Zoals heel Nederland zitten we voor de televisie. Man, Broer en ik. De wedstrijd is al begonnen. Man heeft een laptop op schoot en zoekt intussen naar mooie spoelbakken. Broer heeft een spelletje op de I-phone gevonden en probeert dat uit. Ik heb een bakje pepermuntballen tussen ons ingezet en glaasjes vlierbessenlimonade.
'Pa, zal wel óp de tafel staan nu,' zegt broer.
'Zeker,' zeg ik.
'Pa heeft het er de hele dag over. En als ik niet luister, vertelt hij het tegen ma. Na een tijdje loopt hij dan weg omdat niemand hem begrijpt.'
'Laatst begon hjj er tegen mij ook al over aan de telefoon,' zeg ik.
'En jij luisterde ook niet zeker?'
'Natuurlijk niet.'
Op straat verstommen de geluiden. De toeters zijn stil.
'Pa, zal wel naast zijn krukje liggen nu,' zeg ik.
'We zouden pa nu eigenlijk moeten gaan bellen,' zegt broer, 'de telefoon staat op de televisie.'
'Ja leuk! Dan gaan we de hele tijd bellen en weer ophangen,' zeg ik.
'Dan trekt hij de stekker eruit,' zegt broer. 'Maar ook per ongeluk de draden van de televisie.'
'Dan wordt hij gek.'
We lachen. We eten pepermuntballen. Deetje komt er ook even bij liggen. We spelen met Deetje. Man is nog steeds op zoek naar een mooie spoelbak. Na het tweede doelpunt van Nederland sukkel ik in slaap.
'Pa zal nu wel bijna doodvallen,' zegt broer.
'Zeker,' mompel ik.
'Dat hij dit nog mee mag maken! Dat is sinds 1974 niet meer gebeurd of zoiets.'
'Toen was ik één.'
'Ik snap het gewoon niet!' roept broer (22) uit. 'Ik snap niet waar iedereen zich zo druk over maakt. Krijgen we allemaal geld of zo, als we de finale winnen?'
woensdag 7 juli 2010
maandag 5 juli 2010
Goed uitkijken
We halen Jeetje van school. Deetje en ik. Op de terugweg kijkt Jeetje niet goed uit bij het oversteken.
'Als die vrachtauto ons geraakt had, waren we dood geweest, Jeetje. Alledrie.'
'Dan is papa helemaal alleen,' zegt Jeetje.
'Ja,' zeg ik, 'dan is hij heel verdrietig.'
'Dan moet hij een nieuwe vrouw zoeken,' zegt Jeetje.
'Ja,' zeg ik, 'en met die vrouw krijgt hij dan nieuwe kindjes.'
'Maar die kindjes vindt hij dan nooit zo leuk als ons,' zegt Jeetje dan.
'Nee,' zeg ik, 'dus papa blijft altijd een beetje verdrietig.'
'En nu wil ik het er niet meer over hebben,' zegt Jeetje.
En dat doen we de rest van de dag niet meer.
'Als die vrachtauto ons geraakt had, waren we dood geweest, Jeetje. Alledrie.'
'Dan is papa helemaal alleen,' zegt Jeetje.
'Ja,' zeg ik, 'dan is hij heel verdrietig.'
'Dan moet hij een nieuwe vrouw zoeken,' zegt Jeetje.
'Ja,' zeg ik, 'en met die vrouw krijgt hij dan nieuwe kindjes.'
'Maar die kindjes vindt hij dan nooit zo leuk als ons,' zegt Jeetje dan.
'Nee,' zeg ik, 'dus papa blijft altijd een beetje verdrietig.'
'En nu wil ik het er niet meer over hebben,' zegt Jeetje.
En dat doen we de rest van de dag niet meer.
vrijdag 2 juli 2010
Afscheid
Morgenavond is de laatste straatbarbecue. Niet alleen voor ons. Ook voor de overbuurvrouw die haar man en dochtertje op stel en sprong verlaat. Ook voor het tienjarige buurmeisje dat na twee jaar wonen in Amsterdam, alleen terug moet naar Senegal. Om bij haar grootouders te gaan wonen. Ik zag gisteren dat haar stiefmoeder opnieuw zwanger is van de papa van het meisje.
Ik weet niet voor wie dit nog meer de laatste straatbarbecue is. Misschien voor de alleenstaande mevrouw wier gezicht, sinds ze met pensioen is, met de dag roder wordt. En haar pas, op weg naar de glasbak, minder trefzeker.
Ik weet wel dat andere overburen hopen dat het voor hen de laatste keer is dat ze erbij zijn. Zij hebben hun huis al een tijdje te koop staan en zien met lede ogen aan, hoe alles bezig is uit elkaar te vallen.
Ik weet niet of er weer van die geweldige vuren zullen zijn op de stoep. Ik denk dat die de vorige keer voor het laatst aangestoken zijn. Ik zat er toen nog de hele avond bij. Stiekem zwanger te wezen. Net te doen of ik wijn dronk.
Het schijnt verschrikkelijk te gaan onweren morgenavond.
Er zijn natuurlijk ook mensen, onze bovenburen bijvoorbeeld, voor wie dit de eerste straatbarbecue gaat worden. Misschien stoken zij het vuurtje weer op.
Ik weet niet voor wie dit nog meer de laatste straatbarbecue is. Misschien voor de alleenstaande mevrouw wier gezicht, sinds ze met pensioen is, met de dag roder wordt. En haar pas, op weg naar de glasbak, minder trefzeker.
Ik weet wel dat andere overburen hopen dat het voor hen de laatste keer is dat ze erbij zijn. Zij hebben hun huis al een tijdje te koop staan en zien met lede ogen aan, hoe alles bezig is uit elkaar te vallen.
Ik weet niet of er weer van die geweldige vuren zullen zijn op de stoep. Ik denk dat die de vorige keer voor het laatst aangestoken zijn. Ik zat er toen nog de hele avond bij. Stiekem zwanger te wezen. Net te doen of ik wijn dronk.
Het schijnt verschrikkelijk te gaan onweren morgenavond.
Er zijn natuurlijk ook mensen, onze bovenburen bijvoorbeeld, voor wie dit de eerste straatbarbecue gaat worden. Misschien stoken zij het vuurtje weer op.
donderdag 1 juli 2010
Mijlpalen
Ik kon mijn grootste spijkerbroek weer dicht.
Ik trok 'm aan.
Jeetje kreeg een vriendinnetje te spelen.
'Wat heb jij een dikke kont,' zei het vriendinnetje.
Ik trok de spijkerbroek weer uit.
Het was er ook te warm voor.
Ik deed de spijkerbroek in een verhuisdoos.
Die had ik deze week in elk geval niet meer nodig.
Deetje kreeg haar eerste prikje.
Ik weet nog dat ik daar bij Jeetje veel ophef over maakte.
Ik wilde de dame van het consultatiebureau aan het spit rijgen.
Deze keer was het anders.
We deden het er even bij.
Al blijft het zielig.
Een naald die in een mollig beentje wordt geduwd.
En daarna nog een naald.
Deetjes glimlach verdween op slag.
Haar hoofd werd vuurrood.
Pareltjes zweet sprongen eruit.
'Ik had niet verwacht dat zij zo veel geluid kon maken,' zei de juffrouw van het consultatiebureau.
Leer ons Deetje kennen.
Jeetje had gisteren haar eerste optreden in de schoolmusical die op het schoolplein opgevoerd werd.
Ze was onderdeel van 'de zee.'
Ze droeg een blauwe legging en een blauw t-shirt.
En de zee zong: 'Water is een wereldwonder,
Daar kan geen visje zonder.'
Alle kinderen scanden het publiek af of ze hun ouders zagen.
Die hadden camera's voor hun gezichten.
En tranen in hun ogen.
Nu heb ik een meisje in een wit jurkje op school.
En een meisje in een wit jurkje op schoot.
Ik trok 'm aan.
Jeetje kreeg een vriendinnetje te spelen.
'Wat heb jij een dikke kont,' zei het vriendinnetje.
Ik trok de spijkerbroek weer uit.
Het was er ook te warm voor.
Ik deed de spijkerbroek in een verhuisdoos.
Die had ik deze week in elk geval niet meer nodig.
Deetje kreeg haar eerste prikje.
Ik weet nog dat ik daar bij Jeetje veel ophef over maakte.
Ik wilde de dame van het consultatiebureau aan het spit rijgen.
Deze keer was het anders.
We deden het er even bij.
Al blijft het zielig.
Een naald die in een mollig beentje wordt geduwd.
En daarna nog een naald.
Deetjes glimlach verdween op slag.
Haar hoofd werd vuurrood.
Pareltjes zweet sprongen eruit.
'Ik had niet verwacht dat zij zo veel geluid kon maken,' zei de juffrouw van het consultatiebureau.
Leer ons Deetje kennen.
Jeetje had gisteren haar eerste optreden in de schoolmusical die op het schoolplein opgevoerd werd.
Ze was onderdeel van 'de zee.'
Ze droeg een blauwe legging en een blauw t-shirt.
En de zee zong: 'Water is een wereldwonder,
Daar kan geen visje zonder.'
Alle kinderen scanden het publiek af of ze hun ouders zagen.
Die hadden camera's voor hun gezichten.
En tranen in hun ogen.
Nu heb ik een meisje in een wit jurkje op school.
En een meisje in een wit jurkje op schoot.
dinsdag 29 juni 2010
Stom leven
'Ik vind het leven stom,' zegt Jeetje vanaf de achterbank.
'O ja?'
'Ja.'
'Waarom vind jij het leven stom?'
'Omdat het pijn doet.'
'Omdat het pijn doet?'
'Ja, dan leef je en dan krijg je een baby. En dat doet pijn.' Jeetje zucht.
'Je hoeft geen baby te krijgen hoor,' zeg ik.
'Die krijg je toch,' zegt Jeetje somber.
'Het doet wel een beetje pijn,' zeg ik, 'maar dat vergeet je ook weer en...'
Dan grijpt man in.
'Jeetje, jij bent net vijf jaar,' zegt hij streng. 'Je hoeft je nog niet druk te maken over hoe het is om een baby krijgen. Het duurt nog heel lang voor je een baby krijgt. Als je er één krijgt en ook dàt hoef je nu niet te besluiten. Is dat duidelijk?'
Jeetje zwijgt. We rijden zwijgend verder over de ring.
'Maar vind je de rest van het leven ook stom?' vraag ik na een tijdje.
'O ja?'
'Ja.'
'Waarom vind jij het leven stom?'
'Omdat het pijn doet.'
'Omdat het pijn doet?'
'Ja, dan leef je en dan krijg je een baby. En dat doet pijn.' Jeetje zucht.
'Je hoeft geen baby te krijgen hoor,' zeg ik.
'Die krijg je toch,' zegt Jeetje somber.
'Het doet wel een beetje pijn,' zeg ik, 'maar dat vergeet je ook weer en...'
Dan grijpt man in.
'Jeetje, jij bent net vijf jaar,' zegt hij streng. 'Je hoeft je nog niet druk te maken over hoe het is om een baby krijgen. Het duurt nog heel lang voor je een baby krijgt. Als je er één krijgt en ook dàt hoef je nu niet te besluiten. Is dat duidelijk?'
Jeetje zwijgt. We rijden zwijgend verder over de ring.
'Maar vind je de rest van het leven ook stom?' vraag ik na een tijdje.
zaterdag 26 juni 2010
Mijn correspondentie ben ik.
In mijn eentje begon ik met het uitpakken van de eerste inbouwkast. Ik trof er een vies schapenvachtje aan, een grote doodse pop, twee speeltentjes, rollen pakpapier, kapotte tassen, bankafschriften uit 2000 en mappen, heel veel mappen met correspondentie. Mijn hele leven lang correspondeer ik al. Mijn correspondentie; dat ben ik.
De liefde voor Man begon toen hij me ooit zijn tekeningen liet zien. Maar ik was pas echt verkocht door zijn brieven. Omdat hij zulke goede en lange brieven schreef. Die briefwisseling mis ik nu nog.
Vroeger had ik een Amerikaanse penvriendin, een Utrechtse penvriend, mijn vriendin en ik duwden 's avonds regelmatig briefjes bij elkaar door de brievenbus, in de klas schreef ik kleine boekjes vol met het meisje dat naast me zat en de berichten in mijn dagboeken waren gericht aan onze overleden hond.
Mocht er in die tijd msn en email bestaan hebben; ik was nooit meer achter de computer vandaan gekomen. Zoals nu.
Maar voor de computer was er het faxapparaat. Vanaf dat moment werd er dagelijks en hevig gefaxt.
Je moet het nooit doen als je begint met het inpakken van je spullen, maar toch opende ik een map. Er zaten brieven in met daartussen faxen van mijn huidige, vaste penvriendin. Ze kwamen nog uit de vorige eeuw. Ze waren nagenoeg onleesbaar.
Het zijn bijna weer blanco vellen geworden. Onder mijn ogen verdwijnen de letters. Als er iets is waar ik niet tegenkan...
De liefde voor Man begon toen hij me ooit zijn tekeningen liet zien. Maar ik was pas echt verkocht door zijn brieven. Omdat hij zulke goede en lange brieven schreef. Die briefwisseling mis ik nu nog.
Vroeger had ik een Amerikaanse penvriendin, een Utrechtse penvriend, mijn vriendin en ik duwden 's avonds regelmatig briefjes bij elkaar door de brievenbus, in de klas schreef ik kleine boekjes vol met het meisje dat naast me zat en de berichten in mijn dagboeken waren gericht aan onze overleden hond.
Mocht er in die tijd msn en email bestaan hebben; ik was nooit meer achter de computer vandaan gekomen. Zoals nu.
Maar voor de computer was er het faxapparaat. Vanaf dat moment werd er dagelijks en hevig gefaxt.
Je moet het nooit doen als je begint met het inpakken van je spullen, maar toch opende ik een map. Er zaten brieven in met daartussen faxen van mijn huidige, vaste penvriendin. Ze kwamen nog uit de vorige eeuw. Ze waren nagenoeg onleesbaar.
Het zijn bijna weer blanco vellen geworden. Onder mijn ogen verdwijnen de letters. Als er iets is waar ik niet tegenkan...
donderdag 24 juni 2010
Geluk is...
Met prikkende ogen rechtop zitten. Voor de tweede keer. In het holst van de nacht. Op je niet geïsoleerde - dus stikhete - zolderkamer. Er was ook ergens een mug maar nu het licht aan is, is die verdwenen. Je baby heeft dorst. Je baby heeft het waarschijnlijk warm. Je baby kan niet praten. Jij bent de tolk van je baby. Je moet goed oppassen dat je baby niet sterft van de hitte. Maar op dit moment niet. Want je baby drinkt. Aan de melkflessen die aan je lichaam groeiden. Twee knappe loodzware stalen natuur.
Je kijkt de kamer rond: het gat in de muur, het gruis op de grond, brokstukken. De nieuwe buren boorden gisteren daadwerkelijk je huis in. De nieuwe buren zijn al drie maanden non-stop aan het verbouwen. Drilboren, schuurmachines, getimmer en gezaag. Dat is je dagelijkse achtergrondmuziek. Je went eraan. Maar nu lijkt het alsof hun verflucht door het gat je kamer indrijft. Zo de neusgaatjes van je baby in en in die van je kleuter. Je kleuter vraagt om een glaasje water.
Je ziet ook: de overvolle klerenkasten, het bureau, de boekenkast en de dekenkist. Je moet het inpakken. Je hebt nog precies twee weken de tijd. Je baby kreunt en hoest. Je houdt haar rechtop. Je baby spuugt je onder. Je baby lacht naar je zodra je haar op het aankleedkussen legt. Je verschoont je baby. Je stopt haar weer in haar mandje vlak naast je bed. Je baby gaat slapen. En als je het licht uitdoet, je hoofd op je kussen legt, is de mug weer terug.
Je kijkt de kamer rond: het gat in de muur, het gruis op de grond, brokstukken. De nieuwe buren boorden gisteren daadwerkelijk je huis in. De nieuwe buren zijn al drie maanden non-stop aan het verbouwen. Drilboren, schuurmachines, getimmer en gezaag. Dat is je dagelijkse achtergrondmuziek. Je went eraan. Maar nu lijkt het alsof hun verflucht door het gat je kamer indrijft. Zo de neusgaatjes van je baby in en in die van je kleuter. Je kleuter vraagt om een glaasje water.
Je ziet ook: de overvolle klerenkasten, het bureau, de boekenkast en de dekenkist. Je moet het inpakken. Je hebt nog precies twee weken de tijd. Je baby kreunt en hoest. Je houdt haar rechtop. Je baby spuugt je onder. Je baby lacht naar je zodra je haar op het aankleedkussen legt. Je verschoont je baby. Je stopt haar weer in haar mandje vlak naast je bed. Je baby gaat slapen. En als je het licht uitdoet, je hoofd op je kussen legt, is de mug weer terug.
Abonneren op:
Posts (Atom)