De afgelopen maand luisterde ik vrijwel non-stop naar Michael Jackson. Het was mijn schrijfmuziek. Het is grappig dat alles wat je schrijft z'n eigen muziek heeft. Een paar dagen geleden zag ik de documentaire This is it nog een keer. De repetities van zijn grote toer. De laatste dagen van Michael Jackson. Hij intrigeert me eigenlijk mateloos, die man. Met z'n neus. Of eigenlijk zonder neus. Nu hoef ik niet meer te luisteren naar Michael Jackson. Maar doe ik het nog. Zoals ik mijn kamer op zou mogen ruimen, maar dat juist nog niet doe. Elk boek dat ik uit de boekenkast trok toen ik aan het schrijven was, ligt op de grond. In stapeltjes tegen de muur en op de vensterbank. Overal ligt papier. Aantekeningen. Ze zijn niet meer nodig. Er mag een bezem doorheen.
vrijdag 19 april 2013
woensdag 17 april 2013
Klassiek
Er vonden hier gisteravond na het eten twee nogal klassieke scènes plaats.
Deetje (bijna 3) zat aan tafel te tekenen. Ze vroeg me of ik een poppetje voor haar wilde maken.
'Hoofdje, buikje, benen, armen, benen, haartjes, ogen, neus, mond,' zei ik hardop. Ze volgde mijn potloodstrepen nauwgezet, alsof ik haar tekenlerares was. Toen ik klaar was, tekende zij een poppetje. Ze tekende werkelijk alles op de goede plek, maar vergat - zoals dat hoort bij peuters - de buik. De armen en de benen werden aan het grote hoofd bevestigd.
Ik zei: 'Alleen de buik nog.'
Met haar tong uit haar mond tekende ze nog een paar poppetjes. Weer buikloos. Een heel leger koppoters kwam er nog tevoorschijn.
Jeetje (bijna 8) zat even verderop achter de piano. Naast haar zat man.
'Ik wil een man zijn,' hoorde ik haar tegen hem zeggen. 'Ik wou dat ik een man was!'
'Waarom?'
'Dan kon ik met een vrouw trouwen. Vrouwen zijn allemaal veel mooier.'
'Je kunt ook als vrouw trouwen met een vrouw hoor,' riep ik vanaf mijn plek. 'Niks mis mee.'
'Ik kan nooit zo'n leuke man vinden als jou, papa.' Ze zuchtte. 'Ik ben verliefd op jou.'
Deetje (bijna 3) zat aan tafel te tekenen. Ze vroeg me of ik een poppetje voor haar wilde maken.
'Hoofdje, buikje, benen, armen, benen, haartjes, ogen, neus, mond,' zei ik hardop. Ze volgde mijn potloodstrepen nauwgezet, alsof ik haar tekenlerares was. Toen ik klaar was, tekende zij een poppetje. Ze tekende werkelijk alles op de goede plek, maar vergat - zoals dat hoort bij peuters - de buik. De armen en de benen werden aan het grote hoofd bevestigd.
Ik zei: 'Alleen de buik nog.'
Met haar tong uit haar mond tekende ze nog een paar poppetjes. Weer buikloos. Een heel leger koppoters kwam er nog tevoorschijn.
Jeetje (bijna 8) zat even verderop achter de piano. Naast haar zat man.
'Ik wil een man zijn,' hoorde ik haar tegen hem zeggen. 'Ik wou dat ik een man was!'
'Waarom?'
'Dan kon ik met een vrouw trouwen. Vrouwen zijn allemaal veel mooier.'
'Je kunt ook als vrouw trouwen met een vrouw hoor,' riep ik vanaf mijn plek. 'Niks mis mee.'
'Ik kan nooit zo'n leuke man vinden als jou, papa.' Ze zuchtte. 'Ik ben verliefd op jou.'
dinsdag 16 april 2013
Wat nu?
Goed. Klaar. Af. Uit. Boek vier. (Boek drie heb ik overgeslagen) Najaarsaanbieding 2013 wordt het. Dat is mooi, heel mooi, niet lang geleden leek dit allemaal nog erg ver weg.
Het was een magisch moment vanmorgen. In de hal van de uitgeverij stonden we, mijn redactrice en ik. Ietwat onwennig tegenover elkaar. Het proces was eigenlijk nog maar net begonnen. We hadden een paar keer koffiegedronken. We kennen elkaar nog niet. Maar dat is niet altijd nodig blijkbaar.
Bij de Jaren at ik een broodje zalm, dronk een kopje muntthee. En daarna fietste ik naar huis. Wat nu? dacht ik.
Het was een magisch moment vanmorgen. In de hal van de uitgeverij stonden we, mijn redactrice en ik. Ietwat onwennig tegenover elkaar. Het proces was eigenlijk nog maar net begonnen. We hadden een paar keer koffiegedronken. We kennen elkaar nog niet. Maar dat is niet altijd nodig blijkbaar.
Bij de Jaren at ik een broodje zalm, dronk een kopje muntthee. En daarna fietste ik naar huis. Wat nu? dacht ik.
maandag 15 april 2013
Witte zak
Het is vrijdag. De stocksale van een kinderkledingmerk begint om tien uur, om kwart voor tien was ik er al. Vroeg dacht ik zelf. Ik dacht slim te zijn. Maar de rij met vrouwen staat al tot aan het einde van de straat. Mijn neiging om meteen rechtsomkeert te maken, negeer ik. Het is goed om die impuls soms te negeren, heb ik geleerd. Ik kan ook gemakkelijk blijven, ik heb nu alle tijd, mijn werkje is in handen van de anderen, het weer is goed, misschien gebeurt er hier zelfs nog iets voor in een Brugcolumn. Sommige vrouwen hebben kartonnen bekers met koffie in hun hand. Sommigen komen hiervoor uit Haarlem hoor ik. De meesten zijn met een vriendin. Behalve ik en de zwangere naast me. Wij twee zwijgen aan één stuk door. Meer gebeurt er niet. Of ik krijg het niet mee.
Voor ik het weet sta ik in een witte ruimte vol kledingrekken en vrouwen met witte plastic tassen. Ook ik loop met zo'n witte vuilniszak. Met rode hoofden doorkruisen we de ruimte, graaien we in het rond, nemen jurkje en tuniekjes van de rekken, stellen ons voor hoe die onze kinderen zullen staan. Even vergeten we alles. Totdat we weer in een rij belanden. Om eruit te komen deze keer. Ik maak een foto van de lange slingerende rij vanaf de ingang naar de uitgang. Ik heb nog geen man hier gezien. Geen man zou in een rij gaan staan om te mogen betalen. Maar ik sta er. Ik ben ook geen man. Weer buiten zie ik dat er gebeld is. Het telefoontje waar ik deze week min of meer op aan het wachten was.
Voor ik het weet sta ik in een witte ruimte vol kledingrekken en vrouwen met witte plastic tassen. Ook ik loop met zo'n witte vuilniszak. Met rode hoofden doorkruisen we de ruimte, graaien we in het rond, nemen jurkje en tuniekjes van de rekken, stellen ons voor hoe die onze kinderen zullen staan. Even vergeten we alles. Totdat we weer in een rij belanden. Om eruit te komen deze keer. Ik maak een foto van de lange slingerende rij vanaf de ingang naar de uitgang. Ik heb nog geen man hier gezien. Geen man zou in een rij gaan staan om te mogen betalen. Maar ik sta er. Ik ben ook geen man. Weer buiten zie ik dat er gebeld is. Het telefoontje waar ik deze week min of meer op aan het wachten was.
vrijdag 12 april 2013
Gevaarlijk
De afgelopen week was vreemd. Zeker in vergelijking met de weken ervoor toen ik dag en nacht bezig was met het te schrijven boek. Het maakte niet uit waar ik zat, of het lawaaiig was. Er waren geen strikte voorwaarden waaronder ik werken kon. Het ging maar door. Dat is het beste. Maar deze week was er een van ledigheid. Wachten. Met beide benen sta ik op de grond en kijk rondom mij heen. Het is een zooitje geworden in mijn kamer. Op de school en de crèche is alles hetzelfde gebleven. Op de uitgeverij wordt geborreld in fel licht. Ik heb het idee dat ik heel lang naar het buitenland geweest ben en nu net weer terug. Het miezert hier.
'Je hebt op je blog geschreven dat je op send gedrukt hebt,' zei een collega tegen me. 'Dan gaan ze je feliciteren en zo. Wil je dat wel?'
Ik knikte. Het was zo. Ik wist het. Aan de ene kant was het voorbarig, maar aan de andere kant klopte het dat ik dat deed. Omdat ik iets stuurde waar ik achter stond. Dat is best heel wat. Ergens achter staan. Dat is gevaarlijk.
'Je hebt op je blog geschreven dat je op send gedrukt hebt,' zei een collega tegen me. 'Dan gaan ze je feliciteren en zo. Wil je dat wel?'
Ik knikte. Het was zo. Ik wist het. Aan de ene kant was het voorbarig, maar aan de andere kant klopte het dat ik dat deed. Omdat ik iets stuurde waar ik achter stond. Dat is best heel wat. Ergens achter staan. Dat is gevaarlijk.
woensdag 10 april 2013
Onze strijd
'Pas op de natuur neemt het van ons over.' We kijken door de glazen pui van de kapperszaak in mijn straat naar de eenden die aan de andere kant staan. Een mannetje en een vrouwtje zo te zien. Eentje is namelijk bontgekleurd en de andere is grijs/bruin. Zo staren we naar elkaar, gescheiden door het glas gelukkig, natuur en cultuur. Tot de eenden besluiten door te lopen. Op hun oranje vliezen wandelen ze door een totaal versteende wereld. Op hun gemak. Alsof ze lunchpauze hebben. Toen ik ze voor het eerst tegenkwam, een week of twee geleden, dacht ik dat het verdwaalde eenden waren. Maar niets is minder waar. Ze komen hier steeds weer terug, wordt mij nu verteld. Het zijn bekende eenden. Het is alsof ze iets willen. Als buiten de twee eenden uit ons zicht verdwenen zijn, gaan wij binnen door met onze strijd tegen de natuur, het oprukkende grijs. Alsof dat zin zou hebben.
dinsdag 9 april 2013
Rustig
Tijd van wachten is tijd van lezen. Dus kocht ik gisteren dan eindelijk Vader van Karl Ove Knausgard. Het is niet zo dat ik geen enkel ongelezen boek meer hier heb liggen. Aan beide zijden van mij stapelen ze zich op. Er is een half jaar vakantie voor nodig om de stapel weg te werken. Zonder kinderen. En dat laatste zou ik ook weer niet willen. Dus het wordt gewoon hapsnap lezen zoals altijd. Ik bedenk me nu dat we het laatst, tijdens een geheime bijeenkomst, nog hadden over dat ene halve uurtje per dag dat mensen over schijnen te hebben. Het ging erom dat wij die tijd in moesten zien te pikken met onze verhalen. Het kort verhaal als ideale vorm.
Voor ik Vader kocht, fietste ik nog naar een zieke vriendin, geen zieke vriendin maar gewoon een vriendin met griep. Bij haar lunchte ik. Ik had iets smerigs meegenomen voor op het brood, maar zij wilde dat graag eten. Ze legde repen Tony Chocolonely op tafel en toen ik weer wegging deed ze die repen weer terug in de kast. We praatten over in hoeverre je jezelf kunt vertrouwen, je eigen mening over wat je maakt. We kwamen er niet helemaal uit. Ook hadden we het erover waarom je bij het lezen van sommige literatuur zo rustig wordt. De uitkomst was dat dat goede literatuur moest zijn. Van het lezen van de boeken van Gerbrand Bakker word je rustig. Dat zit ook in zijn blogs. Maar wat dat precies is? Ik heb het ook heel sterk als ik Coetzee lees.
In de Bijenkorf paste ik spijkerbroeken, maar ze zaten allemaal niet goed. Bij de HEMA kocht ik een kinderwcbril en salmiaklolly's. Op de terugweg at ik op de fiets vijf lolly's achter elkaar, deed de stokjes in mijn jaszak en probeerde te onthouden dat ik die straks ongezien de prullenbak in zou moeten doen. Dat deed ik.
Voor ik Vader kocht, fietste ik nog naar een zieke vriendin, geen zieke vriendin maar gewoon een vriendin met griep. Bij haar lunchte ik. Ik had iets smerigs meegenomen voor op het brood, maar zij wilde dat graag eten. Ze legde repen Tony Chocolonely op tafel en toen ik weer wegging deed ze die repen weer terug in de kast. We praatten over in hoeverre je jezelf kunt vertrouwen, je eigen mening over wat je maakt. We kwamen er niet helemaal uit. Ook hadden we het erover waarom je bij het lezen van sommige literatuur zo rustig wordt. De uitkomst was dat dat goede literatuur moest zijn. Van het lezen van de boeken van Gerbrand Bakker word je rustig. Dat zit ook in zijn blogs. Maar wat dat precies is? Ik heb het ook heel sterk als ik Coetzee lees.
In de Bijenkorf paste ik spijkerbroeken, maar ze zaten allemaal niet goed. Bij de HEMA kocht ik een kinderwcbril en salmiaklolly's. Op de terugweg at ik op de fiets vijf lolly's achter elkaar, deed de stokjes in mijn jaszak en probeerde te onthouden dat ik die straks ongezien de prullenbak in zou moeten doen. Dat deed ik.
Abonneren op:
Posts (Atom)