Ik wil naar buiten. Frisse lucht. Bewegen. Maar wil niet opstaan van mijn stoel.
Ik besluit dat ik geen televisie meer kijk - ik neem zo'n besluit dus omdat ik met meer aandacht wil leven en ik toch al bijna nooit meer keek en me dat uitstekend beviel, dus waarom er geen weloverwogen besluit van maken? - nu zit ik al twee avonden achter elkaar als een dolle tv te kijken. Tot na Pauw en Witteman.
O, wat ben ik toch gelukkig! juich ik. Dit is echt geluk. En die ontzettende rust die me overvallen is. De regen voelen op je wang en zo. Van die kleinigheden. Die ik nu écht opmerk. Een dag later al heb ik totaal geen zin meer in het leven als het zo moet. Met die onrust. Iedereen vlucht maar wat. En altijd alles hetzelfde.
Ach, zeg ik weer eens tegen mij: suiker heb je al een paar dagen niet of nauwelijks gegeten. Geen troepjes tussendoor. Volhouden zo! En dan trek ik een zak drop open en eet.
Ik heb net in de V&D met een oude mevrouw staan praten. Over hetzelfde brood dat we kochten. Ik liet haar voorgaan. Toen ik weer buiten bij het fietsenrek stond, dacht ik - heel tevreden - dat ik een in en in goed mens moest zijn. Zó zachtmoedig. Geduldig. Lief voor de medemens. En dat láng niet iedereen mij dit na zou doen. Toen trok ik mijn fiets naar achteren en knalde 'm zo, zonder te kijken, tegen een dame aan die net voorbij kwam lopen.
Die mevrouw kreeg een voorwiel in d'r maag. En ik trok mijn legerpet over mijn ogen en verdween.
dinsdag 22 januari 2008
maandag 21 januari 2008
Waar verdien je de kost mee?
De meneer van de cultuurcommissie kijkt me vorsend aan. In zijn bordeauxrode spencer. Duidelijk een belangrijk man. Ook zijn lichaamslengte is ernaar. Hij beoordeelt kwaliteit. Zijn blik is niet vriendelijk noch onvriendelijk. Het is een man die dingen wil wéten. Begrijpen. Een erudiet man. Een begenadigd type.
'Aha, een bundel jaja. Maar waar verdien je dan de kóst mee?' vroeg hij.
Ja f*ck ja. Daar vroeg hij me meteen al wat.
'Ja, tja, tja, ja', lachte ik.
Ergens verdiende ik de kost wel mee. Een beetje kost. Een dun belegde boterham. Ik schreef wat in opdracht, bewerkte hier en daar iets en kreeg wat voor- of naschotjes. Maar dat kon ik deze meneer niet vertellen. Het klonk gewoon niet helder. Niet consistent. Er zat geen vloeiende lijn in. Dat wist ik ook wel. Want waar was het gróte economische plan achter mijn handelen? Waar ging ik naartoe? Hoe wilde ik dat dan precíes gaan doen? En wàt als ik er helemaal alleen voor kwam te staan in deze grote boze wereld? Als Vrouw. Moeder. En zo meer.
'Aha, jaja,' knikte hij.
En ik kan hem ook niet gaan vertellen dat ik net met pensioen ben. Daar is deze ouwe vent veel te clever voor.
Trouwens f*ck ik krijg niet eens pensioen.
'Aha, een bundel jaja. Maar waar verdien je dan de kóst mee?' vroeg hij.
Ja f*ck ja. Daar vroeg hij me meteen al wat.
'Ja, tja, tja, ja', lachte ik.
Ergens verdiende ik de kost wel mee. Een beetje kost. Een dun belegde boterham. Ik schreef wat in opdracht, bewerkte hier en daar iets en kreeg wat voor- of naschotjes. Maar dat kon ik deze meneer niet vertellen. Het klonk gewoon niet helder. Niet consistent. Er zat geen vloeiende lijn in. Dat wist ik ook wel. Want waar was het gróte economische plan achter mijn handelen? Waar ging ik naartoe? Hoe wilde ik dat dan precíes gaan doen? En wàt als ik er helemaal alleen voor kwam te staan in deze grote boze wereld? Als Vrouw. Moeder. En zo meer.
'Aha, jaja,' knikte hij.
En ik kan hem ook niet gaan vertellen dat ik net met pensioen ben. Daar is deze ouwe vent veel te clever voor.
Trouwens f*ck ik krijg niet eens pensioen.
zondag 20 januari 2008
Zonder mij
Sinds ik de verhalen - vrijdag - in een zekere brievenbus gepropt heb, denk ik constant aan ze. Aan hoe het met ze is. En of het eigenlijk wel verantwoord was. Wie ze nu in handen heeft. Of zitten ze ergens opgesloten in een tas? Misschien liggen ze er nu nog wel. Op de gedeelde voordeurmat.
Ik vraag me steeds af of ze daadwerkelijk naar Maastricht afgereisd zijn. Met de trein. Mijn verhalen. Naar Maastricht. Met een vreemde meneer. Ze zullen niet weten wat ze meemaken. Ze zijn behoorlijk beschermd opgevoed, moet je weten.
Misschien zijn ze wel in heel verkeerde handen gevallen. In die van de persoon die op 2 hoog woonde, of op 3 hoog. Je weet toch niet wat voor mensen dat zijn hè. En of ze d'r affiniteit mee hebben. Wie weet wat er daar met hen gedaan wordt. Zonder mij.
Of wat er over ze gedacht wordt. Enz.
Ik vraag me steeds af of ze daadwerkelijk naar Maastricht afgereisd zijn. Met de trein. Mijn verhalen. Naar Maastricht. Met een vreemde meneer. Ze zullen niet weten wat ze meemaken. Ze zijn behoorlijk beschermd opgevoed, moet je weten.
Misschien zijn ze wel in heel verkeerde handen gevallen. In die van de persoon die op 2 hoog woonde, of op 3 hoog. Je weet toch niet wat voor mensen dat zijn hè. En of ze d'r affiniteit mee hebben. Wie weet wat er daar met hen gedaan wordt. Zonder mij.
Of wat er over ze gedacht wordt. Enz.
zaterdag 19 januari 2008
De buren zijn niet thuis
O God! Ze zijn al de héle dag niet thuis en het regent. De bakfiets is weg. Ze zouden toch niet echt naar die andere stad gefietst zijn? Wacht even, meenden ze dat serieus dan? Ze zijn toch niet stiekem nú een huis aan het kopen? Met een tuin van 24 meter diep. Zo op deze druilerige zaterdag in januari. O God, de buren zijn weg. En misschien blijven ze ook wel meteen; vandaag nog. Zo leuk vinden ze het daar. Zo geweldig leuk. Met die tuin. En al die ruimte. En die leuke nieuwe stad. En dan hebben wíj onze buren ineens niet meer. Terwijl ons dochtertje in de veronderstelling leeft dat ze in deze straat twee huizen heeft om in te wonen. O God! Hoe moeten we het haar vertellen? En ze zouden nog wel naar dezelfde geweldige lagere school gaan. En later, als ze zouden gaan stappen, zouden ze elkaar altijd naar huis brengen. Zodat wij allemaal heel rustig konden slapen.
vrijdag 18 januari 2008
Op ditzelfde moment
Met mijn benen omhoog lig ik, een riem er strak omheen getrokken, een opgerolde deken in mijn rug en een pittenzakje op mijn ogen in een gymzaal. Ontzettend te relaxen. En bovenal: ontzéttend in het moment te blijven. De yogajuffrouw zegt zacht: 'je hoort alleen de regen en de wind buiten.'
Precies, dat hoor ik. Slagregens. Rukwinden. Orkanen.
Ik moet er maar liever niet bij denken dat ik daar over een kleine tien minuten al middenin verkeer. Rondtollend. Zeiknat. Daar gaat mijn moment al.
Voor de les heb ik een dikke envelop met mijn werk bij meneer de schrijver door de brievenbus gedrukt. Maar heb ik nou ál die vijftien handgeschreven briefjes er per ongeluk bij gedaan? Ik kan me gvd maar niet herinneren waar ik die mislukte brieven gelaten heb. Zou hij - op ditzelfde moment - mijn verhalen uit de envelop aan het halen zijn en daar dus vijftien aanzetten van een begeleidend schrijven bij vinden? Ik was telkens opnieuw begonnen met dezelfde brief. Omdat ik de juiste toon eerst niet kon vinden, toen het juiste handschrift niet en daarna verschreef ik me steeds, of de inkt vlekte uit omdat ik met links schrijf. Of ik vond het weer iets te onzeker overkomen, dan weer te kil, of echt heel slecht verwoord. Dan weer té mooi.
Het bloed stijgt in één klap terug naar mijn benen. Dat is knap. Omdat ze dus in de lucht hangen.
Precies, dat hoor ik. Slagregens. Rukwinden. Orkanen.
Ik moet er maar liever niet bij denken dat ik daar over een kleine tien minuten al middenin verkeer. Rondtollend. Zeiknat. Daar gaat mijn moment al.
Voor de les heb ik een dikke envelop met mijn werk bij meneer de schrijver door de brievenbus gedrukt. Maar heb ik nou ál die vijftien handgeschreven briefjes er per ongeluk bij gedaan? Ik kan me gvd maar niet herinneren waar ik die mislukte brieven gelaten heb. Zou hij - op ditzelfde moment - mijn verhalen uit de envelop aan het halen zijn en daar dus vijftien aanzetten van een begeleidend schrijven bij vinden? Ik was telkens opnieuw begonnen met dezelfde brief. Omdat ik de juiste toon eerst niet kon vinden, toen het juiste handschrift niet en daarna verschreef ik me steeds, of de inkt vlekte uit omdat ik met links schrijf. Of ik vond het weer iets te onzeker overkomen, dan weer te kil, of echt heel slecht verwoord. Dan weer té mooi.
Het bloed stijgt in één klap terug naar mijn benen. Dat is knap. Omdat ze dus in de lucht hangen.
donderdag 17 januari 2008
Aandacht
Ik oefen in aandacht hebben voor de dingen. Eén op één aandacht. Aandacht voor elk afzonderlijk kopje bij de afwas, voor het afdrogen van elk theelepeltje. Aandacht bij het lichaam dat nu zit en mijn vingers die typen. Aandacht bij dit stukje over aandacht. Aandacht bij het kammen van mijn haar, het vouwen van elk t-shirt, het uitwerken van één idee, het één voor één overlezen van m'n verhalen en niet halverwege snel door beginnen te bladeren. Of erger; in slaap vallen. Aandacht voor het kauwen van de boterham in de ochtend en daarbij niets anders doen.
Goed, dat is dus nog een hele klus.
Aandacht bij dit stukje alleen al is driehonderdzestig keer ergens anders heengegaan. Bijvoorbeeld naar wat de beste lezeres van Nederland gisteren allemaal zei, met welk verhaal ik zo dadelijk door zal gaan, de voorkant en dat ik niets heb om vanmiddag aan te trekken bij de BNG literatuurprijsuitreiking waar Jan van Mersbergen moet winnen. Maar ik schat Saskia Coster toch ook hoog in. Dat ik sowieso geen kleren meer heb. Dat ik nodig moet winkelen. Afgedwaald.
Goed, dat is dus nog een hele klus.
Aandacht bij dit stukje alleen al is driehonderdzestig keer ergens anders heengegaan. Bijvoorbeeld naar wat de beste lezeres van Nederland gisteren allemaal zei, met welk verhaal ik zo dadelijk door zal gaan, de voorkant en dat ik niets heb om vanmiddag aan te trekken bij de BNG literatuurprijsuitreiking waar Jan van Mersbergen moet winnen. Maar ik schat Saskia Coster toch ook hoog in. Dat ik sowieso geen kleren meer heb. Dat ik nodig moet winkelen. Afgedwaald.
woensdag 16 januari 2008
Mijn dringende schrijven
Sinds de invoering van email is het begonnen en nu telefoneer ik vrijwel nooit meer. Een enkele keer met mijn moeder. Als zíj mij belt dan. Want zelfs mijn ouders durf ik niet goed te bellen. Als ik eenmaal iemand aan de lijn heb, durf ik namelijk ook niet op te hangen. Pas als mijn vader zegt: 'ik krieg pien an mien oor' weet ik dat het mag.
Neem het bellen van de tandarts of de kapper. Ik ben bang dat die lui net echt ontzettend aan het balen zijn van hun werk. Dat ze altijd maar in die open monden moeten wroeten, of op iemands kop zitten te kijken. En dan bel ik weer met mijn vraag.
Soms moet ik echt iets melden. En dan is mijn elektronische post of sms niet aangekomen. Of men heeft gewoon niet direct gereageerd. In elk geval ik krijg geen antwoord op mijn dringende schrijven. Dan zit ik echt heel diep in de piepzak. Gisteren was ik de hele dag chagrijnig. Zeg maar: depressief. Omdat ik iemand op moest bellen om te zeggen dat ik vandaag wel bij haar kon komen, in plaats van zij bij mij.
(Tijdens een telefoongesprek had ik dit ook allemaal niet gezegd trouwens)
Neem het bellen van de tandarts of de kapper. Ik ben bang dat die lui net echt ontzettend aan het balen zijn van hun werk. Dat ze altijd maar in die open monden moeten wroeten, of op iemands kop zitten te kijken. En dan bel ik weer met mijn vraag.
Soms moet ik echt iets melden. En dan is mijn elektronische post of sms niet aangekomen. Of men heeft gewoon niet direct gereageerd. In elk geval ik krijg geen antwoord op mijn dringende schrijven. Dan zit ik echt heel diep in de piepzak. Gisteren was ik de hele dag chagrijnig. Zeg maar: depressief. Omdat ik iemand op moest bellen om te zeggen dat ik vandaag wel bij haar kon komen, in plaats van zij bij mij.
(Tijdens een telefoongesprek had ik dit ook allemaal niet gezegd trouwens)
Abonneren op:
Posts (Atom)