Jeetje en man kijken Shrek. Een animatiefilm met allemaal dieren en een beeldschone prinses.
'De prinses is echt,' zegt Jeetje (5)
'Dat is allemaal getekend hoor,' zegt man.
'De prinses niet, toch?' zegt Jeetje.
'Ook de prinses. Zij is héél goed getekend.
Ze kijken verder.
'Is Mowgli ook alleen maar getékend?' vraagt Jeetje dan.
'Ja. Had je dat nooit gezien?'
Na de film wordt het stil. Jeetje kijkt ons aan. Om de beurt.
'Pap, mam. Misschien zijn wij ook wel getekend?'
'Nee joh.'
'Maar héél goed getekend,' zegt ze met lage stem.
woensdag 19 januari 2011
dinsdag 18 januari 2011
Onze bomen
Het regent. Een grote laadwagen met twee bomen rijdt voor. Onze nieuwe, dertig jaar oude bomen. De bomen kunnen niet door het huis, dus moeten ze achter langs. Bij de overburen door de tuin, bij de overburen over de hoge schutting. Maar daarvoor blijken de bomen veel te zwaar.
Man loopt met grote passen door het huis, een boor in zijn hand.
'Wat ga je doen?'
'De schutting weghalen,' zegt hij.
'Vinden de buren dat wel oké?'
Even later is de houten wand die onze tuin van die van de overburen scheidt, verdwenen en staan de overbuurvrouw en ik tegenover elkaar. Oog in oog. Voor het eerst. Ik knik haar toe.
Man heeft inderdaad heel mooi 'getekende' bomen uitgekozen. Een mooi getekende peren- en een mooi getekende appelboom. Wij houden van grillig. Wij houden ook van modderkuilen, gestapelde stenen en oude koelkasten en opgestapelde stoelen in onze tuin. Althans; die schijn kan het hebben, voor de buitenstaander. Dat wij daarvan houden.
'Zeg maar wat ik moet doen, hoor.' Ik wapper kort met mijn handjes. Man staat in een vreemde, ietwat gespannen omhelzing met de boom.
'Ik ben geen heftruck,' heeft de schoonmaker zojuist geantwoord op mijn hulpvraag.
Maar dan komt mans compagnon er al aan.
Het regent nog steeds.
De overbuurvrouw is heel tenger, heeft een eskimo capuchon op, haar schouders opgetrokken, en haar grijze ogen strak gericht op de palmboom. Die net nog tegen de schutting had gestaan.
Man hijgt, zweet, sjort aan de stam met s-bocht en mompelt dan iets over palmbomen in de winter. Om het ijs te breken, vermoed ik.
'Hij kan tegen min twintig,' zegt ze en pakt een palmblad vast.
Met het blad in haar hand kijkt de overbuurvrouw hoe twee mannen in haar tuin proberen twee boerse bomen over te hevelen. Zonder daarbij haar tuinverlichting te vernielen, de palmbladeren te knakken of het gazon kapot te trappen. Zij is twee maanden geleden bevallen, zal ik later van man vernemen.
'Ik zal het terras straks schoonvegen.' Man gromt gewoon van al die krachtsinspanning. En zijn compagnon brult bij het tillen.
'Ja,' zegt ze. 'Anders wordt de hond vies.'
'Ja, we willen graag meer contact,' zeg ik tegen de overbuurvrouw. 'Wij dachten, we kunnen de schutting wel weghalen.'
Maar ze reageert niet.
Man loopt met grote passen door het huis, een boor in zijn hand.
'Wat ga je doen?'
'De schutting weghalen,' zegt hij.
'Vinden de buren dat wel oké?'
Even later is de houten wand die onze tuin van die van de overburen scheidt, verdwenen en staan de overbuurvrouw en ik tegenover elkaar. Oog in oog. Voor het eerst. Ik knik haar toe.
Man heeft inderdaad heel mooi 'getekende' bomen uitgekozen. Een mooi getekende peren- en een mooi getekende appelboom. Wij houden van grillig. Wij houden ook van modderkuilen, gestapelde stenen en oude koelkasten en opgestapelde stoelen in onze tuin. Althans; die schijn kan het hebben, voor de buitenstaander. Dat wij daarvan houden.
'Zeg maar wat ik moet doen, hoor.' Ik wapper kort met mijn handjes. Man staat in een vreemde, ietwat gespannen omhelzing met de boom.
'Ik ben geen heftruck,' heeft de schoonmaker zojuist geantwoord op mijn hulpvraag.
Maar dan komt mans compagnon er al aan.
Het regent nog steeds.
De overbuurvrouw is heel tenger, heeft een eskimo capuchon op, haar schouders opgetrokken, en haar grijze ogen strak gericht op de palmboom. Die net nog tegen de schutting had gestaan.
Man hijgt, zweet, sjort aan de stam met s-bocht en mompelt dan iets over palmbomen in de winter. Om het ijs te breken, vermoed ik.
'Hij kan tegen min twintig,' zegt ze en pakt een palmblad vast.
Met het blad in haar hand kijkt de overbuurvrouw hoe twee mannen in haar tuin proberen twee boerse bomen over te hevelen. Zonder daarbij haar tuinverlichting te vernielen, de palmbladeren te knakken of het gazon kapot te trappen. Zij is twee maanden geleden bevallen, zal ik later van man vernemen.
'Ik zal het terras straks schoonvegen.' Man gromt gewoon van al die krachtsinspanning. En zijn compagnon brult bij het tillen.
'Ja,' zegt ze. 'Anders wordt de hond vies.'
'Ja, we willen graag meer contact,' zeg ik tegen de overbuurvrouw. 'Wij dachten, we kunnen de schutting wel weghalen.'
Maar ze reageert niet.
maandag 17 januari 2011
Nieuw bureau
Ik zit aan een nieuw bureau dat vijf jaar ouder is dan ik. Hier zal het verhaal over het meisje met die domme moeder dus langzaam maar zeker mijn hoofd uitgetrokken worden. Waarvan nu alleen nog maar flarden bestaan. Ideeën. Half afgemaakte alinea's. Losse zinnen. Bedenksels. Ik vergaar informatie, lukraak lijkt het, over aangeboren kleinhoofdigheid, prikpillen, bureau jeugdzorg, kleine hondjes, Theo en Jolanda, Mengele en zwakbegaafden, en ik schrijf op: Ieder van ons heeft z'n eigen kleine nachtmerrie.
Maar uiteindelijk zal het allemaal heus wel één kant opgaan.
Maar uiteindelijk zal het allemaal heus wel één kant opgaan.
zondag 16 januari 2011
Leven
Er wordt hier op zondagochtend nog echt hartverscheurend gehuild om de dood van een spin. Terwijl er net een vriend voor hem gevonden was. En ze net samengebracht zouden worden. Voor altijd samen optrekken. Eindelijk gelukkig zijn. Dat alles. Maar nog voor de eerste kennismaking, was daar de dood.
En dat terwijl Deetje zich telkens opnieuw optrekt aan de spijlen van de box, de bank, welke stoel dan ook. De gedrevenheid waarmee zo'n baby haar eerste blauwe plekken opdoet. Die concentratie. De ernst. Nog wars van elke dood.
Moeder maakt preisoep.
Vader rent een rondje, maar zodra hij terug is, belóóft hij zijn schreiende dochtertje wederopstanding van de spin. Dit zal buiten het zicht van ons allemaal gebeuren, natuurlijk. Straks, buiten. Zoals met al die wederopstandingen.
En dat terwijl Deetje zich telkens opnieuw optrekt aan de spijlen van de box, de bank, welke stoel dan ook. De gedrevenheid waarmee zo'n baby haar eerste blauwe plekken opdoet. Die concentratie. De ernst. Nog wars van elke dood.
Moeder maakt preisoep.
Vader rent een rondje, maar zodra hij terug is, belóóft hij zijn schreiende dochtertje wederopstanding van de spin. Dit zal buiten het zicht van ons allemaal gebeuren, natuurlijk. Straks, buiten. Zoals met al die wederopstandingen.
zaterdag 15 januari 2011
Well done
Vorige week een foto van de school van Jeetje in de Groene, deze week onze straat, ons huis.
Het tweede deel van het tweeluik over IJburg. De Vinexlocatie die zo niet genoemd wil worden. De huizen raken ze aan de straatstenen niet kwijt. Het project is een mislukking. Dat lees ik allemaal.
Maar intussen ben ik om, hoor. Het is gebeurd, dat wat met iedereen hier schijnt te gebeuren. Ook ik woon hier goed. Ik mis mijn oude huis niet. Nooit. Ik wil hier niet weg. In tegenstelling tot mijn eerdere berichten over mijn nieuwe leven als eilandbewoner. Als gevangene, toen nog.
Het is niet ver naar de stad. Ik kom er ook nog vaak. En hier is het rustig. Hier is ruimte. Hier ren ik door het Diemerpark. Langs het water. Langs de konijnen. En dan zie ik aan de overkant van het water de nieuwbouwhuizen liggen, en dan denk ik: 'Daar woon ik.' Dan ren ik gewoon lekker verder. Over de voormalige gifbelt. Pas als de stem in mijn oren: Great, all done zegt, stop ik.
Ik heb de eerste tijd trouwens gedacht dat hij Great, well done zei. Wat mij - telkens weer - met trots vervulde. En tevreden stapte ik mijn huis binnen.
Maar all done is ook goed.
Het tweede deel van het tweeluik over IJburg. De Vinexlocatie die zo niet genoemd wil worden. De huizen raken ze aan de straatstenen niet kwijt. Het project is een mislukking. Dat lees ik allemaal.
Maar intussen ben ik om, hoor. Het is gebeurd, dat wat met iedereen hier schijnt te gebeuren. Ook ik woon hier goed. Ik mis mijn oude huis niet. Nooit. Ik wil hier niet weg. In tegenstelling tot mijn eerdere berichten over mijn nieuwe leven als eilandbewoner. Als gevangene, toen nog.
Het is niet ver naar de stad. Ik kom er ook nog vaak. En hier is het rustig. Hier is ruimte. Hier ren ik door het Diemerpark. Langs het water. Langs de konijnen. En dan zie ik aan de overkant van het water de nieuwbouwhuizen liggen, en dan denk ik: 'Daar woon ik.' Dan ren ik gewoon lekker verder. Over de voormalige gifbelt. Pas als de stem in mijn oren: Great, all done zegt, stop ik.
Ik heb de eerste tijd trouwens gedacht dat hij Great, well done zei. Wat mij - telkens weer - met trots vervulde. En tevreden stapte ik mijn huis binnen.
Maar all done is ook goed.
vrijdag 14 januari 2011
De domme moeder
'Ik denk ook altijd dat ik eigenlijk dom ben,' zeg ik.
'Misschien ben je het wel,' zegt man.
'Misschien zou ik ook zo'n heel officiële IQ test moeten doen. Net als Sanne Vogel.'
'Ik zou het niet doen,' zei man, 'wat nou als blijkt dat je echt dom bent? Dat zou een teleurstelling zijn.'
'Als je creatief bent, moet je over een zekere mate van intelligentie beschikken.'
'O ja?' zegt man.
'Ja,' zeg ik.
'Ik weet het niet hoor,' zegt man.
'Vind jij mij dom dan?'
'Dat zeg ik niet.'
'Trouwens, mijn hoofdpersonage zal ook wel denken dat ze dom is,' zeg ik. 'Omdat ze een domme moeder heeft. '
'En is ze dat?'
'Ik heb nog niet nagedacht over haar intelligentie quotiënt.'
'Het is een interessant onderwerp om over te schrijven,' zegt man. 'Denken dat je dom bent.'
'Ja,' zeg ik. 'Maar alleen als je dat dan helemaal niet blijkt te zijn, natuurlijk.'
'Misschien ben je het wel,' zegt man.
'Misschien zou ik ook zo'n heel officiële IQ test moeten doen. Net als Sanne Vogel.'
'Ik zou het niet doen,' zei man, 'wat nou als blijkt dat je echt dom bent? Dat zou een teleurstelling zijn.'
'Als je creatief bent, moet je over een zekere mate van intelligentie beschikken.'
'O ja?' zegt man.
'Ja,' zeg ik.
'Ik weet het niet hoor,' zegt man.
'Vind jij mij dom dan?'
'Dat zeg ik niet.'
'Trouwens, mijn hoofdpersonage zal ook wel denken dat ze dom is,' zeg ik. 'Omdat ze een domme moeder heeft. '
'En is ze dat?'
'Ik heb nog niet nagedacht over haar intelligentie quotiënt.'
'Het is een interessant onderwerp om over te schrijven,' zegt man. 'Denken dat je dom bent.'
'Ja,' zeg ik. 'Maar alleen als je dat dan helemaal niet blijkt te zijn, natuurlijk.'
donderdag 13 januari 2011
Doktertje spelen
'Zullen we spelen dat de pop heel erg ziek was?' vroeg het buurmeisje. 'En dat ze een gebroken been had?'
'Nog wat,' zei Jeetje. 'Ze had ook een balletje in haar hoofd. Goed?'
'O, ja. Dat had ze ook.'
'We moeten haar hoofd meteen opensnijden en het balletje eruit halen,' zei Jeetje.
'Ja,' zei het buurmeisje, 'anders gaat ze dood.'
Het werd stil. Twee meisjes zaten over een pop gebogen. De operatie duurde lang. Het ging blijkbaar niet makkelijk. De sfeer in de huiskamer was om te snijden.
Maar na een tijdje zei het buurmeisje: 'Zo, klaar. Die kan in de ballenbak!'
'Ja!' zei Jeetje. 'Hup, bij de andere balletjes die in hoofden gezeten hebben.'
'Nu moet ze nog wel twee weken in het ziekenhuis blijven.'
'Ja,' zei Jeetje. 'Ze kan nog niet naar school. Ze is nog maar vier. Dat zou veel te druk zijn voor haar hoofd.'
Ze legden de pop te rusten in het wippertje. Met een theedoek om haar hoofd. Een tijdlang streelden ze haar wang.
'En nu haar been!' zei het buurmeisje.
'Ja,' zei Jeetje. 'Daar moet gips omheen.'
'Nog wat,' zei Jeetje. 'Ze had ook een balletje in haar hoofd. Goed?'
'O, ja. Dat had ze ook.'
'We moeten haar hoofd meteen opensnijden en het balletje eruit halen,' zei Jeetje.
'Ja,' zei het buurmeisje, 'anders gaat ze dood.'
Het werd stil. Twee meisjes zaten over een pop gebogen. De operatie duurde lang. Het ging blijkbaar niet makkelijk. De sfeer in de huiskamer was om te snijden.
Maar na een tijdje zei het buurmeisje: 'Zo, klaar. Die kan in de ballenbak!'
'Ja!' zei Jeetje. 'Hup, bij de andere balletjes die in hoofden gezeten hebben.'
'Nu moet ze nog wel twee weken in het ziekenhuis blijven.'
'Ja,' zei Jeetje. 'Ze kan nog niet naar school. Ze is nog maar vier. Dat zou veel te druk zijn voor haar hoofd.'
Ze legden de pop te rusten in het wippertje. Met een theedoek om haar hoofd. Een tijdlang streelden ze haar wang.
'En nu haar been!' zei het buurmeisje.
'Ja,' zei Jeetje. 'Daar moet gips omheen.'
Abonneren op:
Posts (Atom)