vrijdag 20 februari 2009

Fernando Pessoa.nl

Hier moeten we met z'n allen naartoe. De hele maand maart.

Al heeft Fernando Pessoa zich schijnbaar heel naar over Nederland en België uitgelaten. Landen die niets bijdragen aan de beschaving en die net zo goed niet hadden kunnen bestaan. Vrouwen komen er bij hem ook zeer bekaaid vanaf.
Maar ik blijf dol op hem en de zijnen.

donderdag 19 februari 2009

Het leven volgens Jeetje

'Als jij nu nog één keer met eten gooit, zet ik je op de gang!'
'Laat jij mij dan de hele week staan?' vraagt Jeetje.
'Ja!'
'Ook als ik dood ben.'
'Dan ook.'
'Dat is een grapje, hè?' Jeetje kijkt me aan. Een mengeling van vrees en ongeloof.
'Je gaat niet dood op de gang.'
'Maar hoe weet jij dat?'

Na de maaltijd maken we nog een avondwandeling. Met zaklamp. Precies als we op de vuilniscontainer schijnen, gaat het deksel open. Er komt een hele lange, groene hand uit. Die ons begint te achtervolgen. We rennen.
'Dat was geen echte groene hand, hè' zeg ik als we van hem af zijn, 'dat maakt onze fantasie ervan.'
'Waarom maakt onze fantasie dat ervan?'
'We hebben veel fantasie.'
'Ja,' zegt Jeetje, 'dit paaltje bijvoorbeeld, is ook helemaal geen spook.'

Binnen reciteert ze: Dan ga ik zo m'n pyjama aan doen, yoghurt eten, tandenpoetsen, ga jij mij een verhaaltje voorlezen, slapen, morgen sta ik op, vitaminesnoepje, boterhammen eten, spelen, weer spelen en dan ga ik weer eten, wandelen, pyjama aandoen, verhaaltje, slapen, opstaan, in mei ga ik naar de basisschool, kom ik weer thuis en ..'
'Ja, leuk allemaal, hè!' onderbreek ik haar. 'Het blijft zich herhalen.'
'Dan gaan we dood,' zegt ze.
'Als we stokoud zijn.'
'Ja,' zegt ze. 'En dan komen we niet meer terug.'

woensdag 18 februari 2009

De schouders eronder.

Onze minister-president hamert erop dat we er alleen zullen komen als we samen de schouders eronder zetten.
Zijn gezicht lijkt van was.
'We kunnen in deze inktzwarte tijd niet zonder elkaar,' stelt hij nog maar eens. 'We zullen er samen de schouders onder moeten zetten.'
'Ik wil mijn schouders er best onder zetten, meneer de minister-president,' roep ik, 'maar waaronder? In hemelsnaam waaronder?'
Man en ik kruipen tegen de radiator. Schouder aan schouder. Met een dekentje over onze schoot. Alleen het blauwe licht van de televisie.
We fluisteren - zodat de president het niet hoort - over al die werklozen die hun grote huizen uit moeten. En dat wij zo'n huis dan voor een schijntje gaan kopen.

Leef ongeraffineerd

Zeggen de kloostergedachten van Broeder Alexius.

dinsdag 17 februari 2009

Wegens werkzaamheden

Het zou kunnen gebeuren dat ik de komende tijd niet élke dag een stukje tik voor Elke Dag. Omdat ik anders aan het tikken blijf. En zo'n getikt stukje toch altijd meer tijd kost.

maandag 16 februari 2009

Hallo en dag

Jeetje zegt nooit iemand gedag als ze weggaat. En dat schijnt wel heel belangrijk te zijn. 'Jeetje, ga jij eens even terug om gedag te zeggen,' zeg ik als we alweer in het halletje van de crèche staan. Er tussenuit geglipt zonder dat iemand het merkte. 'Hup!' Ik geef haar een duwtje in de rug. 'En zeg ook meteen gedag van mama,' fluister ik.
Jeetje gaat niet.
'Dit gedrag is dus typerend voor kleine meisjes,' zeg ik als ik haar achterop mijn fiets zet. 'In mei word je al vier jaar.'

Jeetje zegt ook al nooit 'hallo' op feestjes. Ze geeft de mensen geen hand. Ze stelt zich niet voor. In plaats daarvan verdwijnt ze naar achteren. Ik hol achter haar aan.
'Jeetje kom eens terug,' zeg ik. 'Geef die rare, vreemde mensen eens allemaal een handje. En stel je netjes voor.'
Jeetje blijft op haar schuilplaats zitten. Ik erbij.
'Kom op. Je bent een grote meid,' moedig ik haar aan. 'Die geelgroene wezens bijten niet.'

zondag 15 februari 2009

De buurvrouw

We staan in het smalle gangetje van de bovenbuurvrouw. We zakken diep weg in het tapijt. Jeetje krijgt bevliegingen van idiotie. Die krijgt ze daar alleen. Ik heb de buurvrouw in het nieuwe jaar nog niet officieel gezien. Het is al bijna maart. Maar in mijn dromen kijkt ze me elke nacht lang aan.
Ze heeft zilverfolie om haar pols, een stuk gelig verband eromheen gewikkeld en een geïmproviseerde mitella om. Om haar enkel zit ook zoiets dergelijks.
'In het weekend ga ik de dokter niet bellen,' zegt ze.
'Nee.'
'Maar ik zwel helemaal op.'
'O, jee.'
Ze is weer kleiner geworden is. Ze komt tot aan mijn middenrif nu. Vroeger kwam ze nog tot aan mijn schouders.
'Ik dacht dat jullie verhuisd waren.'
Jeetje begint met sinaasappels te smijten.
'We moeten gaan,' zeg ik.