'Nederland wordt kampioen!' roept Jeetje uitzinnig als ik haar van school haal. Op het schoolplein rennen kinderen in het oranje. Er wordt geschreeuwd, gejuicht en op die oranje toeters geblazen. De kinderen zijn uitgelaten, de grote mensen nog erger. Ik heb onderweg mannen gezien met schuimrubberen voetballen op hun hoofden en claxonnerende auto's met vlaggen op het dak. In het voorbijgaan hoor ik moeders hun kleuters uitleggen dat dit niet de laatste wedstrijd was. Dat Nederland nog een heleboel wedstrijden gaat spelen. Omdat we wereldkampioen worden. Ik zie oude vrouwen met hun wangen in de Nederlandse driekleur beschilderd.
'Nederland heeft gewonnen,' schreeuwt Jeetje met een rood hoofd.
'Hebben jullie voetbal gekeken in de klas?' vraag ik.
'Ja! Dat is urenlang stilzitten en we mochten er een snoepje uit de snoeppot bij kiezen!'
'O, wat leuk.'
'Ja!'
'En tegen wie speelde Nederland?'
'Tegen Afrika!' krijst Jeetje. 'Nee, tegen de Noordpool.'
Waarom knopen ze er dan geen topografie lesje aan vast? vraagt deze moeder zich af.
maandag 14 juni 2010
zaterdag 12 juni 2010
Op mijn verjaardag
Op mijn verjaardag was Deetje al om half vijf wakker en Jeetje trippelde om kwart over zes 's ochtends de slaapkamer in,
fluisterend, giechelend. Met wangen rood van opwinding.
Een uur later zat ik aan het gekookte verrassingsei en hingen er slingers in de keuken.
Op mijn verjaardag lagen we even op een matras in Ikea.
Jeetje lag in de ballenbak.
En in de toiletruimte haalde Deetje haar hart op aan al die witte, glimmende tegels.
Alsof ze permanent high zijn, die baby's.
Ik had twee taarten gemaakt voor het bezoek des middags.
Toen ze met een glas wijn op mij proostten,
zat ik op de bank te lachen, met een baby en mijn t-shirt een stukje omhoog.
Ook werd de nieuwe keuken van de nieuwe bovenburen naar boven gehesen op mijn verjaardag.
fluisterend, giechelend. Met wangen rood van opwinding.
Een uur later zat ik aan het gekookte verrassingsei en hingen er slingers in de keuken.
Op mijn verjaardag lagen we even op een matras in Ikea.
Jeetje lag in de ballenbak.
En in de toiletruimte haalde Deetje haar hart op aan al die witte, glimmende tegels.
Alsof ze permanent high zijn, die baby's.
Ik had twee taarten gemaakt voor het bezoek des middags.
Toen ze met een glas wijn op mij proostten,
zat ik op de bank te lachen, met een baby en mijn t-shirt een stukje omhoog.
Ook werd de nieuwe keuken van de nieuwe bovenburen naar boven gehesen op mijn verjaardag.
donderdag 10 juni 2010
Vijf weken Deetje
Deetje maakt haar eerste groeispurt door. Deetjes wereld wordt groter. Er komt meer binnen. Ze kijkt langdurig om zich heen. Niet alleen de tegels van de keukenmuur zijn interessant, maar ook de witte was die ik aan het ophangen ben. Wapperende hydrofieldoeken. De volle fruitmand op tafel. Tijdens het drinken, stopt ze nu regelmatig om naar het licht te kijken, of om de geluiden die ze hoort in kaart te brengen. Daarna lacht ze naar mij en maakt daar rare geluidjes bij. Nieuwe klanken komen er uit haar keel. Deetje probeert te praten.
Het groter worden van de wereld is spannend en ook stressvol voor haar. Daarom wil Deetje nu meer bij mij op schoot. Ook moet ze vaker huilen. Van de spanning. Want waar houdt de wereld nu op? In vijf weken verandert er zoveel. Waar moet Deetje in hemelsnaam op bouwen?
Ik maak diezelfde groeispurt door. Mijn wereld wordt ook groter. Ik zie meer. Ik wil meer. Ik ben meer. Het kan mij plotseling niet snel genoeg gaan. Naar buiten wil ik, het verkiezingsdebat volgen, kranten lezen, boeken uitzoeken, een beetje nadenken. Ik wil mijn lijf terug. De deur achter me dicht slaan en de straat uit fietsen. Of zomaar wat rondslenteren. Vrij zijn. Wijn drinken. Ik wil...
Het klein blijven van de wereld is soms uitputtend en stressverhogend. Dan wil ik niet alweer met Deetje op schoot op de bank zitten.
Het schijnt dat ze daarom rond deze tijd zo verschrikkelijk lief en veel naar je lachen.
Het groter worden van de wereld is spannend en ook stressvol voor haar. Daarom wil Deetje nu meer bij mij op schoot. Ook moet ze vaker huilen. Van de spanning. Want waar houdt de wereld nu op? In vijf weken verandert er zoveel. Waar moet Deetje in hemelsnaam op bouwen?
Ik maak diezelfde groeispurt door. Mijn wereld wordt ook groter. Ik zie meer. Ik wil meer. Ik ben meer. Het kan mij plotseling niet snel genoeg gaan. Naar buiten wil ik, het verkiezingsdebat volgen, kranten lezen, boeken uitzoeken, een beetje nadenken. Ik wil mijn lijf terug. De deur achter me dicht slaan en de straat uit fietsen. Of zomaar wat rondslenteren. Vrij zijn. Wijn drinken. Ik wil...
Het klein blijven van de wereld is soms uitputtend en stressverhogend. Dan wil ik niet alweer met Deetje op schoot op de bank zitten.
Het schijnt dat ze daarom rond deze tijd zo verschrikkelijk lief en veel naar je lachen.
woensdag 9 juni 2010
De wens om niets te kiezen
Elke dag als ik met Deetje in het groene karretje aan de wandel ben, zegt iemand het: 'Ik wou dat ik daar lag. Ik wou dat ik nog zo klein was.'
Het is opvallend hoeveel mensen de wens koesteren om een pasgeboren, afhankelijke baby te zijn. De wens om al slapend voortgeduwd te worden, hobbelend. Bij God niet wetend waar naartoe. De wens om niet te weten dat je daar ligt te slapen en wordt voortgeduwd. Bij God niet wetend door wie. Er is geen waar naartoe, geen wie, geen wat, geen waarom.
Vaak zijn het oude mensen die het tegen me zeggen.
'O, wat zou ik daar graag liggen,' zei een oud mevrouwtje dat met een oud meneertje stond te praten.
'Tja, die tijd ligt ver achter ons,' zei het oude meneertje.
Ze glimlachten naar mij en keken in de kinderwagen. Deetje lag daar met haar vuistjes omhoog en haar mond een klein stukje open te slapen. Een dun dekentje bedekte haar.
'Het hoeft voor u niet meer zo lang te duren,' zei ik. 'Dan ligt u daar weer.'
'Hoezo?' zei het meneertje.
'Ooit, van reïncarnatie gehoord?' vroeg ik.
De oudjes keken mij aan.
'Nee dus,' zei ik.
Het is opvallend hoeveel mensen de wens koesteren om een pasgeboren, afhankelijke baby te zijn. De wens om al slapend voortgeduwd te worden, hobbelend. Bij God niet wetend waar naartoe. De wens om niet te weten dat je daar ligt te slapen en wordt voortgeduwd. Bij God niet wetend door wie. Er is geen waar naartoe, geen wie, geen wat, geen waarom.
Vaak zijn het oude mensen die het tegen me zeggen.
'O, wat zou ik daar graag liggen,' zei een oud mevrouwtje dat met een oud meneertje stond te praten.
'Tja, die tijd ligt ver achter ons,' zei het oude meneertje.
Ze glimlachten naar mij en keken in de kinderwagen. Deetje lag daar met haar vuistjes omhoog en haar mond een klein stukje open te slapen. Een dun dekentje bedekte haar.
'Het hoeft voor u niet meer zo lang te duren,' zei ik. 'Dan ligt u daar weer.'
'Hoezo?' zei het meneertje.
'Ooit, van reïncarnatie gehoord?' vroeg ik.
De oudjes keken mij aan.
'Nee dus,' zei ik.
dinsdag 8 juni 2010
Jeetje Thieme
'Ach, het zijn natuurlijk de kindjes,' zegt Jeetje.
'Zal best.'
'Die kindjes lopen daar rond op zoek naar hun moeder.'
'Ik heb hun moeder gisteren vermoord. Afgemaakt. Vergiftigd.'
'Ze zijn helemaal alleen.' Jeetjes stem breekt.
'Ik heb er weesjes van gemaakt.'
'Aaaah, wat zielig.'
'Ja, en ik ga de weesjes nu ook vergiftigen. Ik maak alles dood wat hier loopt.' Ik smeer Jeetjes hoofd in.
Een paar dagen later zie ik er weer één.
'Hij leeft nog!' zeg ik. 'Hij is resistent!'
'De moeder is teruggekomen,' zegt Jeetje tevreden. 'En heeft ze lekker gevoed.'
Ik pak 'm tussen mijn vingers en verdrink 'm. Zo vergaat het ook de rest van de kindjes.
'Zal best.'
'Die kindjes lopen daar rond op zoek naar hun moeder.'
'Ik heb hun moeder gisteren vermoord. Afgemaakt. Vergiftigd.'
'Ze zijn helemaal alleen.' Jeetjes stem breekt.
'Ik heb er weesjes van gemaakt.'
'Aaaah, wat zielig.'
'Ja, en ik ga de weesjes nu ook vergiftigen. Ik maak alles dood wat hier loopt.' Ik smeer Jeetjes hoofd in.
Een paar dagen later zie ik er weer één.
'Hij leeft nog!' zeg ik. 'Hij is resistent!'
'De moeder is teruggekomen,' zegt Jeetje tevreden. 'En heeft ze lekker gevoed.'
Ik pak 'm tussen mijn vingers en verdrink 'm. Zo vergaat het ook de rest van de kindjes.
maandag 7 juni 2010
Zaterdagidylle
Er staat een zwembad op het trottoir en een caravan op de parkeerplek waarin al uren gespeeld wordt. Kleuters en peuters sjouwen emmers water af en aan om de bus van de buurman met sponsjes te wassen. Volwassenen hangen tegen het fietsenrek, zitten op een stoeltje, of op de smalle grasstrook naast het rozenperkje - net niet in de goot. Het krioelt van de kindjes in zwembroekjes die naar alle grote mensen even goed luisteren, of even goed niet luisteren. Iemand smeert Jeetje in met zonnebrand. Deetje ligt te slapen in de kinderwagen. Er worden perenijsjes verdeeld, een schaal met boterhammen gaat rond en als ik chips gehaald heb, eten de kinderen chips van het dienblad. In een kringetje met hun blote voeten op de stoeprand.
Op de straat staan oranje pionnen. Om het verkeer te waarschuwen.
'Het maakt kinderen niet uit waar ze spelen,' zegt een voorbijganger. 'Of het nou een grote tuin is of zo tussen de geparkeerde auto's. Dit is waar het om gaat.'
Wij knikken.
En als we zo rondkijken, wijst niets erop dat we hier over een maand weg zijn. En wij hier voortaan niet meer aan deel zullen nemen. Zo'n toevallig ontstane zaterdagidylle.
Op de straat staan oranje pionnen. Om het verkeer te waarschuwen.
'Het maakt kinderen niet uit waar ze spelen,' zegt een voorbijganger. 'Of het nou een grote tuin is of zo tussen de geparkeerde auto's. Dit is waar het om gaat.'
Wij knikken.
En als we zo rondkijken, wijst niets erop dat we hier over een maand weg zijn. En wij hier voortaan niet meer aan deel zullen nemen. Zo'n toevallig ontstane zaterdagidylle.
vrijdag 4 juni 2010
Schaduwmensen
De voordeurbel gaat.
'We doen niet open, Jeetje,' fluister ik.
Ik weet wel wie het zijn. Het is vrijdagmiddag na school- en werktijd, de kinderen spelen buiten met skateboards en emmers water. Hun ouders zitten op het trottoir met bellen wijn en Franse kaasjes. Wij zijn binnen.
De bel gaat weer. Jeetje staat op een stoel voor het aanrecht en houdt haar hoofd onder de kraan. Voor ze van de stoel kan springen, heb ik haar al tegengehouden.
'Maar ik wil ook spelen,' zegt ze.
'Dat kan nu niet,' fluister ik. 'Dat begrijp je toch wel.'
'Waarom niet?'
'Ik ben met je bezig.'
'Mag het daarna?'
'Misschien kan het straks,' fluister ik. 'Straks '
Met een dikke laag crèmespoeling plamuur ik Jeetjes hoofd. Zwijgend begin ik te kammen met een klein kammetje. Van links naar rechts. Van onderen naar boven. Bij de slapen. Het achterhoofd. En dan weer van voren af aan. Vanaf de zonnige zijde van de straat klinken vrolijke kinderstemmen, het gerinkel van de glazen, het kraken van zakken chips. Gelach.
'Is het nu klaar?' zegt Jeetje na een hele tijd.
'Nee, de speciale spoeling moet nog,' fluister ik. 'Jij blijft binnen.'
Als ik daarmee klaar ben, pak ik mijn portemonnee, mijn fietssleutel en haast me het huis uit. Op weg naar de apotheek voor nog meer van dat stinkspul. Zodra ik de voordeur achter me dichttrek, kijkt een muur van buren me aan. Hun gezichten schitteren in het zonlicht. Ik sta alleen aan de schaduwkant van de straat.
'Hohoi!' roep ik naar de overkant en krab achter mijn oor.
'Is Jeetje niet thuis?' roept een moeder. Volgens mij is die al behoorlijk tipsy.
'Jawel, hoezo?'
'Mijn dochtertje wil met haar spelen.'
'O.'
'Ik had al een paar keer aangebeld. Heb je dat niet gehoord?'
'Nee.'
'Komt ze naar buiten?'
'Ze kan nu helaas niet,' zeg ik.
'Wat zeg je?'
'Ze is bezig.'
'Mijn dochtertje wil met haar spelen.'
'Ze zit toevallig net in bad,' roep ik. 'In bad!'
'NU?'
'Vindt ze fijn. Na schooltijd. Lekker ontspannen.'
Ze houden allemaal op met drinken. De kinderen spelen niet meer. Een gezamenlijke buurmuur staart me aan.
'Ze komt straks misschien nog wel,' mompel ik en pak mijn fiets vast.
'Hoi! Ik heb luizen!' Jeetje is bij mij komen staan. In een jurkje. Met haar natte haar. Breed lachend rent ze de weg over. Luid scanderend: 'ik heb luizen, ik heb luizen!'
'We doen niet open, Jeetje,' fluister ik.
Ik weet wel wie het zijn. Het is vrijdagmiddag na school- en werktijd, de kinderen spelen buiten met skateboards en emmers water. Hun ouders zitten op het trottoir met bellen wijn en Franse kaasjes. Wij zijn binnen.
De bel gaat weer. Jeetje staat op een stoel voor het aanrecht en houdt haar hoofd onder de kraan. Voor ze van de stoel kan springen, heb ik haar al tegengehouden.
'Maar ik wil ook spelen,' zegt ze.
'Dat kan nu niet,' fluister ik. 'Dat begrijp je toch wel.'
'Waarom niet?'
'Ik ben met je bezig.'
'Mag het daarna?'
'Misschien kan het straks,' fluister ik. 'Straks '
Met een dikke laag crèmespoeling plamuur ik Jeetjes hoofd. Zwijgend begin ik te kammen met een klein kammetje. Van links naar rechts. Van onderen naar boven. Bij de slapen. Het achterhoofd. En dan weer van voren af aan. Vanaf de zonnige zijde van de straat klinken vrolijke kinderstemmen, het gerinkel van de glazen, het kraken van zakken chips. Gelach.
'Is het nu klaar?' zegt Jeetje na een hele tijd.
'Nee, de speciale spoeling moet nog,' fluister ik. 'Jij blijft binnen.'
Als ik daarmee klaar ben, pak ik mijn portemonnee, mijn fietssleutel en haast me het huis uit. Op weg naar de apotheek voor nog meer van dat stinkspul. Zodra ik de voordeur achter me dichttrek, kijkt een muur van buren me aan. Hun gezichten schitteren in het zonlicht. Ik sta alleen aan de schaduwkant van de straat.
'Hohoi!' roep ik naar de overkant en krab achter mijn oor.
'Is Jeetje niet thuis?' roept een moeder. Volgens mij is die al behoorlijk tipsy.
'Jawel, hoezo?'
'Mijn dochtertje wil met haar spelen.'
'O.'
'Ik had al een paar keer aangebeld. Heb je dat niet gehoord?'
'Nee.'
'Komt ze naar buiten?'
'Ze kan nu helaas niet,' zeg ik.
'Wat zeg je?'
'Ze is bezig.'
'Mijn dochtertje wil met haar spelen.'
'Ze zit toevallig net in bad,' roep ik. 'In bad!'
'NU?'
'Vindt ze fijn. Na schooltijd. Lekker ontspannen.'
Ze houden allemaal op met drinken. De kinderen spelen niet meer. Een gezamenlijke buurmuur staart me aan.
'Ze komt straks misschien nog wel,' mompel ik en pak mijn fiets vast.
'Hoi! Ik heb luizen!' Jeetje is bij mij komen staan. In een jurkje. Met haar natte haar. Breed lachend rent ze de weg over. Luid scanderend: 'ik heb luizen, ik heb luizen!'
Abonneren op:
Posts (Atom)