donderdag 28 augustus 2014

Fabio is terug

Als ik de deur opendoe, staat daar Fabio, onze oude schoonmaker. Hij was drie en een half jaar spoorloos verdwenen. Voorgoed terug naar zijn land of dood.
'Ik ben er weer, Elkie,' zegt hij.
'Wat goed! Waar was je?'
'Ik ben weer terug.'
Ik laat hem binnen. We drinken thee in de tuin. 
'Is dat jouw baby, Elkie?' zegt Fabio na een tijdje. Hij wijst naar Deetje die vanachter haar bureautje naar hem aan het loeren is. Ze is slijpt het ene potlood na het andere. De punten zijn loei scherp.
'Dat is mijn baby,' zeg ik. Ik bid dat mijn baby geen 'fakjoe' roept nu. Maar dat doet mijn baby natuurlijk niet. 
'Dag!' zegt Fabio tegen haar, 'ik ben Fabio. Ik kom jullie huis weer schoonmaken.'
'Ook het dak?' vraagt mijn baby meteen.
'Dat is wel hoog,' zegt Fabio.
'O, oké.'
Na de thee controleert Fabio het poetskastje en hij ziet dat het niet goed geordend is. Heel onlogisch. Er liggen dingen in die er niet in horen. Even later zit hij er op zijn knieën voor en vertelt me wat er wel en niet in hoort. Waarom liggen hier bellenblazen? Ik moet hem het antwoord schuldig blijven. Hij houdt een dweilmop omhoog, nog in plastic.
'Deze heb jij verkeerd gekocht, Elkie,' zegt hij. 'Die ligt er nog.'
'Dan zal ik 'm maar eens weggooien, hè?' zeg ik, 'als dat ding er al bijna vier jaar ligt.'
'Ja,' zegt hij.
'Dat jij dat nog onthouden hebt,' zeg ik. 
Fabio glimlacht.
Mijn baby is eigenlijk het enige waaraan we kunnen zien dat er drieëneenhalf jaar tussenzit. Mijn baby is niet meer.
'Ik kom morgen,' zegt Fabio dan. 'Het is wel nodig hoor.'


woensdag 27 augustus 2014

Flitsen

De kinderen naar school gebracht. Met een loopfiets onder mijn arm wandel ik terug naar huis. Daar fietst de huisman weer. Langzaam, gelaten. Lege bakfiets. Alles aan hem 'hangt'. Ik schiet een zijstraat in. In een woonkamer zie ik iemand zitten achter zijn  laptop. Een duistere gestalte. Een thuiswerker. Hij kijkt terug vanuit zijn donkere hol en haast onmerkbaar versnel ik mijn pas.
Ik droomde vannacht dat ik met mijn oude buurmeisje speelde. Boven op haar kamer. Een omgebouwde zolder. We slopen naar de slaapkamer van haar ouders waar we ons installeerden op hun bed en naar het zwart-wit teeveetje keken op de teakhouten kast. Even later kwam ook haar grote zus erbij zitten. We zaten daar totdat er onderaan de trap werd geroepen dat ik naar huis moest om te eten. Het was half zes. Wij aten altijd om half zes en zij om half zeven.
Vanmorgen at ik brood met de meisjes en luisterden we naar Happy Day. Het valt me op dat ze altijd kalm en vredig worden van liedjes met Jezus erin.

dinsdag 26 augustus 2014

F a k

's Avonds kan de grote niet slapen, gewoon omdat ze niet kan slapen. 's Nachts staat de kleine aan ons bed te fluisteren: 'Ik ben zo bang. Ik ben zo bang.'
'In de vroege ochtend hoor ik gestamp. Daarna is er het vreselijke gillen: 'Kutmens, fak joe, kutmens, fak joe.'
De meisjes maken zich op om naar school te gaan.
'Fak joe! Ik haat je. Fak fak fak joe. Kut kut kutmens,' schreeuwen ze tegen elkaar.
Het is de tweede week na de grote vakantie. Mijn brave, sociale, behulpzame kinderen lijken wat moeite te hebben om de draad weer op het pakken. Om weer in het stramien te komen.
De kleine blijft maar orders uitdelen. Duidelijke orders. Dwangbevelen. En FAK JOE!  erachteraan.
'Doe jij op school ook zo raar?' vraag ik.
'Nee, natuurlijk niet,' zegt ze. 'Dat mag echt niet van de juf.' Ze glimlacht naar me.

maandag 25 augustus 2014

Preoccupatie

Op zondagmiddag zit de vierjarige op haar kamer. Ze speelt met de playmobil.
'Gaan NoeNoe en Ronnie ook dood?' klinkt het plotseling van boven. NoeNoe en Ronnie zijn onze katten.
'Ja,' zeg ik.
'O,' zegt ze, 'dus iedereen gaat dood. Maar wat dan?'
'Wat dan?'
'Wat gebeurt er dan?' zegt ze hard.
'Dat weet ik ook niet.'
'WAT GEBEURT ER DAN?'
'Dat weet ik niet!'
'We zijn dood en wat dan?'
'Geen idee.'
'O.'
Ze speelt weer verder.

Op maandagochtend aan het ontbijt zegt ze: 'We zitten allemaal in een boek!'
'Zitten we IN een boek?'
'Ja. We zitten in een boek.'
'Hoe kom je daar nou bij?'
'Dat is gewoon zo.'
'Heb je dat ergens gehoord?'
'Dit is niet voor nep, dit is echt waar.' De vierjarige pulkt de korstjes van haar brood. 'We zitten in een boek.'
'En iemand draait de bladzijdes om,' vult de negenjarige haar enthousiast aan. 'En als we dood zijn is het boek uit.'



donderdag 21 augustus 2014

De werkkamer

Na vijf weken fiets ik weer naar de werkkamer. Voor ik naar de werkkamer kon gaan, moest ik van mezelf al dagen eerst mijn werk af hebben. Uitstelgedrag. Maar nu is het af. Ik kan gaan. Ik moet wel. Ik wou zelf zo graag een werkkamer buitenshuis. Als ik eenmaal zit, valt het vast mee. Maar ik heb mijn tas nog niet uitgepakt of mijn telefoon gaat.
'Het is met meester Mark. Deetje heeft luis.'
'O.'
'Wil je haar op komen halen?'
'Ik ben op mijn werkkamer. Ik heb zo een afspraak.'
'Dan moet je je man maar bellen.'
'Die kan ook niet.'
'Ze moet nu een behandeling.'
'Dat heeft toch geen zin,' zeg ik.
'Ze moet shampoo.'
'Het spul moet acht uur inwerken voor het überhaupt werkt,' zeg ik.
'Ze mag hier in ieder geval niet blijven,' zegt hij beslist.
Ik zwijg.








dinsdag 19 augustus 2014

Geheim

'Hier,' zegt ze zacht en geeft me haar spiegeltje. 'Je hebt iets tussen je tanden.'
In het gebroken glas zie ik dat er iets groens tussen mijn voor- en hoektand zit. We hebben ons verzameld in de lobby van een hotel. Ik ben er als eerste. Eén voor één druppelen er mensen binnen. Ik ken ze niet. Er worden handen geschud en namen genoemd die ik meteen weer vergeet. Ik glimlach en heb dus al die tijd iets groens tussen mijn tanden.Ik moet denken aan de vrouw die vorige week tegen mij zei: 'Als je zo oud bent als ik, is een tandenstoker na alles wat je eet echt noodzakelijk.'
Na een tijdje begint de man in de hotellobby te vertellen waarom we daar zijn.
Voor hij doorpraat, wil hij dat we een geheimhoudingsverklaring tekenen. Tekenen we die niet, dan moeten we weg. We tekenen allemaal braaf. Tegenover mij aan tafel laat iemand het vaasje plastic bloemen in haar tas glijden.

maandag 18 augustus 2014

Maandagochtend

Jeetje gaat voor het eerst naar de bovenbouw op nieuwe gympen met goud erin. Groep zes/zeven/acht. Nieuwe groep, nieuwe juf,
JE BENT NOOIT KLAAR lees ik op de brief die op haar tafeltje ligt. Er staat: je werkt altijd door. Als je je opdracht af hebt, begin je met de volgende opdracht. Nogmaals: Je bent nooit klaar.
De woorden vallen zwaar op mijn maag. Zo op de eerste de maandagochtend na de grote vakantie. Het regent ook al.

Ik sta op de gang nog even stiekem naar Deetje in groep één te kijken. Hoe ze keurig aan haar tafeltje zit, in haar gele rokje. Dan zie ik hoe een vader - een lange man in een rood windjack - zich naar haar toebuigt.
Hij kijkt naar het naamplaatje en zegt: DAG DEETJE!
Ze kijkt op.
IK KOM JE VANMIDDAG HALEN, HE? zegt hij.
Ze blijft hem aankijken.
De lange man grijnst naar haar. GRAPJE! roept hij.
Deetje lacht niet.