vrijdag 14 oktober 2016

Dus

Op mijn zeventiende werd ik gedumpt door de knapste jongen van de hele school. Een paar dagen later kwam er een geblindeerde zwarte BMW het schoolplein in Boxmeer oprijden. Voor mij. De deur ging open en de dertigjarige Michael Jackson stapte uit. Zoals hij eruit zag in zijn BAD periode. Iedereen - ook de knapste jongen - zag het toen ik op hoge hakken naar hem toe liep.
Daar gingen Michael Jackson en ik. In de BMW. Over de snelweg. Naar Oss. Daar woonde hij met zijn moeder.
'Gaan we naar Oss?'
'Ik zal je straks lekker masseren.' Hij fluisterde.
'Maar ik moet huiswerk maken,' zei ik. 'Dus.'
'Huiswerk?'
'Huiswerk.'
Het bleef stil.  De BMW gleed geruisloos over de weg. Michael Jackson rook sterk naar  parfum.
'Ik moet nú naar huis. Nu.'
Hij stopte bij een parkeerplaats. Hij boog zijn gepoederde gezicht naar me toe. 
''Ik hou ook niet van masseren,' zei ik. 'Dus.'

donderdag 13 oktober 2016

Duidelijkheid


Deetje (6) kwam mijn slaapkamer binnen.
'Waar is papa nou?'
'Hij logeert toch ergens anders?'
'Ja, maar hoe láng dan?'
'Best een hele tijd.' 
'O,' zei Deetje. En meteen daarna: 'We maken een kalender! Dan kunnen we de dagen afstrepen tot hij er weer is!'
Ik zei niets.
'We kunnen toch een kalénder maken, mama?'

Aan de ontbijttafel had Jeetje (11) 'Aan de Amsterdamse grachten' op repeat gezet. 
'Zeg, papa komt toch wel weer terug in de herfstvakantie?' vroeg ze.
'Nee.'
'Nee?'
'Dit gaat veel langer duren dan een paar dagen,' zei ik.
Jeetje trok krijtwit weg. Deetje aaide de afbeelding van de Golden Retriever pup op een roze etui.
'Dit is mijn hondje,' zei ze. 'En dit etui heb jij ook, hè mama, en jij ook, hè Jeetje?'
'Dus hij gaat voorlopig ergens anders wonen,' zei ik. En toen volgde die hele riedel, bla bla bla, zus zus zus en zo, houden van jullie, allebei heel vaak zien, zus zus zus en zo en als laatste zei ik: 'Op proef. Dus nog niet definitief.'
En als allerlaatste: 'Jullie mogen er ab-so-luut niet onder lijden.'
'Ja haha,' zei Jeetje. 
'Ja, dat is onzin hè?'
'Nou,' zei Jeetje, 'dan heb ik liever een vader die zégt dat hij definitief weggaat, maar gewoon blijft, dan een vader die niet definitief weggaat, maar al weg is.'
(De ouders van haar beste vriendin gaan uit elkaar. Ze hebben dit vorige maand heel serieus medegedeeld, maar er is nog niets veranderd)
En toen zei ik: 'We gaan zaterdagavond gewoon met z'n vieren eten, goed? En daarna nog een potje kaarten.'
En daar kikkerden ze enorm van op.
En daarmee liet ik mijn idee van man voorlopig helemaal niet zien ter plekke varen. 
En toen zongen we nog even mee van 'een huisje in Amsterdam' en 'ik ben zo blij een Amsterdammer te zijn'.

woensdag 12 oktober 2016

Tegenstrijdigheid

In mijn lessen creatief schrijven geef ik vooral aandacht aan de tegenstrijdigheid die in een tekst moet zitten. Dubbelheid. In een personage. In de omstandigheden. In elk woord dat je opschrijft.
Dat is wat een tekst goed maakt.
Dus het is beter als iemand weg wil en tegelijkertijd wil blijven.
Het is mooier dat iemand bij je weggaat waarvan je nog houdt, dan dat er iemand bij je weggaat waarvoor je al niets meer voelde. Dat laatste zou de tekst saai maken. Dan denken we: 'hè, hè, die is weg. Gelukkig maar. Einde verhaal.'
Hoe groter de liefde is, hoe érger de afwijzing voor je personage is. 
En daar gaat het allemaal om bij het schrijven: maak het voor je personage zo moeilijk mogelijk. Laat er dus ook nog kinderen in het spel zijn. Dat is altijd goed. 
En nee, laat ze nou eens géén vijandige relatie hebben, met veel ruzie, schelden, spanningen over en weer, maar laat je personages avond aan avond spelletjes doen met hun dochtertjes, samen een wijntje drinken bij de houtkachel, lepeltje lepeltje tegen elkaar aan in slaap vallen, en dán besluit de één om te vertrekken. 
Dat is mooi. Omdat we het niet verwacht hadden. Omdat de lezer het niet aan had zien komen.
De klap is dan dés te groter. Dat is literatuur.
En nee, laat er nou eens geen ánder in het spel zijn. Dat is te voorspelbaar. 
Speel met het verwachtingspatroon van je lezer.
De mensen van wie je het het minst verwacht had, laat die het moeilijk krijgen samen.
Het is mooier als je personage het allerliefst in iemands armen wil liggen, vastgehouden wil worden, voor altijd samen wil zijn, maar diegene ook het allerliefst met zijn zelfgemaakte gehaktballetjes zou bekogelen, met de koekenpan op zijn hoofd zou timmeren en hem nooit meer wil zien.
Alléén een boosaardig type is niets.
Alléén iemand die lijdt is ook saai.
Die tweestrijd in jezelf én in je omgeving, dat is wat literatuur is all about. Van het leven begrijp ik niks.

dinsdag 11 oktober 2016

Gewoon helemaal

Vannacht werd ik wakker van het miauwen van een kater op straat en het rommelen aan het slot van de voordeur. Ronnie is terug! Man is terug! Alle hens aan dek! Maar beneden bleek de stoep leeg. Ik haalde voor de zekerheid toch de haak van de deur. Een mens kan zich vergissen. Ook man.
Op een ander moment in de nacht kwam Deetje mijn slaapkamer in: 'Ik hoor steeds iemand beneden koffie malen,' fluisterde ze.
'Er is niemand,' zei ik.
'Papa misschien?'
'Papa is toch uit logeren.'
'Komt hij morgen terug?'
'Hij komt woensdag en zaterdag.'
'En dan gaat hij weer?'
'Dat denk ik wel.'
'Maar wanneer komt hij echt helemáál terug? Gewoon helemaal.'
'Dat weet ik niet precies.'
'Ik ben bang.'
'Kom maar bij me liggen.'
Een opgekruld meisje lag naast me te slapen, op de plek waar gisteren man nog lag.

maandag 10 oktober 2016

Not yet

Ik zwaaide man uit vanmorgen. Hij moest in alle vroegte naar het werk, en daarna zal hij naar een andere stad rijden om de sleutel op te halen. Nee, ik zwaaide hem niet uit, ik stond stiekem door het glas van onze voordeur te kijken hoe hij in de auto stapte, de deur dichttrok en wegreed. De donkerte in.
Zoals ik op zaterdagavond in de Leidsedwarsstraat naar hem had staan kijken. Hij was wat eerder dan afgesproken bij Bombay en stond al voor het restaurant. En ik was er ook wat eerder en keek. Hij liep precies de andere kant op dan daar waar ik stond. Hij was wat vroeg, hij maakte nog een ommetje.  Hij slenterde als het ware de straat uit. Nou daag dan, zei ik en zwaaide met een slap handje.
 Op het Leidseplein pakte ik mijn fiets en racete hem via een andere straat tegemoet. 
'Hee hoi. Ik had je al gezien.'
'Hè? Wanneer dan?'
'Ik hou je overal in de gaten.'
'Heb je nieuwe schoenen aan?'
'Ja. Hoe weet jij dat?'
'Dat zie ik toch.'
'Dat jij dat ziet.'
We gingen naar de voorstelling Husbands and Wives van Toneelgroep Amsterdam. Een absolute aanrader, maar dit terzijde. Na de voorstelling spraken we over de vorm en de structuur van het stuk dat die zo goed was geweest, dronken we een paar wijntjes, spraken we over mensen in het algemeen dat die altijd maar weer zulke domme dingen doen tot ze dood gaan, liepen we naar de fietsenstalling waar zijn fiets stond. Ik werd staande gehouden door een singer/songwriter uit New York die mij om een vuurtje vroeg. Ik zag hoe man verdween onder de grond. 
'Is he leaving you?' vroeg de singer/songwriter. 
'Not yet,' zei ik.
En dat is ook zo.


vrijdag 9 september 2016

Even niet

Hey you out there,
Ik ben er even niet.
Voorlopig, - ik denk zo tot de kerst - plaats ik hier geen stukjes. Ik vind het onwennig. Maar ik ga mij concentreren op het andere werk dat me nu echt te doen staat. Op een dag ben ik terug. Ik hoop jij ook.
Mocht het nou beter voor me blijken te werken deze tekstjes wel te maken, dan ben ik er veel eerder gewoon weer. Niet te rigide zijn, nooit te rigide zijn, vind ik. 
Me.

vrijdag 2 september 2016

De muis

Ik las een biografie van een visser die jarenlang de zee borduurde omdat hij ziek was en niet veel anders meer kon. Ik heb het hier al eerder gehad over de muis met de schort achter de kinderwagen die ik in klas zes van de lagere school borduren moest. Die muis komt vaak terug.
Een grijze muis met schort en strik, achter een kinderwagen. Naar mijn idee heb ik het hele jaar alleen aan dat ene borduurwerkje gewerkt, de andere meisjes waren allang klaar, ook de jongens hadden hun figuurzaag-werkje af, terwijl ik op die handenarbeid vrijdagmiddag maar steeds met naald en draad in de weer was. Net zo lang tot die verschrikkelijke grijze muis tevoorschijn zou piepen. Het moest precies dezelfde muis worden als iedereen had. Ik weet nog dat de juf zei dat mijn muis niet goed was. De voorkant niet en de achterkant ook niet. Mijn muis helde voorover en de achterkant van het borduurwerkje was één grote knoop. Voor de moeite kreeg ik een zes min. Het maakte mij niet uit. Als ik maar nooit meer zou hoeven borduren. En de muis wilde ik voorgoed vergeten, maar meer dan dertig jaar later popt ze nog regelmatig in mijn geheugen op. Het lijkt nu alles wat ik ooit op de basisschool gedaan heb.
We hadden een meester én een juf in de zesde klas. Het was een getrouwd stel. De juf ging over de borduurwerken en de meester over het figuurzagen. Net zoals de juf ons de biologieles gaf over het menselijk lichaam en de meester in een ander lokaal aan de jongens vertelde wat er voor de jongens allemaal te gebeuren stond.