Op kousenvoeten snelde ik de trap af, laptop in mijn hand, het was nog door mijn hoofd geflitst dat ik het ding beter boven kon laten staan, want als daar iets mee gebeurt, alles kwijt... Het volgende moment lag ik onderaan de trap stilletjes te snikken. Ik ving me niet met mijn handen op, alles om die laptop maar te beschermen.
'Mama, ik kan niet slapen,' hoorde ik Jeetje zeggen.
'Ik kom je zo nog een kusje geven,' zei ik.
'Wat was er net gevallen?'
'O, dat was ik.'
'O, jij.'
'Ja, ik moet hier even blijven liggen. Dadelijk kom ik. Goed?'
Kruipend ging ik de trap weer op. Ik kroop door de gang, ik gaf het kind een kusje op haar wang en zei haar lekker te gaan slapen. Eenmaal beneden snikte ik weer verder. Bij de minst of geringste beweging zak ik door de grond, het voelt alsof een tandarts steeds recht op een open zenuw duwt. Staartbeen gekneusd, gebroken, verbrijzeld. Zoiets zal het zijn. Rust geven. Niet teveel zitten. Niet teveel lopen. Niet teveel liggen. Kortom.
woensdag 9 mei 2012
dinsdag 8 mei 2012
Veel werelden
Op de heenweg fietste ik een ex voorbij, ik ging rechtdoor en hij precies de andere kant op. 'Hee!' riep ik. Maar er kon niet gestopt worden want ik was op weg naar café Cox om voor te lezen. Waar hij naartoe ging wist ik allang niet meer. Ergens ter hoogte van het Amstelhotel was er een luid toeterend busje, daarin zat mijn vroegere overbuurman te zwaaien. Ik had het gevoel alsof ik door een dorp racete. Bij CoxTales deed ik een stukje uit mijn roman en de mensen waren heel stil. Dus dat is goed. De sfeer was aandachtig. Op een gegeven moment werd er gezegd dat A.F.Th van der Heijden de Libris gewonnen had. Daarna kwam ik bij de vriendin terecht waar een heleboel schrijverstypes zich verzameld hadden met chips en bier om de uitslag van de Librisliteratuurprijs af te wachten. We kenden twee genomineerden, dus die hadden het moeten worden. Maar ik vond Tonio ook een indrukwekkend boek. Daar kon niemand gemakkelijk omheen. Op een gegeven moment bevond ik me in het Amstelhotel. Ik was daar nooit eerder geweest. Een tijdje stond ik op het terras over het water uit te kijken. We praatten over chronologie van een roman, het gebruik van tijd en het woord 'vrollie.' Ook heb ik nog in mijn eentje door het hotel gezworven op zoek naar het toilet. Op de terugweg fietste ik heel hard om de schrijver bij te kunnen houden die de volgende dag alweer in Berlijn moest voorlezen. Toen hij afsloeg, was ik de weg kwijt. Verder kwam ik niemand meer tegen.
maandag 7 mei 2012
Vanavond
Vanavond een Kort Door De Bocht Verhaal van mij, bij café Cox, Leidseplein.
Aanvang: 20.30 uur. Is dat niet leuk?
COXTALES KORT DOOR DE BOCHT
En dan maken we het vandaag maar helemaal officieel bekend, de gasten voor vanavond zijn: A.L. Snijders, Herman Koch, Elke Geurts en Gilles van der Loo. Muziek van Wouter Bernink, uw immer charmante gastheer van vanavond is: Arjen Lubach!
Het thema is: kort door de bocht, een ode aan het korte verhaal.
Aanvang: 20.30 uur. Is dat niet leuk?
COXTALES KORT DOOR DE BOCHT
En dan maken we het vandaag maar helemaal officieel bekend, de gasten voor vanavond zijn: A.L. Snijders, Herman Koch, Elke Geurts en Gilles van der Loo. Muziek van Wouter Bernink, uw immer charmante gastheer van vanavond is: Arjen Lubach!
Het thema is: kort door de bocht, een ode aan het korte verhaal.
Geluk
Deetje werd twee jaar op bevrijdingsdag maar vandaag gaan we dag drie van haar verjaardag in. Vanmorgen liepen we hand in hand naar de crèche, ik en het dappere ding met de verfrommelde papieren hoed op haar kop, nog net met plakband aan elkaar hangend. Ze wil nooit een echte muts op, maar een feesthoed is heel wat anders. Zoiets voelen ze meteen. Eenmaal binnen wist ze niet hoe ze zich moest gedragen als 'jarige'. Maar al gauw speelde ze weer met haar beste vriend, hoorde ik haar alleen af en toe zeggen 'ik ben jarig.' Gisteravond was ze zo moe dat ze in bad in slaap viel. Bovenop mij liggend als het opgerolde baby'tje van twee jaar geleden. Met veel moeite was de feestmuts afgezet. Ik had haar gewaarschuwd dat het papier in bad week zou worden en zeker kapot zou gaan. Daar lag ze dan met haar armen om mijn nek geklemd. Ik wiegde ons heen en weer. Ik deed steeds een beetje warm water over haar rug en dacht na over vrijheid. Daar had ik net over gelezen op het weblog van Jan van Mersbergen. Ik bedacht me dat vrijheid en geluk echt hetzelfde waren. Toen kwam Jeetje de badkamer binnenstormen en werd de twee-jarige wakker. 'Nog negen nachtjes slapen,' zei Jeetje, 'dan ben ik zeven.' En ze sprong erbij in bad.
Nu nog acht nachtjes.
Nu nog acht nachtjes.
donderdag 3 mei 2012
Voor een centje
Er staan twee ontwapenende meisjes van een jaar of acht/negen voor de deur.
'We doen een liedje zingen voor een centje,' zegt de jongste. Ze glimlachen allebei.
'O,' zeg ik. 'Maar niet hier. Want ik ben aan het werk.'
'Sorry,' zeggen ze en lopen verder.
Ik doe de deur weer dicht.
Het zijn hele beleefde meisjes. Schattig zien ze eruit. Ze spelen viool denk ik. Maken zelf spaghetti met de pasta-machine. Houden van knutselen en natuur. Dragen regenlaarzen. Maar 'we doen liedjes zingen voor een centje' hou ik echt niet van. Het stuit me tegen de borst. Niet alleen om het slechte Nederlands. Ik weet niet precies waarom.
'We doen een liedje zingen voor een centje,' zegt de jongste. Ze glimlachen allebei.
'O,' zeg ik. 'Maar niet hier. Want ik ben aan het werk.'
'Sorry,' zeggen ze en lopen verder.
Ik doe de deur weer dicht.
Het zijn hele beleefde meisjes. Schattig zien ze eruit. Ze spelen viool denk ik. Maken zelf spaghetti met de pasta-machine. Houden van knutselen en natuur. Dragen regenlaarzen. Maar 'we doen liedjes zingen voor een centje' hou ik echt niet van. Het stuit me tegen de borst. Niet alleen om het slechte Nederlands. Ik weet niet precies waarom.
woensdag 2 mei 2012
Hypochondria
Het is maar goed dat ik voor het schrijven het huis niet uit hoef, was mijn eerste gedachte.
Dit werk kan ik in ieder geval altijd blijven uitoefenen. Ook als ik volledig ten prooi gevallen ben aan deze zeer zeldzame auto-imuunziekte - 50 Nederlanders hebben het - waarbij ik langzaam zal veranderen in een trol. Het begint in 89 procent van de gevallen bij de oren. Die zullen eerst vergroeien en verkroppen, totdat ze totaal verfrommeld aan mijn hoofd zitten. Ik heb ook afbeeldingen van dubbelgevouwen oren gezien en geruïneerde neuzen. De neus zal indeuken. Nee, eerst vervormen daarna pas, als het kraakbeen volledig verdwenen is, inzakken. Plastische chirurgie zal het reukorgaan misschien weer enigszins toonbaar kunnen maken. De huid zal geïnfecteerd raken, de oogbal opbollen. Ik heb het allemaal gezien op internet. Maar ik kan blijven schrijven. Ik hoef geen mens onder ogen te komen. Dat is fijn. Er is niets tegen deze ziekte te doen. Levenslang medicijnen innemen waar je moddervet van wordt, alleen om het proces een beetje te remmen.
'Zo, zo,' zegt man als hij dit hoort. 'We zullen nu nog maar even van je genieten.'
'Wil je me nog wel met die kroepoekoren en zonder neus,' zeg ik. 'En heel heel erg dik.'
'Nee,' zegt hij. 'We zetten wel ergens een huisje neer achterin de tuin, daar bezoeken we je soms.'
Dat leek mij ook het beste.
Vannacht zei hij: 'Wil jij je wel bij de feiten houden. Jij hebt alleen maar een paar bobbeltjes op je oren.'
'55 procent overlevingskans na 10 jaar.'
'Hoe heette die ziekte ook alweer?' vroeg hij. 'Hypochondria?'
Maar vanmorgen is er wel degelijk bloed geprikt. Toen ik het formuliertje ophaalde bij de huisartsenpraktijk, wisten ze volgens mij meteen waar ik voor kwam.
Dit werk kan ik in ieder geval altijd blijven uitoefenen. Ook als ik volledig ten prooi gevallen ben aan deze zeer zeldzame auto-imuunziekte - 50 Nederlanders hebben het - waarbij ik langzaam zal veranderen in een trol. Het begint in 89 procent van de gevallen bij de oren. Die zullen eerst vergroeien en verkroppen, totdat ze totaal verfrommeld aan mijn hoofd zitten. Ik heb ook afbeeldingen van dubbelgevouwen oren gezien en geruïneerde neuzen. De neus zal indeuken. Nee, eerst vervormen daarna pas, als het kraakbeen volledig verdwenen is, inzakken. Plastische chirurgie zal het reukorgaan misschien weer enigszins toonbaar kunnen maken. De huid zal geïnfecteerd raken, de oogbal opbollen. Ik heb het allemaal gezien op internet. Maar ik kan blijven schrijven. Ik hoef geen mens onder ogen te komen. Dat is fijn. Er is niets tegen deze ziekte te doen. Levenslang medicijnen innemen waar je moddervet van wordt, alleen om het proces een beetje te remmen.
'Zo, zo,' zegt man als hij dit hoort. 'We zullen nu nog maar even van je genieten.'
'Wil je me nog wel met die kroepoekoren en zonder neus,' zeg ik. 'En heel heel erg dik.'
'Nee,' zegt hij. 'We zetten wel ergens een huisje neer achterin de tuin, daar bezoeken we je soms.'
Dat leek mij ook het beste.
Vannacht zei hij: 'Wil jij je wel bij de feiten houden. Jij hebt alleen maar een paar bobbeltjes op je oren.'
'55 procent overlevingskans na 10 jaar.'
'Hoe heette die ziekte ook alweer?' vroeg hij. 'Hypochondria?'
Maar vanmorgen is er wel degelijk bloed geprikt. Toen ik het formuliertje ophaalde bij de huisartsenpraktijk, wisten ze volgens mij meteen waar ik voor kwam.
dinsdag 1 mei 2012
Oren
Toen ik die avond in de spiegel keek, herinnerde ik me plotseling alles wat ik de afgelopen tijd over oren gezegd had. Of gelezen. Het scheen mij ineens toe dat ik onbewust buitensporig veel met het uitwendige oor bezig was geweest. Dat kon geen toeval zijn. 's Middags nog, op de vrijmarkt, was ik een bekende tegengekomen die me vertelde dat hij vreemde oren had en daarom geen podcasts kon luisteren als hij ging rennen. Die dopjes bleven niet hangen. Hij liet me zijn oren zien.
'Dat zijn inderdaad heel gekke oren,' had ik gezegd. En erbij gelachen.
Staand voor de spiegel kon ik maar niet terughalen of ik toen mijn haar opzij gedaan had om hem mijn zogenaamde modeloren te showen. Niet wetende wat ik hem toonde. Ik hoop dat ik dat niet heb gedaan. Hij heeft er in ieder geval niets van gezegd. Als ik hem mijn oren heb laten zien, heeft hij uit beleefdheid gezwegen. Geglimlacht.
Ik drukte op de uitstulpingen van het kraakbeen, maar ze deden geen pijn.
Wat is er gebeurd? dacht ik. Het is geen droom. Van het ene op het andere moment waren mijn beide oorschelpen misvormt. Alsof er een roze garnaal op groeide en als het groeiproces in dit tempo doorging, zouden het morgen reeds gamba's zijn.
'Als je ouder wordt gaat je neus groeien,' zei man, 'en je oren geloof ik ook.'
De zoekmachine gaf me heel weinig informatie over de plotselinge transformatie van de vorm van mijn twee oren. Het waren ook geen bloemkooloren want niemand had ze ook maar met een vinger aangeraakt. De afgelopen nacht sliep ik onrustig. Ik droomde over wildgroei aan mijn oren. En dat het maar doorging.
'Dat zijn inderdaad heel gekke oren,' had ik gezegd. En erbij gelachen.
Staand voor de spiegel kon ik maar niet terughalen of ik toen mijn haar opzij gedaan had om hem mijn zogenaamde modeloren te showen. Niet wetende wat ik hem toonde. Ik hoop dat ik dat niet heb gedaan. Hij heeft er in ieder geval niets van gezegd. Als ik hem mijn oren heb laten zien, heeft hij uit beleefdheid gezwegen. Geglimlacht.
Ik drukte op de uitstulpingen van het kraakbeen, maar ze deden geen pijn.
Wat is er gebeurd? dacht ik. Het is geen droom. Van het ene op het andere moment waren mijn beide oorschelpen misvormt. Alsof er een roze garnaal op groeide en als het groeiproces in dit tempo doorging, zouden het morgen reeds gamba's zijn.
'Als je ouder wordt gaat je neus groeien,' zei man, 'en je oren geloof ik ook.'
De zoekmachine gaf me heel weinig informatie over de plotselinge transformatie van de vorm van mijn twee oren. Het waren ook geen bloemkooloren want niemand had ze ook maar met een vinger aangeraakt. De afgelopen nacht sliep ik onrustig. Ik droomde over wildgroei aan mijn oren. En dat het maar doorging.
Abonneren op:
Posts (Atom)