Het is vrijdag. De stocksale van een kinderkledingmerk begint om tien uur, om kwart voor tien was ik er al. Vroeg dacht ik zelf. Ik dacht slim te zijn. Maar de rij met vrouwen staat al tot aan het einde van de straat. Mijn neiging om meteen rechtsomkeert te maken, negeer ik. Het is goed om die impuls soms te negeren, heb ik geleerd. Ik kan ook gemakkelijk blijven, ik heb nu alle tijd, mijn werkje is in handen van de anderen, het weer is goed, misschien gebeurt er hier zelfs nog iets voor in een Brugcolumn. Sommige vrouwen hebben kartonnen bekers met koffie in hun hand. Sommigen komen hiervoor uit Haarlem hoor ik. De meesten zijn met een vriendin. Behalve ik en de zwangere naast me. Wij twee zwijgen aan één stuk door. Meer gebeurt er niet. Of ik krijg het niet mee.
Voor ik het weet sta ik in een witte ruimte vol kledingrekken en vrouwen met witte plastic tassen. Ook ik loop met zo'n witte vuilniszak. Met rode hoofden doorkruisen we de ruimte, graaien we in het rond, nemen jurkje en tuniekjes van de rekken, stellen ons voor hoe die onze kinderen zullen staan. Even vergeten we alles. Totdat we weer in een rij belanden. Om eruit te komen deze keer. Ik maak een foto van de lange slingerende rij vanaf de ingang naar de uitgang. Ik heb nog geen man hier gezien. Geen man zou in een rij gaan staan om te mogen betalen. Maar ik sta er. Ik ben ook geen man. Weer buiten zie ik dat er gebeld is. Het telefoontje waar ik deze week min of meer op aan het wachten was.
maandag 15 april 2013
vrijdag 12 april 2013
Gevaarlijk
De afgelopen week was vreemd. Zeker in vergelijking met de weken ervoor toen ik dag en nacht bezig was met het te schrijven boek. Het maakte niet uit waar ik zat, of het lawaaiig was. Er waren geen strikte voorwaarden waaronder ik werken kon. Het ging maar door. Dat is het beste. Maar deze week was er een van ledigheid. Wachten. Met beide benen sta ik op de grond en kijk rondom mij heen. Het is een zooitje geworden in mijn kamer. Op de school en de crèche is alles hetzelfde gebleven. Op de uitgeverij wordt geborreld in fel licht. Ik heb het idee dat ik heel lang naar het buitenland geweest ben en nu net weer terug. Het miezert hier.
'Je hebt op je blog geschreven dat je op send gedrukt hebt,' zei een collega tegen me. 'Dan gaan ze je feliciteren en zo. Wil je dat wel?'
Ik knikte. Het was zo. Ik wist het. Aan de ene kant was het voorbarig, maar aan de andere kant klopte het dat ik dat deed. Omdat ik iets stuurde waar ik achter stond. Dat is best heel wat. Ergens achter staan. Dat is gevaarlijk.
'Je hebt op je blog geschreven dat je op send gedrukt hebt,' zei een collega tegen me. 'Dan gaan ze je feliciteren en zo. Wil je dat wel?'
Ik knikte. Het was zo. Ik wist het. Aan de ene kant was het voorbarig, maar aan de andere kant klopte het dat ik dat deed. Omdat ik iets stuurde waar ik achter stond. Dat is best heel wat. Ergens achter staan. Dat is gevaarlijk.
woensdag 10 april 2013
Onze strijd
'Pas op de natuur neemt het van ons over.' We kijken door de glazen pui van de kapperszaak in mijn straat naar de eenden die aan de andere kant staan. Een mannetje en een vrouwtje zo te zien. Eentje is namelijk bontgekleurd en de andere is grijs/bruin. Zo staren we naar elkaar, gescheiden door het glas gelukkig, natuur en cultuur. Tot de eenden besluiten door te lopen. Op hun oranje vliezen wandelen ze door een totaal versteende wereld. Op hun gemak. Alsof ze lunchpauze hebben. Toen ik ze voor het eerst tegenkwam, een week of twee geleden, dacht ik dat het verdwaalde eenden waren. Maar niets is minder waar. Ze komen hier steeds weer terug, wordt mij nu verteld. Het zijn bekende eenden. Het is alsof ze iets willen. Als buiten de twee eenden uit ons zicht verdwenen zijn, gaan wij binnen door met onze strijd tegen de natuur, het oprukkende grijs. Alsof dat zin zou hebben.
dinsdag 9 april 2013
Rustig
Tijd van wachten is tijd van lezen. Dus kocht ik gisteren dan eindelijk Vader van Karl Ove Knausgard. Het is niet zo dat ik geen enkel ongelezen boek meer hier heb liggen. Aan beide zijden van mij stapelen ze zich op. Er is een half jaar vakantie voor nodig om de stapel weg te werken. Zonder kinderen. En dat laatste zou ik ook weer niet willen. Dus het wordt gewoon hapsnap lezen zoals altijd. Ik bedenk me nu dat we het laatst, tijdens een geheime bijeenkomst, nog hadden over dat ene halve uurtje per dag dat mensen over schijnen te hebben. Het ging erom dat wij die tijd in moesten zien te pikken met onze verhalen. Het kort verhaal als ideale vorm.
Voor ik Vader kocht, fietste ik nog naar een zieke vriendin, geen zieke vriendin maar gewoon een vriendin met griep. Bij haar lunchte ik. Ik had iets smerigs meegenomen voor op het brood, maar zij wilde dat graag eten. Ze legde repen Tony Chocolonely op tafel en toen ik weer wegging deed ze die repen weer terug in de kast. We praatten over in hoeverre je jezelf kunt vertrouwen, je eigen mening over wat je maakt. We kwamen er niet helemaal uit. Ook hadden we het erover waarom je bij het lezen van sommige literatuur zo rustig wordt. De uitkomst was dat dat goede literatuur moest zijn. Van het lezen van de boeken van Gerbrand Bakker word je rustig. Dat zit ook in zijn blogs. Maar wat dat precies is? Ik heb het ook heel sterk als ik Coetzee lees.
In de Bijenkorf paste ik spijkerbroeken, maar ze zaten allemaal niet goed. Bij de HEMA kocht ik een kinderwcbril en salmiaklolly's. Op de terugweg at ik op de fiets vijf lolly's achter elkaar, deed de stokjes in mijn jaszak en probeerde te onthouden dat ik die straks ongezien de prullenbak in zou moeten doen. Dat deed ik.
Voor ik Vader kocht, fietste ik nog naar een zieke vriendin, geen zieke vriendin maar gewoon een vriendin met griep. Bij haar lunchte ik. Ik had iets smerigs meegenomen voor op het brood, maar zij wilde dat graag eten. Ze legde repen Tony Chocolonely op tafel en toen ik weer wegging deed ze die repen weer terug in de kast. We praatten over in hoeverre je jezelf kunt vertrouwen, je eigen mening over wat je maakt. We kwamen er niet helemaal uit. Ook hadden we het erover waarom je bij het lezen van sommige literatuur zo rustig wordt. De uitkomst was dat dat goede literatuur moest zijn. Van het lezen van de boeken van Gerbrand Bakker word je rustig. Dat zit ook in zijn blogs. Maar wat dat precies is? Ik heb het ook heel sterk als ik Coetzee lees.
In de Bijenkorf paste ik spijkerbroeken, maar ze zaten allemaal niet goed. Bij de HEMA kocht ik een kinderwcbril en salmiaklolly's. Op de terugweg at ik op de fiets vijf lolly's achter elkaar, deed de stokjes in mijn jaszak en probeerde te onthouden dat ik die straks ongezien de prullenbak in zou moeten doen. Dat deed ik.
maandag 8 april 2013
Send
'Hoe is het met je boek?'
De afgelopen twee jaar een veelgehoorde vraag waar ik almaar iets anders op antwoordde. Of: bezig. Of: moeilijk. Iets te vaak zei ik: moeilijk. Tot ik Moeilijk in hoogst eigen persoon werd. Het laatste wat ik over dat boek zei was: 'Ik heb het weggedaan.'
Na er ongeveer twee jaar aan te hebben gewerkt, moest het weg. Of vriendelijker gezegd: blijven liggen. De dag erna begon ik met iets nieuws. Een idee dat er nog lag voor ik met de roman begon.
Nu een kleine vier maanden later is het 'af', heb ik op send geduwd.
Toen ik net uit raam keek zag ik op de gevel van het huis, rechts van het onze, de spreuk die er ingebeiteld is: Waar veel mensen zijn, moet meer lucht. Adem.
Ik haal adem.
De afgelopen twee jaar een veelgehoorde vraag waar ik almaar iets anders op antwoordde. Of: bezig. Of: moeilijk. Iets te vaak zei ik: moeilijk. Tot ik Moeilijk in hoogst eigen persoon werd. Het laatste wat ik over dat boek zei was: 'Ik heb het weggedaan.'
Na er ongeveer twee jaar aan te hebben gewerkt, moest het weg. Of vriendelijker gezegd: blijven liggen. De dag erna begon ik met iets nieuws. Een idee dat er nog lag voor ik met de roman begon.
Nu een kleine vier maanden later is het 'af', heb ik op send geduwd.
Toen ik net uit raam keek zag ik op de gevel van het huis, rechts van het onze, de spreuk die er ingebeiteld is: Waar veel mensen zijn, moet meer lucht. Adem.
Ik haal adem.
donderdag 4 april 2013
Superieur
We zaten in de personeelsruimte. Mijn collega at soep en ik bokkenpootjes. Ze vertelde over haar eerste keer op een basisschool - ze bracht het kind van haar vriend naar school - en de ontmoeting met Moeders. Hun superieure blikken. 'O jij schrijft. Leuk. Leuk.' Alsof die Moeders nou zo nuttig bezig waren. Met het snotterige kroost aan hun benen en in kangoeroebuidels op hun buik.
'Kijken alle moeders zo?' vroeg ik.
'Ja allemaal!' zei ze. 'Allemaal even superieur.'
Ik knikte, propte het bokkenpootje naar binnen en transformeerde in een vrouw zonder kinderen. Transformeren, daar ben ik sowieso goed in. Kameleon had ik moeten worden.Dit terzijde.
Voor het met mij zover kwam, voelde ik me juist superieur aan de mensen die vertelden dat ze zwanger waren. Ik vond ze zielig. Alsof ze niets beters wisten te doen met hun tijd. Wie koos er vrijwillig voor zo'n slavenleven? Nou ik niet. Ik nooit. Ook wist ik zeker dat er nooit één kind in mijn geschriften terecht zou komen. Zo oninteressant. Die gedachte herinner ik me vrij letterlijk. Daar word ik nog ongemakkelijk van.
Terwijl ik de derde bokkenpoot uit de trommel pakte, bekeek ik de collega tegenover me. Ze was jong, mooi, had de liefde van haar leven gevonden en zag overal superieure moeders.
Misschien ook in mij.
'Kijken alle moeders zo?' vroeg ik.
'Ja allemaal!' zei ze. 'Allemaal even superieur.'
Ik knikte, propte het bokkenpootje naar binnen en transformeerde in een vrouw zonder kinderen. Transformeren, daar ben ik sowieso goed in. Kameleon had ik moeten worden.Dit terzijde.
Voor het met mij zover kwam, voelde ik me juist superieur aan de mensen die vertelden dat ze zwanger waren. Ik vond ze zielig. Alsof ze niets beters wisten te doen met hun tijd. Wie koos er vrijwillig voor zo'n slavenleven? Nou ik niet. Ik nooit. Ook wist ik zeker dat er nooit één kind in mijn geschriften terecht zou komen. Zo oninteressant. Die gedachte herinner ik me vrij letterlijk. Daar word ik nog ongemakkelijk van.
Terwijl ik de derde bokkenpoot uit de trommel pakte, bekeek ik de collega tegenover me. Ze was jong, mooi, had de liefde van haar leven gevonden en zag overal superieure moeders.
Misschien ook in mij.
woensdag 3 april 2013
Moeder wordt niet goed
's Avonds, net als ik nog even door wil werken, huilen de dames. Nee, dat is overdreven. Eén dametje huilt. De andere fluistert steeds dat ze niet kan slapen. Nog voor ze het geprobeerd heeft.
Drie keer ben ik al teruggekomen voor de huilende. Dorst. Pop gevallen. Speentje gevallen. (Lees: gegooid) Bij de vierde keer, ik zit net achter mijn computer als ik het hese gebrul weer hoor, stamp ik de trap af. Moeder is er klaar mee.
Ze heeft bloed, zegt ze. Ze moet nu een pleister. Ik knik.
Het is beter te gehoorzamen dan nu een scène te gaan maken over gebiedende wijs, bloed en pleisters. Nodig of niet nodig. Het gaat mij er tenslotte om dat ik nog even door wil werken.
Dus moeder gaat op zoek naar pleisters. In de badkamer zoekt ze. Alle kastjes en laatjes trekt ze open, maar nergens een pleister te zien. De tijd tikt door. De hele bovenverdieping haalt ze overhoop voor een fucking pleister. Moeder wordt niet goed.
Uiteindelijk onderbreekt de tweejarige haar gehuil om mij kalm een aanwijzing te geven: 'De pleisters liggen beneden, mama!'
Uit de andere kamer roept de slapeloze zevenjarige: 'Ja! In de bruine kast, in het laatje.'
Abonneren op:
Posts (Atom)