zaterdag 4 juli 2009

Naar de weekenddokter

Jeetje had gisteren een stukje hout in haar oog gekregen en er moest even naar gekeken worden door een professional. Ik meld het vast: dat zou niet lukken.
Zodra we een stap over de drempel van de huisartsenpraktijk zetten, veranderde ze in een brullend beest. Ze kneep haar ogen stijf dicht. Met geen mogelijkheid nog open te krijgen. Jeetje bleek over ongekende krachten te beschikken. Ze vocht voor haar leven.
'Mama is de baas, Jeetje,' zei de huisarts uiteindelijk. 'Niet jij.'
De man had het lampje al even op zijn voorhoofd en had al enkele keren tevergeefs getracht in het dikke oogje te kijken. Zijn woorden sorteerden geen enkel effect. Mama's t-shirt werd stuk gescheurd.
Het werd warmer in de dokterskamer. De sfeer werd grimmiger.
De huisarts gebood me tenslotte haar armen vast te houden, hij klemde haar benen tussen zijn knieën, met één hand hield hij haar hoofd vast en met de andere hand trok hij haar ooglid omhoog. Een piepklein stukje. Toen gaf hij het op.
Hij knipte het lampje uit en slofte weer naar zijn plaats. Mama baadde in het zweet. Met een schouder ontbloot.
'Nou, nou wat een toestand,' zuchtte de huisarts. 'Vind je dit zelf nou leuk, Jeetje?'
Ze zat op mijn schoot met haar handen voor allebei de ogen. Er was geen onbewaakt ogenblik waarin hij haar blik zou kunnen vangen.
'Ga maar,' zei hij, 'naar huis. Of waar jullie ook heengaan.'
We gingen. Muisstil zat Jeetje achterop mijn fiets. Thuis bleef ze muisstil. Of poeslief. Mij keek ze ook niet aan.

Een uur later in bad, zei ze: 'Ik dacht dat de dokter per ongeluk het zwarte puntje uit mijn ogen zou halen. In plaats van het houtje. En dat is vervelend, hè, mama. Zonder zwart puntje in je ogen.'

vrijdag 3 juli 2009

Veel prikkels

Het is dik dertig graden, trams bellen, auto's claxonneren, gegons van het leidseplein en ik sta daarboven, op het fameuze Ajax-terras, in een microfoon te blèren over een vrouw die met haar hoofd in een krokodillenbek belandde en daar inzag dat ze een b-leven leidde.
Met een gigantische zonnehoed op mijn hoofd die bij elk windvlaagje bijna wegwoei. Ik zag mij al per ongeluk het Ajax-terras af duiken. De hoed achterna.
Ik las als eerste voor maar toen ik daarna zelf tussen de toehoorders zat, begreep ik dat je elk zuchtje kon horen. Ik had niet hoeven schreeuwen. Of af en toe stoppen. Of om me heen kijken en wat mompelen.

woensdag 1 juli 2009

Nieuw Amsterdam Live

Morgen, 17.30 u, lees ik - samen met de Nieuw Amsterdam Clan Janneke van der Horst, Thijs de Boer en Thomas van Aalten - voor in Stanislavski in de stadsschouwburg Amsterdam.
Waarschijnlijk buiten, lees ik net hier. Op het Ajax-terras. (Ik zie nu een stadion voor me)

De nieuwe episode

Een nieuwe theepot in mijn nieuwe werkkamer gezet die zich in de Amsterdamse Pijp bevindt. Het is leuk een sleutel van je eigen deur te hebben en dan het idee dat je daar in je eentje naartoe zult fietsen om te gaan schrijven. Het is ook een opslagplaats voor boeken dus de boekhandelaar zal er af en toe in moeten. Een appartement op de begane grond. Er staat al een bureau en een stoel. Het is handig dat ik niet alles mee hoef te slepen of opnieuw aan te schaffen. Maar het zal meer moeite kosten om het eigen te maken. Ik treed een al bestaande sfeer binnen. Die niet de mijne is. Er hangt nu bijvoorbeeld een foto van L.H. Wiener boven het bureau. Waarvan ik eerst dacht dat het Thomas Bernard was. Die foto moet ik daar wel weghalen. Want ik wil niet dat hij steeds meekijkt.
Het is haast jammer dat we volgende week op vakantie gaan. Nog even wachten voor deze nieuwe episode daadwerkelijk aanbreekt. En hoe die uitpakt.

dinsdag 30 juni 2009

Ze waren aardig

In mijn tienerjaren had ik eerst verkering met een Marokkaanse jongen die maar niet geloofde dat water kon bevriezen. Ook niet toen hij met eigen ogen zag dat iedereen erop aan het schaatsen was.
Een Surinaamse jongen die, waar hij ook ging, een popster nabootste. Totdat hij met zijn grote voorbeeld samengevallen was. Zijn ware gezicht, als dat bestaat, heb ik nooit gezien.
Een Chinese/Indonesische en-nog-wat jongen die zichzelf Face noemde, in drugs handelde en op een dag zijn been gebroken had.
'Maar hoe kom je daar nou toch bij, Face?' zei ik door de telefoon. 'Dat je kunt vliegen.'
'Ik kan toch vliegen,' zei hij.
'Vlieg maar niet te hoog,' zei ik.
Ze hadden met elkaar gemeen dat ze ontworteld waren. Het waren de eenzaamste jongens die ik ooit tegengekomen was.
En alledrie zeiden ze dat ze van gewone, onschuldige meisjes uit kleine dorpjes hielden. Ik heb ze geen moment beter leren kennen. Zij mij ook niet. We zijn nooit meer van elkaar te weten gekomen dan de façade die we ophielden.

maandag 29 juni 2009

Heel, heel koud

In het weekend kwam ik iemand van de uitgeverij tegen.
'Wie was dat?' vraagt Jeetje later.
'Dat was dus iemand van mijn werk.'
'O, ja,' zegt Jeetje, 'van heel, héél vroeger, hè? Toen jij nog op een kantoor werkte.'
Ook heel, heel vroeger heb ik niet op kantoor gezeten. Dus ik weet niet waar ze het vandaan haalt.
'Heel, heel vroeger,' zegt Jeetje, 'toen er nog dinosaurussen waren en jij op een kantoor zat. Toen werd die meneer achterna gezeten door dinosaurussen en hij werd bijna opgegeten. Maar ineens werd het heel, heel koud, de dinosaurussen verdwenen en toen kwam ik!

Ik heb trouwens weleens op een advocatenkantoor gewerkt. Een blauwe maandag. Ik was tweeëntwintig of zo. Misschien doet de leeftijd er niet toe, misschien ook wel. Al gauw was ik de secretaresse van een advocaat. In een kamer en suite zaten we. Ik bevond me in de voorkamer aan een bureau met een telefoon. En stapels (hele saaie) dossiers die ik moest ordenen. De telefoon ging erg vaak en ik nam niet op.
Tot de advocaat vanuit de achterkamer begon te roepen: 'je moet wèl opnemen.'
'Neem jij maar op. Het is toch voor jou!' riep ik terug.
Toen werd het heel, heel koud en verdween ik van kantoor.

vrijdag 26 juni 2009

In Herinnering

Op een dag arriveerde de dubbelganger van Michael Jackson in ons dorp en uit alles meisjes koos hij mij. Hij zou van mij iets heel moois maken zei hij. Zo mooi dat iedereen meteen om zou kijken als ik voorbijkwam. Hij zag potentie. Als je die spijkerbroek wegdacht. Hij fluisterde dat hij met mij op het strand zou willen lopen. Ik zou een kleine bikini dragen en het hele strand vroeg zich af waar hij dit lekkere stuk vandaan gehaald had.

Hij reisde veel. Als de echte Michael Jackson ergens optrad, was hij er om het publiek af te leiden. De hoed die hij droeg, had hij véél eerder dan de King of Pop zelf. Die had dat weer bij hem afgekeken.
Op zaterdagavond zaten we in zijn zwarte geblindeerde BMW voor de discotheek. Voor we uitstapten, moest hij zijn gezicht nog bij poederen. Ik zat daar in mijn 501 en staarde door de voorruit terwijl hij zijn make-up deed. Dat duurde nog best even.
Maar toen ik uiteindelijk aan zijn arm de disco binnenschreed, werd er hard gegild en er viel iemand flauw.
Ik kende de jongen die flauwviel. Dat was zo'n boer uit mijn klas.

In mijn gedachten ben ik bij hem vandaag. Mijn MJ imitator. Of zou hij trots zijn dat hij het langer volhoudt dan de echte? Misschien is hij nu eindelijk bevrijd van het juk. Want hij kon zelf ook echt goed dansen.