De huisarts die mij 'vaag' noemt, terwijl ik niet bij hem kwam om het over mijn vermeende vaagheid te hebben, heeft een teer punt geraakt. Ik word heel mijn leven al 'vaag' genoemd of 'raar.' Ik ben die benaming meer dan spuugzat. Je zou - voor de grap - de mensen eens moeten zien die mij zo aanduiden.
Het is nu al een week geleden dat ik hem zag, en op stille momenten vertel ik de huisarts nog steeds 'de waarheid.' Elke dag wordt het betoog in mijn hoofd scherper. Maar het eindigt altijd met dezelfde vraag: 'DUS meneer, WIE is er hier nou eigenlijk VAAG?!'
Hij weet nooit iets terug te zeggen. Hij kan niet anders dan zijn hoofd buigen. Zich excuseren.
De huisarts wordt mijn nieuwe muze. Als ik een drijfveer mis, zal ik bij hem langsgaan met een vage klacht. Voorin mijn volgende boek komt te staan: voor de huisarts die mijn motortje altijd draaiend wist te houden.
Gisteren stond hij op mijn antwoordapparaat: 'Ik bel je al een paar dagen voor de uitslag van het bloedonderzoek. Maar ik krijg je niet te pakken. Einde bericht.'
Mijn muze zegt einde bericht als hij zijn zegje gedaan heeft. Dat is niet vaag. Dat is dubbelop.
vrijdag 27 mei 2011
donderdag 26 mei 2011
Groetjes aan...
Het vierde filmpje alweer op Torpedomagazine. Het heet Zorg. Ik heb het zelf wederom niet gekeken, maar het schijnt goed te zijn. Ik weet nog dat ik dit stukje, terwijl ik het las, het beste vond. Er was niet aan geschaafd. Het had al de juiste hoeveelheid woorden. Het leek gemaakt voor een Torpedo Magazine Filmpje. Het wilde ook iets zeggen over de zorg voor en over een kind. Het was niet eenduidig. Toen ik klaar was, zei de cameraman: 'Dit was meer een gedicht.'
Als je kijkt, kijk dan meteen even bij de andere filmpjes. Er wordt daar elke dag een nieuw 2 minutenstukje geplaatst. Zo leuk. En dan staat het ook nog in het Parool. Het kan niet op. Het leven is Vurrukkulluk.
Daar heb ik dus ooit een hoorspel van gemaakt. Dat is nu alweer vijftien jaar geleden.En daar wordt binnenkort, waarschijnijk, wat mee gedaan. Ik weet nog precies waar ik zat toen ik 'groetjes aan Elke Geurts' zag staan, geschreven door Remco Campert. Ik viel haast flauw van zoveel erkenning. Sindsdien voel ik me verbonden met hem. Je hoeft maar 'groetjes aan...' te schrijven of je hebt me. Makkelijk zat.
Als je kijkt, kijk dan meteen even bij de andere filmpjes. Er wordt daar elke dag een nieuw 2 minutenstukje geplaatst. Zo leuk. En dan staat het ook nog in het Parool. Het kan niet op. Het leven is Vurrukkulluk.
Daar heb ik dus ooit een hoorspel van gemaakt. Dat is nu alweer vijftien jaar geleden.En daar wordt binnenkort, waarschijnijk, wat mee gedaan. Ik weet nog precies waar ik zat toen ik 'groetjes aan Elke Geurts' zag staan, geschreven door Remco Campert. Ik viel haast flauw van zoveel erkenning. Sindsdien voel ik me verbonden met hem. Je hoeft maar 'groetjes aan...' te schrijven of je hebt me. Makkelijk zat.
dinsdag 24 mei 2011
True Blood
Ik balde mijn hand tot een vuist en toen hij begon, keerde ik hem mijn andere wang toe. Over mijn rechterschouder staarde ik naar het multiplex wandje. Grijswit met gaatjes. Dit was hokje V132. In een heel nieuw gebouw.
'Hier had wel iets kunnen hangen,' zei ik.
'Ja, ik had daar een Escher willen ophangen,' zei de man die mij aftapte.
'Ah,' zei ik. 'Maar dat leidt natuurlijk af. Jij moet je op aders focussen.'
'Ik heb meer dan genoeg Escher gezien.' Hij lachte.
'O?'
'Tijdens mijn studie had ik een Escher agenda.'
'Volgens mij is dat niet de bedoeling van die agenda's,' zei ik.
'Laat die vuist maar los,' zei hij, 'ontspan. Ontspan.'
Ik liet mijn hand open liggen op zijn bovenbeen. Mijn bloed stroomde zijn buisjes in. Tot hij er genoeg van had.
Achter al die wandjes hier hetzelfde.
'Hier had wel iets kunnen hangen,' zei ik.
'Ja, ik had daar een Escher willen ophangen,' zei de man die mij aftapte.
'Ah,' zei ik. 'Maar dat leidt natuurlijk af. Jij moet je op aders focussen.'
'Ik heb meer dan genoeg Escher gezien.' Hij lachte.
'O?'
'Tijdens mijn studie had ik een Escher agenda.'
'Volgens mij is dat niet de bedoeling van die agenda's,' zei ik.
'Laat die vuist maar los,' zei hij, 'ontspan. Ontspan.'
Ik liet mijn hand open liggen op zijn bovenbeen. Mijn bloed stroomde zijn buisjes in. Tot hij er genoeg van had.
Achter al die wandjes hier hetzelfde.
zondag 22 mei 2011
Woede
Drie dagen geleden, op donderdagochtend, zag ik hem voor het eerst. Hij droeg een trui, zo grasgroen dat het pijn deed aan mijn ogen. En sindsdien denk ik elke nacht, als ik even wakker ben, aan wat ik hem had moeten zeggen, maar niet zei. En dan duurt het nog veel langer voor ik in slaap val.
De huisarts was een man van halverwege de veertig. Hij waste zijn haar waarschijnlijk met babyshampoo. Daarom hing het wat slap rond zijn hoofd maar het glansde wel. Het was zo'n type dat zijn hele lichaam elke ochtend he-le-maal, en in alle rust, inwreef met babyzeep. Als eerbetoon. Uit respect voor 'Zijn Voertuig'. Hij had lange gelige tanden, troebele ogen - die herinner ik me niet zo goed - maar zijn neus wipte lief omhoog, daar moet hij vroeger o.a. mee geplaagd zijn. Het plagen had hem gesterkt. Nu was hij huisarts, nu liet hij zich door niemand meer ringeloren. Vanachter zijn bureau keek hij naar me. Hij had al diverse communicatietraingen achter de rug. Sommige zelfs op eigen kosten. Hele zinsneden uit het handboek 'Hoe te communiceren met je patiënt' rolden er uit. Hij was een ijverige man, maar hij zou zichzelf niet nòg eens over de kop werken.
Goed, genoeg ingehouden woede.
Ik zit daar met bijna veertig graden koorts tegenover hem. Een paar nachten niet geslapen. Zo goed en zo kwaad als het ging vertel ik hem mijn fysieke klachten.En dat ik me afvraag wat het allemaal is.
'Ik vind je vaag,' zegt hij als ik mijn verhaal gedaan heb.
'O.'
'Ben jij altijd zo vaag.'
'Nee, maar, eh..'
'Ja, ik ken je dus niet, dat is het lastige, maar ik vraag me heel erg af of je altijd zo vaag bent.'
'Nee, ik ben natuurlijk ziek nu. Ik zit hier met moeite,' zei ik. 'Ik denk dat ik een vitaminetekort heb of zoiets. IJzer. Whatever. Laat me maar bloedprikken.'
'Misschien ben je altijd zo vaag.'
'Nee, zó vaag ben ik normaal niet, maar daarvoor...'
'Ik vraag me namelijk af of ik echt contact heb...'
'Dat vraag ik me ook af,' zeg ik.
'Nou, ik heb wel contact hoor.' De glimlach van de groene trui golft door de kamer. Het geel van zijn tanden danst mee. Als hij wel contact heeft, dan moet hij dat toch met mij hebben? Met wie heeft de goede man anders contact?
Maar ik durf niets meer te zeggen.
'Ik vraag me af of ik met je binnenkant praat?'
'Eh, mijn binnenkant?'
'Ja, of heb ik alleen contact met je buitenkant?' De huisarts doet zijn armen over elkaar.
De huisarts was een man van halverwege de veertig. Hij waste zijn haar waarschijnlijk met babyshampoo. Daarom hing het wat slap rond zijn hoofd maar het glansde wel. Het was zo'n type dat zijn hele lichaam elke ochtend he-le-maal, en in alle rust, inwreef met babyzeep. Als eerbetoon. Uit respect voor 'Zijn Voertuig'. Hij had lange gelige tanden, troebele ogen - die herinner ik me niet zo goed - maar zijn neus wipte lief omhoog, daar moet hij vroeger o.a. mee geplaagd zijn. Het plagen had hem gesterkt. Nu was hij huisarts, nu liet hij zich door niemand meer ringeloren. Vanachter zijn bureau keek hij naar me. Hij had al diverse communicatietraingen achter de rug. Sommige zelfs op eigen kosten. Hele zinsneden uit het handboek 'Hoe te communiceren met je patiënt' rolden er uit. Hij was een ijverige man, maar hij zou zichzelf niet nòg eens over de kop werken.
Goed, genoeg ingehouden woede.
Ik zit daar met bijna veertig graden koorts tegenover hem. Een paar nachten niet geslapen. Zo goed en zo kwaad als het ging vertel ik hem mijn fysieke klachten.En dat ik me afvraag wat het allemaal is.
'Ik vind je vaag,' zegt hij als ik mijn verhaal gedaan heb.
'O.'
'Ben jij altijd zo vaag.'
'Nee, maar, eh..'
'Ja, ik ken je dus niet, dat is het lastige, maar ik vraag me heel erg af of je altijd zo vaag bent.'
'Nee, ik ben natuurlijk ziek nu. Ik zit hier met moeite,' zei ik. 'Ik denk dat ik een vitaminetekort heb of zoiets. IJzer. Whatever. Laat me maar bloedprikken.'
'Misschien ben je altijd zo vaag.'
'Nee, zó vaag ben ik normaal niet, maar daarvoor...'
'Ik vraag me namelijk af of ik echt contact heb...'
'Dat vraag ik me ook af,' zeg ik.
'Nou, ik heb wel contact hoor.' De glimlach van de groene trui golft door de kamer. Het geel van zijn tanden danst mee. Als hij wel contact heeft, dan moet hij dat toch met mij hebben? Met wie heeft de goede man anders contact?
Maar ik durf niets meer te zeggen.
'Ik vraag me af of ik met je binnenkant praat?'
'Eh, mijn binnenkant?'
'Ja, of heb ik alleen contact met je buitenkant?' De huisarts doet zijn armen over elkaar.
vrijdag 20 mei 2011
Trip naar buiten
Op woensdagavond besloot ik toch naar de boekpresentatie van Caroline Ligthart te gaan. Ik wilde het per se. Ik liet mijn lichaam niet bepalen wat we wel en niet gingen doen. Misschien was het pure aanstellerij. Misschien was dit zo'n psychosomatisch iets. Ik lag me al de hele dag in bed aan te stellen. Met mijn ogen dicht omdat die deden alsof ze geen licht konden verdragen. Een natte washand op mijn hoofd, een warmwaterzak bij mijn voeten. Ik bereidde me op de tocht voor als was het een militaire operatie - ik nam een paar slokjes appelsap, er moest iets van brandstof in de machine, stopte een cracker in mijn handtas - en liep de straat uit. Over een denkbeeldige rechte lijn. Ik stapte in tram 26. Het was alsof op ik op volle zee zat. In mijn oren hoorde ik de golfslag. Ik sloot mijn ogen. Klemde mijn handen rond de mobiele telefoon. Het ging geweldig goed. Bij de halte Rietlandpark moest ik overstappen op tram 10, ook daar kwam ik zonder kleerscheuren in terecht. Keurig rechtop. Met mijn ogen dicht bereikte ik het Leidseplein. De machine was op stoom. Het plein was vol, kleurig en schel. In de Bruna shop kocht ik Dextro Energy snoepjes. Daarna liep ik de Body Shop binnen voor een cadeau voor de kersverse debutante. Het lukte allemaal. Misschien keek de juffrouw van de winkel me vreemd aan, maar ik wist dat ik ook dat verzon. Ik had altijd het idee dat de hele wereld me vreemd aankeek, omdat ik schijnbaar iets geks aan het doen was. Aanstellerij dus. Vanaf het Leidseplein was het nog een hele tocht naar boekhandel Schimmelpennink waar de presentatie was. Ik zoog op een Dextrootje, spiedde om mij heen met mijn half dichtgeknepen ogen en stapte voort. De machine was in volle werking. Zij rook elk afzonderlijk pizzastukje, shoarma broodje en hoorde elke tram- of fietsbel. Rechtop blijven was haar main issue. Wij zullen doorgaan, haar slogan. In mijn hoofd speelde zich het rampscenario af dat het hele feest zou kunnen bederven. De schrijfster zou mij met mijn komst juist voor eeuwig vervloeken in plaats van wat anders. Want al stond de machine goed afgesteld, oververhitting kon kortsluiting geven. Die wetenschap maakte deze tocht extra heroïsch. Eigenlijk geeft het mijn hele leven net wat meer cachet, bedenk ik me nu.
Maar het ging goed. Op een gegeven moment lag onze vrouw van de wereld weer thuis in bed. Met Russisch water. Missie geslaagd.
Maar het ging goed. Op een gegeven moment lag onze vrouw van de wereld weer thuis in bed. Met Russisch water. Missie geslaagd.
dinsdag 17 mei 2011
Roepingen
Een paar dingetjes. Per uur gaan er wel vijf blog-onderwerpen door m'n hoofd. Ik moet kiezen. Soms zijn er dagen van geen idee of van hele kleine observaties. Maar de laatste tijd is het anders. Het gaat maar door, ook 's nachts.
Ik wilde stoppen met dit blog omdat ik er niks mee verdien. Het is frustrerend iets op te schrijven waarvan je weet dat je het beter zou kunnen verwoorden. Maar je mag er niet meer tijd aan besteden omdat het geen werk is. Het wordt tijd dat ik ergens een column krijg waardoor ik kan zeggen: dit is werk. Dan mag je herschrijven tot je een ons weegt. Soms denk ik dat ik diep gelukkig zou zijn, als ik maar betaald werd om hier elke dag een stukje te schrijven. Werk = rechtvaardiging. Als ik betaald werd om te leven, vond ik het ook goed.
Een ander dingetje is dat ik nooit van mezelf gedacht zou hebben dat ik iemand zou worden die steeds over haar kinderen ouwehoerde. Ik haatte kinderen, nee ze lieten me onverschillig, en het gezinsleven leek me het minst interessante leven dat iemand zou kunnen leiden. Dat leid ik nu. Dus daar schrijf ik over. En ik zie steeds van die dingen. We waren gisteravond buiten en ik zag de zesjarige dochter balancerend op haar nieuwe skeelers, ik was steeds bang dat ze voorover op d'r smoel zou vallen, maar ze viel niet. En naast haar waggelde mijn eenjarige, met haar armpjes wijd. Ook voor haar smoeltje vreesde ik. Mijn twee wankele eendjes die hun vleugeltjes spreidden. En dan die trotse kopjes waarin ik mijn eigen trotse kopje terugzie. Bij de ene gaan de tandjes elke dag wat losser zitten, terwijl de andere er elke dag eentje bij krijgt.
'Ik vind papa altijd lief,' zei Jeetje laatst. 'En jou vind ik altijd half stom en half lief.'
'Dat heb ik nou ook,' zei ik.
Had je mij net in m'n eentje moeten zien zitten aan de tafel beneden, ik bespeelde de nieuwe cimbaal van mijn zesjarige. Eerst tokkelde ik van het blad en niet veel later begon ik er al echt veel gevoel in te leggen. Ik speelde: Ik zag twee beren en daarna In Holland staat een huis. Als iemand mij gehoord zou hebben, zou die vast gevonden hebben dat ik talent had. 'Dit klinkt goed zeg voor iemand die voor het eerst van haar leven een instrument bespeelt. Jij moet wel heel erg muzikaal zijn.' Mijn ware roeping is muziek maken. Maar er is nooit enige muziek in mijn leven geweest, dus daarvoor is het te laat. Ik ben een muzikale analfabeet. Ik ben blij dat ik tenminste wel heb leren schrijven. Maar het tikken op het toetsenbord klinkt meteen een stuk minder harmonieus dan het tokkelen op die cimbaal. Het heeft iets bots, iets afstandelijks. Zelfs als ik er heel veel gevoel in leg.
Ik was wel verdacht snel toe aan de vrije improvisatie.
Ik wilde stoppen met dit blog omdat ik er niks mee verdien. Het is frustrerend iets op te schrijven waarvan je weet dat je het beter zou kunnen verwoorden. Maar je mag er niet meer tijd aan besteden omdat het geen werk is. Het wordt tijd dat ik ergens een column krijg waardoor ik kan zeggen: dit is werk. Dan mag je herschrijven tot je een ons weegt. Soms denk ik dat ik diep gelukkig zou zijn, als ik maar betaald werd om hier elke dag een stukje te schrijven. Werk = rechtvaardiging. Als ik betaald werd om te leven, vond ik het ook goed.
Een ander dingetje is dat ik nooit van mezelf gedacht zou hebben dat ik iemand zou worden die steeds over haar kinderen ouwehoerde. Ik haatte kinderen, nee ze lieten me onverschillig, en het gezinsleven leek me het minst interessante leven dat iemand zou kunnen leiden. Dat leid ik nu. Dus daar schrijf ik over. En ik zie steeds van die dingen. We waren gisteravond buiten en ik zag de zesjarige dochter balancerend op haar nieuwe skeelers, ik was steeds bang dat ze voorover op d'r smoel zou vallen, maar ze viel niet. En naast haar waggelde mijn eenjarige, met haar armpjes wijd. Ook voor haar smoeltje vreesde ik. Mijn twee wankele eendjes die hun vleugeltjes spreidden. En dan die trotse kopjes waarin ik mijn eigen trotse kopje terugzie. Bij de ene gaan de tandjes elke dag wat losser zitten, terwijl de andere er elke dag eentje bij krijgt.
'Ik vind papa altijd lief,' zei Jeetje laatst. 'En jou vind ik altijd half stom en half lief.'
'Dat heb ik nou ook,' zei ik.
Had je mij net in m'n eentje moeten zien zitten aan de tafel beneden, ik bespeelde de nieuwe cimbaal van mijn zesjarige. Eerst tokkelde ik van het blad en niet veel later begon ik er al echt veel gevoel in te leggen. Ik speelde: Ik zag twee beren en daarna In Holland staat een huis. Als iemand mij gehoord zou hebben, zou die vast gevonden hebben dat ik talent had. 'Dit klinkt goed zeg voor iemand die voor het eerst van haar leven een instrument bespeelt. Jij moet wel heel erg muzikaal zijn.' Mijn ware roeping is muziek maken. Maar er is nooit enige muziek in mijn leven geweest, dus daarvoor is het te laat. Ik ben een muzikale analfabeet. Ik ben blij dat ik tenminste wel heb leren schrijven. Maar het tikken op het toetsenbord klinkt meteen een stuk minder harmonieus dan het tokkelen op die cimbaal. Het heeft iets bots, iets afstandelijks. Zelfs als ik er heel veel gevoel in leg.
Ik was wel verdacht snel toe aan de vrije improvisatie.
maandag 16 mei 2011
Tot we erbij neervielen.
Het is haast geen Jeetje meer, maar Jee. Ze werd gisteren zes jaar. In de ochtend hadden we een heksenfeest met heksendrank en heksenpoep en op zolder zat de heks met haar heksenmuziek. Dat feest ging geruisloos over in een feest waar ook grote mensen mochten komen met hun kroost. We feestten. We feestten tot we erbij neervielen. Deetje viel tijdens het avondeten in slaap, met een hap rijst nog in haar mond. Haar hoofdje rustte op tafel. En de jarige Jee zei even na zessen: 'Mag ik alsjeblieft, alsjeblieft naar bed?'
Maar vanmorgen, het was nog geen half zeven, zaten de zusjes en de moeder alweer fris en fras in bad. Ze hadden het ontbijt al achter de kiezen, ook had moeder Deetjes pony voor het eerst bijgeknipt. ( 'Hee! Dee is geknipt!' zou de crèchejuffrouw uren later uitroepen. En toen zou moeder de muizentrap pas zien.) Terwijl Jee en ik het hele feest nog eens doorspraken, had Deetje al een paar wandelingen van de keuken naar de kamer gemaakt. Zonder zich ergens aan vast te houden. Zelfs geen klein handje tegen de muur. De heks zat een paar verdiepingen hoger. Met haar puntneus, haar heksenhoed.
En, als het goed is, zit ze daar nu nog.
Maar vanmorgen, het was nog geen half zeven, zaten de zusjes en de moeder alweer fris en fras in bad. Ze hadden het ontbijt al achter de kiezen, ook had moeder Deetjes pony voor het eerst bijgeknipt. ( 'Hee! Dee is geknipt!' zou de crèchejuffrouw uren later uitroepen. En toen zou moeder de muizentrap pas zien.) Terwijl Jee en ik het hele feest nog eens doorspraken, had Deetje al een paar wandelingen van de keuken naar de kamer gemaakt. Zonder zich ergens aan vast te houden. Zelfs geen klein handje tegen de muur. De heks zat een paar verdiepingen hoger. Met haar puntneus, haar heksenhoed.
En, als het goed is, zit ze daar nu nog.
Abonneren op:
Posts (Atom)