevleid omdat hij me 'een individu' genoemd had.
Een week later ontmoette ik Robert in Vertigo. We zouden eigen werk uitwisselen. Plechtig overhandigde ik hem mijn eerste lange verhaal 'Doof dat vuur', hij mij een porno-scenario. Exit Robert.
Ik was 35, stond voor de HEMA in de Pijp mijn fiets van het slot te halen, kind achterop. Een oudere artistiekeling liep voorbij, gebogen en in haastige pas. Ter hoogte van mij stopte hij plotseling. Hij keek op.
'Wow! Jij hebt een bijzondere kop,' zei hij. 'Ik ben fotograaf.' Hij bleef naar me kijken. Alsof ik zijn gouden medaille was.
Totdat m'n kindje begon te krijsen en ik, op de achterkant van een Aldi-bonnetje, zijn naam en website kreeg. Robert, las ik.
'Ik kan iets heel moois van je maken', riep Robert me na, 'als je contact opneemt.'
Thuis bekeek ik zijn website en sloeg mijn dagboek erop na. Het leed geen twijfel. Dit kon ook geen toeval zijn. Hier waren buitenaardse krachten in het spel.
'Dat is zo'n vent die dat dus bij iedereen doet,' zei man. 'Het is altijd wel een keer raak natuurlijk. Bij zo'n onzeker vrouwtje.'
Exit Aldi-bonnetje.
Een week later ontmoette ik Robert in Vertigo. We zouden eigen werk uitwisselen. Plechtig overhandigde ik hem mijn eerste lange verhaal 'Doof dat vuur', hij mij een porno-scenario. Exit Robert.
Ik was 35, stond voor de HEMA in de Pijp mijn fiets van het slot te halen, kind achterop. Een oudere artistiekeling liep voorbij, gebogen en in haastige pas. Ter hoogte van mij stopte hij plotseling. Hij keek op.
'Wow! Jij hebt een bijzondere kop,' zei hij. 'Ik ben fotograaf.' Hij bleef naar me kijken. Alsof ik zijn gouden medaille was.
Totdat m'n kindje begon te krijsen en ik, op de achterkant van een Aldi-bonnetje, zijn naam en website kreeg. Robert, las ik.
'Ik kan iets heel moois van je maken', riep Robert me na, 'als je contact opneemt.'
Thuis bekeek ik zijn website en sloeg mijn dagboek erop na. Het leed geen twijfel. Dit kon ook geen toeval zijn. Hier waren buitenaardse krachten in het spel.
'Dat is zo'n vent die dat dus bij iedereen doet,' zei man. 'Het is altijd wel een keer raak natuurlijk. Bij zo'n onzeker vrouwtje.'
Exit Aldi-bonnetje.
maandag 25 augustus 2008
Aan de andere kant van het water...
We namen de pont. Het waaide straf in Noord. Het miezerde ook een beetje. Nergens een schommel voor Jeetje. Of voor ons een cafeetje. We fietsten langs het huis dat te koop stond. Mijn ouders hadden hun fietsen speciaal meegenomen. Er passeerde ons geen auto. Er waren geen mensen buiten. Alleen oud vuil. We trapten door.
'Het is in elk geval lekker rustig, hier!' doorbrak ik de stilte.
Zodra we het water weer over waren, brak de lucht meteen open. De zon begon te schijnen. Er was leven op straat. Er waren kroketten, kinderen, kranten. Bekenden die me vertelden dat er een goede recensie van mijn boek in Trouw stond. En overal schommels. Het was paradijselijk aan de andere kant van het water.
'Het is in elk geval lekker rustig, hier!' doorbrak ik de stilte.
Zodra we het water weer over waren, brak de lucht meteen open. De zon begon te schijnen. Er was leven op straat. Er waren kroketten, kinderen, kranten. Bekenden die me vertelden dat er een goede recensie van mijn boek in Trouw stond. En overal schommels. Het was paradijselijk aan de andere kant van het water.
Abonneren op:
Posts (Atom)