Bij een optreden van Jeetje en haar klas in het muziekgebouw ontmoet ik een leuke vader. Hij helpt ook mee de kinderen de tram in te begeleiden, er weer uit en ze daarna het muziekgebouw in te loodsen. Als schaapjes. En wij zijn de herders.
Eenmaal in de zaal waar het zo dadelijk allemaal zal gebeuren, vraagt hij: 'ken ik jou van dat krantje?"
'Ja, dat kan.'
'Leuke stukjes. Vooral over die seksfeesten.'
'Mijn onderzoek naar de seksfeesten is helaas doodgelopen,' zeg ik.
'Het is vreemd met ouders,' zegt de leuke vader, 'ze hebben het alleen nog over hun kinderen. Alsof mensen als ze ouders zijn ineens binnen bepaalde grenzen blijven. Ze schieten in een mal. Terwijl ze zo niet zijn.'
'Ja, vandaar die stiekeme seksfeesten dus. De ontsnapping.'
'De eerste keren dat ik op het schoolplein kwam, viel het me behoorlijk tegen,' zegt hij.
'Ik heb al geprobeerd de seksfeesten zo persoonlijk mogelijk te maken,' zeg ik. 'Terug naar de kern.'
'Dat is goed. Dat moet je altijd doen. Het kan niet persoonlijk genoeg!'
'Ik wilde een hele reeks schrijven over mijn bezoekjes aan de buren en dat het daarmee in wezen begint. Maar ik bleef steken bij één stukje.'
De vader kijkt mij aan. Hij zegt: 'Misschien moet je het juist even helemaal aan de andere kant van het spectrum zoeken.'
'O zo,' zeg ik.
Om ons heen stroomt de zaal vol met kinderen en ouders. De voorstelling begint. Ik blijf maar nadenken over de andere kant van het spectrum van de seksfeesten.
donderdag 25 april 2013
dinsdag 23 april 2013
De doos
Een paar dagen voor de verjaardag van man werd er een grote bruine doos bij ons afgeleverd met aan beide zijden de afbeelding van een gril. Daaronder het woord 'grill'. Het handvat van ons tosti-ijzer was afgebroken omdat het brood dat we ertussen stopten te dik was. Dat zou met zo'n gril niet gebeuren, dacht ik zo. Man was de enige die thuis was toen de doos bezorgd werd en hij had de doos dus ook in ontvangst genomen.
'Wat zit er in die doos, papa?' vroeg Jeetje toen ze thuiskwam.
'Boeken voor mama denk ik,' zei hij.
'Die doos is het cadeau voor papa. Niet zeggen,' zou ik haar later influisteren. 'Dat is ons geheim.'
Jeetje glunderde. Sindsdien werden er onophoudelijk zinspelingen gemaakt over de doos en over tosti's.
'Papa, we brengen even de doos met boeken voor mama naar boven, hoor!'
'Jammer hè? Dat we geen tosti's meer kunnen maken?'
We pakten de doos samen in en verborgen de doos daarna onder jassen en dekens. We barricadeerden de deur voor de bijna-jarige. Een dag voor het feest nam Jeetje haar kleine zus mee naar boven om haar deelgenote te maken van de doos.
De klein zus riep bovenaan de trap al: 'Er staat een groot cadeau op mama's werkkamer!'
'O ja?' zei man.
'Ja, dat is een verrassing,' zei ze. 'Voor jouw verjaardag! Een heel groot cadeau.'
'Dat mag papa niet weten, hè?' zei ik.
'Nee!,' zei ze blij.
's Avonds voor het slapengaan zei Deetje nog. 'Papa? Het tosti-ijzer is toch stuk, hè?'
'Ja, het tosti-ijzer is stuk,' zei man.
'Ja. En als jij morgen jarig bent, is het tosti-ijzer niet meer stuk!'
Toen de grote dag aanbrak, terwijl man het papier van de doos scheurde, was de spanning om te snijden. Wat zou erin zitten?
'Wat zit er in die doos, papa?' vroeg Jeetje toen ze thuiskwam.
'Boeken voor mama denk ik,' zei hij.
'Die doos is het cadeau voor papa. Niet zeggen,' zou ik haar later influisteren. 'Dat is ons geheim.'
Jeetje glunderde. Sindsdien werden er onophoudelijk zinspelingen gemaakt over de doos en over tosti's.
'Papa, we brengen even de doos met boeken voor mama naar boven, hoor!'
'Jammer hè? Dat we geen tosti's meer kunnen maken?'
We pakten de doos samen in en verborgen de doos daarna onder jassen en dekens. We barricadeerden de deur voor de bijna-jarige. Een dag voor het feest nam Jeetje haar kleine zus mee naar boven om haar deelgenote te maken van de doos.
De klein zus riep bovenaan de trap al: 'Er staat een groot cadeau op mama's werkkamer!'
'O ja?' zei man.
'Ja, dat is een verrassing,' zei ze. 'Voor jouw verjaardag! Een heel groot cadeau.'
'Dat mag papa niet weten, hè?' zei ik.
'Nee!,' zei ze blij.
's Avonds voor het slapengaan zei Deetje nog. 'Papa? Het tosti-ijzer is toch stuk, hè?'
'Ja, het tosti-ijzer is stuk,' zei man.
'Ja. En als jij morgen jarig bent, is het tosti-ijzer niet meer stuk!'
Toen de grote dag aanbrak, terwijl man het papier van de doos scheurde, was de spanning om te snijden. Wat zou erin zitten?
vrijdag 19 april 2013
Nostalgie
De afgelopen maand luisterde ik vrijwel non-stop naar Michael Jackson. Het was mijn schrijfmuziek. Het is grappig dat alles wat je schrijft z'n eigen muziek heeft. Een paar dagen geleden zag ik de documentaire This is it nog een keer. De repetities van zijn grote toer. De laatste dagen van Michael Jackson. Hij intrigeert me eigenlijk mateloos, die man. Met z'n neus. Of eigenlijk zonder neus. Nu hoef ik niet meer te luisteren naar Michael Jackson. Maar doe ik het nog. Zoals ik mijn kamer op zou mogen ruimen, maar dat juist nog niet doe. Elk boek dat ik uit de boekenkast trok toen ik aan het schrijven was, ligt op de grond. In stapeltjes tegen de muur en op de vensterbank. Overal ligt papier. Aantekeningen. Ze zijn niet meer nodig. Er mag een bezem doorheen.
woensdag 17 april 2013
Klassiek
Er vonden hier gisteravond na het eten twee nogal klassieke scènes plaats.
Deetje (bijna 3) zat aan tafel te tekenen. Ze vroeg me of ik een poppetje voor haar wilde maken.
'Hoofdje, buikje, benen, armen, benen, haartjes, ogen, neus, mond,' zei ik hardop. Ze volgde mijn potloodstrepen nauwgezet, alsof ik haar tekenlerares was. Toen ik klaar was, tekende zij een poppetje. Ze tekende werkelijk alles op de goede plek, maar vergat - zoals dat hoort bij peuters - de buik. De armen en de benen werden aan het grote hoofd bevestigd.
Ik zei: 'Alleen de buik nog.'
Met haar tong uit haar mond tekende ze nog een paar poppetjes. Weer buikloos. Een heel leger koppoters kwam er nog tevoorschijn.
Jeetje (bijna 8) zat even verderop achter de piano. Naast haar zat man.
'Ik wil een man zijn,' hoorde ik haar tegen hem zeggen. 'Ik wou dat ik een man was!'
'Waarom?'
'Dan kon ik met een vrouw trouwen. Vrouwen zijn allemaal veel mooier.'
'Je kunt ook als vrouw trouwen met een vrouw hoor,' riep ik vanaf mijn plek. 'Niks mis mee.'
'Ik kan nooit zo'n leuke man vinden als jou, papa.' Ze zuchtte. 'Ik ben verliefd op jou.'
Deetje (bijna 3) zat aan tafel te tekenen. Ze vroeg me of ik een poppetje voor haar wilde maken.
'Hoofdje, buikje, benen, armen, benen, haartjes, ogen, neus, mond,' zei ik hardop. Ze volgde mijn potloodstrepen nauwgezet, alsof ik haar tekenlerares was. Toen ik klaar was, tekende zij een poppetje. Ze tekende werkelijk alles op de goede plek, maar vergat - zoals dat hoort bij peuters - de buik. De armen en de benen werden aan het grote hoofd bevestigd.
Ik zei: 'Alleen de buik nog.'
Met haar tong uit haar mond tekende ze nog een paar poppetjes. Weer buikloos. Een heel leger koppoters kwam er nog tevoorschijn.
Jeetje (bijna 8) zat even verderop achter de piano. Naast haar zat man.
'Ik wil een man zijn,' hoorde ik haar tegen hem zeggen. 'Ik wou dat ik een man was!'
'Waarom?'
'Dan kon ik met een vrouw trouwen. Vrouwen zijn allemaal veel mooier.'
'Je kunt ook als vrouw trouwen met een vrouw hoor,' riep ik vanaf mijn plek. 'Niks mis mee.'
'Ik kan nooit zo'n leuke man vinden als jou, papa.' Ze zuchtte. 'Ik ben verliefd op jou.'
dinsdag 16 april 2013
Wat nu?
Goed. Klaar. Af. Uit. Boek vier. (Boek drie heb ik overgeslagen) Najaarsaanbieding 2013 wordt het. Dat is mooi, heel mooi, niet lang geleden leek dit allemaal nog erg ver weg.
Het was een magisch moment vanmorgen. In de hal van de uitgeverij stonden we, mijn redactrice en ik. Ietwat onwennig tegenover elkaar. Het proces was eigenlijk nog maar net begonnen. We hadden een paar keer koffiegedronken. We kennen elkaar nog niet. Maar dat is niet altijd nodig blijkbaar.
Bij de Jaren at ik een broodje zalm, dronk een kopje muntthee. En daarna fietste ik naar huis. Wat nu? dacht ik.
Het was een magisch moment vanmorgen. In de hal van de uitgeverij stonden we, mijn redactrice en ik. Ietwat onwennig tegenover elkaar. Het proces was eigenlijk nog maar net begonnen. We hadden een paar keer koffiegedronken. We kennen elkaar nog niet. Maar dat is niet altijd nodig blijkbaar.
Bij de Jaren at ik een broodje zalm, dronk een kopje muntthee. En daarna fietste ik naar huis. Wat nu? dacht ik.
maandag 15 april 2013
Witte zak
Het is vrijdag. De stocksale van een kinderkledingmerk begint om tien uur, om kwart voor tien was ik er al. Vroeg dacht ik zelf. Ik dacht slim te zijn. Maar de rij met vrouwen staat al tot aan het einde van de straat. Mijn neiging om meteen rechtsomkeert te maken, negeer ik. Het is goed om die impuls soms te negeren, heb ik geleerd. Ik kan ook gemakkelijk blijven, ik heb nu alle tijd, mijn werkje is in handen van de anderen, het weer is goed, misschien gebeurt er hier zelfs nog iets voor in een Brugcolumn. Sommige vrouwen hebben kartonnen bekers met koffie in hun hand. Sommigen komen hiervoor uit Haarlem hoor ik. De meesten zijn met een vriendin. Behalve ik en de zwangere naast me. Wij twee zwijgen aan één stuk door. Meer gebeurt er niet. Of ik krijg het niet mee.
Voor ik het weet sta ik in een witte ruimte vol kledingrekken en vrouwen met witte plastic tassen. Ook ik loop met zo'n witte vuilniszak. Met rode hoofden doorkruisen we de ruimte, graaien we in het rond, nemen jurkje en tuniekjes van de rekken, stellen ons voor hoe die onze kinderen zullen staan. Even vergeten we alles. Totdat we weer in een rij belanden. Om eruit te komen deze keer. Ik maak een foto van de lange slingerende rij vanaf de ingang naar de uitgang. Ik heb nog geen man hier gezien. Geen man zou in een rij gaan staan om te mogen betalen. Maar ik sta er. Ik ben ook geen man. Weer buiten zie ik dat er gebeld is. Het telefoontje waar ik deze week min of meer op aan het wachten was.
Voor ik het weet sta ik in een witte ruimte vol kledingrekken en vrouwen met witte plastic tassen. Ook ik loop met zo'n witte vuilniszak. Met rode hoofden doorkruisen we de ruimte, graaien we in het rond, nemen jurkje en tuniekjes van de rekken, stellen ons voor hoe die onze kinderen zullen staan. Even vergeten we alles. Totdat we weer in een rij belanden. Om eruit te komen deze keer. Ik maak een foto van de lange slingerende rij vanaf de ingang naar de uitgang. Ik heb nog geen man hier gezien. Geen man zou in een rij gaan staan om te mogen betalen. Maar ik sta er. Ik ben ook geen man. Weer buiten zie ik dat er gebeld is. Het telefoontje waar ik deze week min of meer op aan het wachten was.
vrijdag 12 april 2013
Gevaarlijk
De afgelopen week was vreemd. Zeker in vergelijking met de weken ervoor toen ik dag en nacht bezig was met het te schrijven boek. Het maakte niet uit waar ik zat, of het lawaaiig was. Er waren geen strikte voorwaarden waaronder ik werken kon. Het ging maar door. Dat is het beste. Maar deze week was er een van ledigheid. Wachten. Met beide benen sta ik op de grond en kijk rondom mij heen. Het is een zooitje geworden in mijn kamer. Op de school en de crèche is alles hetzelfde gebleven. Op de uitgeverij wordt geborreld in fel licht. Ik heb het idee dat ik heel lang naar het buitenland geweest ben en nu net weer terug. Het miezert hier.
'Je hebt op je blog geschreven dat je op send gedrukt hebt,' zei een collega tegen me. 'Dan gaan ze je feliciteren en zo. Wil je dat wel?'
Ik knikte. Het was zo. Ik wist het. Aan de ene kant was het voorbarig, maar aan de andere kant klopte het dat ik dat deed. Omdat ik iets stuurde waar ik achter stond. Dat is best heel wat. Ergens achter staan. Dat is gevaarlijk.
'Je hebt op je blog geschreven dat je op send gedrukt hebt,' zei een collega tegen me. 'Dan gaan ze je feliciteren en zo. Wil je dat wel?'
Ik knikte. Het was zo. Ik wist het. Aan de ene kant was het voorbarig, maar aan de andere kant klopte het dat ik dat deed. Omdat ik iets stuurde waar ik achter stond. Dat is best heel wat. Ergens achter staan. Dat is gevaarlijk.
Abonneren op:
Posts (Atom)