woensdag 17 september 2008

Spontaan

Ik kan er niet zo goed tegen op het moment. Dat alles anders loopt. Maar lok het ook uit. Want gisteravond pakte ik - onafhankelijk van mezelf - de telefoon. En bleek ik spontaan een vriendin te bellen.
'Hee, met mij!' gilde ik in de hoorn.
'Hee? Jij?'
'Zal ik NU een kopje thee bij je komen drinken?'
'Is het soms ergens om?' vroeg ze.
Ik twijfelde meteen aan mijn ingeving. Ik had er verder totaal niet over nagedacht. Het idee niet uitgewerkt. Ineens was het in mij opgekomen nog een stukje te gaan fietsen. Frisse neus halen. Bijkletsen. Dus had ik de telefoon gepakt. Hele vreemde move ook eigenlijk. Als je het zo bekeek.
'Nee zomaar,' zei ik. 'Als ik je stoor? ik dacht gewoon, als het niet uitkomt, was ook maar een dom plannetje, moet nog schrijven...'
'Je komt dus niet om me iets heel speciaals te vertellen?' Ze lachte.

Als ik spontaan vriendinnen bel, denken ze dat ik wel zwanger moet zijn. Of bijna dood.

maandag 15 september 2008

De verschillen

Na heel wat grenzenaangeverij, geruststellerij en aanhouderij van mijn kant, het kind in bed weten te krijgen. En stil. Met hang-ogen zit ik nu achter de computer en kijk naar foto's van mijzelf. Dat doe ik altijd zodra het kind in bed ligt. Mij laven aan foto's van mijzelf. Van voor die tijd.
Mijn rimpelloze gezicht. Gave huid. De sprankelende oogopslag.
'Hoe lang was dit nou geleden?' roep ik naar de kamer.
'Dit was in 2003,' wordt er teruggeroepen.
Wat er in vijf jaar toch al niet kan gebeuren. Hoe een mens kan veranderen. Vergrijzen. Hoe snel dat proces eigenlijk gaat.

Voor mensen die denken dat ik mij echt zit verlustigen aan mijn eigen foto's. Mij werd gevraagd om een rechtenvrije afbeelding. Dus ik moest wel.
En ja, ik zag de verschillen heel duidelijk. Maar ik weet ook hoe een uiterlijk liegen kan.

zondag 14 september 2008

Uitfeest wereld.

'Mag ik een rolletje pepermunt?' vraag ik de kioskjongen op Utrecht Centraal.
'In wat voor wereld lééf jij?'
'Pardon?' (Die vraag is mij wel vaker gesteld. Maar ik had 'm nu totaal niet aan zien komen)
'Nou, er bestaat geen roze pepermunt.'
'Ik vroeg om een rolletje.'
Mijn hoofd bonkt. Ik ben van plan het rolletje dadelijk in één keer naar binnen te proppen. En zo de hoofdpijn -tevergeefs- weg te eten. 's Middags had ik het met Vlaamse friet geprobeerd.

Tussen de optredens door zat de schrijfster op een vuil stoeprandje met in haar tas haar boek waar ze over een uur weer uit zou voordragen, en in haar hand een Schannulleke-zak met mayo. Ze keek tegen benen van mensen aan. Een miljoen benen. Twee miljoen mensen op dit hele kleine stukje Utrecht-aarde. (Eh...andersom dus. Ze was in de fase dat ze kop noch staart onderscheidde) Van alle kanten geluid. Een cello concert, klavecimbels. 'Dromen zijn bedrog,' zong ergens een menigte. Housebeats. De hartklop van het Utrechts uitfeest. Een hiphopper hiphopte. Fanfare trompetterde langs de grachten. De stadsdichter declameerde een gedicht over De Geile Kooi. De patat was op. De schrijfster veegde het vet uit haar mondhoeken en begaf zich naar het Academiegebouw. Waar in een schoon en stil zaaltje het publiek zat.

Als ik me na zo'n dag met mijn zonnebloem en mijn rolletje pepermunt naar perron 5A begeef, roept de jongen me na: 'Een roze-pepermuntwereld is vast een hele mooie wereld!'

vrijdag 12 september 2008

Ik heb bedacht

Ik heb bedacht dat ik er niet over moet denken. Ik ga dan bedenken hoe het moet lopen en dan overzie ik het niet meer. Als ik gewoon doorga waar ik gebleven was, er induik dus - gaat het fijn. Maar als ik ga denken, ik kan niet denken, behalve als ik typ.
Zojuist een verhaal afgerond uit de serie: Hele, hele deprimerende mensen.
Heb ik veel lol aan.

donderdag 11 september 2008

Loekie

Er is een klopjacht door de stad geweest. Signalementen: oranje/geel, met zijwieltjes. Voorop zit een roze mandje. Weetjewel knalroze. Merk: Loekie. Nog van familie geweest.
De hele buurt gemobiliseerd. We spreken er op deze elfde september allemaal schande van; waar moet dat met de wereld naartoe als zelfs de kleinste fietsjes niet meer heel even onbewaakt voor Blokker kunnen staan wachten tot moeder en dochter terugzijn met hun droogtorens.
Toen Jeetje en ik - trots - met een nieuwe droogtoren en een kilopak wasknijpers naar buiten kwamen, was het fietsje spoorloos. Terwijl we zojuist nog een heel tijdje voor de Blokker hadden staan discussiëren over de parkeerplek van het vehikel - zij wilde aan de ene kant van het reclamebord, terwijl ik 'm al aan de andere kant had gezet - was ie nu helemaal weg.
Ik keek naar links en naar rechts. Mensen boden spontaan aan op zoek te gaan naar het fietsje.
Maar het kwaad was al geschied.

woensdag 10 september 2008

Vandaag

Nieuw Amsterdam TV kwam filmen.
Een vriendin was mijn boek aan het lezen en belde op. 'Alsof ik even in jouw hoofd mag kijken!' Om daar direct aan toe te voegen: 'Jij hebt wel een naargeestig hoofd zeg.'
Een vriendin mailde dat ze niet in pais en vree met zichzelf leefde vandaag. Misschien morgen wel. Of misschien toch emigreren.
Een andere vriendin mailde dat ze de zucht naar zoetigheid niet had kunnen onderdrukken. En dat ze iets zocht maar niet wist wat.
Mijn moeder belde om te melden dat hun hond ziek was en in twee dagen alleen één nat boterhammetje op had.
De fietssleutel was kwijt toen ik op het punt stond om Jeetje op te halen bij de crèche. De fietssleutel werd niet gevonden.
Jeetje kreeg een woedeaanval toen ik kwam.
Jeetje kreeg nog een woedeaanval toen ik zei dat we gingen lopen.
Jeetje besloot midden op de Weesperzijde te gaan zitten. Tijdens spitsuur.

Bij yoga moesten we ons zwaar laten worden. Zo zwaar dat we in de vloer een afdruk achter zouden laten, zoals op het strand.
Daar lig ik nu nog.

dinsdag 9 september 2008

Een vreemdeling op aarde

Een vreemdeling op aarde ging de zon buiten zetten. Nee, de kranten en de lege flessen. De vreemdeling wist het niet vandaag. Hoe het verder moest, met alles. En toen lag er die uitpuilende zak met boeken bij de krantenbak. Ze voelde meteen dat hier het antwoord in zou zitten. En begon te graaien. Alle delen van de Celestijnse Belofte liet ze in elk geval liggen. Die konden er niets mee te maken hebben. Een vreemdeling op aarde van Boeli van Leeuwen, ook niet.
Wel stopte ze in haar tas:
Oblomow, Gontsjarow
Een Man, Oriana Fallaci
Het oneindige plan, Isabel Allende
Eerlijk als Gold, Joseph Heller
De Zuilen van Hercules, Paul Theroux
Evita, Nicholas Fraser
Zusters op reis, opwindende reisverhalen van vrouwen.
Een reis door Spanje, Jozef Israëls
Casablanca, Adriaan van Dis
Brieven aan Olga, Vaclav havel
De gesloten tuin, Elizabeth Peters.
Heden ik, Renate Dorrestein - toen ik op een ochtend uit onrustige dromen ontwaakte merkte ik dat ik in mijn bed in een reusachtig stuk stopverf was veranderd.
Als laatste: Een vreemdeling op aarde, Boeli van Leeuwen.
Ze was er weer voor teruggelopen. Ze kon het niet over haar hart verkrijgen het boek niet mee te nemen. Vanwege die titel, vermoedelijk.
Vertel haar: wat moet zij uit deze vondst opmaken?