vrijdag 23 januari 2009

Scheppingsverhaal

'Mama, heel, héél vroeger toen ik nog in de buik zat...' begint Jeetje.
'Ja, wat was er toen?'
'Toen hadden mensen dìt huis gebouwd, het huis waar wij nu in wonen, en die mensen zijn al heel lang dood.'
'Ja?'
'Toen waren er ook dinosaurussen...'
'Dinosaurussen?'
'Ja, die groeiden en groeiden maar.'
Jeetje zit tegenover mij een boterham met stroop te eten en legt, terwijl ze praat, de korstjes een voor een opzij.
'Er liep al wel een mensje toen,' zegt ze. 'De dinosaurussen wilden het mensje ook opeten. Maar het mensje rende heel hard weg. Dat vonden ze niet zo erg. De dinosaurussen aten eigenlijk toch alleen gras. Maar ze werden veel te groot. Zó groot dat ze uitgestorven waren.
'En toen?'
'Toen kwam ik uit de buik,' zegt ze. 'Uit jouw buik!'
Een met appelstroop besmeurd gezicht kijkt me aan.
Ik wil hier geen klef stukje van maken. Maar het klopt allemaal als een bus. Deze ontstaansgeschiedenis.

donderdag 22 januari 2009

Het verstopte putje

Al douchend trok ik plukjes vies haar uit de afvoerput - niet mijn haar natuurlijk, maar het haar van de beesten die hier stiekem douchen als ik de andere kant op kijk. Soms moet ik me op iets anders richten namelijk. De inauguratie van een president. Of de configuratie van een computer. Ik kan niet steeds de douche in de gaten houden.
Bij mijn doucheruimte moet je je een gangkast voorstellen.
Ik trok. De vochtplek op het plafond leek zich weer te hebben uitgebreid, ook de muurverf bolde per douchebeurt meer op. Alsof er daarachter iemand in ademnood zat.
Het rufte ontzettend, het waren rotte dotten. Ik trok, en trok, totdat ook de dikste dot - de boosdoener - er eindelijk uit floepte.
En daar stond ik, naakt, met een zwart muizenlijk in mijn handen. Bleek ik al die tijd aan zijn staart hebben staan trekken.
Ik schreeuwde. Het water was ook ineens kokend heet geworden. Alsof daarbuiten de koudwaterkraan dichtgedraaid werd.

woensdag 21 januari 2009

Mama aan de telefoon

'Ik lees liever gewoon een stukje voor,' zeg ik. 'Maar ze hebben bij de radio juist liever dat ik over mijn nieuwe werk kom práten. Snap je dat nou?'
'Natuurlijk,' zegt mama, 'dat is toch ook veel leuker.'
'O, ja?'
'Ja, ik hoor een schrijver ook véél liever praten, over zijn eenzame jeugd bijvoorbeeld, dan dat-ie voorleest,' zegt mama. Ze gaapt. Bij het idee alleen al, waarschijnlijk.
'Maar mama,' zeg ik, 'ik heb toch al weleens een verhaaltje voorgelezen op de radio. Vond je dat dan niet heel goed?'
'Jawel, kindje. Maar dat is voor nachtprogramma's. Dat is heel goed voor de mensen die niet kunnen slapen.'

dinsdag 20 januari 2009

De dingen

We zijn net echte mensen.
We trouwen.
We krijgen baby's. Of niet.
We maken dat we wegkomen.
Onze moeders liggen in het ziekenhuis.
Om over onze vaders maar niet te spreken.
We hebben het druk.
We klimmen hogerop. Raken aan lager wal.
We doen mee.
We komen er echt niet onderuit, de dingen.

maandag 19 januari 2009

De bedoeling

Om kwart voor zeven in de ochtend zwaaien Jeetje (3,5) en ik man na. Totdat hij in het donker is opgegaan.
‘Ik vind dat jij teveel thuis werkt, mama.'
‘Hoezo?’
‘En waarom werk jij altijd helemaal alleen?’
‘Eh..’
‘Waarom ga jij niet naar een ander huis om daar te werken met andere mensen?’
‘Ik eh....’
‘Mama,' legt Jeetje me - voor eens en altijd - uit, ‘het is eigenlijk de bedoeling dat jij naar een ander huis gaat, een heel groot gebouw met duizenden raampjes, duizenden lichtjes en andere mensen. Dan is één lichtje voor jou. En daar moet jij dan werken. ‘
‘O, zo.’

vrijdag 16 januari 2009

Oorotica

Ik was van plan, een diepgaand essayistisch, ik was van plan, maar dan besluit I-tunes de verhalen van Mieke Maaikes Obscene Kapsalon te gaan spelen. Verhalen van Louis Paul Boon. Herwerkt tot zinnenprikkelende oorotica. Door Tom van Dyck.
'Met z'n vinger volgde hij mijn reet en die liet hij in m'n strontholleke draaien.'
Ik was dus van alles van plan.

donderdag 15 januari 2009

Er zijn

Het was de eerste echte werkweek na de vakantie. Man had een klus van vanjewelste aangenomen, tot 's avonds. En ook ik had veel werk in het verschiet. Dus ik dook op maandagochtend al kilometers diep in het verhaal. Ik wilde niets anders. Toen ik Jeetje op kwam halen, was ik niet echt bovengekomen. Ja, tot aan de oppervlakte. Eigenlijk wilde ik dat al niet. Ik wilde liever beneden blijven.
En hierop besloot Jeetje dat ze liever op de crèche wilde blijven. Dus daar zaten we. Op de stenen traptreden. Kwaad.
En zo ging het elke dag.
Behalve vandaag. Toen was ik er echt. De hele dag. Met Jeetje.Er zijn, dat is pas hard werken.