zondag 14 juni 2015

Kunstenares

De verkoper van de kledingwinkel geeft me een klein zwart T-shirt met witte verfspatten.
'Hier. Trek eens aan,' zegt hij. 'Hierin lijk je precies een kunstenares.'
'Nou, dát hoeft niet hoor,' zegt man. Hij zit op een krukje toe te kijken. 'Dáár moeten we juist vanaf.'
Ik glimlach op mijn gebruikelijke wijze, trek het zwarte T-shirt met de verfspatten aan en daarna meteen weer uit.
 'Ik vind het té,' zeg ik.
'Dus geen kunstenares?'
'Nee,' zeg ik.
Hij kijkt me glazig aan. Meewarig misschien eerder.
De vorige keer wou dezelfde verkoper me ook al een blouse verkopen omdat ik daarin op een kunstenares zou lijken. Wat is daar toch het voordeel van? vraag ik me af. Weet die man wel wat hij zegt? En waarom ik?

dinsdag 9 juni 2015

Grens van het betamelijke

Ik wilde iets radicaals doen. Ik dacht: ik hef dit weblog op. Nou, dat was me een gedachte wel. Ik moest er even van bijkomen. Dus dacht ik even aan andere dingen: de grens van het menselijke. Waar lag die grens? En waarom trok me dat zo aan? Iemand had gezegd: 'dan bereik je de grens van het menselijke.' En ik dacht: Ja! Dat is het. Daar moet ik naartoe! Alsof het toverwoorden waren. Een vakantiebestemming. Het paradijs.
Maar wat wil ik daar precies gaan doen? Bij de grens van het menselijke?  Ik zie me er al staan, in mijn nieuwe bikini.
Gisteravond Belle de Jour van Bunûel gezien. De film werd ingeleid door een psychoanalyticus. Hij sprak over spiegeling, leegte en perversie. De film moesten we zien als een droom, verinnerlijking, van een volkomen gestoorde vrouw die probeert 'heel' te worden.
We zagen volgens de analyticus haar gevecht met haar demonen op het witte doek. Ik geloof niet dat het een film was die eigenlijk een droom is van het hoofdpersonage. Zoals ik niet geloof dat ons leven eigenlijk een droom is van onszelf.  Maar ik 'geloof' sowieso nogal weinig. Dus misschien moet ik daar niet al te veel waarde aan hechten.
Goed, ik hef dit blog niet op. Het enige radicale wat ik doe is dit weekend in een strandhuisje op camping Bakkum doorbrengen.

donderdag 4 juni 2015

Het verwaarloosde paard

Ik werd die dag pas rustig toen ik oog in oog stond met het verwaarloosde paard. Het regende dat het zeek. Ik schuilde bij haar in de stal. Het paard had nog geen zin om te draven, had mijn tienjarige verteld. Het wilde alleen op haar gemak lopen. Het had tijd nodig. Ze begon hooi te eten, ik maakte een foto van haar.
Om ons heen verwerd alles langzamerhand tot één grote modderzooi. De blubber strekte zich uit. Ik zag dat er zich een eilandje om het verwaarloosde paard en mij heen begon te vormen.
Mijn dochter was in geen velden of wegen meer te bekennen. Zelf ben ik nooit een paardenmeisje geweest. Om de huizen van mijn opa en ooms liepen vroeger overal paarden. Ik kan wel zeggen dat ik ben opgegroeid tussen de cowboys, maar naar hun paarden keek ik niet om. Ook mijn beste vriendin was er zo eentje. Ze had een verzorgpaard op de manege waar ze elk vrij moment naartoe ging om mest te scheppen, de staarten te borstelen, stallen schoon te maken. Ik vroeg me af wat daar nou precies de meerwaarde van was. Nee, dat vroeg ik me niet af. Ik vond het idioot. En dat ze er ook nog voor betáálde. Ik zou me daar wel gek zijn.
Maar eergisteren, toen het paard en ik elkaar in de ogen keken, begreep ik er misschien iets van.

woensdag 3 juni 2015

De beproevingen van het huwelijk


Man zit aan de keukentafel achter zijn laptop als ik beneden kom. Hij is met zijn identifier in de weer, vraagt hoe mijn dag was. Ik vertel hoe mijn dag was. Halverwege mijn verhaal begint man driftig te typen, zijn wenkbrauwen gefronst.
'Hoor je me wel?’
'Wat?' Hij kijkt me kort aan door zijn leesbrilglazen en tuurt dan weer naar het scherm. Met twee vingers ramt hij op de toetsen.
Zodra ik weer achter mijn computer zit, drie verdiepingen hoger, begint hij dingen naar me te roepen.
'Ik kan je niet verstaan,' roep ik terug.
'Zal ik J. en D. zo halen? Of doe jij dat?' 
'Nu praat je wel tegen me. Nu ik hier helemaal zit.'
'Ja, ik moest even iets afmaken.'
'Je vroeg net zelf hoe mijn dag was.'
'Ik had op een kort antwoord gehoopt.’

Zo blijven wij naar elkaar schreeuwen, de longen uit ons lijf, met al die kamers en trappen tussen ons in. 

dinsdag 2 juni 2015

De beproevingen voor de kikkervis


We houden kikkervisjes in een bak in de tuin. Onze vijfjarige heeft ze meegenomen uit  Limburg.
Ze hebben volgens mij een groeiachterstand. Dat komt omdat onze poezen elke dag wel een paar keer hun pootje in het water steken. Ook heeft onze vijfjarige al één van hen geofferd.
Vanuit de kamer zag ik hoe ze razendsnel met haar handje het water inging, er ééntje pakte, en hoe ze het arme ding daarna aan Ronnie voerde. Onze zwarte kater begon er aan te likken. Ze bleef gebiologeerd staan toekijken hoe het kikkervisje, tot de helft, door hem verorberd werd.
'Voer jij nou een kikkervisje aan de poes?' vroeg ik.
Ze huilde dat ze dat niet gedaan had. Echt niet! Hoe kom ik daar nou toch bij? Ze haat me! Alleen de stomste moeder die er bestaat, verzint zoiets. Dat halve kikkervisje is helemaal geen kikkervisje!
Het is geruststellend dat ze hier blijk geeft van iets als een geweten.
'Kikkervisjes keren altijd terug naar waar ze geboren zijn,' zegt man, 'mooi is dat hè?'
Ik denk aan het kleine vijvertje in de tuin van mijn ouders en aan hoe mijn kikkervisjes straks in Godsnaam heelhuids, via snelwegen en diepe wateren, de weg terug daarnaartoe moeten zien te vinden.
En daarom willen onze kikkervisjes dus liever geen pootjes krijgen.

donderdag 28 mei 2015

Lachen

De cursisten die ik nu lesgeef, hebben autonomie hoog in het vaandel staan, merk ik al vanaf les 1. Toen ik er nog het hardst om kon lachen. Het is nooit verkeerd voor een schrijver om eigenzinnig te zijn. Het is ook grappig dat mensen iets heel anders doen dan de opdracht was. Dat kan iets  goeds opleveren.Soms.
Het valt me op dat er binnen dit clubje, behalve autonomie, ook een sterke hang is naar regels, structuur en controle.
Vandaag mogen ze zelf met een verhaalidee komen.
Een cursist zegt: 'Het moet gaan over iemand die een nieuwe religie bedenkt.'
'Oké,' zeg ik, 'laten we beginnen met de concrete situatie. Wie..'
'Concreet, concreet,' zegt hij, 'jij wil het altijd concreet!'
'Ja,' zeg ik. 'Een nieuwe religie op zichzelf is niet interessant, want..'
'Oké dan zet ik twee personages aan een bar, ze hebben flink gedronken en beginnen een nieuwe religie te bedenken.'
'Is dit dramatisch interessant?' Ik kijk de groep rond. 'Hoe zou je zo'n idee nóg sterker kunnen maken?'
'Hoe weet ik dat jij ons niet gewoon jouw mening over schrijven probeert op te leggen?' vraagt de cursist. 'Hoe weet ik dat?'
Met half dichtgeknepen ogen kijkt hij me aan. Armen over elkaar. Achteroverleunend in zijn stoel. Kauwgom kauwend.
'Stáát er ergens hoe het moet?' vraagt hij.
'Er zijn heel veel handboeken om te leren schrijven geschreven,' zeg ik.
'Ja, geef me de titels maar.'
'Je kunt ze misschien ook zelf opzoeken op internet?'

maandag 25 mei 2015

Geen bereik

Het laatste teken van leven van man is van 30 uur geleden. Hij en Jeetje hadden hun kunstje gedaan op het festival in Montréal. Het was goed gegaan, mailde hij. Ze vertrokken met een auto naar 130 km verderop. Want een stad was maar een stad. Nee, ze gingen met z'n tweeën naar een Canadees natuurgebied. (Met echte beren, denk ik.) De Europese vader en dochter. De natuurliefhebbers.
Twee dagen zouden ze in zo'n yurt aan het water vertoeven.
Sindsdien is het stil. Op mijn sms, app, mail en telefoon wordt niet meer gereageerd. Er is daar natuurlijk geen WiFi. Ze slapen. Etcetera.
Maar nu zie ik steeds David Vann-achtige taferelen. Vader en dochter. De ongerepte natuur. Regen. Ver van de bewoonde wereld. Beren. Een tienjarig meisje middenin de wildernis geknield naast haar half opgegeten vader. Nacht. Huilen. Niemand die haar hoort.
Haar moeder die hier dit zit te typen.