Om half zeven vanochtend wordt de voordeur met een klap dichtgeslagen. En schrik ik op uit mijn droomwereld.
Ze zijn weer terug. In mijn huis.
Er bewegen zich vreemde mensen door mijn gangen. Sinds gisteren. Ik heb ze nog niet gezien. Maar ik hoor ze praten in een vreemde taal. En steeds moet ik lopen over het plastic dat zij over mijn traptreden hebben gelegd.
Een dag na het vertrek van de tussenbuurvrouw is het trappenhuis al helemaal van mij. Ik roep van boven naar beneden. Ik gooi er mijn troep neer. Ik ren in mijn ondergoed heen en weer over de trappen. Gewoon omdat dat kan.
Nu, een maand later, is dat plotseling voorbij. Maar de geest is uit de fles.
Gistermiddag. Drie uur. Onweersflitsen in de lucht. We stappen in de auto. Met zwaaiende ruitenwissers rijden we over de ring. Richting het ijskoude, natte Noord. Richting de moerassen.
'Waar gaan we eigenlijk heen?' vraagt Jeetje als we zitten.
dinsdag 24 november 2009
maandag 23 november 2009
Deze maandag
Sinds donderdag heb ik in spannende afwachting geleefd van deze maandag. Het zou de dag der dagen worden. Ik werd er 's nachts wakker van. Om exact half vier. Tot half zes lag ik dan te overdenken hoe ik het aan zou pakken. Wat de eerste zin dan wel moest zijn. Hoe ik het gevecht met de woorden aan zou gaan. Zonder dat het een echt gevecht werd natuurlijk. Want er zat geen dwang achter. Het was pure vreugde die mij wakker maakte. Met een vleugje strijdlust. Overdag schreef ik vlotjes aan het verhaal dat ik in opdracht aan het schrijven was. Ik probeerde de eerste persoon, tegenwoordige tijd. Het was reuze interessant. Maar in mijn hoofd werkte ik toe naar vandaag.
Nu dus. Een pompeus geval zit achter de computer. Het is grijs, het regent. Geen enkel muziekje valt goed.
Nu dus. Een pompeus geval zit achter de computer. Het is grijs, het regent. Geen enkel muziekje valt goed.
vrijdag 20 november 2009
Goede tips van schrijvers
Op een auteursfeestje won ik advies in. Wat te doen als je een verhaal hebt waarvan de puzzelstukje, na veel geploeter, nog steeds niet in elkaar zijn gevallen.
T. Verbogt zei: Zoveel werk is het nou ook weer niet. Dat lijkt maar zo. Je moet eerst gaan schrappen. En opnieuw nadenken. Waar gaat het over? Wat wil ik ermee zeggen? Wat is het einde van het verhaal? Goed kijken naar je materiaal.
F. Starik zei: Er zijn van die verhalen. Is het een oerverhaal? Dan moet het misschien nog even liggen. Misschien ben je er zelf nog niet klaar voor. Begrijp je het nog niet. Maar op een dag komt het er altijd uit. Dan kun je nu inderdaad beter een nieuw verhaal schrijven.
Maar het kan ook zijn dat je ineens weet hoe het moet. Dat je, als je dit en dat weghaalt, plotseling begrijpt wat het verhaal moet zijn. Je kunt er geen dwang op zetten.
E.M. Staal zei: Gewoon flink op je bek gaan. Iets nieuws proberen. Helemaal afgekraakt worden. En dan weer uit de as verrijzen. Nooit hetzelfde maken. Nooit doen wat je al kan.
C.Schilder zei: We houden nog steeds van je als je alleen maar slechte recensies krijgt. Misschien nog wel meer.
E. Gerritsen zei: Je moet nagaan wat je motieven zijn voor het schrijven. Erachter komen waarom je elk slecht of overbodig stuk uit het verhaal toch opgeschreven heb. Dan zijn dat vaak motieven die niet in het belang van het verhaal staan. Trouw zijn aan je materiaal. Het ego komt ook weer om de hoek kijken.
T.Verbogt zei ook nog: Een verhaal waar je te lang over doet, is altijd riskant. Je kunt het ook dood schrijven.
G. van Emmerik zei: De spanningsboog bij een kort verhaal is heel anders dan bij een lang verhaal. Je moet het bij een lang verhaal op een gegeven moment inlossen. Dat moet.
P.Buwalda zei: Je moet altijd iets inleveren naar je eigen beste kunnen. Nooit iets inleveren wat je op één-na-beste kunnen is.
T. Verbogt zei: Zoveel werk is het nou ook weer niet. Dat lijkt maar zo. Je moet eerst gaan schrappen. En opnieuw nadenken. Waar gaat het over? Wat wil ik ermee zeggen? Wat is het einde van het verhaal? Goed kijken naar je materiaal.
F. Starik zei: Er zijn van die verhalen. Is het een oerverhaal? Dan moet het misschien nog even liggen. Misschien ben je er zelf nog niet klaar voor. Begrijp je het nog niet. Maar op een dag komt het er altijd uit. Dan kun je nu inderdaad beter een nieuw verhaal schrijven.
Maar het kan ook zijn dat je ineens weet hoe het moet. Dat je, als je dit en dat weghaalt, plotseling begrijpt wat het verhaal moet zijn. Je kunt er geen dwang op zetten.
E.M. Staal zei: Gewoon flink op je bek gaan. Iets nieuws proberen. Helemaal afgekraakt worden. En dan weer uit de as verrijzen. Nooit hetzelfde maken. Nooit doen wat je al kan.
C.Schilder zei: We houden nog steeds van je als je alleen maar slechte recensies krijgt. Misschien nog wel meer.
E. Gerritsen zei: Je moet nagaan wat je motieven zijn voor het schrijven. Erachter komen waarom je elk slecht of overbodig stuk uit het verhaal toch opgeschreven heb. Dan zijn dat vaak motieven die niet in het belang van het verhaal staan. Trouw zijn aan je materiaal. Het ego komt ook weer om de hoek kijken.
T.Verbogt zei ook nog: Een verhaal waar je te lang over doet, is altijd riskant. Je kunt het ook dood schrijven.
G. van Emmerik zei: De spanningsboog bij een kort verhaal is heel anders dan bij een lang verhaal. Je moet het bij een lang verhaal op een gegeven moment inlossen. Dat moet.
P.Buwalda zei: Je moet altijd iets inleveren naar je eigen beste kunnen. Nooit iets inleveren wat je op één-na-beste kunnen is.
donderdag 19 november 2009
Volume
Ik heb een belangrijke bespreking van mijn verhalen in café Krull. Met een hele goede schrijver. Ik wil elk woord horen van wat hij zegt maar het is er lawaaiig door muziek en het gegons van mensenstemmen en ik moet me voorover buigen om hem te kunnen verstaan. Dan verschijnt er een man aan ons tafeltje met grijs haar, een zachtgele pullover en een rood hoofd. Hij zat achter in de zaak en wij helemaal vooraan.
'Zou je wat zachter kunnen praten', zegt hij tegen de schrijver. 'Je schreeuwt zo! Belachelijk hoe jij schreeuwt. Ik kan mijn krant niet eens lezen.'
'Zou je wat zachter kunnen praten', zegt hij tegen de schrijver. 'Je schreeuwt zo! Belachelijk hoe jij schreeuwt. Ik kan mijn krant niet eens lezen.'
woensdag 18 november 2009
Zon in de winter gevraagd
Jeetje heeft koude handen en koude voeten. Zoals tegenwoordig elke ochtend. Traag eet ze van haar bruine boterham met pindakaas. Ze blijft de daken aan de overkant in de gaten houden. Of er pieten lopen. Zo donker is het nog. Ze kunnen er nog makkelijk aan het werk zijn.
'Mam, we gaan toch wel naar een warm land deze winter?' vraagt ze.
'Deze winter niet. Dat heb ik toch al gezegd?'
'Omdat je moet werken, hè?'
'Ja.'
'Maar ik wil toch naar de zon. Ik wil blote armen en blote benen.'
'Ja, ik ook.' Ik pak haar handen en blaas erin. Ze worden iets warmer.
'Dan stappen we in het vliegtuig, mam,' zegt Jeetje, 'en dan gaan we naar Afrika. We mogen zelf kiezen waar we naartoe willen. Als het er maar lekker warm is en zonnig. En dan lopen we de hele dag op blote voeten, zonder dat ze koud worden.'
'Ja, dat wil ik ook wel.'
'Nou, dan doen we dat toch.'
'Mam, we gaan toch wel naar een warm land deze winter?' vraagt ze.
'Deze winter niet. Dat heb ik toch al gezegd?'
'Omdat je moet werken, hè?'
'Ja.'
'Maar ik wil toch naar de zon. Ik wil blote armen en blote benen.'
'Ja, ik ook.' Ik pak haar handen en blaas erin. Ze worden iets warmer.
'Dan stappen we in het vliegtuig, mam,' zegt Jeetje, 'en dan gaan we naar Afrika. We mogen zelf kiezen waar we naartoe willen. Als het er maar lekker warm is en zonnig. En dan lopen we de hele dag op blote voeten, zonder dat ze koud worden.'
'Ja, dat wil ik ook wel.'
'Nou, dan doen we dat toch.'
dinsdag 17 november 2009
Scheef wonen
We bezichtigden een huis vandaag. Het had een kersenboom in de tuin. Een schuurtje waar ik dan zou gaan zitten. Een zolder voor rotzooi. Een keldertje voor de flessen wijn.
Het huis was scheefgezakt, dat was het enige minpunt. Je helt sterk over naar achteren of naar voren. Geen knikker zal op z'n plek blijven liggen. De nieuwe kleine zal zeebenen krijgen als hij of zij gaat lopen. We zullen altijd allemaal met de neuzen dezelfde kant op rollen. Dat is het voordeel.
Het huis was scheefgezakt, dat was het enige minpunt. Je helt sterk over naar achteren of naar voren. Geen knikker zal op z'n plek blijven liggen. De nieuwe kleine zal zeebenen krijgen als hij of zij gaat lopen. We zullen altijd allemaal met de neuzen dezelfde kant op rollen. Dat is het voordeel.
maandag 16 november 2009
Abonneren op:
Posts (Atom)
