dinsdag 3 november 2009

De andere kant van geluk

'Ik heb een naam bedacht,' deelt Jeetje mee.
'O ja?'
'Gouda,' zegt ze.'Vind je dat niet mooi?'
'Gouda,' herhaal ik.
'Ja.'
'Gouda is al een stad waar kaas wordt gemaakt. Daar zou ik het iets teveel mee associëren.'
Gelukkig heeft Jeetje nog veel meer namen in petto. De een nog fantasievoller dan de andere. Dan zegt ze: 'Anita. Het wordt Anita, goed?'

*

'Eindelijk krijg ik ook een baby', herhaalt Jeetje elke dag wel een paar keer. 'Eindelijk. Ik heb hier al zooo lang op gewacht. Maar ja, je hebt het niet voor het zeggen, hè?'
En elke avond als ik haar instop, kijkt ze me zo ontzettend gelukzalig aan. De komst van sinterklaas is er echt helemaal niets bij. Alleen voor Jeetje al hoop ik dan dat deze exercitie goed verloopt. Haar geluk is zo groot, haar verdriet zou onmenselijk zijn.

maandag 2 november 2009

Wat is een advocaat?

'Mama, wat is een advocaat?' vraagt Jeetje.
'Kijk, als iemand een bank beroofd heeft, een boef dus, moet diegene de gevangenis in. Maar om zeker te weten dat die boef het gedaan heeft, is er eerst een rechtszaak. Een rechter is iemand die uiteindelijk besluit of de boef het wel of niet gedaan heeft. Misschien is de boef geen boef en dan zou hij onschuldig in de gevangenis gaan. Daarom heeft iedereen een advocaat. Iemand die heel goed kan praten en die je kan verdedigen bij de rechter.'
'Die kijkt of de boef niet jokt,' zegt Jeetje.
'Precies!' juich ik.'Tijdens zo'n rechtszaak heb je altijd twéé advocaten want...
'Ja, natuurlijk,' zegt Jeetje. 'Er waren ook twee boeven nodig om de bank te roven. Een bank is veel te zwaar om in je eentje te tillen.'

zondag 1 november 2009

Het recept tegen schrik

Op zondagochtend schrok ik wakker omdat er zo'n driehonderd verhalen binnen nu en overmorgen geschreven zullen moeten worden. En tegenwoordig schrik ik niet meer in mijn eentje wakker. Maar de piepkleine met mij. In die geheimzinnige, parallelle wereld.
Niet veel later, nog in onze pyjama's met de keukenschorten ervoor, kneedden Jeetje en ik ijverig het deeg voor onze allereerste taart. Het recept stond in een blaadje en leek niet al te gecompliceerd. Stap voor stap volgden we de aanwijzingen op. Soms sloegen we per ongeluk een paar stapjes over. Maar dan verzonnen we een creatieve oplossing. We hadden rode wangen en overlegden in korte doch doeltreffende zinnen. En tegen de tijd dat we de pruimentaart in de oven schoven, zag het leven er heel anders uit. Meer als een uitdaging.

vrijdag 30 oktober 2009

Stilte, rust en orde

Regelmatig verlang ik ernaar terug. Precies zeven jaar geleden verbleef ik voor een paar maanden op een oud landgoed in een afgelegen dorp in de Cevennes. Bij een Nederlandse schrijver en zijn vrouw. Ik betrok daar een gastenhuisje om aan mijn eerste roman te schrijven. (Die, eenmaal weer thuis, volledig ontspoorde. Omdat zelfs de muggen gingen praten in een dorp met een algeheel spraakverbod.)
's Ochtends werkten we op het landgoed. De kastanjes moesten geraapt, de kippen gevoerd, het hout gehakt en de bramen gesnoeid. Op een Lamborghini traktor reed ik mee door de bergen. 's Middags werd er geschreven. Tot exact zes uur. De structuur lag vast. De lucht was er zuiver. Eenmaal per dag checkte ik mijn email bij de schrijver thuis.
's Avonds keken we films met z'n drieën. En dan liep ik het donkere pad weer af, naar de voormalige stal die nu mijn huisje was. Beneden mij scharrelden de everzwijnen. Verder was het er echt heel stil. En echt heel donker.
Toen de schrijver en zijn vrouw voor twee weken naar Nederland gingen, was ik daar helemaal alleen. Dat was echt heel eng. Daar verlang ik ook naar terug.

donderdag 29 oktober 2009

In de lente

Na het avondeten. Vader, moeder en Jeetje zitten aan de keukentafel.
Jeetje hangt bij vader op schoot.
'Wil je een geheim weten?' zegt vader dan.
'Een heel interessant geheim,' benadrukt moeder.
'Ja?' Jeetje schiet rechtovereind.
Vanaf dat moment hangt er een vreemde spanning in de keuken.
Jeetje kijkt moeder aan. Met grote ogen en haar rug recht. Moeder bestudeert het gezichtje tegenover haar, haalt eens diep adem en denkt: Nee, toch maar niet. Ik heb absoluut geen zin in het onthullen van geheimen vandaag. Want daarna is alles anders. Ander keertje.
De spanning verslapt. Jeetje begint in haar neus te peuteren.
'Weet je wat er in mama's buik zit?' zegt vader snel.
'Nee?'
'Ja, wat denk je?' zegt moeder.
Jeetje haalt haar schouders op.
'Weet je het echt niet?'
'Een baby misschien?' zegt Jeetje zachtjes.
'Ja!' zegt moeder. 'Een broertje of een zusje voor jou.'
Jeetje verschiet een paar keer van kleur, ze slikt, knijpt haar ogen dicht en springt dan van vaders schoot. Even later danst ze de keuken rond: 'Ja! Ik krijg een baby! Ik krijg een baby!' Vader en moeder kijken toe.
'Ik krijg een baby! juicht Jeetje.
'Het duurt nog lang hoor,' zegt moeder.
'Wanneer komt onze baby dan?'
'In de lente pas,' zegt vader.
Het is wat, denkt moeder. Zo snel is het 'de onze' al.

Vanaf dan zijn vader, moeder en Jeetje een beetje met z'n vieren.

woensdag 28 oktober 2009

Vrijheid

Jeetje heeft al dagen een geluksbandje om met een boeddha, een hartje en nog iets. Het staat voor vrijheid, geluk en kracht. Als het bandje vanzelf af valt, zal dat haar alledrie ten deel vallen.
'Weet je wel wat vrijheid is?' vraag ik.
'Ja, natuurlijk.'
'O ja? Wat dan?'
'Zoals vanmorgen toen wij in de duinen liepen. Ik voelde de lucht en een lekker zonnetje erbij. En ik mocht zelf een paadje kiezen om te lopen.' Jeetje hoeft er geen seconde over na te denken. Ik heb er ook niets aan toe te voegen.

dinsdag 27 oktober 2009

Jeetje komt thuis uit school

'Weet je wat juf Samantha heeft?' zegt Jeetje.
'Nee?'
'Eh...de Mexicose friet.'