maandag 19 januari 2015

Zicht

De nevel is te dik vandaag. Het blijft een uitzichtloze situatie. Aan het eind van de dag, vlak voor etenstijd, ren ik de mist in. Ik verdwijn uit beeld. En keer ook weer terug uit die spookwereld.
'Ik wil iets kijken,' zegt Deetje zodra ik binnenkom.
'Ik wil niets kijken,' zegt haar vriendje.
'Ik wil wél iets kijken.'
'Ik wil niets kijken,' zeg hij.
En zo zitten we in een impasse.

zaterdag 17 januari 2015

Eerste les

'Wie weet wat theater is?' vroeg de toneeldocente. 
De kleuters zaten in een kring om haar heen, op gekleurde kussentjes. Er was één leeg rood kussentje. Mijn kleuter zat nog aan de kant, tussen mijn benen. 
'Jullie worden iemand anders dan jezelf,' zei de theaterdocente.
De kleuters fronsten hun wenkbrauwen.
'Dat is the-ater,' zei ze iets harder. 'To-neel. Heel Iemand Anders Worden.'
Daarna noemden ze de namen op en mochten de kleuters één voor één naar voren komen. Ze plakte een sticker met naam op hun trui. Mijn kleuter weigerde haar sticker.
'Zo,' zei de toneeldocente, 'nu weet ik hoe jullie heten en dan kunnen jullie óók zien hoe de andere kinderen heten.'
Dit kan nog wel eens een héél ingewikkelde cursus worden, zag ik de vier- en vijfjarigen denken.


donderdag 15 januari 2015

Vrijheid (234)

Welgeteld één keer werd ik 'bedreigd' om een blog. Een stel uit de buurt stond op een avond voor mijn deur. Ik was van plan het stukje ook als column te gebruiken voor het buurtkrantje, maar mij werd te verstaan gegeven dat ik dát niet moest proberen. Ook eisten ze dat de gewraakte tekst binnen nu en morgen van de site gehaald werd. Want anders...
Nou, dat was wat zeg. Wat ik schreef deed er echt toe. Het voorval gaf twee weken lang reuring in mijn straat.  Ik herinner me de zwoele avonden waarop we met z'n allen buiten stonden, met bier en wijn, en de vijand analyseerden. Niets zo gezellig als een gezamenlijke vijand.
Een enkeling zei dat ik me niet moest laten tegenhouden door een bedreiging. De meesten waren toch wel van mening dat ik de column beter niet kon plaatsen. Waarom zou ik gezeik willen? De kinderen in gevaar brengen? Ja, in die termen spraken we er over.
Maar na verloop van tijd was de lol er af. Ik schreef een andere column. De vijand verhuisde. Niemand reageerde nog op mijn stukken.

dinsdag 13 januari 2015

Loslaten

Het was vijf voor drie en ik moest mijn stoel nu echt naar achteren schuiven. De werkdag zat er al op terwijl die net begonnen was. Door de motregen rende ik naar de basisschool. De juf in de deuropening was bijna al haar kleuters al kwijt, maar mijn vierjarige stond nog braaf te wachten achter haar rug. Mijn negenjarige voegde zich bij ons. We liepen terug naar huis, ze gaven me - synchroon - een gedetailleerd verslag van hun dag, en ik had het idee dadelijk nog wel even te kunnen werken.


vrijdag 9 januari 2015

Mening

Mijn mening hou ik vaak 'wijselijk' voor me. Terwijl dat helemaal nooit nodig blijkt te zijn. Ik mag alles zeggen.

donderdag 8 januari 2015

Iedereen

Voor negenen in een stille supermarkt. In de rekken zwarte kranten met witte koppen: 'Bloedige aanslag op onze vrijheid' en 'Aanval op de democratie'. Ik loop het rek snel voorbij, vul mijn winkelmandje met de ingrediënten voor de tajine-maaltijd van vanavond en ga naar de kassa. Achter mij legt een moslima drie broden op de band en een pak melk. Ik leg het balkje tussen ons in om de grenzen tussen mijn en haar boodschappen te markeren. Ze is tenger, bleek en staart naar de tegelvloer. Ik weet niet of ze altijd zo schuchter is? Ik ben blij dat ik haar nu niet ben, dat weet ik wel.
In de media gaat het alweer over wij tegen zij. En zij hoort dan bij zij. Ik bij wij. Dat heb ik toch liever.
Al hebben deze vrouw en ik er net zo weinig mee te maken. Of veel.
Al bestaat er geen wij en geen zij. Ergens las ik: het gaat om iedereen tegen bijna niemand. Dat lijkt me belangrijk om te onthouden.

dinsdag 6 januari 2015

Klagen

'Waarom steken mensen vuurwerk af?' vraagt Fabio. 'Snap jij dat nou, Elkie? Ze steken vuurwerk af. En dan gebeuren er ongelukken, ze verliezen hun hand of hun oog, en dan gaan ze klagen. En maar klagen.'
'Mensen vinden vuurwerk leuk.'
'Ik ben heel bang voor de knallen,' zegt hij. 'Ik lag al om elf uur in bed.'
'Dus jij hebt niet gefeest?'
'Het is geen tijd voor feest, Elkie.' Hij kijkt me aan. 'En ik hou ook niet van feest.'
'Jij bent geen feestbeest.'
'Nee,' zegt Fabio. 'Ik snap het niet. Mensen gebruiken alcohol, ze roken, ze eten veel te vet. Waarom doen ze dat?'
'Mensen willen uit hun dak gaan.'
'Ja, en dan worden ze ziek, en dan gaan ze weer klagen.'
'Mensen klagen graag.'
'Ik mag klagen,' zegt hij, 'En jij ook, Elkie. Wij doen niks verkeerds en als je dan iets overkomt  màg je klagen. Dan kun je er zelf niks aan doen.'
'Ja,' zeg ik braaf.  'Wij doen niks verkeerds. Wij mogen klagen.'