In dit huis klinkt alles nog hol. Zelfs mijn vingers die zacht op de toetsen tikken. Alsof ik op een ouderwetse typemachine aan het rammen ben. Ik krijg er hoofdpijn van. De dag is net begonnen, maar binnen moeten de lichten al aan. Ik heb mijn o zo verlangde uurtje alleen. Waarvan ik eerder dacht dat het er nooit meer van zou komen. Deetje slaapt nog. Jeetje is voor het eerst van haar leven naar de naschoolse opvang. Man is naar het werk gereden. Ik kan iets gaan schrijven. Ik zou van alles kunnen gaan doen, dan eindelijk. Maar helaas ben ik hedenochtend net zo hol als dit huis.
Marjoleine de Vos schrijft in haar column in NRC: 'Taal kan heel verhullend en onoprecht zijn. Dus dan zeggen we: ik kijk wel naar wat ze doen. Dat is vaak verstandig. Mensen zijn wat ze doen, niet wat ze zeggen.'
dinsdag 17 augustus 2010
zondag 15 augustus 2010
Drie dialoogjes op zondag
'Jeetje, heb jij de koektrommel leeggegeten?'
'Nee? Hoezo?'
'Nou, de koektrommel is leeg.'
'O, en jij wou mij zeker net een koekje geven?'
'Jeetje, wat zie ik nu! Jij hebt die afwrijfplaatjes op de muur van je kamer geplakt!'
Jeetje buigt haar hoofd alvast.
'En wij hebben de muren net gewit! En alles!'
'Ik wist niet dat het niet mocht.' Een traan rolt over haar wang.
'Dat wist jij heel goed!'
'Ik wou roze in mijn kamer. En de plaatjes zijn roze,' fluistert ze.
'Mama, waarom was jij op de radio?' vraagt Jeetje.
'Omdat ik schrijf.'
'Maar wat ging jij daar dan doen?'
'Ik kwam daar om te vertellen over mijn boek.'
'Alwéér over dat boek?'
'Ja.'
'Maar een boek is toch om te lezen?'
'Nee? Hoezo?'
'Nou, de koektrommel is leeg.'
'O, en jij wou mij zeker net een koekje geven?'
'Jeetje, wat zie ik nu! Jij hebt die afwrijfplaatjes op de muur van je kamer geplakt!'
Jeetje buigt haar hoofd alvast.
'En wij hebben de muren net gewit! En alles!'
'Ik wist niet dat het niet mocht.' Een traan rolt over haar wang.
'Dat wist jij heel goed!'
'Ik wou roze in mijn kamer. En de plaatjes zijn roze,' fluistert ze.
'Mama, waarom was jij op de radio?' vraagt Jeetje.
'Omdat ik schrijf.'
'Maar wat ging jij daar dan doen?'
'Ik kwam daar om te vertellen over mijn boek.'
'Alwéér over dat boek?'
'Ja.'
'Maar een boek is toch om te lezen?'
vrijdag 13 augustus 2010
Nachtvluchten
Morgenochtend van 06.00 tot 07.00 ben ik te gast in het programma Nachtvluchten op radio 1.
Dus voor de vroege vogel onder ons...
Ik ben zelf eigenlijk wel heel benieuwd naar wat ik allemaal ga zeggen, morgen zo vroeg.
Dus voor de vroege vogel onder ons...
Ik ben zelf eigenlijk wel heel benieuwd naar wat ik allemaal ga zeggen, morgen zo vroeg.
donderdag 12 augustus 2010
Uithongeren
'Honger je baby uit en ze neemt de fles vanzelf,' schrijven de specialisten voor.
Een vriendin zegt: 'We hebben onze dochter drie dagen niets anders aangeboden. Ze heeft drie dagen gekrijst. En ik heb al die tijd staan huilen in de tuin. Maar op zondagavond dronk ze uit de fles. Ze moest wel.'
Ik kijk naar Deetje die in de box haar dagelijkse oefeningen doet. Ze probeert van haar rug op haar buik te komen. Ze ligt al op haar zij, steunt en kreunt erbij. Totdat het mollige lijfje zich ineens razendsnel omdraait en er een klein kopje met een bosje zwart haar boven de box uitsteekt. Ze steunt op haar ellebogen en lacht mij breed toe. Een draad spuug komt uit haar mond. Het eerste tandje van mijn kleine flesweigeraarster zit er ook al.
'Jij moet uitgehongerd worden, meisje,' zeg ik. 'Het leven is niet altijd leuk.'
Deetjes heldere, donkerblauwe ogen worden halve maantjes. Van het lachen.
'Jij moet maar leren doen wat ik zeg, jongedame. We zullen jouw willetje moeten breken. Mijn wil is wet!'
Deetje kijkt mij aan, smakt met haar mond. Haar tongetje gaat over lippen. Na haar ochtendgymnastiek heeft ze altijd dorst.
Maar ja.
Een vriendin zegt: 'We hebben onze dochter drie dagen niets anders aangeboden. Ze heeft drie dagen gekrijst. En ik heb al die tijd staan huilen in de tuin. Maar op zondagavond dronk ze uit de fles. Ze moest wel.'
Ik kijk naar Deetje die in de box haar dagelijkse oefeningen doet. Ze probeert van haar rug op haar buik te komen. Ze ligt al op haar zij, steunt en kreunt erbij. Totdat het mollige lijfje zich ineens razendsnel omdraait en er een klein kopje met een bosje zwart haar boven de box uitsteekt. Ze steunt op haar ellebogen en lacht mij breed toe. Een draad spuug komt uit haar mond. Het eerste tandje van mijn kleine flesweigeraarster zit er ook al.
'Jij moet uitgehongerd worden, meisje,' zeg ik. 'Het leven is niet altijd leuk.'
Deetjes heldere, donkerblauwe ogen worden halve maantjes. Van het lachen.
'Jij moet maar leren doen wat ik zeg, jongedame. We zullen jouw willetje moeten breken. Mijn wil is wet!'
Deetje kijkt mij aan, smakt met haar mond. Haar tongetje gaat over lippen. Na haar ochtendgymnastiek heeft ze altijd dorst.
Maar ja.
woensdag 11 augustus 2010
Songlines
Het damrak trilde ervan. Midden op het trottoir en dus midden in de loop van honderden mensen zat een jongeman met dreadlocks, ontbloot bovenlijf en op blote voeten - ik zag heel smerige voetzolen - de aarde zelf te wezen. Hij blies op zijn didgeridoo, keek erbij alsof hij ver weg in de woestenij zat en één met de natuur geworden was.
Ik vind zulke jongemannen verwerpelijk. Ik vind ze verschrikkelijk irritant. Vaak zit er ook een bloedmooi meisje met een neusbelletje naast en een grote herdershond. Maar vandaag niet. De jongeman zat vandaag alleen en liet zijn muziekinstrument diepe klanken voortbrengen. The songlines.
Maar ik wilde het helemaal niet hebben over die aanstellerige idioot met zijn didgeridoo. Hoe hinderlijk kan zo iemand op je netvlies staan en blijven staan? Hoe hinderlijk kan zo iemand je in de weg zitten? Nu zit-ie zelfs hier ruimte in te nemen. De lul.
'Wat zegt nou dit over mij?' zou zomergast Paulien Cornelissen zich afvragen.
Ik vind zulke jongemannen verwerpelijk. Ik vind ze verschrikkelijk irritant. Vaak zit er ook een bloedmooi meisje met een neusbelletje naast en een grote herdershond. Maar vandaag niet. De jongeman zat vandaag alleen en liet zijn muziekinstrument diepe klanken voortbrengen. The songlines.
Maar ik wilde het helemaal niet hebben over die aanstellerige idioot met zijn didgeridoo. Hoe hinderlijk kan zo iemand op je netvlies staan en blijven staan? Hoe hinderlijk kan zo iemand je in de weg zitten? Nu zit-ie zelfs hier ruimte in te nemen. De lul.
'Wat zegt nou dit over mij?' zou zomergast Paulien Cornelissen zich afvragen.
dinsdag 10 augustus 2010
Pijn
Elke buurt heeft zo z'n ongeschreven codes. Die leer je langzaamaan kennen. Ik ben erachter gekomen dat onze nieuwe buurt een geschreven code heeft. Het is in deze straat gebruikelijk om, als vader, de naam van je kroost op je onderarm te tatoeëren. Ik heb er al meerdere buurmannen mee zien lopen. Sommigen hebben alleen de initialen in hun arm laten branden. Sommigen de hele naam. Dus man zal binnenkort met Jeetje op zijn ene- en Deetje op zijn andere arm door het leven gaan. In sierletters. Om de buurtcohesie niet te verstoren. Het is vermoedelijk eventjes doorbijten voor hem. Man houdt namelijk helemaal niet van pijn.
Een buurman liet hem vanmorgen zijn ontwerp voor een binnenkort te zetten tatoeage op zijn rug zien. Het woord 'PAIN' van links naar rechts. In prachtletters.
'En?' vroeg de buurman. 'Wat vind je ervan?'
'Dat woord,' zei man. 'Daar krijg ik een beetje negatieve associaties bij. Kan dat kloppen?'
Een buurman liet hem vanmorgen zijn ontwerp voor een binnenkort te zetten tatoeage op zijn rug zien. Het woord 'PAIN' van links naar rechts. In prachtletters.
'En?' vroeg de buurman. 'Wat vind je ervan?'
'Dat woord,' zei man. 'Daar krijg ik een beetje negatieve associaties bij. Kan dat kloppen?'
maandag 9 augustus 2010
Nooit alleen
Het duurt te lang voor ik doorheb dat het geen gezichtsbedrog is. Het meisje dat in een flink tempo - achteruit - door de supermarkt loopt, zwaait al naar me. Ze lacht erbij. En als ze haar hoofd iets draait, zie ik op de plaats waar haar achterhoofd had moeten zitten, nog een gezicht naar me lachen.
Ik buig mij voorover om mijn pot pindakaas met stukjes noot te pakken.
Ze zijn het gewend. Mensen die kijken.
De meisjes zitten met hun hoofden en hun ruggen aan elkaar vast. Ze zijn een jaar of tien. Als het ene meisje vooruit loopt, loopt het andere meisje vanzelfsprekend achteruit. Zo leven ze. Een mens met twee gezichten. Een mens zonder achterhoofd om op te liggen. Of op te vallen. Nee, het zijn twee mensen natuurlijk. Maar hoe heeft hun moeder hen vastgehouden toen ze net geboren waren? Hoe moeten ze slapen? Als het ene meisje op haar buik wil slapen, slaapt het andere meisje op haar rug bovenop haar. Nee, er is geen rug om op te liggen. Je hebt altijd iemand op je rug geplakt. Altijd. En die persoon heb je nog nooit recht in de ogen gekeken. Er is geen ontsnappen mogelijk. Je kunt nooit iemand van je afschudden.
Ze kunnen nooit naar hun eigen kamer ontsnappen en daar heel even alleen gaan zitten. Zoals ik nu.
Ik buig mij voorover om mijn pot pindakaas met stukjes noot te pakken.
Ze zijn het gewend. Mensen die kijken.
De meisjes zitten met hun hoofden en hun ruggen aan elkaar vast. Ze zijn een jaar of tien. Als het ene meisje vooruit loopt, loopt het andere meisje vanzelfsprekend achteruit. Zo leven ze. Een mens met twee gezichten. Een mens zonder achterhoofd om op te liggen. Of op te vallen. Nee, het zijn twee mensen natuurlijk. Maar hoe heeft hun moeder hen vastgehouden toen ze net geboren waren? Hoe moeten ze slapen? Als het ene meisje op haar buik wil slapen, slaapt het andere meisje op haar rug bovenop haar. Nee, er is geen rug om op te liggen. Je hebt altijd iemand op je rug geplakt. Altijd. En die persoon heb je nog nooit recht in de ogen gekeken. Er is geen ontsnappen mogelijk. Je kunt nooit iemand van je afschudden.
Ze kunnen nooit naar hun eigen kamer ontsnappen en daar heel even alleen gaan zitten. Zoals ik nu.
Abonneren op:
Posts (Atom)