De baliemedewerker schiet in de lach zodra ik het CREA-gebouw binnenloop, happend aan een peer. Ik moet ook lachen. Waarom weet ik eigenlijk niet. Lachen is nu eenmaal aanstekelijk.
'Jij hebt goede voornemens gemaakt dit jaar, zegt hij. 'Een heel nieuw imago!' Hij wijst naar de peer en naar mijn sjaal.
'Hoezo?'
'Ik ben van jou geen kleur gewend,' zegt hij.
'Mijn zwarte das heb ik ergens laten liggen, dus ik moest deze wel om.'
'Ja, zwart, dat past jou wel,' zegt hij. 'Zwart. Maar kleur...'
Ik kijk naar mezelf met die gezonde peer in mijn mond, de enorme bontgekleurde sjaal om mijn nek, het knotje op mijn kop, de bril op mijn neus. De lerarentas om mijn schouder.
Na de les sta ik na te praten met een cursist die Het besluit van Dola Korstjens gelezen heeft.
'En? Wat vond je ervan?'
'Nou,' zegt hij. En het blijft gevaarlijk stil.
'O,' zeg ik.
'Het titelverhaal vond ik mooi,' zegt hij dan. 'Het had de sfeer van Amélie Poulain. Maar dan precies de andere kant op. Helemaal grijs.'
'Grijs?'
'Het zijn geen verhalen waar je goed van slaapt,' zegt de cursist. 'Het is allemaal zo grijs en zwart. Word je volgende boek wel wat kleuriger? Stop je er meer kleur in?'
Ik denk aan het zwartgeblakerde gebied in de Schoorlse duinen waar mijn personage momenteel doorheen banjert. De hoopjes as. De verbrande bomen. Verlangend naar een andere kleur. Ik kan hem niets beloven.
donderdag 10 januari 2013
woensdag 9 januari 2013
Peter rules!
Een tijdje geleden Peter aan de telefoon, toen Peter op mijn blog, gisteren een korte versie van Peter in het Parool en nu diezelfde versie van Peter weer in een Torpedofilmpje. Het wordt tijd dat Peter weer eens belt voor iets nieuws.
dinsdag 8 januari 2013
Nitroglycerine in het bloed
Er zit nitroglycerine in mijn bloed. Toen ik jaren geleden het toneelstuk Curse of the Starving Class (of was het True West?) van Sam Shepard zag en die term hoorde, wist ik meteen dat dat het explosieve karakter van mijn familie verklaarde.
Mijn familie heeft het, ik heb het en het zit nu ook in het bloed van mijn dochters. Vanavond nog merkte ik iets van de nitroglycerine toen ik tijdens het verschonen van Deetje eerst een klap in mijn gezicht kreeg en hetzelfde handje me daarna een paar keer bij mijn nekvel greep om het flink hard om te draaien.
Ik had gezegd dat ze geen speentje kreeg.
Toen ik boos op haar werd, begon ze te huilen. Ze zei 'solly.'
'Weet je waarom je sorry moest zeggen?'
'Ja, ik heb geknepen en geslagen. En dat mag niet. En ik mag ook niet schoppen,' voegde het meisje op het aankleedkussen er braaf aan toe.
Even later stond ik tegenover Jeetje die naar me siste en haar lip optrok, zoals hondjes dat doen voordat ze gaan bijten. Dat deed ze omdat ik zei dat ze haar tanden moest gaan poetsen.
Nitroglycerine is een van de eerste krachtige springstoffen die werden ontwikkeld, lees ik op wikipedia. Het werd aanvankelijk gebruikt voor tunnelbouw, mijnbouw en dergelijke, maar door de grote gevoeligheid ervan - het kan al exploderen bij een relatief kleine slag, stoot of wrijving - was het vervoer ervan een groot en gevaarlijk probleem.
Onhandig spul dus als dat door je aderen vloeit.
Mijn familie heeft het, ik heb het en het zit nu ook in het bloed van mijn dochters. Vanavond nog merkte ik iets van de nitroglycerine toen ik tijdens het verschonen van Deetje eerst een klap in mijn gezicht kreeg en hetzelfde handje me daarna een paar keer bij mijn nekvel greep om het flink hard om te draaien.
Ik had gezegd dat ze geen speentje kreeg.
Toen ik boos op haar werd, begon ze te huilen. Ze zei 'solly.'
'Weet je waarom je sorry moest zeggen?'
'Ja, ik heb geknepen en geslagen. En dat mag niet. En ik mag ook niet schoppen,' voegde het meisje op het aankleedkussen er braaf aan toe.
Even later stond ik tegenover Jeetje die naar me siste en haar lip optrok, zoals hondjes dat doen voordat ze gaan bijten. Dat deed ze omdat ik zei dat ze haar tanden moest gaan poetsen.
Nitroglycerine is een van de eerste krachtige springstoffen die werden ontwikkeld, lees ik op wikipedia. Het werd aanvankelijk gebruikt voor tunnelbouw, mijnbouw en dergelijke, maar door de grote gevoeligheid ervan - het kan al exploderen bij een relatief kleine slag, stoot of wrijving - was het vervoer ervan een groot en gevaarlijk probleem.
Onhandig spul dus als dat door je aderen vloeit.
maandag 7 januari 2013
Verandering
In NRC van vandaag stond dat we de komende veranderingen in onze persoonlijkheid consequent onderschatten. We denken dat we over tien jaar nog ongeveer hetzelfde zijn. Maar dat is dus niet zo. Als we over tien jaar terugkijken, weten we niet meer wie we zien.
Ik denk inderdaad dat mijn persoonlijkheid vanaf nu niet zo gek veel meer zal veranderen. Op wat punten en komma's na. Maar we veranderen veel meer dan we denken, allemaal. Dus ook ik.
We kunnen het ons nu alleen niet gemakkelijk voor de geest halen. De persoon die we dan zijn.
Er stond: 'Vaak verwarren mensen de kans dat iets zal gebeuren met het gemak waarmee ze zich het voor de geest kunnen halen. En: 'Doordat het moeilijk is om veranderingen te voorspellen die met henzelf te maken hebben, zouden mensen ten onrechte kunnen denken dat die veranderingen niet zo waarschijnlijk zijn.'
Wat ik me niet gemakkelijk voor de geest kan halen is dat ik een heel extravert, materialistisch persoon ben, iemand die alleen jurken en rokjes draagt, dol op binnenhuisarchitectuur, verknocht aan verenigingswerk in de vrije weekenden, stampvolle carnavalskroegen, gezelligheid, kaasfonduen, salsa dansen en al het andere wat ik me nu echt niet voor kan stellen.
Ik snap wel waarom we het allemaal het liefst zo lang mogelijk niet weten.
Ik denk inderdaad dat mijn persoonlijkheid vanaf nu niet zo gek veel meer zal veranderen. Op wat punten en komma's na. Maar we veranderen veel meer dan we denken, allemaal. Dus ook ik.
We kunnen het ons nu alleen niet gemakkelijk voor de geest halen. De persoon die we dan zijn.
Er stond: 'Vaak verwarren mensen de kans dat iets zal gebeuren met het gemak waarmee ze zich het voor de geest kunnen halen. En: 'Doordat het moeilijk is om veranderingen te voorspellen die met henzelf te maken hebben, zouden mensen ten onrechte kunnen denken dat die veranderingen niet zo waarschijnlijk zijn.'
Wat ik me niet gemakkelijk voor de geest kan halen is dat ik een heel extravert, materialistisch persoon ben, iemand die alleen jurken en rokjes draagt, dol op binnenhuisarchitectuur, verknocht aan verenigingswerk in de vrije weekenden, stampvolle carnavalskroegen, gezelligheid, kaasfonduen, salsa dansen en al het andere wat ik me nu echt niet voor kan stellen.
Ik snap wel waarom we het allemaal het liefst zo lang mogelijk niet weten.
zaterdag 5 januari 2013
De feesten zijn voorbij
Het normale leven begint weer. Alle feesten zijn eindelijk voorbij, waarvan kerstmis het gruwelijkst was. Eerst wou ik schrijven 'traditioneel gezien' het gruwelijkst omdat kerst vieren voor veel mensen nogal gruwelijk is, gezellig samenzijn en familie rijmt niet, maar eerlijk gezegd had ik nooit zo'n afkeer van kerst. Ik herinner me die ene keer dat ik niet naar mijn ouders ging toen ik éénentwintig was. Man en ik bleven in de gekraakte boerderij en we deden lekker helemaal niets aan het geboortefeest van de zoon van God. We negeerden het. Al die onzin was aan ons niet besteed. Ik dacht steeds aan de schaaltjes met kerstkransjes in mijn ouderlijk huis. Ik zag voor me waar ze stonden.
Ook herinner ik me nog een heel duistere kerst toen ik zeventien jaar was. Mijn vader, moeder, broer van drie en ik vierden het bij mijn opa, oma en er was ook een oom. Mijn vader had gekookt en 's middags zaten we aan de tafel in de donkere achterkamer waar we anders nooit zaten. Tijdens het diner viel opa voorover met zijn gezicht in de boeuf bourguignon. Zoals dat in een film gaat. Ik zie hem nog zitten met zijn gezicht in het bord en er was verder niemand die er op reageerde. Het gesprek werd voortgezet. Toen hij weer omhoog kwam, werd mij kort gezegd hem naar bed te begeleiden. Hij had genoeg gehad. We stiefelden naar de slaapkamer, opa en ik, ik kon hem bijna niet houden, zo zwaar leunde hij op mij. Toen ik weer aan tafel zat, hadden we het er niet meer over. Drie maanden later was hij dood. De eerste kerstdag dit jaar, nu ik negenendertig ben, was ook gruwelijk, maar daar spreken we niet meer over. Want dat is in de loop der jaren niet veranderd.
donderdag 3 januari 2013
Afgelegen pad
In de verte zag ik iemand aankomen.
Langs de rivier rende ik, het pad leek oneindig lang en tot nu toe had ik geen levend wezen gezien.
De zon scheen op mijn gezicht, dat was heerlijk, echt heerlijk, dat leek me ook heel gezond, maar steeds dacht ik aan losse ledematen hier aangespoeld op de modderstrandjes en dode baby's in vuilniszakken verstopt tussen het struikgewas. Zo'n afgelegen plek was het.
Nu kwam er dus iemand op me afrennen. Van het mannelijk geslacht.
Ik kneep mijn ogen samen om hem beter te kunnen zien. Grijs, zag ik. Oud. Die kan ik hebben. Mocht die oude lul mij dadelijk ineens beetpakken. Mij naar zich toetrekken. Mij de keel dichtknijpen. Weet ik veel wat oude lullen op afgelegen plekken plotseling van plan kunnen zijn. Welk stofje er door hun lichaam jaagt als ze een vrouw in het wild tegenkomen. Wat het precies is dat het beest in hen doet ontwaken. Hij kwam steeds dichterbij. Maar ik kon hem hebben.
Het vrachtschip in het water heette 'Harmonie'. Onthouden, dacht ik. De oude man die me passeerde, bleek een beroemd bestsellerauteur. Niet eens zo oud. Ik weet niet of ik hem zou kunnen hebben. Ik denk het. We glimlachten.
De rest van de weg, was er alleen de zon op mijn gezicht. Aan ledematen en dode baby's hoefde ik niet meer te denken. Dat zou de schrijver daarnet anders zeker gezien hebben.
Langs de rivier rende ik, het pad leek oneindig lang en tot nu toe had ik geen levend wezen gezien.
De zon scheen op mijn gezicht, dat was heerlijk, echt heerlijk, dat leek me ook heel gezond, maar steeds dacht ik aan losse ledematen hier aangespoeld op de modderstrandjes en dode baby's in vuilniszakken verstopt tussen het struikgewas. Zo'n afgelegen plek was het.
Nu kwam er dus iemand op me afrennen. Van het mannelijk geslacht.
Ik kneep mijn ogen samen om hem beter te kunnen zien. Grijs, zag ik. Oud. Die kan ik hebben. Mocht die oude lul mij dadelijk ineens beetpakken. Mij naar zich toetrekken. Mij de keel dichtknijpen. Weet ik veel wat oude lullen op afgelegen plekken plotseling van plan kunnen zijn. Welk stofje er door hun lichaam jaagt als ze een vrouw in het wild tegenkomen. Wat het precies is dat het beest in hen doet ontwaken. Hij kwam steeds dichterbij. Maar ik kon hem hebben.
Het vrachtschip in het water heette 'Harmonie'. Onthouden, dacht ik. De oude man die me passeerde, bleek een beroemd bestsellerauteur. Niet eens zo oud. Ik weet niet of ik hem zou kunnen hebben. Ik denk het. We glimlachten.
De rest van de weg, was er alleen de zon op mijn gezicht. Aan ledematen en dode baby's hoefde ik niet meer te denken. Dat zou de schrijver daarnet anders zeker gezien hebben.
dinsdag 1 januari 2013
Knal, nieuw jaar!
Op oudejaarsavond waren we bij vrienden. Hun zoon van zeven en hun dochter van vijf waren met Jeetje (7) en Deetje (2) boven aan het spelen. Omdat ik op een gegeven moment gekrijs en gegil hoorde, nam ik een kijkje in de kleine slaapkamer.
'Zij maakt er een chaos van hier. Ze moet weg. Nee, ze moet dood!' Het hoofd van de jongen was rood. Zijn vinger wees naar zijn zusje.
'Ik kàn helemaal niet dood,' lachte zij terwijl ze op het logeerbed heen en weer aan het springen was.
'O jawel, dat kan jij wel!'
'Ja, dat kan jij wel,' voegde Jeetje eraan toe. 'Jij kan wel dood hoor.'
'Ik kan jou doodmaken.' De jongen keek zijn zus aan. Zijn ogen tot kleine spleetjes samengeknepen. Zijn tanden op elkaar.
'Ho, ho,' zei ik, 'dat is niet vriendelijk. Zo praten we niet met elkaar. Wat is er aan de hand?'
'Zij gaat steeds op ons allemaal zitten,' zei Jeetje boos.
'Is het waar? Ga jij steeds op iedereen zitten?' vroeg ik aan de vijfjarige.
'Je kunt mij lekker toch niet dood maken.' Het meisje stak nu haar tong uit tegen haar broer.
'Ik heb een echte pijl en boog.' De tranen sprongen in zijn ogen. 'Uit Afrika. Weet je nog?'
'Ja hij heeft een pijl en boog,' zei Jeetje. 'Hij kàn je wel doodmaken dus.'
'Ho, ho,' zei ik maar weer.
Toen kwam vader erbij en die nam zijn tegenstribbelende dochtertje mee naar beneden en ik nam Deetje mee die ook meer chaos maakte dan iets anders. Er werd nog even flink gehuild om de splitsing, maar daarna werd er overal in het huis door iedereen zoet gespeeld en bespraken de volwassenen rondom de eettafel hun familietoestanden tijdens de kerst.
'Zij maakt er een chaos van hier. Ze moet weg. Nee, ze moet dood!' Het hoofd van de jongen was rood. Zijn vinger wees naar zijn zusje.
'Ik kàn helemaal niet dood,' lachte zij terwijl ze op het logeerbed heen en weer aan het springen was.
'O jawel, dat kan jij wel!'
'Ja, dat kan jij wel,' voegde Jeetje eraan toe. 'Jij kan wel dood hoor.'
'Ik kan jou doodmaken.' De jongen keek zijn zus aan. Zijn ogen tot kleine spleetjes samengeknepen. Zijn tanden op elkaar.
'Ho, ho,' zei ik, 'dat is niet vriendelijk. Zo praten we niet met elkaar. Wat is er aan de hand?'
'Zij gaat steeds op ons allemaal zitten,' zei Jeetje boos.
'Is het waar? Ga jij steeds op iedereen zitten?' vroeg ik aan de vijfjarige.
'Je kunt mij lekker toch niet dood maken.' Het meisje stak nu haar tong uit tegen haar broer.
'Ik heb een echte pijl en boog.' De tranen sprongen in zijn ogen. 'Uit Afrika. Weet je nog?'
'Ja hij heeft een pijl en boog,' zei Jeetje. 'Hij kàn je wel doodmaken dus.'
'Ho, ho,' zei ik maar weer.
Toen kwam vader erbij en die nam zijn tegenstribbelende dochtertje mee naar beneden en ik nam Deetje mee die ook meer chaos maakte dan iets anders. Er werd nog even flink gehuild om de splitsing, maar daarna werd er overal in het huis door iedereen zoet gespeeld en bespraken de volwassenen rondom de eettafel hun familietoestanden tijdens de kerst.
Abonneren op:
Posts (Atom)