In mijn tienerjaren had ik eerst verkering met een Marokkaanse jongen die maar niet geloofde dat water kon bevriezen. Ook niet toen hij met eigen ogen zag dat iedereen erop aan het schaatsen was.
Een Surinaamse jongen die, waar hij ook ging, een popster nabootste. Totdat hij met zijn grote voorbeeld samengevallen was. Zijn ware gezicht, als dat bestaat, heb ik nooit gezien.
Een Chinese/Indonesische en-nog-wat jongen die zichzelf Face noemde, in drugs handelde en op een dag zijn been gebroken had.
'Maar hoe kom je daar nou toch bij, Face?' zei ik door de telefoon. 'Dat je kunt vliegen.'
'Ik kan toch vliegen,' zei hij.
'Vlieg maar niet te hoog,' zei ik.
Ze hadden met elkaar gemeen dat ze ontworteld waren. Het waren de eenzaamste jongens die ik ooit tegengekomen was.
En alledrie zeiden ze dat ze van gewone, onschuldige meisjes uit kleine dorpjes hielden. Ik heb ze geen moment beter leren kennen. Zij mij ook niet. We zijn nooit meer van elkaar te weten gekomen dan de façade die we ophielden.
dinsdag 30 juni 2009
maandag 29 juni 2009
Heel, heel koud
In het weekend kwam ik iemand van de uitgeverij tegen.
'Wie was dat?' vraagt Jeetje later.
'Dat was dus iemand van mijn werk.'
'O, ja,' zegt Jeetje, 'van heel, héél vroeger, hè? Toen jij nog op een kantoor werkte.'
Ook heel, heel vroeger heb ik niet op kantoor gezeten. Dus ik weet niet waar ze het vandaan haalt.
'Heel, heel vroeger,' zegt Jeetje, 'toen er nog dinosaurussen waren en jij op een kantoor zat. Toen werd die meneer achterna gezeten door dinosaurussen en hij werd bijna opgegeten. Maar ineens werd het heel, heel koud, de dinosaurussen verdwenen en toen kwam ik!
Ik heb trouwens weleens op een advocatenkantoor gewerkt. Een blauwe maandag. Ik was tweeëntwintig of zo. Misschien doet de leeftijd er niet toe, misschien ook wel. Al gauw was ik de secretaresse van een advocaat. In een kamer en suite zaten we. Ik bevond me in de voorkamer aan een bureau met een telefoon. En stapels (hele saaie) dossiers die ik moest ordenen. De telefoon ging erg vaak en ik nam niet op.
Tot de advocaat vanuit de achterkamer begon te roepen: 'je moet wèl opnemen.'
'Neem jij maar op. Het is toch voor jou!' riep ik terug.
Toen werd het heel, heel koud en verdween ik van kantoor.
'Wie was dat?' vraagt Jeetje later.
'Dat was dus iemand van mijn werk.'
'O, ja,' zegt Jeetje, 'van heel, héél vroeger, hè? Toen jij nog op een kantoor werkte.'
Ook heel, heel vroeger heb ik niet op kantoor gezeten. Dus ik weet niet waar ze het vandaan haalt.
'Heel, heel vroeger,' zegt Jeetje, 'toen er nog dinosaurussen waren en jij op een kantoor zat. Toen werd die meneer achterna gezeten door dinosaurussen en hij werd bijna opgegeten. Maar ineens werd het heel, heel koud, de dinosaurussen verdwenen en toen kwam ik!
Ik heb trouwens weleens op een advocatenkantoor gewerkt. Een blauwe maandag. Ik was tweeëntwintig of zo. Misschien doet de leeftijd er niet toe, misschien ook wel. Al gauw was ik de secretaresse van een advocaat. In een kamer en suite zaten we. Ik bevond me in de voorkamer aan een bureau met een telefoon. En stapels (hele saaie) dossiers die ik moest ordenen. De telefoon ging erg vaak en ik nam niet op.
Tot de advocaat vanuit de achterkamer begon te roepen: 'je moet wèl opnemen.'
'Neem jij maar op. Het is toch voor jou!' riep ik terug.
Toen werd het heel, heel koud en verdween ik van kantoor.
vrijdag 26 juni 2009
In Herinnering
Op een dag arriveerde de dubbelganger van Michael Jackson in ons dorp en uit alles meisjes koos hij mij. Hij zou van mij iets heel moois maken zei hij. Zo mooi dat iedereen meteen om zou kijken als ik voorbijkwam. Hij zag potentie. Als je die spijkerbroek wegdacht. Hij fluisterde dat hij met mij op het strand zou willen lopen. Ik zou een kleine bikini dragen en het hele strand vroeg zich af waar hij dit lekkere stuk vandaan gehaald had.
Hij reisde veel. Als de echte Michael Jackson ergens optrad, was hij er om het publiek af te leiden. De hoed die hij droeg, had hij véél eerder dan de King of Pop zelf. Die had dat weer bij hem afgekeken.
Op zaterdagavond zaten we in zijn zwarte geblindeerde BMW voor de discotheek. Voor we uitstapten, moest hij zijn gezicht nog bij poederen. Ik zat daar in mijn 501 en staarde door de voorruit terwijl hij zijn make-up deed. Dat duurde nog best even.
Maar toen ik uiteindelijk aan zijn arm de disco binnenschreed, werd er hard gegild en er viel iemand flauw.
Ik kende de jongen die flauwviel. Dat was zo'n boer uit mijn klas.
In mijn gedachten ben ik bij hem vandaag. Mijn MJ imitator. Of zou hij trots zijn dat hij het langer volhoudt dan de echte? Misschien is hij nu eindelijk bevrijd van het juk. Want hij kon zelf ook echt goed dansen.
Hij reisde veel. Als de echte Michael Jackson ergens optrad, was hij er om het publiek af te leiden. De hoed die hij droeg, had hij véél eerder dan de King of Pop zelf. Die had dat weer bij hem afgekeken.
Op zaterdagavond zaten we in zijn zwarte geblindeerde BMW voor de discotheek. Voor we uitstapten, moest hij zijn gezicht nog bij poederen. Ik zat daar in mijn 501 en staarde door de voorruit terwijl hij zijn make-up deed. Dat duurde nog best even.
Maar toen ik uiteindelijk aan zijn arm de disco binnenschreed, werd er hard gegild en er viel iemand flauw.
Ik kende de jongen die flauwviel. Dat was zo'n boer uit mijn klas.
In mijn gedachten ben ik bij hem vandaag. Mijn MJ imitator. Of zou hij trots zijn dat hij het langer volhoudt dan de echte? Misschien is hij nu eindelijk bevrijd van het juk. Want hij kon zelf ook echt goed dansen.
donderdag 25 juni 2009
Het hoofd draait mee
Dit is al de tweede nacht dat ik met het lijk zit opgescheept. Ik weet niet wie het lijk is. Maar ik weet wel dat ik de overledene gisternacht in stukjes gehakt heb en toen in het blauwe kastje gelegd. Met glazen deurtjes.
Niet nadat ik de stukken van hem of haar met krantenpapier omwikkelde. Volgens mij gaat dat stinken, dacht ik daarna. En als ik hier zit te werken, is dat niet prettig. Dus heb ik er ook vuilniszakken omheen gedaan en tape. Dat was een heel karwei. Ik zag nog bloedspatten op de muur. Die gingen er niet goed af.
Deze nacht lag alleen het hoofd nog in het blauwe kastje. Gewikkeld in krantenpapier en plastic. En ik dacht weer: dat moet ik toch eens weggooien. Dat stoort als ik zit te schrijven.
Het dode hoofd kijkt namelijk door krant en plastic heen en volgt mij vanachter glas.
Niet nadat ik de stukken van hem of haar met krantenpapier omwikkelde. Volgens mij gaat dat stinken, dacht ik daarna. En als ik hier zit te werken, is dat niet prettig. Dus heb ik er ook vuilniszakken omheen gedaan en tape. Dat was een heel karwei. Ik zag nog bloedspatten op de muur. Die gingen er niet goed af.
Deze nacht lag alleen het hoofd nog in het blauwe kastje. Gewikkeld in krantenpapier en plastic. En ik dacht weer: dat moet ik toch eens weggooien. Dat stoort als ik zit te schrijven.
Het dode hoofd kijkt namelijk door krant en plastic heen en volgt mij vanachter glas.
woensdag 24 juni 2009
Briefje aan jullie
Ha lieverds die dit lezen,
mijn fiets is vannacht gestolen of beter gezegd: gewoon meegenomen. De fiets met het kinderzitje. Man heeft 'm gisteren niet op slot gezet. Maar daar kan hij niets aan doen. Anderhalve maand geleden lag hij nog op sterven. Het punt is dat Jeetje sportdag heeft vandaag. Hoe moest hij haar nu naar de sportvelden brengen in de Watergraafsmeer?
De laatste tijd ervaar ik het steeds weer: zonder buren is een mens nergens.
En Jeetje sommeerde mij gisteravond 'kutwijf 'tegen haar te zeggen door de babyfoon. Sinds haar tweede jaar is het onze traditie dat zij voor het slapengaan mag verzinnen wat ik beneden nog tegen haar zeg. Tot nu toe was dat iets als: 'hier is mama, je bent lief, je bent niet alleen en je kunt goed fietsen.'
'Kutwijf,' zei ze. 'Je moet kutwijf tegen mij zeggen.'
'Dat doe ik niet.'
'Waarom zeg jij geen kutwijf tegen mij?'
'Dat vind ik niet leuk om te zeggen.'
'Ik wil zo graag dat jij kutwijf zegt.'
'Nee.'
'Maar ik mag toch kiezen?'
'Ja, maar...'
'Waarom precies wil je dan geen kutwijf zeggen, mama?'
Het werd nog een hele toer. Ik heb er maar van gemaakt dat ik van het woord 'kutwijf' zou moeten huilen. En dat zij dat toch ook niet zou willen. Uiteindelijk kwam ik er met 'je bent lief, poep, scheet' vanaf. Misschien de traditie maar eens afschaffen.
Groetjes, Elke.
mijn fiets is vannacht gestolen of beter gezegd: gewoon meegenomen. De fiets met het kinderzitje. Man heeft 'm gisteren niet op slot gezet. Maar daar kan hij niets aan doen. Anderhalve maand geleden lag hij nog op sterven. Het punt is dat Jeetje sportdag heeft vandaag. Hoe moest hij haar nu naar de sportvelden brengen in de Watergraafsmeer?
De laatste tijd ervaar ik het steeds weer: zonder buren is een mens nergens.
En Jeetje sommeerde mij gisteravond 'kutwijf 'tegen haar te zeggen door de babyfoon. Sinds haar tweede jaar is het onze traditie dat zij voor het slapengaan mag verzinnen wat ik beneden nog tegen haar zeg. Tot nu toe was dat iets als: 'hier is mama, je bent lief, je bent niet alleen en je kunt goed fietsen.'
'Kutwijf,' zei ze. 'Je moet kutwijf tegen mij zeggen.'
'Dat doe ik niet.'
'Waarom zeg jij geen kutwijf tegen mij?'
'Dat vind ik niet leuk om te zeggen.'
'Ik wil zo graag dat jij kutwijf zegt.'
'Nee.'
'Maar ik mag toch kiezen?'
'Ja, maar...'
'Waarom precies wil je dan geen kutwijf zeggen, mama?'
Het werd nog een hele toer. Ik heb er maar van gemaakt dat ik van het woord 'kutwijf' zou moeten huilen. En dat zij dat toch ook niet zou willen. Uiteindelijk kwam ik er met 'je bent lief, poep, scheet' vanaf. Misschien de traditie maar eens afschaffen.
Groetjes, Elke.
dinsdag 23 juni 2009
Proefdood
O ja, ik was gisteravond proefdood. Van half acht tot half tien. Het kostte zeventig Euro. Daarna werd ik weer tot leven gewekt. Om een klein stukje naar huis te lopen. En toen kon ik de nacht in, als proefdode. Dat is gelukt. Morsdood geweest. Tot om zeven uur de wekker ging. Maar nu schrijf ik vanuit een plek ergens ver weg. En vraag me af of ik vandaag het rijk der levenden nog bereik. Het is nog best ver lopen volgens mij. En er zijn geen taxi's hier. Ik had me dat anders voorgesteld.
De langste dag
De langste dag is alweer voorbij, we stevenen regelrecht op de herfst af.
Ik leef een monnikenleven. In bed lig ik en niet veel later zit ik in dezelfde kamer achter mijn computer. Daar komt per 1 juli aanstaande verandering in. Dan verhuis ik naar de pijp. En werk ik in een kamer voor mezelf & voor de boeken. Het is een opslagplaats voor boeken. Alsof ik midden in een boekhandel zit. Misschien werkt het stimulerend, misschien juist ontmoedigend. Voor de rest zie ik momenteel opvallend veel gekken buiten.
Ik leef een monnikenleven. In bed lig ik en niet veel later zit ik in dezelfde kamer achter mijn computer. Daar komt per 1 juli aanstaande verandering in. Dan verhuis ik naar de pijp. En werk ik in een kamer voor mezelf & voor de boeken. Het is een opslagplaats voor boeken. Alsof ik midden in een boekhandel zit. Misschien werkt het stimulerend, misschien juist ontmoedigend. Voor de rest zie ik momenteel opvallend veel gekken buiten.
Abonneren op:
Posts (Atom)