Een doordeweekse werkdag. Als ik de keuken binnentralala, ontwaar ik leven op het aanrecht.
De muze blijkt terug. Hij heeft zich achter de elektrische koffiemolen verstopt. Naast een uitgeholde komkommer. We kijken elkaar aan. 'Hoe ben ik hier toch terechtgekomen in deze wirwar van draden?' lees ik in zijn kraaloogjes. 'En hoe kom ik hier ooit nog vandaan?'
'Ga nou maar snel weg,' zeg ik. Mijn hart bonst. Hier sta ik op mijn rode sloffen, voorovergebogen, naar het duistere gezelschap te kijken. Alleen het glas van mijn schrijfbril scheidt ons van elkaar.
'Ik ben liever alleen,' leg ik uit. 'Ik kan me zo niet concentreren op mijn werk. Ik ben heel gevoelig namelijk. Moet van elke ontmoeting lang uitrusten.'
Hij blijft gewoon zitten.
Ik kan hem zo dooddrukken. Hoef maar tegen de koffiemolen te duwen. En ik vermorzel 'm tussen muur en molen. De muze is natuurlijk ziek. Hij is hier speciaal gaan zitten opdat ik 'm uit zijn lijden verlos.
'Ik ga m'n fototoestel even halen,' schreeuw ik in zijn gezichtje. Zelfs zijn snorharen bewegen niet. Misschien is-ie daar een natuurlijke dood aan het sterven? Nog erger. Zit ik straks met de dood achter de koffiemolen. Ik heb liever dat hij deze wereld verlaat op een plek die ik niet zie.
Ik stommel, zo luid als men op rode sloffen stommelen kan, naar de kamer. Hier besluit de ipod shuffle net ‘ You'll never walk alone’ van Johnny Cash te gaan spelen. Ik geef de muze ruimschoots de tijd om te ontsnappen maar als ik terugkom, zit hij er nog.
Ik sluit de keukendeur. Kamerdeur. Tenslotte de deur van mijn werkkamer. Ik zet de muziek harder – ‘Walk on! Walk on!’ - maar denk steeds een hoog piepen te horen. Van mijn muze die in nood is.
woensdag 14 januari 2009
dinsdag 13 januari 2009
Aanhankelijkheid
'Als wij een keer gaan scheiden, lees je dan nog wel mijn blog?'
'Ja,' zegt man, 'en dan ga ik steeds heel erg nare reacties schrijven.'
Na de kinderhoos, raast er nu een storm van scheidingen door mijn omgeving. Het ene na het andere huwelijk valt uit elkaar. Er is een ander in het spel. Gewoon; geen zin meer. De koek blijkt plotseling allang op te zijn. De boel wordt, met veel kabaal, opgebroken. De één belandt een leenhuis of vertrekt voor een weekje rust naar een bungalow. Daar zit je dan in een leeg vakantiepark. Uitzicht op een bevroren rivier. Het dooit. Dingen komen bovendrijven. De ander blijft thuis met het kindje voor wie het leven zo lang mogelijk gewoon door moet gaan. Het kindje merkt niets. Behalve dan dat het met trillende handen gevoerd wordt. En het waggelt tegenwoordig met rode oogjes van het huilen naar de deur, als je alleen maar iets uit de auto gaat pakken. Maar dat kan ook gewoon de leeftijd zijn. Die aanhankelijkheid.
'Ja,' zegt man, 'en dan ga ik steeds heel erg nare reacties schrijven.'
Na de kinderhoos, raast er nu een storm van scheidingen door mijn omgeving. Het ene na het andere huwelijk valt uit elkaar. Er is een ander in het spel. Gewoon; geen zin meer. De koek blijkt plotseling allang op te zijn. De boel wordt, met veel kabaal, opgebroken. De één belandt een leenhuis of vertrekt voor een weekje rust naar een bungalow. Daar zit je dan in een leeg vakantiepark. Uitzicht op een bevroren rivier. Het dooit. Dingen komen bovendrijven. De ander blijft thuis met het kindje voor wie het leven zo lang mogelijk gewoon door moet gaan. Het kindje merkt niets. Behalve dan dat het met trillende handen gevoerd wordt. En het waggelt tegenwoordig met rode oogjes van het huilen naar de deur, als je alleen maar iets uit de auto gaat pakken. Maar dat kan ook gewoon de leeftijd zijn. Die aanhankelijkheid.
maandag 12 januari 2009
De hartstilstand
Ik ben gelukkig, maar kan elk moment een hartstilstand krijgen.
Nu dat weer.
En dan blijf ik daar steeds aan denken. Hoe ik plotseling wegval. En hoe erg ik dat zou vinden. Juist omdat ik er zo'n zin in heb. En hoe gruwelijk het zou zijn om Jeetje niet te zien opgroeien. En dat er ooit écht een moment van afscheid zal komen. Met Jeetje. Met iedereen.
(Ik denk voor het gemak alleen nog maar aan mijn eigen hartstilstand die, hoe erg ook, altijd minder erg is dan die van mijn geliefden.)
Ik ben dus gelukkig. Zit hier, en nu, met een lap tekst op mijn scherm die net ongrijpbaar is. Of net grijpbaar. Een verhaal dat nog geordend moet worden. En ik heb zin om er iets van te maken. Maar ja, dan is daar weer de onvoorspelbaarheid van alles, van mijzelf.
Nu dat weer.
En dan blijf ik daar steeds aan denken. Hoe ik plotseling wegval. En hoe erg ik dat zou vinden. Juist omdat ik er zo'n zin in heb. En hoe gruwelijk het zou zijn om Jeetje niet te zien opgroeien. En dat er ooit écht een moment van afscheid zal komen. Met Jeetje. Met iedereen.
(Ik denk voor het gemak alleen nog maar aan mijn eigen hartstilstand die, hoe erg ook, altijd minder erg is dan die van mijn geliefden.)
Ik ben dus gelukkig. Zit hier, en nu, met een lap tekst op mijn scherm die net ongrijpbaar is. Of net grijpbaar. Een verhaal dat nog geordend moet worden. En ik heb zin om er iets van te maken. Maar ja, dan is daar weer de onvoorspelbaarheid van alles, van mijzelf.
zaterdag 10 januari 2009
Verkeerde kringen
'Zijn dieven bruin of zwart?' vraagt Jeetje (3).
'Dieven kunnen ook wit zijn,' zegt man streng.
'Of blauw, rood, paars, roze, oranje,' vul ik hem aan.
Hoe komt ons Jeetje erop? In welke kringen verkeert ze? We bijten onze nagels erop stuk.
'Dieven kunnen ook wit zijn,' zegt man streng.
'Of blauw, rood, paars, roze, oranje,' vul ik hem aan.
Hoe komt ons Jeetje erop? In welke kringen verkeert ze? We bijten onze nagels erop stuk.
vrijdag 9 januari 2009
Op zakenreis
Ik was vandaag op zakenreis in het buitenland. Bij Het Geluidshuis. Om de mensen te ontmoeten voor wie ik een audiofilm ga maken. En later zou Tom Lanoye zelf ook nog komen om kennis te maken. Het was tenslotte zijn boek dat ik ging bewerken. Ik reisde met de hogesnelheidstrein. Bij het meetingpoint werd er op me gewacht om me naar de zaak te rijden. Ik voelde me heel professioneel en vlot.
Maar het was die nacht -15 geweest in Antwerpen. Ik bleef maar klappertanden.
Zo kwam het dat ik me niet veel later, met een fleecedeken om me heengeslagen, in een moderne, lichte ruimte bevond. Ik zag mezelf zitten aan een ronde tafel met twee heren en een dame - de verwarming was net stuk gegaan,'gij hebt ook een veuls te dun truike aan,' zeiden ze. Ik keek naar mijn truike. Dun, inderdaad. We roerden in de thee, wachtten.
Totdat de deur openging.
Tom Lanoye nam plaats tegenover mij.
'En wat vond je van mijn boek?' vroeg hij meteen.
'Ja! Goed!' rilde ik. 'Heel goed.' Ik trok het dekentje strakker om me heen. Steeds strakker.
Maar het was die nacht -15 geweest in Antwerpen. Ik bleef maar klappertanden.
Zo kwam het dat ik me niet veel later, met een fleecedeken om me heengeslagen, in een moderne, lichte ruimte bevond. Ik zag mezelf zitten aan een ronde tafel met twee heren en een dame - de verwarming was net stuk gegaan,'gij hebt ook een veuls te dun truike aan,' zeiden ze. Ik keek naar mijn truike. Dun, inderdaad. We roerden in de thee, wachtten.
Totdat de deur openging.
Tom Lanoye nam plaats tegenover mij.
'En wat vond je van mijn boek?' vroeg hij meteen.
'Ja! Goed!' rilde ik. 'Heel goed.' Ik trok het dekentje strakker om me heen. Steeds strakker.
donderdag 8 januari 2009
De ware moeder
'Is Jeetje weer zo stout tegen jou?' vraagt de crèchejuffrouw met de Spaanse tongval.
'Tegen MIJ? Weer. Nee. Helemáál niet! Hoezo?' Ik hef mijn kin op. Van: wat moet je? En: hè! hè! Waarom zou ze stout zijn tegen mij? Denk jij dat ze iets tegen mij heeft. Haar bloedeigen moeder. Waarom denk jij dat, juffrouw? Ze heeft eerder iets tegen jou, mens. Met die vurige blik van je. En dat temperament.
'O, ze is de laatste dagen zo stout op de crèche,' lacht de juf.
'Ze was er gisteren voor het eerst,' zeg ik kortaf.
'Voor de vakantie was ze al zo stout,' zegt de juf.
Ik kijk de crèche rond. Denken ze het soms allemaal hier? Roddelen ze erover achter mijn rug; de juffrouwen. Alleen omdat Jeetje voor de vakantie een periodetje had dat ze absoluut niet mee terug naar huis wou, als ik haar op kwam halen.
'Leuk stout,' zegt de juffrouw. (Haar accent werkt op mijn zenuwen.) 'Zo leuk, ze begon ineens stout te doen. Ons uit te dagen en zo. Terwijl ze altijd zo braaf is. En toen dacht ik: aha, daar komt de ware Jeetje uit de mouw.'
'O zo,' zeg ik.
'Tegen MIJ? Weer. Nee. Helemáál niet! Hoezo?' Ik hef mijn kin op. Van: wat moet je? En: hè! hè! Waarom zou ze stout zijn tegen mij? Denk jij dat ze iets tegen mij heeft. Haar bloedeigen moeder. Waarom denk jij dat, juffrouw? Ze heeft eerder iets tegen jou, mens. Met die vurige blik van je. En dat temperament.
'O, ze is de laatste dagen zo stout op de crèche,' lacht de juf.
'Ze was er gisteren voor het eerst,' zeg ik kortaf.
'Voor de vakantie was ze al zo stout,' zegt de juf.
Ik kijk de crèche rond. Denken ze het soms allemaal hier? Roddelen ze erover achter mijn rug; de juffrouwen. Alleen omdat Jeetje voor de vakantie een periodetje had dat ze absoluut niet mee terug naar huis wou, als ik haar op kwam halen.
'Leuk stout,' zegt de juffrouw. (Haar accent werkt op mijn zenuwen.) 'Zo leuk, ze begon ineens stout te doen. Ons uit te dagen en zo. Terwijl ze altijd zo braaf is. En toen dacht ik: aha, daar komt de ware Jeetje uit de mouw.'
'O zo,' zeg ik.
woensdag 7 januari 2009
Zelfde verhaal
De eerste die ik na de vakantie - gehuld in zwarte bontjas tot op de enkels - voorbij zag komen, was de kleine, dappere bovenbuurvrouw, die ondanks al haar ellendige kwalen dus nog steeds kwiek voort marcheerde. Ze had haar dikste bontmuts uit de mottenballen gehaald. Het stukje gezichtshuid dat daar nog onderuit piepte, was spierwit. Daar ging ze over het brede trottoir. Met twee grote tassen. Een oud vrouwtje dat zich niet klein liet krijgen. Al had men dat vaak geprobeerd. Waarom moesten ze haar altijd hebben?
En vlak voor ze op zou gaan kijken, keek ik 'toevallig' weg. Ze had het best gezien. Blind was ze niet. Dom ook niet. Ze was lief. Gul. Ze zwaaide ons uit als we weggingen.
Waarom sprong ik nou niet voor een keertje van de fiets om haar drie dikke klapzoenen te geven voor het nieuwe jaar? Oké, als ik dan met mijn laffe kont op het zadel wilde blijven zitten, waarom krijste ik haar dan niet vanaf daar een heel gelukkig en gezond 2009 toe? Ik had erbij kunnen roepen dat ik snel door moest crossen. Want op weg naar de Albert Heijn. Voor de eerste boodschappen weer. Enzovoort. Waarom zei ik haar in 2009 nog niet eens fatsoenlijk gedag?
Ook in de Albert Heijn was alles precies hetzelfde gebleven. Ik wist, zodra ik daar binnenkwam, al meteen niet meer wat we vanavond zouden moeten eten. En morgen.
En vlak voor ze op zou gaan kijken, keek ik 'toevallig' weg. Ze had het best gezien. Blind was ze niet. Dom ook niet. Ze was lief. Gul. Ze zwaaide ons uit als we weggingen.
Waarom sprong ik nou niet voor een keertje van de fiets om haar drie dikke klapzoenen te geven voor het nieuwe jaar? Oké, als ik dan met mijn laffe kont op het zadel wilde blijven zitten, waarom krijste ik haar dan niet vanaf daar een heel gelukkig en gezond 2009 toe? Ik had erbij kunnen roepen dat ik snel door moest crossen. Want op weg naar de Albert Heijn. Voor de eerste boodschappen weer. Enzovoort. Waarom zei ik haar in 2009 nog niet eens fatsoenlijk gedag?
Ook in de Albert Heijn was alles precies hetzelfde gebleven. Ik wist, zodra ik daar binnenkwam, al meteen niet meer wat we vanavond zouden moeten eten. En morgen.
Abonneren op:
Posts (Atom)