Ik pak het cadeautje in voor oma. Een foto van Jeetje en Deetje. Oma wordt morgen 95 en zal dan haar achterkleinkind Deetje voor het eerst ontmoeten. Ik kijk naar de foto van de twee kinderen. Deetje trekt aan Jeetjes haar en allebei grinniken ze erom. Het is de eerste en meest basale vorm van interactie die er tussen de zussen bestaat. Een blonde en een donkere. Een dunne en een dikke. Misschien hebben ze dezelfde vorm ogen. Maar met Deetje heeft zich een totaal andere energie in ons huis gevestigd. Ik bedenk hoe Deetje nu boven in haar ledikant ligt te slapen. Met haar armpjes omhoog en gekromde vuistjes. In het blauwe slaapzakje waar ook Jeetje ooit in sliep. Ik bedenk hoe ik een paar maanden geleden hier schreef dat ik me over een paar maanden vast geen leven zonder die toen nog onbekende baby zou kunnen voorstellen. Dat is inderdaad waar. Maar het is nog steeds alsof we elke dag verder, beter en meer kennismaken. Eigenlijk wil ik ook dat dat nooit meer ophoudt. Het kennismaken. Ik moet er eens aan denken bij Jeetje. Dat ons leven een groot kennismakingsproces is. Ik wil haar leren kennen.
Morgen zal ik aan oma vragen hoe het bij haar zit, met haar zes zonen. Of dat zij ze intussen helemaal door denkt te hebben.
donderdag 5 augustus 2010
woensdag 4 augustus 2010
vrije wil
Ik kocht vandaag een bakfiets. Een inklapbare. Doch onmiskenbaar een bakfiets. Ik heb ooit gezworen nooit een bakfiets te kopen. Nooit zou ik wonen waar ik sinds enkele weken woon. Maar om mee te beginnen zou ik nooit en te nimmer twee kinderen hebben.
Wel. Nu. Ik heb het inmiddels allemaal.
En ik zeg ook weleens dingen tegen zo'n kind waarvan ik nooit gedacht had dat ik ze zou zeggen. Dat ze haar schoenen uit moet doen voor ze binnenkomt. 'Want ik heb net gestofzuigd.' Dat ze zich niet twee keer per dag moet verkleden. 'Ik kan aan het wassen blijven!' 'En niet met je vieze vingers op de ramen.'
In de vrije wil heb ik nooit geloofd. Misschien is dat maar goed ook.
Ik fietste er vanmiddag op weg alsof ik erop geboren was. Met Jeetje in de bak. Het regende dat het goot en zij bleef droog in haar tentje. Ik werd kleddernat. Ik dacht: als de kinderen maar droog blijven. Daar gaat het om. Zulke gedachten krijg je dus ook automatisch.
Ik weet nog dat ik me ooit doodschaamde voor het kinderstoeltje dat aan mijn stuur zat. Met zo'n plastic windschermpje ervoor. Fietste ik 's avonds door de stad met zo'n lullig leeg stoeltje. Het bewijs van een weinig avontuurlijk leven.
Nu ben ik die schaamte allang voorbij. Ik heb zelfs wel eens gemerkt dat ik 's avonds trots door de stad fietste. Met het kinderzitje achterop. Juist door het kinderzitje.
Wel. Nu. Ik heb het inmiddels allemaal.
En ik zeg ook weleens dingen tegen zo'n kind waarvan ik nooit gedacht had dat ik ze zou zeggen. Dat ze haar schoenen uit moet doen voor ze binnenkomt. 'Want ik heb net gestofzuigd.' Dat ze zich niet twee keer per dag moet verkleden. 'Ik kan aan het wassen blijven!' 'En niet met je vieze vingers op de ramen.'
In de vrije wil heb ik nooit geloofd. Misschien is dat maar goed ook.
Ik fietste er vanmiddag op weg alsof ik erop geboren was. Met Jeetje in de bak. Het regende dat het goot en zij bleef droog in haar tentje. Ik werd kleddernat. Ik dacht: als de kinderen maar droog blijven. Daar gaat het om. Zulke gedachten krijg je dus ook automatisch.
Ik weet nog dat ik me ooit doodschaamde voor het kinderstoeltje dat aan mijn stuur zat. Met zo'n plastic windschermpje ervoor. Fietste ik 's avonds door de stad met zo'n lullig leeg stoeltje. Het bewijs van een weinig avontuurlijk leven.
Nu ben ik die schaamte allang voorbij. Ik heb zelfs wel eens gemerkt dat ik 's avonds trots door de stad fietste. Met het kinderzitje achterop. Juist door het kinderzitje.
maandag 2 augustus 2010
Het leven steekt
Deetje, je hebt vanmorgen weer twee prikjes gehad. In allebei je warme beentjes één. Op het consultatiebureau in het nieuwe stadsdeel waar we wonen. Je brede lach bestierf op je lippen. Je ogen werden groot en schoten alle kanten op. Je armpjes maaiden in de lucht. Je geheugencellen zijn nu aangemaakt, zei de arts. Weer een dochter die beseft dat het leven gemeen kan steken.
Jeetje, je kwam vanmorgen heel opgewekt terug van een logeerpartij bij opa en oma. Je wilde meteen met je nieuwe buurmeisje gaan spelen. Je kwam erachter dat je als je bij je iemand aanbelt een 'nee' kunt horen. Ik heb liever dat jij nooit een 'nee' zou horen. Maar denk erom dat je het aanbellen voortaan niet zult laten.
Daarna viel je van een muurtje. Recht met je mond op de grond. Je krijste werkelijk als een speenvarken. Het bloed spatte in het rond.
'Komt het nog ooit goed. Mama, komt het nog goed,' herhaalde je.
'Het komt goed,' zei ik. 'Het komt absoluut goed.'
'Zo'n lip laten sommige vrouwen opspuiten,' zei opa, 'en die krijg jij er nu gratis bij. Dat is het voordeel, meisje.'
Jeetje, je kwam vanmorgen heel opgewekt terug van een logeerpartij bij opa en oma. Je wilde meteen met je nieuwe buurmeisje gaan spelen. Je kwam erachter dat je als je bij je iemand aanbelt een 'nee' kunt horen. Ik heb liever dat jij nooit een 'nee' zou horen. Maar denk erom dat je het aanbellen voortaan niet zult laten.
Daarna viel je van een muurtje. Recht met je mond op de grond. Je krijste werkelijk als een speenvarken. Het bloed spatte in het rond.
'Komt het nog ooit goed. Mama, komt het nog goed,' herhaalde je.
'Het komt goed,' zei ik. 'Het komt absoluut goed.'
'Zo'n lip laten sommige vrouwen opspuiten,' zei opa, 'en die krijg jij er nu gratis bij. Dat is het voordeel, meisje.'
zaterdag 31 juli 2010
Duizel
En morgen lees ik weer voor! Alsof er niets gebeurd is. In Rotterdam. Op het festival 'Duizel in het park'. Ook Esther Gerritsen is er en veel anderen. Voor meer informatie klik hier.
Komt allen naar Rotterdam, zou ik zeggen.
Het is hier momenteel nogal rustig. Maar zodra de verhuisdozen uitgepakt zijn en de werkkamer op orde is, is er weer tijd voor blogs. De boekenkast staat, dus lang kan het niet meer duren. Hopelijk heeft u geduld.
Tot snel.
Komt allen naar Rotterdam, zou ik zeggen.
Het is hier momenteel nogal rustig. Maar zodra de verhuisdozen uitgepakt zijn en de werkkamer op orde is, is er weer tijd voor blogs. De boekenkast staat, dus lang kan het niet meer duren. Hopelijk heeft u geduld.
Tot snel.
zondag 25 juli 2010
In onze nieuwe buurt
We moeten wennen aan zo'n groot huis.
Vroeger was er rommel in één kamer op één verdiepinkje als Jeetje er met kinderen speelde en nu is er rommel op zeven kamers, op vier verdiepingen. Kinderen zien ook het verschil niet tussen een verhuisdoos en een verkleedkist. Ze staan er tenslotte allemaal om uitgepakt te worden. En dat doen de kinderen die hier komen dus. Uitpakken. Schatten vinden. Een heel huis vol schatkisten. Het is hier een vrijstaat. Een waar speelparadijs. Omdat nog niets een plek heeft, noch een functie en overal dingen liggen. Omdat er geen kast is om de dingen in op te bergen. Dat is heel geweldig. Als je kind bent. Dat kan ik me voorstellen. Maar ik sta nu aan de andere kant en ik kan niet meer terug naar de jeugdzijde. Nooit meer. Ik kan het me nu alleen nog vaag indenken en ook dat zal ik weldra niet meer kunnen. Het gaat plots heel rap.
'Of zullen we hier weer weggaan,' fluisterde man vanmiddag.
'Vind jij het hier ook niet zo...?'
Hij schudde zijn hoofd.
Ik schudde mijn hoofd.
Het was niets voor ons. Zo recht. Zo van steen.De straten waar we op deze zondagmiddag doorheen wandelden, waren doodstil.
'Iedereen is natuurlijk op vakantie,' zei man.
Ik knikte. Ze waren nu allemaal op vakantie. Daarom leefde het momenteel nog niet zo. In onze nieuwe buurt.
Vroeger was er rommel in één kamer op één verdiepinkje als Jeetje er met kinderen speelde en nu is er rommel op zeven kamers, op vier verdiepingen. Kinderen zien ook het verschil niet tussen een verhuisdoos en een verkleedkist. Ze staan er tenslotte allemaal om uitgepakt te worden. En dat doen de kinderen die hier komen dus. Uitpakken. Schatten vinden. Een heel huis vol schatkisten. Het is hier een vrijstaat. Een waar speelparadijs. Omdat nog niets een plek heeft, noch een functie en overal dingen liggen. Omdat er geen kast is om de dingen in op te bergen. Dat is heel geweldig. Als je kind bent. Dat kan ik me voorstellen. Maar ik sta nu aan de andere kant en ik kan niet meer terug naar de jeugdzijde. Nooit meer. Ik kan het me nu alleen nog vaag indenken en ook dat zal ik weldra niet meer kunnen. Het gaat plots heel rap.
'Of zullen we hier weer weggaan,' fluisterde man vanmiddag.
'Vind jij het hier ook niet zo...?'
Hij schudde zijn hoofd.
Ik schudde mijn hoofd.
Het was niets voor ons. Zo recht. Zo van steen.De straten waar we op deze zondagmiddag doorheen wandelden, waren doodstil.
'Iedereen is natuurlijk op vakantie,' zei man.
Ik knikte. Ze waren nu allemaal op vakantie. Daarom leefde het momenteel nog niet zo. In onze nieuwe buurt.
zaterdag 24 juli 2010
Tuut-tuut-tuut
We zaten in het enige huisje in het duingebied tussen Schoorl en Bergen. We hoorden er geen verkeer. We hoorden er helemaal niets. Behalve het gekraak van de beesten in het bos. Tot 's avonds de brandweersirenes dichterbij kwamen en helikopters boven ons huisje cirkelden. We belden de politie Noord-Holland.
'Er is brand,' zei deze. 'Maar weest u gerust. We hebben een draaiboek. We zullen u tijdig waarschuwen en voor opvang zal worden gezorgd.'
'Ja, maar...'
'Meer mogen we u er niet over melden.'
Tuut-tuut-tuut.
Het gekraak van de beesten werd het geluid van de gezochte pyromaan die, avond aan avond, rond ons huisje sloop. Met zijn brandende fakkeltje.
'Er is brand,' zei deze. 'Maar weest u gerust. We hebben een draaiboek. We zullen u tijdig waarschuwen en voor opvang zal worden gezorgd.'
'Ja, maar...'
'Meer mogen we u er niet over melden.'
Tuut-tuut-tuut.
Het gekraak van de beesten werd het geluid van de gezochte pyromaan die, avond aan avond, rond ons huisje sloop. Met zijn brandende fakkeltje.
maandag 12 juli 2010
Thuis
Ik liep door een blinkend nieuwe wereld van zonneschijn, steen en water. Ik zag opgewekte moeders met tweelingkinderwagens en trotse zwangere vrouwen. Ik glimlachte alle mannen nerveus toe omdat ik in hen telkens weer de nieuwe buurman meende te herkennen. Ik zei erbij: 'Hee hoi!' De eerste indruk die ze hier van mij kregen, mocht er geen van arrogantie zijn. Krijg je dat gedoe met gezichten weer: ik onthoud ze nooit en al helemaal niet in een andere context. Of is er hier maar één soort man en één soort vrouw? Ik zag een Chinees restaurant met de naam 'Gouden Kooi.' Ondanks de hitte, rilde ik.
Ik liep door de zeven kamers van het huis met de volle dozen. Ik beklom de trappen. Op en neer. Neer en op. Ik nam een douche in de turbo douche.
Na een tijdje begon het knagen. Ik begon me af te vragen wanneer we weer naar huis gingen. Ik miste het gekrab van de muze.
Thuis. Waar ik gisteren nog was om schoon te maken. En te douchen. Waar ik mij afdroogde met een vieze poetslap, omdat er thuis geen handdoeken meer waren. Zelfs geen kasten meer waar die handdoeken in lagen. Het was alsof we op vakantie gingen. Een heel lange vakantie. We pakten het wel erg grondig aan deze keer. Eigenlijk wist ik niet wat me overkwam. We besloten alles, maar dan ook alles, in te pakken en mee te nemen.
De buurtgenoten, die ik allemaal heel goed van gezicht ken, kwamen naar buiten om afscheid te nemen.
'Ik kom nog heel vaak terug,' zei ik.
'Heb een fijn leven,' zeiden ze.
'Echt, ik zie je nog wel,' zei ik.
En toen we in het huis met de dozen waren, stonden er mensen met een zelfgebakken appeltaart voor de deur. 'Welkom,' zeiden de mensen. 'Welkom hier.'
Ik liep door de zeven kamers van het huis met de volle dozen. Ik beklom de trappen. Op en neer. Neer en op. Ik nam een douche in de turbo douche.
Na een tijdje begon het knagen. Ik begon me af te vragen wanneer we weer naar huis gingen. Ik miste het gekrab van de muze.
Thuis. Waar ik gisteren nog was om schoon te maken. En te douchen. Waar ik mij afdroogde met een vieze poetslap, omdat er thuis geen handdoeken meer waren. Zelfs geen kasten meer waar die handdoeken in lagen. Het was alsof we op vakantie gingen. Een heel lange vakantie. We pakten het wel erg grondig aan deze keer. Eigenlijk wist ik niet wat me overkwam. We besloten alles, maar dan ook alles, in te pakken en mee te nemen.
De buurtgenoten, die ik allemaal heel goed van gezicht ken, kwamen naar buiten om afscheid te nemen.
'Ik kom nog heel vaak terug,' zei ik.
'Heb een fijn leven,' zeiden ze.
'Echt, ik zie je nog wel,' zei ik.
En toen we in het huis met de dozen waren, stonden er mensen met een zelfgebakken appeltaart voor de deur. 'Welkom,' zeiden de mensen. 'Welkom hier.'
Abonneren op:
Posts (Atom)