vrijdag 20 mei 2016

Geestkracht en Levenslust

De gevangenen maaiden mijn gras. Van binnen naar buiten keek ik en stak mijn hand op. 'Hohoi!'
Ze reden rond mijn pastorie op elektrische grasmaaiers. In oranje hesjes. Ze hadden langwerpige magere koppen. Ik zou er zo tussen passen. Niet een keer keken ze op naar mij.

'Ik heb een ├ęchte bodemloze put in de tuin,' schreef ik een collega.
'Voor de gevangenen?'
'Of de schrijvers. Da's ongeveer eender.'
'Precies. In onze tower of song,' schreef ze.

Soms weet ik niet of ik zelf in detentie ben of dat het de uitstraling van het dorp is die bij tijd en wijlen naar binnen slaat. Veenhuizen is het vreemdste dorp dat ik ken. Het meest hou ik hier van het Pastoors Smitslaantje. Het is onverhard en daardoor ongedwongen. Met die hoge bomen ernaast.
Er staan overal rijksmonumenten met strenge teksten op de gevels: Opvoeding. Controle. Orde en Tucht. Werk en Bid. Leering door voorbeeld.
Opvoeding staat te koop.
Het kapitale pand waarop Geestkracht staat is dichtgespijkerd. Planken voor de ramen en de voordeur. Hoog gras in voor en achtertuin. Opgesloten zijn is niet goed voor Geestkracht.
Recht tegenover de gevangenis staat Levenslust.
Ook Levenslust is te koop. Het is allemaal een stuk minder duur hier dan in de randstad. Levenslust is hier tenminste nog te betalen. Geestkracht moet gekraakt worden.

Op de pastorie, toch ook een kapitaal pand, staat geen opvoedkundige leuze. Dat komt: Pastoor Smits rules here. Misschien had er Liefde op deze gevel moeten staan. Dat miste ik nog een beetje hier.


Geen opmerkingen: