Ze was jarig en sliep uit. Dat uitslapen was op z'n minst opmerkelijk te noemen. Op dagen dat ze niet jarig is, slaapt ze namelijk niet uit. Nooit. Ze wordt wakker zodra je één voet in de gang gezet hebt. Maar vandaag konden we met z'n allen de gang door galopperen, kon de piano rustig bespeeld worden en ook na het indringende geluid van de elektrische koffiemolen bleef het boven stil. Zelfs na mijn derde espresso gebeurde er niets.
Eerst zei ik dingen als 'Laat haar liggen. Ze heeft het nodig' tegen de anderen. En: 'Het kind is net terug van vakantie.'
Maar ze sliep zo lang dat ik toch nog serieus begon te denken aan de dood. Ik wilde er niet in meegaan maar het gebeurde. Exact op haar vierde verjaardag. Een verlate wiegendood. Bevrijdingsdag. Zieltje naar de hemel gevlogen. Je verwacht het niet meer. Maar dan toch. Ook verstikking is voorbijgekomen. Een hartaanvalletje. De jarige ligt levenloos in haar halfhoge stapelbed, en wij hier maar met z'n drieën vol verwachting door het versierde huis sluipen.
Wachtend tot we eindelijk Lang zal ze leven kunnen gaan zingen.
'Als ik vier ben, ben ik geen peuter meer maar een kleuter,' had ze de afgelopen maanden zo vaak verzucht. Ook in Puglia kruiste ze de dagen af tot het vandaag zou zijn. Vier jaar worden als ultieme droom. Vier jaar. Als ik maar eenmaal een kleuter ben, komt alles goed. Als ik vier ben, ben ik gelukkig. Als ik vier ben, hoor ik er bij. Als ik vier ben, ben ik een echt mens. Wie vier is, is een kleuter, dus wie vier is, doet er toe. Nu was ze vier en zou het daar bij blijven.
Ze had ons allemaal zo opgefokt voor deze dag dat wij nauwelijks een oog dicht hadden gedaan. Ik sowieso niet. De grote zus en de twee poezen banjerden al vanaf half zes rond. Om zeven uur stonden we allemaal op. En tegen negenen nog altijd geen kik van de jarige.
Met z'n drieën hingen we uiteindelijk boven de half-hoogslaper te luisteren naar haar ademhaling. Of die er nog wel was. Beneden op tafel stonden de cadeaus. Hingen de slingers. De ballonnen. Het was zover.
maandag 5 mei 2014
vrijdag 18 april 2014
Beeldvorming
Ze heeft drie boeken geschreven, is moeder van twee jonge kinderen en daar schrijft ze over op haar blog, twitterde iemand.
Het moederschap en ik. Twee handen op een buik zou je intussen denken. Haar boeken, haar blogs. Die EG schrijft nergens anders over.
Het is maar wat er wordt uitgelicht. De weg naar zee gaat voor mij vooral over maakbaarheid en mislukking, maar is meestal besproken als een boek over het moederschap. Dat kan. Dat is ook waar. De hoofdpersonen zijn een moeder en een dochter. Maar dat is wel heel één op één bezien.
Het is waar dat ik op deze plek stukjes schrijf over de twee jonge kinderen die van mij zijn en in mijn huis rondlopen. Ik kan niet anders. Ik gebruik nu eenmaal wat ik om mij heen zie, hoor en meemaak. Heel ver weg zoek ik het nooit. Maar het is niet waar dat ik een weblog bijhoud dat over die twee jonge kinderen gaat.
Dat is echt iets anders.
Het moederschap en ik. Twee handen op een buik zou je intussen denken. Haar boeken, haar blogs. Die EG schrijft nergens anders over.
Het is maar wat er wordt uitgelicht. De weg naar zee gaat voor mij vooral over maakbaarheid en mislukking, maar is meestal besproken als een boek over het moederschap. Dat kan. Dat is ook waar. De hoofdpersonen zijn een moeder en een dochter. Maar dat is wel heel één op één bezien.
Het is waar dat ik op deze plek stukjes schrijf over de twee jonge kinderen die van mij zijn en in mijn huis rondlopen. Ik kan niet anders. Ik gebruik nu eenmaal wat ik om mij heen zie, hoor en meemaak. Heel ver weg zoek ik het nooit. Maar het is niet waar dat ik een weblog bijhoud dat over die twee jonge kinderen gaat.
Dat is echt iets anders.
donderdag 17 april 2014
Het voorbijgaan
Sinds ze er niet meer is, zie ik haar veel vaker. Haar bidprentje staat bovenop onze nieuwe afzuigkap én ze hangt eraan met een magneet. Ook ligt haar gezicht in de keukenla. Trouwens die afzuigkap is niet nieuw meer, wel zit het blauwe afdekplastic er nog om omdat we ooit van plan waren de muren van de keuken te witten.
We kijken nu elke dag een paar keer lang naar oma.
'Ze is nog niet dood,' zegt man.
'Nee,' zeg ik. 'Maar wat is ze dan?'
We staan stil voor onze vierkante afzuigkap. Oma staart maar voor zich uit. Ze lacht op allebei de prenten dezelfde fotoglimlach, maar hoe lang we daar ook naar haar blijven staan kijken, ze laat nog altijd niets los. Meer komen we niet te weten.
'Toch is ze nog lang niet dood,' zegt man.
Ik begrijp wat hij bedoelt, ook al heb ik haar stoffelijk overschot gezien. Sommige doden zijn doder dan anderen. Daar hoef je niet esoterisch voor te zijn.
Elke dag zeg ik in het voorbijgaan tenminste één keer hardop: 'Oma toch.' Meestal vaker.
We kijken nu elke dag een paar keer lang naar oma.
'Ze is nog niet dood,' zegt man.
'Nee,' zeg ik. 'Maar wat is ze dan?'
We staan stil voor onze vierkante afzuigkap. Oma staart maar voor zich uit. Ze lacht op allebei de prenten dezelfde fotoglimlach, maar hoe lang we daar ook naar haar blijven staan kijken, ze laat nog altijd niets los. Meer komen we niet te weten.
'Toch is ze nog lang niet dood,' zegt man.
Ik begrijp wat hij bedoelt, ook al heb ik haar stoffelijk overschot gezien. Sommige doden zijn doder dan anderen. Daar hoef je niet esoterisch voor te zijn.
Elke dag zeg ik in het voorbijgaan tenminste één keer hardop: 'Oma toch.' Meestal vaker.
dinsdag 15 april 2014
Bewijs van existentie
Tijdens het koken, lees ik facebookberichten en noteer ik: jullie zijn niemand omdat je geen ziel hebt, ga maar door met pillen slikken. Dat schrijft iemand in een reactie op iemand anders.
Ik weet dat ik de pan met olijfolie al een tijdje op het fornuis heb staan, en dat ik nog altijd door het huis aan het rennen ben om ergens een pen te vinden. Om deze ene zin op te kunnen schrijven.
Dit is niet echt een blog te noemen. Maar ik heb het nu te druk met het zoeken naar vuilniszakken met Playmobil op marktplaats, en met het skypen met een onbekend Italiaans stel waarvan we een huis gaan huren. In het puntje van de laars ergens. Skype is het bewijs dat ik besta.
Heel lang tuur ik naar het beeld van de bloedmooie jongeman en het meisje op mijn scherm. Het meisje is van 1988, weet ik. Hij zal niet ouder zijn. En ik heb spijt dat ik zo ongekamd achter de computer zit, zoals al de hele dag. Als je van 1973 bent, kan dat eigenlijk niet meer.
Het geluid uit het Zuiden van Italië wil maar niet doorkomen, dus kijk ik naar hoe die twee bewegen. Hoe ze de geluidsbarrière proberen te doorbreken.
Na een tijdje begin ik op hun kleren te letten. Het is aan die dikke truien te zien niet zulk mooi weer. Dat kan ook kloppen volgens de buienradar. Het zijn natuurlijk ook lui die waar het de temperatuur betreft helemaal niets gewend zijn. We zwaaien en glimlachen soms naar elkaar. Jullie zijn niemand omdat je geen ziel hebt, ga maar door met pillen slikken, zeg ik.
Ik weet dat ik de pan met olijfolie al een tijdje op het fornuis heb staan, en dat ik nog altijd door het huis aan het rennen ben om ergens een pen te vinden. Om deze ene zin op te kunnen schrijven.
Dit is niet echt een blog te noemen. Maar ik heb het nu te druk met het zoeken naar vuilniszakken met Playmobil op marktplaats, en met het skypen met een onbekend Italiaans stel waarvan we een huis gaan huren. In het puntje van de laars ergens. Skype is het bewijs dat ik besta.
Heel lang tuur ik naar het beeld van de bloedmooie jongeman en het meisje op mijn scherm. Het meisje is van 1988, weet ik. Hij zal niet ouder zijn. En ik heb spijt dat ik zo ongekamd achter de computer zit, zoals al de hele dag. Als je van 1973 bent, kan dat eigenlijk niet meer.
Het geluid uit het Zuiden van Italië wil maar niet doorkomen, dus kijk ik naar hoe die twee bewegen. Hoe ze de geluidsbarrière proberen te doorbreken.
Na een tijdje begin ik op hun kleren te letten. Het is aan die dikke truien te zien niet zulk mooi weer. Dat kan ook kloppen volgens de buienradar. Het zijn natuurlijk ook lui die waar het de temperatuur betreft helemaal niets gewend zijn. We zwaaien en glimlachen soms naar elkaar. Jullie zijn niemand omdat je geen ziel hebt, ga maar door met pillen slikken, zeg ik.
vrijdag 11 april 2014
Promotie
Bo-Johnny is nieuw op de peutergroep. Hij is van de baby's naar de peuters gepromoveerd. Ik heb hem nog niet gezien, maar Bo-Johnny moet wel een held zijn. Mijn eigen Bo-Johnny heb ik net achtergelaten in een kleuterklas. Ze gaat wennen bij groep 1.
'Is er vandaag iets?' vraagt een moeder aan de meester. Ze komt de klas binnengerend, grote ogen, rode wangen. Net gedoucht.
'Nee,' zegt de meester.
'Niets?' hijgt de moeder, 'is het geen dierendag of zo?'
'Dat is het op 4 oktober.'
'Is het geen speciale dag?'
'Het is vrijdag.'
'Het is vrijdag.'
'Ja. En vanmiddag hebben we open podium. Toneel.'
'O! Had ik daar iets voor moeten doen? Daar had ik iets voor moeten doen, hè?'
'Nee,' zegt de meester, 'niets.'
'O.' De moeder laat haar schouders zakken, duwt haar kind de klas in. En vertrekt.
De meester klapt in zijn handen ten teken dat de ouders het lokaal moeten verlaten. Hij vraagt mijn Bo-Johnny of ze bij hem op schoot wil. Die schudt ferm haar hoofd. Dat wil ze zeker niet.
Echt een kind van mij, denk ik tevreden. Gaat niet bij jan en alleman op schoot.
Dan begint de meester te zingen van klap maar in je handjes en draai je handjes in de lucht.
Ik trek de deur achter me dicht, wil nog een foto maken van Bo-Johnny in de kleuterklas met twee vlechtjes, maar mijn telefoon is leeg.
'Is er vandaag iets?' vraagt een moeder aan de meester. Ze komt de klas binnengerend, grote ogen, rode wangen. Net gedoucht.
'Nee,' zegt de meester.
'Niets?' hijgt de moeder, 'is het geen dierendag of zo?'
'Dat is het op 4 oktober.'
'Is het geen speciale dag?'
'Het is vrijdag.'
'Het is vrijdag.'
'Ja. En vanmiddag hebben we open podium. Toneel.'
'O! Had ik daar iets voor moeten doen? Daar had ik iets voor moeten doen, hè?'
'Nee,' zegt de meester, 'niets.'
'O.' De moeder laat haar schouders zakken, duwt haar kind de klas in. En vertrekt.
De meester klapt in zijn handen ten teken dat de ouders het lokaal moeten verlaten. Hij vraagt mijn Bo-Johnny of ze bij hem op schoot wil. Die schudt ferm haar hoofd. Dat wil ze zeker niet.
Echt een kind van mij, denk ik tevreden. Gaat niet bij jan en alleman op schoot.
Dan begint de meester te zingen van klap maar in je handjes en draai je handjes in de lucht.
Ik trek de deur achter me dicht, wil nog een foto maken van Bo-Johnny in de kleuterklas met twee vlechtjes, maar mijn telefoon is leeg.
dinsdag 8 april 2014
Mierzoet
Ze staat aan het begin van een groots, nieuw leven en ze weet het. Ze kleurt de dagen in tot het zover is. Ze kleurt van het ene hoogtepunt naar het andere. Wennen op school, afscheid crèche, logeren opa en oma, vakantie met het vliegtuig, de vierde verjaardag, de eerste schooldag.
In haar nieuwe, zachtroze vestje zit ze aan het ontbijt. Als enige. Ze slaapt tegenwoordig uit, nu het nog kan, nu ze nog gewoon naar de crèche gaat en geen echte verplichtingen heeft. Ze spaart haar krachten voor straks. Haar wangen zijn rood en haar lippen ook. De grote dagen breken binnenkort allemaal aan. Eén voor één. 'Maar nu nog niet, hè?'
'Nee, nu nog niet.'
Ze eet haar boterham met honing. Haar lange, kaarsrechte haar valt er steeds in.
'Misschien moet je een ponytje als je naar school gaat,' zeg ik.
'Nee, geen ponytje!'
'Weet je wat een ponytje is?'
'Nee. Maar ik wil het niet.'
Ze legt haar hoofd op de tafel. Ook nog een ponytje, dat zou teveel zijn voor een mens.
maandag 7 april 2014
Over spiegelgedrag, het waarom van de dingen en de herrijzenis
De bijna-vierjarige in haar nieuwe legging vol poezenhoofdjes, struikelde vanmorgen haast over mijn enorme schoen. De tandenborstel had achterin haar strottenhoofd kunnen zitten, haar verhemelte kunnen doorboren.
'Niet met je tandenborstel in je mond rondlopen,' zei ik met mijn elektrische tandenborstel in mijn mond, al lopend door de gang met armenvol wasgoed.
'Niet schreeuwen!' schreeuwde ik toen.
'Ruim je rommel eens een keer op,' zei ik en raapte mijn schoen op, viste mijn colbert van de vloer en zag de schaar die ik gisteren gebruikt had op de ene speaker liggen en een leeg wijnglas op de andere staan.
Op zaterdag, op International Pillow Fight Day, - wie wist dat niet? - was ik met de bijna-negenjarige in de stad voor de aanschaf van een lente outfit en belandden we midden in het grootse kussengevecht op de Dam. Waarom doen mensen de dingen die ze doen? Dat blijft een interessante kwestie.
Ook heb ik iets gruwelijks gehoord, iets dat ik niet op mijn blog mag schrijven, maar dat is bij uitstek iets dat dus ooit in mijn proza terug zal komen. Ook om de beweegredenen van de mens te leren begrijpen. Waarom doet iemand zoiets? (Nu is het ook weer niet zo dat alles wat ik niet op mijn blog zet in prozavorm ergens terugkomt.)
Dit weekend precies een jaar geleden, leverde ik de eerste versie van m'n boek in. Dat lijkt nu al meer dan een eeuwigheid geleden. Een vorig leven. Ik ben met iets nieuws bezig. Het vorige boek is al bijna weer van de aardbodem verdwenen. Zo snel gaat dat tegenwoordig. Boeken zijn broodjes. Al denk ik dat het nog een keer een opleving zal krijgen. De herrijzenis. Dat gebeurt met boeken nog altijd eerder dan met mensen.
'Niet met je tandenborstel in je mond rondlopen,' zei ik met mijn elektrische tandenborstel in mijn mond, al lopend door de gang met armenvol wasgoed.
'Niet schreeuwen!' schreeuwde ik toen.
'Ruim je rommel eens een keer op,' zei ik en raapte mijn schoen op, viste mijn colbert van de vloer en zag de schaar die ik gisteren gebruikt had op de ene speaker liggen en een leeg wijnglas op de andere staan.
Op zaterdag, op International Pillow Fight Day, - wie wist dat niet? - was ik met de bijna-negenjarige in de stad voor de aanschaf van een lente outfit en belandden we midden in het grootse kussengevecht op de Dam. Waarom doen mensen de dingen die ze doen? Dat blijft een interessante kwestie.
Ook heb ik iets gruwelijks gehoord, iets dat ik niet op mijn blog mag schrijven, maar dat is bij uitstek iets dat dus ooit in mijn proza terug zal komen. Ook om de beweegredenen van de mens te leren begrijpen. Waarom doet iemand zoiets? (Nu is het ook weer niet zo dat alles wat ik niet op mijn blog zet in prozavorm ergens terugkomt.)
Dit weekend precies een jaar geleden, leverde ik de eerste versie van m'n boek in. Dat lijkt nu al meer dan een eeuwigheid geleden. Een vorig leven. Ik ben met iets nieuws bezig. Het vorige boek is al bijna weer van de aardbodem verdwenen. Zo snel gaat dat tegenwoordig. Boeken zijn broodjes. Al denk ik dat het nog een keer een opleving zal krijgen. De herrijzenis. Dat gebeurt met boeken nog altijd eerder dan met mensen.
Abonneren op:
Posts (Atom)