Ik zat alleen in de kroeg met een cappuccino, rekte mijn pijnlijke linkerrib uit als een harmonica, en dacht na over mijn leven tot nu toe. Ik was daar de laatste tijd helemaal niet meer aan toegekomen. Omdat ik een paar minuutjes over had voordat mijn afspraak zou arriveren, besloot ik die te benutten. Ik probeerde mijn leven tot nu toe op een rijtje te zetten, overzicht te krijgen en conclusies te trekken. Maar daar was het toch wat lawaaierig voor in dat cafeetje.
Er gaat veel uit mij op het moment en het wordt tijd dat er ook weer eens iets in komt, dacht ik alleen maar. En ik zag ook de dubieuze connotatie hiervan.
Toen kwam mijn afspraak binnen. Met frisse rode wangen en een muts op zijn hoofd.
'Jij blijft een luciferhoutje!' riep hij uit terwijl hij mij gedag zoende.
woensdag 10 februari 2010
dinsdag 9 februari 2010
Verboden films
Jeetje kijkt regelmatig filmpjes in haar hoofd. Dat doet ze achterop de fiets. Of 's ochtends in bed als ze te vroeg wakker is om op te staan. Op nul-momenten. Schaterend van het lachen vaak. Je zou denken dat er ergens een televisie aanstaat.
'Ssst, niet storen, mama! Ik zit middenin een filmpje!'
'Zet hem dan even op pauze,' zeg ik.
Maar dat kan blijkbaar weer niet met alle films. Dat ligt er maar net aan.
Ik vond het op zich oké, zij het wat merkwaardig. Wie kijkt er nou filmpjes in haar hoofd? Totdat ze tijdens het eten film begon te kijken, en dan giechelen en wijzen naar het voor ons onzichtbare beeld.
Nu is het afgelopen met de filmpjes.
Fantasie is leuk, maar het moet niet te gortig worden.
'Ssst, niet storen, mama! Ik zit middenin een filmpje!'
'Zet hem dan even op pauze,' zeg ik.
Maar dat kan blijkbaar weer niet met alle films. Dat ligt er maar net aan.
Ik vond het op zich oké, zij het wat merkwaardig. Wie kijkt er nou filmpjes in haar hoofd? Totdat ze tijdens het eten film begon te kijken, en dan giechelen en wijzen naar het voor ons onzichtbare beeld.
Nu is het afgelopen met de filmpjes.
Fantasie is leuk, maar het moet niet te gortig worden.
maandag 8 februari 2010
Vlak voor het naar bed gaan
'Maar waar was God eigenlijk, toen God er nog niet was?' vraagt Jeetje.
'God? Hoe kom je daarbij?'
'Ik heb God nog gezien,' zegt ze.
'O ja?'
'Ja. God woont in een grot met een hekje. En hij vroeg of ik ook God wilde worden.'
'Zo, en wat moest je dan doen?'
'Gewoon, in een grot gaan wonen,' zegt Jeetje.
'God? Hoe kom je daarbij?'
'Ik heb God nog gezien,' zegt ze.
'O ja?'
'Ja. God woont in een grot met een hekje. En hij vroeg of ik ook God wilde worden.'
'Zo, en wat moest je dan doen?'
'Gewoon, in een grot gaan wonen,' zegt Jeetje.
zaterdag 6 februari 2010
Prijs winnen
'Jee! Jij hebt ook een bolle toet gekregen,' riep een belangrijk schrijver uit zodra hij mij zag.
'O, echt?'
'Ik vind het wonderlijk hoe gezichten van mensen kunnen veranderen.' Hij bestudeerde me als een ornitholoog. 'Ja, de harde kern blijft hetzelfde, maar verder...'
Ik was gisteren weer bij de uitreiking van de BNGprijs. De prijs voor het oeuvre van schrijvers onder de veertig. Na twee boeken kun je daarvoor genomineerd worden. Dan heb je een oeuvretje. Zolang die prijs bestaat - sinds vijf jaar - ga ik al naar de uitreiking ervan. Behalve de allereerste keer toen vriendin Esther de prijs won. Toen ik er eigenlijk had moeten zijn. Maar ik besefte nauwelijks dat er iets gaande was. De prijs was nieuw, kreeg weinig aandacht en volgens mij was de uitreiking in een andere stad dan Amsterdam. Ik weet nog dat ik laat op de avond een sms kreeg met: 'Ja! Gewonnen!'
De jaren daarna was ik er vooral omdat Jan zou winnen. Hij werd drie keer genomineerd voor zijn oeuvre, maar ook gisteravond ging iemand anders er met het geld vandoor. Een oefening in nederigheid, waarschijnlijk.
Ik zag de prijs in aanzien groeien. (Ofwel: publiciteit.) Ik zag het publiek verdubbelen, tegelijk met het prijzengeld. Ik zag de fotografen toestromen, de literaire wereld in de zaal plaatsnemen. Gisteren scande ik de gezichten van de recensenten die op dit moment misschien de proefdruk van Lastmens op hun nachtkastje hebben liggen. Maar ik kon er niets aan aflezen.
Elk jaar zit ik daar al met het idee dat ik ook ooit op het podium zal zitten, tussen de genomineerden. Ik had nog geen boek geschreven toen ik dat al wist. Het lijkt hoogmoed. Maar het is een vooruitziende blik. Of ik zal winnen, weet ik niet. Over vier jaar word ik veertig. Dus volgend jaar kan ik in principe genomineerd zijn. En een jaar (of twee jaar) daarna als mijn derde boek uit is, ook nog. Het lijkt me niks om daar te zitten. Het is ook een onzin-prijs. De spelregels zijn niet duidelijk. Maar toch wil ik 'm een keer winnen.
'O, echt?'
'Ik vind het wonderlijk hoe gezichten van mensen kunnen veranderen.' Hij bestudeerde me als een ornitholoog. 'Ja, de harde kern blijft hetzelfde, maar verder...'
Ik was gisteren weer bij de uitreiking van de BNGprijs. De prijs voor het oeuvre van schrijvers onder de veertig. Na twee boeken kun je daarvoor genomineerd worden. Dan heb je een oeuvretje. Zolang die prijs bestaat - sinds vijf jaar - ga ik al naar de uitreiking ervan. Behalve de allereerste keer toen vriendin Esther de prijs won. Toen ik er eigenlijk had moeten zijn. Maar ik besefte nauwelijks dat er iets gaande was. De prijs was nieuw, kreeg weinig aandacht en volgens mij was de uitreiking in een andere stad dan Amsterdam. Ik weet nog dat ik laat op de avond een sms kreeg met: 'Ja! Gewonnen!'
De jaren daarna was ik er vooral omdat Jan zou winnen. Hij werd drie keer genomineerd voor zijn oeuvre, maar ook gisteravond ging iemand anders er met het geld vandoor. Een oefening in nederigheid, waarschijnlijk.
Ik zag de prijs in aanzien groeien. (Ofwel: publiciteit.) Ik zag het publiek verdubbelen, tegelijk met het prijzengeld. Ik zag de fotografen toestromen, de literaire wereld in de zaal plaatsnemen. Gisteren scande ik de gezichten van de recensenten die op dit moment misschien de proefdruk van Lastmens op hun nachtkastje hebben liggen. Maar ik kon er niets aan aflezen.
Elk jaar zit ik daar al met het idee dat ik ook ooit op het podium zal zitten, tussen de genomineerden. Ik had nog geen boek geschreven toen ik dat al wist. Het lijkt hoogmoed. Maar het is een vooruitziende blik. Of ik zal winnen, weet ik niet. Over vier jaar word ik veertig. Dus volgend jaar kan ik in principe genomineerd zijn. En een jaar (of twee jaar) daarna als mijn derde boek uit is, ook nog. Het lijkt me niks om daar te zitten. Het is ook een onzin-prijs. De spelregels zijn niet duidelijk. Maar toch wil ik 'm een keer winnen.
vrijdag 5 februari 2010
Schijnvertoning
'Wij zijn alleen maar vermomd als mensen.' Jeetje zit in haar pyjama op de radiator. 'Maar dat weet helemaal niemand.'
'Dat was mijn idee!' zeg ik. Ook in mijn pyjama.
'Als ze wisten wie we waren, zouden ze meteen de politie bellen.'
'Dat denk ik ook.'
'Ik ben een gemene heks, jij bent een gemene heks en jij krijgt nog een klein, gemeen heksje. Papa is een boze tovenaar.'
'Wij zijn dus eigenlijk de slechtste familie van de hele straat.'
'Ja. Ze denken dat we aardig zijn maar ik ga straks het buurjongetje ontvoeren, lacht Jeetje boosaardig. 'Hij heeft hier rommel gemaakt.'
'En ik ga zijn broer opeten,' zeg ik.'Die lijkt me heerlijk.'
Achter elkaar aan lopen de gemene heksen de trap op. Om zich in het mensenpak te gaan hijsen. Zodat de dag, en daarmee de zoveelste schijnvertoning, kan beginnen.
'Dat was mijn idee!' zeg ik. Ook in mijn pyjama.
'Als ze wisten wie we waren, zouden ze meteen de politie bellen.'
'Dat denk ik ook.'
'Ik ben een gemene heks, jij bent een gemene heks en jij krijgt nog een klein, gemeen heksje. Papa is een boze tovenaar.'
'Wij zijn dus eigenlijk de slechtste familie van de hele straat.'
'Ja. Ze denken dat we aardig zijn maar ik ga straks het buurjongetje ontvoeren, lacht Jeetje boosaardig. 'Hij heeft hier rommel gemaakt.'
'En ik ga zijn broer opeten,' zeg ik.'Die lijkt me heerlijk.'
Achter elkaar aan lopen de gemene heksen de trap op. Om zich in het mensenpak te gaan hijsen. Zodat de dag, en daarmee de zoveelste schijnvertoning, kan beginnen.
woensdag 3 februari 2010
Nabije toekomst
Tijdens de lunch spreken we de nabije toekomst door. Binnen nu en een half jaar verandert er veel. We hebben er nog geen flauw vermoeden van hoe dat uitpakt. We kunnen er alleen maar naar gissen. Er lijkt niets aan de hand. We eten een broodje met kaas uit de oven en drinken een kopje thee, als anders. Maar er zullen hoe dan ook dingen veranderen, al besluiten we tot juli vastgeplakt op onze stoelen te blijven zitten.
Daar zijn wij heel kalm onder. Vreemd kalm. Misschien wel onderkoeld. Volgens mij hebben man en ik allebei dat we onderkoeld raken, zodra er grote dingen staan te gebeuren. Dingen die we eigenlijk niet kunnen overzien.
We hebben ons huis heel hoogstwaarschijnlijk verkocht. De financiën voor het nieuwe huis zijn rond. Het een en ander heeft consequenties waar over nagedacht dient te worden. We moeten dingen gaan organiseren. De spullen moeten in juli uit dit huis zijn, en naar dat andere huis gebracht worden. Er moet daar een wc verplaatst worden. Er moeten vloeren komen op drie verdiepingen. Vloerbedekking moet eruit. Muren in acht kamers moeten wit gemaakt worden. We moeten dit zo coördineren dat het binnen een week allemaal keurig netjes gebeurd is. Zodat wij er op 7 juli in kunnen trekken.
'We hebben dan wel slaapgebrek,' zeg ik. 'Dat moeten we ook meerekenen.'
Man knikt ernstig.
In juli verhuizen we namelijk, maar begin mei is er al iemand bij ons komen wonen die we nu niet kennen. Die ik nog gewoon als een zware bloemkool placht te omschrijven. Als een last die ik meetors. Maar die tegen die tijd al bij ons zal horen, alsof ze er altijd is geweest.
Om ijzig kalm van te worden.
Het kan voorkomen dat ik de komende twee weken onregelmatiger publiceer hier. Dat is vanwege deadlines. In de heel, heel erg nabije toekomst, heb ik nog gewoon twee deadlines. Net als anders.
Daar zijn wij heel kalm onder. Vreemd kalm. Misschien wel onderkoeld. Volgens mij hebben man en ik allebei dat we onderkoeld raken, zodra er grote dingen staan te gebeuren. Dingen die we eigenlijk niet kunnen overzien.
We hebben ons huis heel hoogstwaarschijnlijk verkocht. De financiën voor het nieuwe huis zijn rond. Het een en ander heeft consequenties waar over nagedacht dient te worden. We moeten dingen gaan organiseren. De spullen moeten in juli uit dit huis zijn, en naar dat andere huis gebracht worden. Er moet daar een wc verplaatst worden. Er moeten vloeren komen op drie verdiepingen. Vloerbedekking moet eruit. Muren in acht kamers moeten wit gemaakt worden. We moeten dit zo coördineren dat het binnen een week allemaal keurig netjes gebeurd is. Zodat wij er op 7 juli in kunnen trekken.
'We hebben dan wel slaapgebrek,' zeg ik. 'Dat moeten we ook meerekenen.'
Man knikt ernstig.
In juli verhuizen we namelijk, maar begin mei is er al iemand bij ons komen wonen die we nu niet kennen. Die ik nog gewoon als een zware bloemkool placht te omschrijven. Als een last die ik meetors. Maar die tegen die tijd al bij ons zal horen, alsof ze er altijd is geweest.
Om ijzig kalm van te worden.
Het kan voorkomen dat ik de komende twee weken onregelmatiger publiceer hier. Dat is vanwege deadlines. In de heel, heel erg nabije toekomst, heb ik nog gewoon twee deadlines. Net als anders.
maandag 1 februari 2010
iel
Kan dit nou wel goed komen? Trekt dit nog ooit recht? Zo ja, dan vraag ik me ernstig af: Hoe. Het heeft namelijk alle schijn tegen. Het wordt alleen maar erger. Grotesker. Ik kom steeds verder uit het lood.
Het derde trimester is aangebroken. Betekent dat ik inmiddels een hele fikse bloemkool in een emmer water meesjouw. Het serieuze zwellen zal inzetten. Vandaag is het begonnen. Ik zag het net.
Het vocht wordt opgeslagen. Het vet vastgehouden. De tred zwaarder/logger/pijnlijker. En mijn blik wordt vermoeider. Het knappe is er nu onderhand echt af.
De tijd verstrijkt. Ik begin steeds meer binnen te willen blijven, mij afzonderen en een beetje liggen dromen/wegkwijnen. Maar mijn boek gaat straks uitkomen. En ik zal juist naar buiten gaan! Ik ga voorlezen. Mij onthullen. De spreekwoordelijke schijnwerpers in. Met zo'n gezicht.
Tegenover mij in de metro zat vandaag een Surinaamse vrouw met benen als ballonnen. Die van mij pasten er minstens vier keer in. Ik wou dat ik eeuwig in die metro kon blijven zitten met haar. Het hielp. Het was fijn me weer even iel te voelen.
Maar binnen een maand zou ik haar ingehaald hebben.
Het derde trimester is aangebroken. Betekent dat ik inmiddels een hele fikse bloemkool in een emmer water meesjouw. Het serieuze zwellen zal inzetten. Vandaag is het begonnen. Ik zag het net.
Het vocht wordt opgeslagen. Het vet vastgehouden. De tred zwaarder/logger/pijnlijker. En mijn blik wordt vermoeider. Het knappe is er nu onderhand echt af.
De tijd verstrijkt. Ik begin steeds meer binnen te willen blijven, mij afzonderen en een beetje liggen dromen/wegkwijnen. Maar mijn boek gaat straks uitkomen. En ik zal juist naar buiten gaan! Ik ga voorlezen. Mij onthullen. De spreekwoordelijke schijnwerpers in. Met zo'n gezicht.
Tegenover mij in de metro zat vandaag een Surinaamse vrouw met benen als ballonnen. Die van mij pasten er minstens vier keer in. Ik wou dat ik eeuwig in die metro kon blijven zitten met haar. Het hielp. Het was fijn me weer even iel te voelen.
Maar binnen een maand zou ik haar ingehaald hebben.
Abonneren op:
Posts (Atom)