'Jee! Jij hebt ook een bolle toet gekregen,' riep een belangrijk schrijver uit zodra hij mij zag.
'O, echt?'
'Ik vind het wonderlijk hoe gezichten van mensen kunnen veranderen.' Hij bestudeerde me als een ornitholoog. 'Ja, de harde kern blijft hetzelfde, maar verder...'
Ik was gisteren weer bij de uitreiking van de BNGprijs. De prijs voor het oeuvre van schrijvers onder de veertig. Na twee boeken kun je daarvoor genomineerd worden. Dan heb je een oeuvretje. Zolang die prijs bestaat - sinds vijf jaar - ga ik al naar de uitreiking ervan. Behalve de allereerste keer toen vriendin Esther de prijs won. Toen ik er eigenlijk had moeten zijn. Maar ik besefte nauwelijks dat er iets gaande was. De prijs was nieuw, kreeg weinig aandacht en volgens mij was de uitreiking in een andere stad dan Amsterdam. Ik weet nog dat ik laat op de avond een sms kreeg met: 'Ja! Gewonnen!'
De jaren daarna was ik er vooral omdat Jan zou winnen. Hij werd drie keer genomineerd voor zijn oeuvre, maar ook gisteravond ging iemand anders er met het geld vandoor. Een oefening in nederigheid, waarschijnlijk.
Ik zag de prijs in aanzien groeien. (Ofwel: publiciteit.) Ik zag het publiek verdubbelen, tegelijk met het prijzengeld. Ik zag de fotografen toestromen, de literaire wereld in de zaal plaatsnemen. Gisteren scande ik de gezichten van de recensenten die op dit moment misschien de proefdruk van Lastmens op hun nachtkastje hebben liggen. Maar ik kon er niets aan aflezen.
Elk jaar zit ik daar al met het idee dat ik ook ooit op het podium zal zitten, tussen de genomineerden. Ik had nog geen boek geschreven toen ik dat al wist. Het lijkt hoogmoed. Maar het is een vooruitziende blik. Of ik zal winnen, weet ik niet. Over vier jaar word ik veertig. Dus volgend jaar kan ik in principe genomineerd zijn. En een jaar (of twee jaar) daarna als mijn derde boek uit is, ook nog. Het lijkt me niks om daar te zitten. Het is ook een onzin-prijs. De spelregels zijn niet duidelijk. Maar toch wil ik 'm een keer winnen.
zaterdag 6 februari 2010
vrijdag 5 februari 2010
Schijnvertoning
'Wij zijn alleen maar vermomd als mensen.' Jeetje zit in haar pyjama op de radiator. 'Maar dat weet helemaal niemand.'
'Dat was mijn idee!' zeg ik. Ook in mijn pyjama.
'Als ze wisten wie we waren, zouden ze meteen de politie bellen.'
'Dat denk ik ook.'
'Ik ben een gemene heks, jij bent een gemene heks en jij krijgt nog een klein, gemeen heksje. Papa is een boze tovenaar.'
'Wij zijn dus eigenlijk de slechtste familie van de hele straat.'
'Ja. Ze denken dat we aardig zijn maar ik ga straks het buurjongetje ontvoeren, lacht Jeetje boosaardig. 'Hij heeft hier rommel gemaakt.'
'En ik ga zijn broer opeten,' zeg ik.'Die lijkt me heerlijk.'
Achter elkaar aan lopen de gemene heksen de trap op. Om zich in het mensenpak te gaan hijsen. Zodat de dag, en daarmee de zoveelste schijnvertoning, kan beginnen.
'Dat was mijn idee!' zeg ik. Ook in mijn pyjama.
'Als ze wisten wie we waren, zouden ze meteen de politie bellen.'
'Dat denk ik ook.'
'Ik ben een gemene heks, jij bent een gemene heks en jij krijgt nog een klein, gemeen heksje. Papa is een boze tovenaar.'
'Wij zijn dus eigenlijk de slechtste familie van de hele straat.'
'Ja. Ze denken dat we aardig zijn maar ik ga straks het buurjongetje ontvoeren, lacht Jeetje boosaardig. 'Hij heeft hier rommel gemaakt.'
'En ik ga zijn broer opeten,' zeg ik.'Die lijkt me heerlijk.'
Achter elkaar aan lopen de gemene heksen de trap op. Om zich in het mensenpak te gaan hijsen. Zodat de dag, en daarmee de zoveelste schijnvertoning, kan beginnen.
woensdag 3 februari 2010
Nabije toekomst
Tijdens de lunch spreken we de nabije toekomst door. Binnen nu en een half jaar verandert er veel. We hebben er nog geen flauw vermoeden van hoe dat uitpakt. We kunnen er alleen maar naar gissen. Er lijkt niets aan de hand. We eten een broodje met kaas uit de oven en drinken een kopje thee, als anders. Maar er zullen hoe dan ook dingen veranderen, al besluiten we tot juli vastgeplakt op onze stoelen te blijven zitten.
Daar zijn wij heel kalm onder. Vreemd kalm. Misschien wel onderkoeld. Volgens mij hebben man en ik allebei dat we onderkoeld raken, zodra er grote dingen staan te gebeuren. Dingen die we eigenlijk niet kunnen overzien.
We hebben ons huis heel hoogstwaarschijnlijk verkocht. De financiën voor het nieuwe huis zijn rond. Het een en ander heeft consequenties waar over nagedacht dient te worden. We moeten dingen gaan organiseren. De spullen moeten in juli uit dit huis zijn, en naar dat andere huis gebracht worden. Er moet daar een wc verplaatst worden. Er moeten vloeren komen op drie verdiepingen. Vloerbedekking moet eruit. Muren in acht kamers moeten wit gemaakt worden. We moeten dit zo coördineren dat het binnen een week allemaal keurig netjes gebeurd is. Zodat wij er op 7 juli in kunnen trekken.
'We hebben dan wel slaapgebrek,' zeg ik. 'Dat moeten we ook meerekenen.'
Man knikt ernstig.
In juli verhuizen we namelijk, maar begin mei is er al iemand bij ons komen wonen die we nu niet kennen. Die ik nog gewoon als een zware bloemkool placht te omschrijven. Als een last die ik meetors. Maar die tegen die tijd al bij ons zal horen, alsof ze er altijd is geweest.
Om ijzig kalm van te worden.
Het kan voorkomen dat ik de komende twee weken onregelmatiger publiceer hier. Dat is vanwege deadlines. In de heel, heel erg nabije toekomst, heb ik nog gewoon twee deadlines. Net als anders.
Daar zijn wij heel kalm onder. Vreemd kalm. Misschien wel onderkoeld. Volgens mij hebben man en ik allebei dat we onderkoeld raken, zodra er grote dingen staan te gebeuren. Dingen die we eigenlijk niet kunnen overzien.
We hebben ons huis heel hoogstwaarschijnlijk verkocht. De financiën voor het nieuwe huis zijn rond. Het een en ander heeft consequenties waar over nagedacht dient te worden. We moeten dingen gaan organiseren. De spullen moeten in juli uit dit huis zijn, en naar dat andere huis gebracht worden. Er moet daar een wc verplaatst worden. Er moeten vloeren komen op drie verdiepingen. Vloerbedekking moet eruit. Muren in acht kamers moeten wit gemaakt worden. We moeten dit zo coördineren dat het binnen een week allemaal keurig netjes gebeurd is. Zodat wij er op 7 juli in kunnen trekken.
'We hebben dan wel slaapgebrek,' zeg ik. 'Dat moeten we ook meerekenen.'
Man knikt ernstig.
In juli verhuizen we namelijk, maar begin mei is er al iemand bij ons komen wonen die we nu niet kennen. Die ik nog gewoon als een zware bloemkool placht te omschrijven. Als een last die ik meetors. Maar die tegen die tijd al bij ons zal horen, alsof ze er altijd is geweest.
Om ijzig kalm van te worden.
Het kan voorkomen dat ik de komende twee weken onregelmatiger publiceer hier. Dat is vanwege deadlines. In de heel, heel erg nabije toekomst, heb ik nog gewoon twee deadlines. Net als anders.
maandag 1 februari 2010
iel
Kan dit nou wel goed komen? Trekt dit nog ooit recht? Zo ja, dan vraag ik me ernstig af: Hoe. Het heeft namelijk alle schijn tegen. Het wordt alleen maar erger. Grotesker. Ik kom steeds verder uit het lood.
Het derde trimester is aangebroken. Betekent dat ik inmiddels een hele fikse bloemkool in een emmer water meesjouw. Het serieuze zwellen zal inzetten. Vandaag is het begonnen. Ik zag het net.
Het vocht wordt opgeslagen. Het vet vastgehouden. De tred zwaarder/logger/pijnlijker. En mijn blik wordt vermoeider. Het knappe is er nu onderhand echt af.
De tijd verstrijkt. Ik begin steeds meer binnen te willen blijven, mij afzonderen en een beetje liggen dromen/wegkwijnen. Maar mijn boek gaat straks uitkomen. En ik zal juist naar buiten gaan! Ik ga voorlezen. Mij onthullen. De spreekwoordelijke schijnwerpers in. Met zo'n gezicht.
Tegenover mij in de metro zat vandaag een Surinaamse vrouw met benen als ballonnen. Die van mij pasten er minstens vier keer in. Ik wou dat ik eeuwig in die metro kon blijven zitten met haar. Het hielp. Het was fijn me weer even iel te voelen.
Maar binnen een maand zou ik haar ingehaald hebben.
Het derde trimester is aangebroken. Betekent dat ik inmiddels een hele fikse bloemkool in een emmer water meesjouw. Het serieuze zwellen zal inzetten. Vandaag is het begonnen. Ik zag het net.
Het vocht wordt opgeslagen. Het vet vastgehouden. De tred zwaarder/logger/pijnlijker. En mijn blik wordt vermoeider. Het knappe is er nu onderhand echt af.
De tijd verstrijkt. Ik begin steeds meer binnen te willen blijven, mij afzonderen en een beetje liggen dromen/wegkwijnen. Maar mijn boek gaat straks uitkomen. En ik zal juist naar buiten gaan! Ik ga voorlezen. Mij onthullen. De spreekwoordelijke schijnwerpers in. Met zo'n gezicht.
Tegenover mij in de metro zat vandaag een Surinaamse vrouw met benen als ballonnen. Die van mij pasten er minstens vier keer in. Ik wou dat ik eeuwig in die metro kon blijven zitten met haar. Het hielp. Het was fijn me weer even iel te voelen.
Maar binnen een maand zou ik haar ingehaald hebben.
zondag 31 januari 2010
Ik ben een streepje
'Mama, ik heb een vraag voor de krant!' roept Jeetje vanuit de woonkamer.
'Wat zeg je, honey?' Ik zit in de rode kamer te lezen en houd mijn vinger bij de alinea over de gevangenis waarin een zwangere verkeert.De eenzame cel.
'Waarom bestaat de hele wereld uit streepjes?'
'Dat is een goeie. Dat heb ik me ook weleens afgevraagd.'
'Wat bestaat er dan uit streepjes?' vraagt man.
'Alles toch?' zeg ik.
'Ja, alles bestaat uit streepjes,' roept Jeetje. 'Overal zijn streepjes. De bank, de stoel, het raam, de vloer, het papier, mijn vinger en mijn hand, de tafel, de stiften...'
'Streepjes?' vraagt man.
'Zie jij dat niet?' vraag ik.
Hij schudt zijn hoofd.
'Ik weet nog dat ik erachter kwam dat er overal om me heen streepjes waren,' zeg ik, 'en dat al die streepjes ook nog eens met elkaar verbonden zijn.'
'Of puntjes,' krijst Jeetje nu. 'Puntjes! Als je goed kijkt, mama, zie je overal hele kleine puntjes. En dat worden dan streepjes.'
Op dit punt haakt man af.
Groetjes, Streepje (en Puntje)
'Wat zeg je, honey?' Ik zit in de rode kamer te lezen en houd mijn vinger bij de alinea over de gevangenis waarin een zwangere verkeert.De eenzame cel.
'Waarom bestaat de hele wereld uit streepjes?'
'Dat is een goeie. Dat heb ik me ook weleens afgevraagd.'
'Wat bestaat er dan uit streepjes?' vraagt man.
'Alles toch?' zeg ik.
'Ja, alles bestaat uit streepjes,' roept Jeetje. 'Overal zijn streepjes. De bank, de stoel, het raam, de vloer, het papier, mijn vinger en mijn hand, de tafel, de stiften...'
'Streepjes?' vraagt man.
'Zie jij dat niet?' vraag ik.
Hij schudt zijn hoofd.
'Ik weet nog dat ik erachter kwam dat er overal om me heen streepjes waren,' zeg ik, 'en dat al die streepjes ook nog eens met elkaar verbonden zijn.'
'Of puntjes,' krijst Jeetje nu. 'Puntjes! Als je goed kijkt, mama, zie je overal hele kleine puntjes. En dat worden dan streepjes.'
Op dit punt haakt man af.
Groetjes, Streepje (en Puntje)
Ik ben een krat
Vanmorgen stond ik voor mijn boekenkast in mijn oude, rode werkkamer en pakte In het land van moeders van Rachel Cusk.
Het was zo'n feest van herkenning dat ik dacht flauw te vallen. Ik ben Rachel, dacht ik. Maar dat was natuurlijk niet zo. Ik was gewoon Elke. Voor zover daar nu nog sprake van kan zijn. Rachel zegt over zwangerschap: 'Ik ben niet louter de chauffeur van een kostbare lading; ik ben ook de krat, de container, en hoewel mijn houdbaarheid onder strenge supervisie staat, blijft de manier waarop ik opengebroken zal worden bij aankomst op onze bestemming in mysteriën gehuld.'
Ik had het boek al eens gelezen, vorige keer. Jaren geleden. Toen ik voor het eerst moeder werd. Ik heb zin om alles wat ik net las over te schrijven. Omdat ik het zelf niet beter kan verwoorden. Maar doe dat niet. Wie er echt iets van wil weten -meestal vrouw, meestal moeder of bijna - raad ik aan dat boek te lezen.
Groetjes, Krat.
Het was zo'n feest van herkenning dat ik dacht flauw te vallen. Ik ben Rachel, dacht ik. Maar dat was natuurlijk niet zo. Ik was gewoon Elke. Voor zover daar nu nog sprake van kan zijn. Rachel zegt over zwangerschap: 'Ik ben niet louter de chauffeur van een kostbare lading; ik ben ook de krat, de container, en hoewel mijn houdbaarheid onder strenge supervisie staat, blijft de manier waarop ik opengebroken zal worden bij aankomst op onze bestemming in mysteriën gehuld.'
Ik had het boek al eens gelezen, vorige keer. Jaren geleden. Toen ik voor het eerst moeder werd. Ik heb zin om alles wat ik net las over te schrijven. Omdat ik het zelf niet beter kan verwoorden. Maar doe dat niet. Wie er echt iets van wil weten -meestal vrouw, meestal moeder of bijna - raad ik aan dat boek te lezen.
Groetjes, Krat.
vrijdag 29 januari 2010
Gekwebbel
De dag begint nog maar net of ik neem mijn woorden van gisteravond al terug. Ik zeg: het is toch het beste om als een kluizenaar door het leven te gaan. Geef mij de Salinger-stijl. Maar nu is het al te laat.
De afzijdigheid is alles. De rest is gezeik, be(ver)moeienis, oponthoud. En ik wil hier op deze ochtend ook wel weer eens bout beweren dat het hele leven een groot oponthoud is. Dat gevuld moet worden.
Ik ben heus niet met het verkeerde been uit bed gestapt.
Kom, ik ga maar eens facebooken, twitteren, mailen, bellen, werken, tijd vullen.
De afzijdigheid is alles. De rest is gezeik, be(ver)moeienis, oponthoud. En ik wil hier op deze ochtend ook wel weer eens bout beweren dat het hele leven een groot oponthoud is. Dat gevuld moet worden.
Ik ben heus niet met het verkeerde been uit bed gestapt.
Kom, ik ga maar eens facebooken, twitteren, mailen, bellen, werken, tijd vullen.
Abonneren op:
Posts (Atom)