In de Tolhuistuin was een literair festival over verhalen van Amsterdam-Noord. Daar ging ik op de zondagnamiddag naartoe. Ik ging zitten bij collega's en luisterde. Het was een sympathiek festival. Goede verhalen. Ik vond het ook zo leuk omdat ik er in m'n eentje heen kon gaan en voordat ik op de verkeerde pont kon stappen al collega's trof. Zo gingen we samen over het water. Dat heb ik anders nooit. Die vanzelfsprekendheid. Het gevoel van aansluiting.
De middag eindigde met een uitnodiging bij een schrijfster in IJmuiden en ook ik heb mensen uitgenodigd naar IJburg af te reizen. Het stuk land zonder geschiedenis. De leegte is voelbaar. Daar waar wij uiteindelijk tòch besloten te gaan wonen in plaats van in Amsterdam-Noord. En gisteren had ik daar een beetje spijt van.
Het bruiste in Noord.
Ik herinnerde me ook onze fietstochten door Noord. Hoe we voor een geweldig oud schoolgebouw stonden - misschien mijn droomhuis - dat ik had gevonden op Funda. Zoiets vind je alleen in Noord. Maar op de hoek van de straat was een seksshop. De kinderen zouden hier nooit buiten spelen. Er heerste een ander soort leegte. Het bleek geen 'goede' buurt in Noord. De ene straat was er wel 'goed' volgens mensen die het konden weten, maar de straat erachter kon weer helemaal 'fout' zijn.
maandag 4 juli 2011
vrijdag 1 juli 2011
Over omvang en hondjes afmaken
Er komt iemand met een grote omvang voor in het boek.
'Om-vang,' zegt Jeetje (6)
En daar begint het gesprek.
'Kijk, je hebt iemand met een grote omvang en iemand met een kleine omvang.' Ik zie mijzelf op de bedrand zitten mijn handen maken een wijde cirkel rond mijn middel. 'Gro-te omvang.'
'Maar hoezo om-vang?' vraagt Jeetje.
'Nou, het gaat er om hoe iemand omvangen is. Gewoon de omvang dus. Eromheen. Hoe vangt hij of zij om. Snap je?'
Jeetje kijkt mij aan. Ik ben gewoon moe.
De cliffhanger van dit hoofdstuk gaat over Kruimeltjes hond die afgemaakt wordt als hij niet binnen 3 dagen door zijn baas opgehaald zal worden. De tweede betekenis van 'afmaken' heb ik een week geleden al uitgelegd.
'Nu worden honden niet meer zomaar doodgemaakt, hè?' zegt ze als ik met de deurklink al in mijn handen sta.
'Nee, hoor,' zeg ik. 'Zeker niet.'
'Nooit?'
'Nee, nou ja, ze maken weleens een hond af. Maar alleen als hij ziek is en toch al dood zou gaan. Dan verlossen ze de hond uit zijn lijden. Dat is alleen maar heel erg fijn voor hem. Dat-ie dan geen pijn meer voelt.'
'Ja, ja,' zegt Jeetje. 'Maar dat doen ze niet als ze hem nog beter kunnen maken?'
'Nee, alleen als hij zo ziek is dat het geen zin meer heeft.'
'Ook pasgeboren hondjes.'
'Het zijn meestal hele oude honden die zo ziek zijn,' zeg ik nonchalant.
'Je wordt natuurlijk niet metéén ziek, hè. Als je geboren bent.'
'Nee, hoor.'
'Maar Tanja had een baby in haar buik,' zegt Jeetje. 'En Tanja ging dood en de baby ook.'
'Tanja?' Hoe kan mijn vermoeide geheugen een overleden moeder en ongeboren kind vergeten zijn? 'Tanja?' zeg ik nog eens.
'Het nijlpaard,' zegt Jeetje.
'Ah. Tanja het Nijlpaard. Uit Artis?'
'Ook de baby van Tanja ging dood,' zegt Jeetje.
'Goed,' zeg ik. 'We zijn hier van het woord afmaken aan het afdrijven. Volgens mij was dat nijlpaard al stokoud. Maar het zijn allemaal dingen die kunnen gebeuren. Welterusten.'
'Om-vang,' zegt Jeetje (6)
En daar begint het gesprek.
'Kijk, je hebt iemand met een grote omvang en iemand met een kleine omvang.' Ik zie mijzelf op de bedrand zitten mijn handen maken een wijde cirkel rond mijn middel. 'Gro-te omvang.'
'Maar hoezo om-vang?' vraagt Jeetje.
'Nou, het gaat er om hoe iemand omvangen is. Gewoon de omvang dus. Eromheen. Hoe vangt hij of zij om. Snap je?'
Jeetje kijkt mij aan. Ik ben gewoon moe.
De cliffhanger van dit hoofdstuk gaat over Kruimeltjes hond die afgemaakt wordt als hij niet binnen 3 dagen door zijn baas opgehaald zal worden. De tweede betekenis van 'afmaken' heb ik een week geleden al uitgelegd.
'Nu worden honden niet meer zomaar doodgemaakt, hè?' zegt ze als ik met de deurklink al in mijn handen sta.
'Nee, hoor,' zeg ik. 'Zeker niet.'
'Nooit?'
'Nee, nou ja, ze maken weleens een hond af. Maar alleen als hij ziek is en toch al dood zou gaan. Dan verlossen ze de hond uit zijn lijden. Dat is alleen maar heel erg fijn voor hem. Dat-ie dan geen pijn meer voelt.'
'Ja, ja,' zegt Jeetje. 'Maar dat doen ze niet als ze hem nog beter kunnen maken?'
'Nee, alleen als hij zo ziek is dat het geen zin meer heeft.'
'Ook pasgeboren hondjes.'
'Het zijn meestal hele oude honden die zo ziek zijn,' zeg ik nonchalant.
'Je wordt natuurlijk niet metéén ziek, hè. Als je geboren bent.'
'Nee, hoor.'
'Maar Tanja had een baby in haar buik,' zegt Jeetje. 'En Tanja ging dood en de baby ook.'
'Tanja?' Hoe kan mijn vermoeide geheugen een overleden moeder en ongeboren kind vergeten zijn? 'Tanja?' zeg ik nog eens.
'Het nijlpaard,' zegt Jeetje.
'Ah. Tanja het Nijlpaard. Uit Artis?'
'Ook de baby van Tanja ging dood,' zegt Jeetje.
'Goed,' zeg ik. 'We zijn hier van het woord afmaken aan het afdrijven. Volgens mij was dat nijlpaard al stokoud. Maar het zijn allemaal dingen die kunnen gebeuren. Welterusten.'
woensdag 29 juni 2011
Het onbevlekte universum
Ik doe een rap rondje huishouden. Het ondergeschoven kindje. Ik zet alle ramen tegen elkaar open om de bedompte luiergeur in huis te verdrijven, verwijder de beschimmelde courgette uit de koelkast en probeer nog eens effe snel de geur van de vis weg krijgen. Met een vaatdoekje. Net zoals ik gisteren had gedaan. En eergisteren. Maar die lekkende, rotte vis is trots.
Kom ik op de opzichtige kerrievlek in de lichte spijkerbroek. Eenmaal een kerrievlek in mijn lichte spijkerbroek betekent voor altijd een kerrievlek. Zo ook met plas, zweet- en zonnebrandvlekken. Als het te gortig wordt, gooien we de lichte spijkerbroek weg. Maar duurzaamheid is ook iets. Zuinig zijn op je spullen zijn. Aandacht voor de dingen. Behalve de kunst en het kroost, zijn er ook de kerrievlekken die aandacht behoeven.
Dus begint het googelen: hoe verwijder je vlekken uit textiel. Ik bezoek de ene website na de andere. Op mijn lijstje schrijf ik: glycerine, wasbenzine, pure alcohol en ossengalzeep.
'Wist je dat je vlekken uit kleren kunt verwijderen?' roep ik zodra man binnenkomt. 'Wist je dat?'
'Ben je gek.'
'Al die zweetplekken van jou, daar moet je gewoon azijn op doen. En dan zijn ze weg. Serieus!'
'Echt waar?'
'Ja man! Heel cool. Maar kijk, als er zo'n kerrievlek ontstaat, zoals bij mij, moet je dus niet heel rustig blijven zitten, zoals ik deed. Je hoort meteen op te staan, echt meteen, dan spoel je de vlek met lauw water af, dan doe je er een beetje ossengalzeep op en dat laat je intrekken en dan...' Ik hijg.
'Ossengalzeep,' zegt man langzaam, 'dat klinkt mooi.'
'Ja, ossengalzeep dat smeren ze dus overal op, echt overal. Of een sopje dat doen ze ook vaak, sopjes maken en dan laten weken!'
'Hoe wéét jij dat ineens?'
'Dat heb ik op internet gelezen! Op allemaal verschillende sites. Ossengalzeep schijnt het echt he-le-maal te zijn!'
Kom ik op de opzichtige kerrievlek in de lichte spijkerbroek. Eenmaal een kerrievlek in mijn lichte spijkerbroek betekent voor altijd een kerrievlek. Zo ook met plas, zweet- en zonnebrandvlekken. Als het te gortig wordt, gooien we de lichte spijkerbroek weg. Maar duurzaamheid is ook iets. Zuinig zijn op je spullen zijn. Aandacht voor de dingen. Behalve de kunst en het kroost, zijn er ook de kerrievlekken die aandacht behoeven.
Dus begint het googelen: hoe verwijder je vlekken uit textiel. Ik bezoek de ene website na de andere. Op mijn lijstje schrijf ik: glycerine, wasbenzine, pure alcohol en ossengalzeep.
'Wist je dat je vlekken uit kleren kunt verwijderen?' roep ik zodra man binnenkomt. 'Wist je dat?'
'Ben je gek.'
'Al die zweetplekken van jou, daar moet je gewoon azijn op doen. En dan zijn ze weg. Serieus!'
'Echt waar?'
'Ja man! Heel cool. Maar kijk, als er zo'n kerrievlek ontstaat, zoals bij mij, moet je dus niet heel rustig blijven zitten, zoals ik deed. Je hoort meteen op te staan, echt meteen, dan spoel je de vlek met lauw water af, dan doe je er een beetje ossengalzeep op en dat laat je intrekken en dan...' Ik hijg.
'Ossengalzeep,' zegt man langzaam, 'dat klinkt mooi.'
'Ja, ossengalzeep dat smeren ze dus overal op, echt overal. Of een sopje dat doen ze ook vaak, sopjes maken en dan laten weken!'
'Hoe wéét jij dat ineens?'
'Dat heb ik op internet gelezen! Op allemaal verschillende sites. Ossengalzeep schijnt het echt he-le-maal te zijn!'
dinsdag 28 juni 2011
Ik weet het niet
Ik mag mijn kunstbroeders en zusters niet laten zitten, maar gisteren liep ik niet mee. Omdat ik geen zin had. Omdat het mijn schrijfdag was. Omdat ik een afkeer heb van massabijeenkomsten. Zoals ik ook een aan haat grenzend gevoel heb jegens creatieve campings. Eén keer ben ik daar geweest om man op te halen. Hij heeft daar hele zomers gewerkt. Het kon man niet groepsprocesserig genoeg. Na elke zomer was hij weer zijn stem kwijt door het schreeuwen. Ik denk aan de Mars der Beschaving als een begeleide wandeltocht met de creatieve camping. Alle richtingen doen mee: dans, muziek, theater, schilderen en ook schrijven (als iemand zich daarvoor ingeschreven had). Met z'n allen komen we beschaafd op voor ons eigen hachje. Dat is niet waar, het is ons te doen om de kunst in het algemeen. De Kunst. Dat moet ik niet vergeten.
De mars waar we witte kruizen dragen tegen de cultuurvernietiging. Het campagnespotje dat door kinderen werd opgezegd, die er boos bij keken of in en in verdrietig. 'Beste po-li-ti-cus. U maakt alles, maar dan ook alles kapot.' Kinderen van een eliteschooltje in Amsterdam die nooit, maar dan ook nooit, aan een gebrek aan kunst zullen lijden. Ja, ik weet dat we ons niet door door zo'n lullige naam en zo'n lullig spotje mogen laten weerhouden. Ons ja, ons. Want ik hoor er ook bij. Toch? En is iets doen niet altijd beter dan niets doen? Ik heb over wel of niet lopen geaarzeld. Want het slaat natuurlijk nergens op, dat beleid.
De mars waar we witte kruizen dragen tegen de cultuurvernietiging. Het campagnespotje dat door kinderen werd opgezegd, die er boos bij keken of in en in verdrietig. 'Beste po-li-ti-cus. U maakt alles, maar dan ook alles kapot.' Kinderen van een eliteschooltje in Amsterdam die nooit, maar dan ook nooit, aan een gebrek aan kunst zullen lijden. Ja, ik weet dat we ons niet door door zo'n lullige naam en zo'n lullig spotje mogen laten weerhouden. Ons ja, ons. Want ik hoor er ook bij. Toch? En is iets doen niet altijd beter dan niets doen? Ik heb over wel of niet lopen geaarzeld. Want het slaat natuurlijk nergens op, dat beleid.
vrijdag 24 juni 2011
Keukens en creativiteit
Wij houden niet van het bezoeken van keukenwinkels. Elke deurtje dat we er zien kan vervangen worden door een andere deurtje, ander greepje, ander materiaaltje, andere indelinkje. Ik ga hier geen opsomming geven van de mogelijkheden die er zijn. Het zou een gekmakend lange lijst worden. Wij moeten onze droomkeuken zelf creëren. Maar dat kunnen wij niet, dat willen wij niet, dat haten wij.
De noodzaak om een nieuwe keuken erin te laten zetten, is nu wel prangend. We leven al een jaar volledig op ovenschotels, maar ook de oven houdt het niet lang meer. De inductieplaat was een maand nadat we in ons nieuwe huis trokken, al stuk. Momenteel hebben we alleen de wokvlam nog om onze eenpansgerechten op te bereiden.
Nadat man zichzelf onlangs bijna opblies en alle buurtkinderen vermoordde, koken wij niet meer op het campinggasstelletje. Bij het verwisselen van de gasfles ontsnapte er een zwarte wolk, man had het vuur nog aanstaan en rende met het lekkende ding naar buiten, alwaar het kroost speelde. Er scheen grote paniek te zijn ontstaan rondom man en zijn stinkende gaswolk. Er waren buurvrouwen met sigaretten, pasgeboren baby's en het had allemaal desastreus af kunnen lopen. Maar het ging goed. Behalve dat wij nu twee pitjes kwijt zijn.
Een nieuwe keuken dus. Dat is duur. Erger nog: je moet er oneindig creatief voor zijn. Je moet ruimtelijk inzicht hebben. Praktisch kunnen denken. Zelfs de Ikea doet in de folders - juichend - een beroep op onze verbeeldingskracht. Alles is mogelijk! Voor jouw ultieme droomkeuken! Maar ik hèb geen ultieme droomkeuken. Snap dat dan. Ik zit niet in de keukenbusiness.
Man en ik zijn blij dat we dit huis niet zelf hebben hoeven te ontwerpen, god betert. De grootste droom van veel mensen op dit eiland. Ik geloof dat je daar zelfs naartoe hoort te werken als eilandbewoner. Dat is de promotie hier. Ooit, een eigen kavel. Waar je dan je droomhuis op gaat zetten. Onze allergrootste nachtmerrie.
De noodzaak om een nieuwe keuken erin te laten zetten, is nu wel prangend. We leven al een jaar volledig op ovenschotels, maar ook de oven houdt het niet lang meer. De inductieplaat was een maand nadat we in ons nieuwe huis trokken, al stuk. Momenteel hebben we alleen de wokvlam nog om onze eenpansgerechten op te bereiden.
Nadat man zichzelf onlangs bijna opblies en alle buurtkinderen vermoordde, koken wij niet meer op het campinggasstelletje. Bij het verwisselen van de gasfles ontsnapte er een zwarte wolk, man had het vuur nog aanstaan en rende met het lekkende ding naar buiten, alwaar het kroost speelde. Er scheen grote paniek te zijn ontstaan rondom man en zijn stinkende gaswolk. Er waren buurvrouwen met sigaretten, pasgeboren baby's en het had allemaal desastreus af kunnen lopen. Maar het ging goed. Behalve dat wij nu twee pitjes kwijt zijn.
Een nieuwe keuken dus. Dat is duur. Erger nog: je moet er oneindig creatief voor zijn. Je moet ruimtelijk inzicht hebben. Praktisch kunnen denken. Zelfs de Ikea doet in de folders - juichend - een beroep op onze verbeeldingskracht. Alles is mogelijk! Voor jouw ultieme droomkeuken! Maar ik hèb geen ultieme droomkeuken. Snap dat dan. Ik zit niet in de keukenbusiness.
Man en ik zijn blij dat we dit huis niet zelf hebben hoeven te ontwerpen, god betert. De grootste droom van veel mensen op dit eiland. Ik geloof dat je daar zelfs naartoe hoort te werken als eilandbewoner. Dat is de promotie hier. Ooit, een eigen kavel. Waar je dan je droomhuis op gaat zetten. Onze allergrootste nachtmerrie.
donderdag 23 juni 2011
Iemands kind
Fabio (43), de schoonmaker, heeft last van keelpijn. Ik voorzie hem van een groot glas diksap. Staand aan het aanrecht drinkt hij het leeg, het hoestje dat erop volgt heeft iets griezeligs. Een paar seconden is zijn hele lichaam gekromd. Zijn ogen worden glazig. Hij houdt zich vast aan het blad.
'Gaat het wel?'
'Niet zo best,' zegt hij.
'Misschien kun je beter naar huis gaan,' zeg ik. 'Als je te ziek bent, kun je niet werken.'
'Ik ga dood,' zegt hij.
'O, je bent stervende.'
'Ja, ik ga dood.'
'Waar ga je dan eigenlijk naartoe?'
'Naar de hemel,' zegt hij.
'Nee, jouw lichaam. Waar wil je liggen?'
'In het riool. Ze gooien mij denk ik in het riool.'
'Nee, zulke dingen doen ze in dit land niet.'
'Wat doen ze dan met illegalen?'
'Eh, zeg, Fabio is er iemand die ik moet bellen als je sterft?'
'Mijn moeder, alsjeblieft.'
'Heb jij nog een moeder?'
'Ja, ik bel mijn moeder elke zaterdag.'
'O.'
'En dan zegt ze tegen mij: 'ik ben altijd dicht bij jou, mijn kind.'
'Goh zeg.'
'Maar dáár heb ik nog nooit iets van gemerkt!' Fabio's lach gaat over in een hoestbui. Hij besluit toch aan het werk te gaan. Ht is maar een griepje.
'Je bent ook nog te jong om dood te gaan,' zeg ik.
'Dat weet je nooit,' zegt hij.
'Staat het nummer van je moeder in je telefoon?'
'Ja bij mãe.'
'Gaat het wel?'
'Niet zo best,' zegt hij.
'Misschien kun je beter naar huis gaan,' zeg ik. 'Als je te ziek bent, kun je niet werken.'
'Ik ga dood,' zegt hij.
'O, je bent stervende.'
'Ja, ik ga dood.'
'Waar ga je dan eigenlijk naartoe?'
'Naar de hemel,' zegt hij.
'Nee, jouw lichaam. Waar wil je liggen?'
'In het riool. Ze gooien mij denk ik in het riool.'
'Nee, zulke dingen doen ze in dit land niet.'
'Wat doen ze dan met illegalen?'
'Eh, zeg, Fabio is er iemand die ik moet bellen als je sterft?'
'Mijn moeder, alsjeblieft.'
'Heb jij nog een moeder?'
'Ja, ik bel mijn moeder elke zaterdag.'
'O.'
'En dan zegt ze tegen mij: 'ik ben altijd dicht bij jou, mijn kind.'
'Goh zeg.'
'Maar dáár heb ik nog nooit iets van gemerkt!' Fabio's lach gaat over in een hoestbui. Hij besluit toch aan het werk te gaan. Ht is maar een griepje.
'Je bent ook nog te jong om dood te gaan,' zeg ik.
'Dat weet je nooit,' zegt hij.
'Staat het nummer van je moeder in je telefoon?'
'Ja bij mãe.'
woensdag 22 juni 2011
Inslapen
In het boek dat ik voorlas, viel mevrouw Koster, - de nare pleegmoeder van Kruimeltje -, van de trap en stierf aan haar verwondingen. Het hoofdstuk eindige met: 'Ze sliep in om nooit meer te ontwaken.' Jeetje zat in haar nachtjapon in haar meisjesbed. Het Marokkaanse sierlampje belichtte haar mooi. Ik zag het gebeuren. Dus las ik de zin snel nog een keer, alsof het zo hoorde, nu zonder het laatste gedeelte. Ik las: 'Ze sliep in'. En klapte het boek opgewekt dicht. Maar toen ik haar welterusten kuste, wist ik dat het kwaad al geschied was. Ik zag de zin in Jeetjes hoofd rondwaren. 'Ze sliep in om nooit meer te ontwaken.' Het was dus mogelijk te gaan slapen en niet meer wakker te worden.
Ik rondde het ritueel vlot af, stopte bij het meisje in het belendende kamertje het speentje terug in de mond, -waarna ze het weer wegkeilde, ik onder haar bed dook en het haar tot haar grote vreugde teruggaf - ging naar beneden. Een minuut was het stil daarboven, toen kwam het stemmetje: 'Mama, ik kan niet slapen.'
'O nee? Waarom niet?' zei moeder met gespeelde verbazing.
Waarop het andere meisje het speentje nog maar eens haar bed uitsmeet en het op een erbarmelijk huilen zette, omdat ze het ding kwijt was.
Zo gebeurde het nog een paar keer. Ik vermeed het onderwerp inslapen en niet meer wakker worden. Het was te ingewikkeld om dat goed uit te leggen, leek me, zonder de angst te vergroten. Ik wees er alleen nog een paar keer op dat mevrouw Koster toch een hele nare vrouw was geweest, die niet goed voor Kruimeltje had gezorgd.
Ik rondde het ritueel vlot af, stopte bij het meisje in het belendende kamertje het speentje terug in de mond, -waarna ze het weer wegkeilde, ik onder haar bed dook en het haar tot haar grote vreugde teruggaf - ging naar beneden. Een minuut was het stil daarboven, toen kwam het stemmetje: 'Mama, ik kan niet slapen.'
'O nee? Waarom niet?' zei moeder met gespeelde verbazing.
Waarop het andere meisje het speentje nog maar eens haar bed uitsmeet en het op een erbarmelijk huilen zette, omdat ze het ding kwijt was.
Zo gebeurde het nog een paar keer. Ik vermeed het onderwerp inslapen en niet meer wakker worden. Het was te ingewikkeld om dat goed uit te leggen, leek me, zonder de angst te vergroten. Ik wees er alleen nog een paar keer op dat mevrouw Koster toch een hele nare vrouw was geweest, die niet goed voor Kruimeltje had gezorgd.
Abonneren op:
Posts (Atom)