'Weet jij wat een propper is?' Het was acht uur 's avonds en ik kwam terug van lesgeven. Man was al op mij aan het wachten in zijn sportkleding.
'Ze vonden de propper allemaal een heel normaal woord,' zei ik.
'Dat is het toch ook?'
'O ja? Zeg dan.'
'Een propper is iemand die mensen ergens naar binnen wil proppen.' Man deed een paar rek- en strekoefeningen.
'Dus jij wist dat?'
'Ja. Hoezo?'
'O, nou ik kende de terminologie nog niet.'
'Vreemd. Heel vreemd,' zei hij en vertrok.
Bij google typte ik 'propper' in. Een propper is iemand die bij een bar of discotheek mensen probeert over te halen naar binnen te gaan. Propper is de afkorting van promotor.
Voor ik me verder kon verdiepen in de propper, ging de pieper af.
woensdag 29 februari 2012
maandag 27 februari 2012
Niets veranderd?
Wij waren weer eens met z'n vieren bij elkaar. Twee stellen. Ver na middernacht hingen we onderuit op de bank en keken naar een video van onszelf hangend op een bank ook ver na middernacht. Maar dan zestien jaar geleden. In het half duister. Onverstaanbaar keuvelend. Lachend. Het was allemaal real time. Het beeld nogal statisch. Dus na een tijdje begonnen we over een stukje doorspoelen.
'Ik kon toen nog niet knippen,' zei man - de filmer van ons vieren - verontwaardigd.
We waren totaal niets veranderd. We lachten nog hetzelfde. We praatten hetzelfde. We zagen er niet heel anders uit, behalve dat we toen jonger en dikker waren. En rare spencers droegen.
'Kleutervet,' zei ik.
'Het is het beeld,' zei man, 'dat trekt alles rond.'
'Die spencers doen ons figuur ook geen goed,' zei ik.
'We zouden onszelf nu ook weer moeten filmen,' zei vriendin L., 'en dan kijken we dit weer terug als we zeventig zijn en dan zeggen we nog steeds dat we niets veranderd zijn.'
Ik vond het heel geruststellend. Die stabiliteit. Het onveranderlijke in onszelf.
Tot ik erachter kwam dat zij behalve een luchtbuks, ook twee echte pistolen en een geweer in hun huis hadden liggen. Dat gaf vriend F. toch ineens een heel ander karakter.
'Ik kon toen nog niet knippen,' zei man - de filmer van ons vieren - verontwaardigd.
We waren totaal niets veranderd. We lachten nog hetzelfde. We praatten hetzelfde. We zagen er niet heel anders uit, behalve dat we toen jonger en dikker waren. En rare spencers droegen.
'Kleutervet,' zei ik.
'Het is het beeld,' zei man, 'dat trekt alles rond.'
'Die spencers doen ons figuur ook geen goed,' zei ik.
'We zouden onszelf nu ook weer moeten filmen,' zei vriendin L., 'en dan kijken we dit weer terug als we zeventig zijn en dan zeggen we nog steeds dat we niets veranderd zijn.'
Ik vond het heel geruststellend. Die stabiliteit. Het onveranderlijke in onszelf.
Tot ik erachter kwam dat zij behalve een luchtbuks, ook twee echte pistolen en een geweer in hun huis hadden liggen. Dat gaf vriend F. toch ineens een heel ander karakter.
vrijdag 24 februari 2012
Precies
De 'de Brug' ligt op de mat en ik blader er snel doorheen tot ik bij m'n column ben. Ik ben erg tevreden met een vaste column in deze krant voor Amsterdam-Oost. Vluchtig scan ik het stukje maar halverwege sla ik het blad al dicht. Eigenlijk wil ik het weggooien. Het is niets meer nu. Het hele idee is weg. Het was bedoeld als een lange zin die in één adem gelezen moest worden.
Hoe kan het dat ik echt hartkloppingen krijg als ik zie dat iemand mijn ene zin zomaar veranderd heeft in meerdere korte zinnetjes? Een eindredacteur die dacht dat ik geen punten kon zetten. Het is met de beste bedoelingen gedaan. Ik weet best dat er geen hond is die het merkt. Niemand denkt over interpunctie. Het verschil tussen punten en komma's. Er zijn wel andere dingen om over na te denken.
De angst dat er iets anders staat dan je hebt opgeschreven zit diep verankerd. 'Onze hond heet Lans' stond er ooit in Achterwerk van de VPRO-gids. Ik was toen tien jaar oud. Ik ging door de grond toen ik het stukje las. 'Onze hond heet Lars' had ik geschreven. Aan de ene kant was ik heel trots dat het geplaatst was, maar aan de andere kant wilde ik die pagina eraf scheuren omdat ik dat niet zo geschreven had. Publiceren bleek dus een twijfelachtig genoegen.
Hoe kan het dat ik echt hartkloppingen krijg als ik zie dat iemand mijn ene zin zomaar veranderd heeft in meerdere korte zinnetjes? Een eindredacteur die dacht dat ik geen punten kon zetten. Het is met de beste bedoelingen gedaan. Ik weet best dat er geen hond is die het merkt. Niemand denkt over interpunctie. Het verschil tussen punten en komma's. Er zijn wel andere dingen om over na te denken.
De angst dat er iets anders staat dan je hebt opgeschreven zit diep verankerd. 'Onze hond heet Lans' stond er ooit in Achterwerk van de VPRO-gids. Ik was toen tien jaar oud. Ik ging door de grond toen ik het stukje las. 'Onze hond heet Lars' had ik geschreven. Aan de ene kant was ik heel trots dat het geplaatst was, maar aan de andere kant wilde ik die pagina eraf scheuren omdat ik dat niet zo geschreven had. Publiceren bleek dus een twijfelachtig genoegen.
donderdag 23 februari 2012
Slachthuis
Ze moesten een stukje schrijven over een weerzien. Het was opmerkelijk dat drie dames in mijn klasje - midden/eind twintigers - precies hetzelfde beschreven. Het weerzien met een oude vriendin die nu ineens kinderen heeft en helemaal gesetteld is. De teneur van de teksten was niet mals. De oude vriendin was een meelijwekkend persoon geworden. Iemand waarmee niet meer te praten viel, te lachen of wat dan ook. Iemand waar je zo mijlenver van verwijderd bent geraakt, dat het lijkt alsof je tegenover een buitenaards wezen staat. De gruwel waarmee ze het keurige huis van de oude vriendin beschreven, haar kinderen, het uiterlijk verval. Het verlies van alle vrijheid, alle leven, identiteit.
Ik bekeek de dames eens goed. Armen over elkaar. Zeker van hun zaak. Ik besloot mijn mond dicht te houden.
Ik fietste over het lange, lege fietspad naar huis en dacht terug aan mijn eigen ontmoetingen met oude vriendinnen, hun bollende buiken, die maar bleven bazelen over de aanschaf van wasmachines. We kunnen spartelen en sputteren, dacht ik. Waarom gedragen we ons alsof we beesten zijn die weten dat ze op een dag naar het slachthuis gebracht zullen worden? Waarom laten we ons brengen?
Waarom maken we er een slachthuis van?
Ik bekeek de dames eens goed. Armen over elkaar. Zeker van hun zaak. Ik besloot mijn mond dicht te houden.
Ik fietste over het lange, lege fietspad naar huis en dacht terug aan mijn eigen ontmoetingen met oude vriendinnen, hun bollende buiken, die maar bleven bazelen over de aanschaf van wasmachines. We kunnen spartelen en sputteren, dacht ik. Waarom gedragen we ons alsof we beesten zijn die weten dat ze op een dag naar het slachthuis gebracht zullen worden? Waarom laten we ons brengen?
Waarom maken we er een slachthuis van?
woensdag 22 februari 2012
De combinatie
Na mijn lezing lunchten we in café Zwart met tosti's en witte wijn en bespraken daar het huwelijk door de eeuwen heen, in de negentiende eeuw waren er meer singles dan gehuwden, we hadden het over lezingen in het buitenland, hoe kom je daaraan? en daarna ging het over schrijven en leven. Wat doe je liever? Voor Luxembourg, het café ernaast, was intussen een zeer lawaaierige ambulance gearriveerd. Zwaailichten. Chaos op de tramlijn. Een brancard werd uitgeladen. Wij begonnen de vakanties uit onze jeugd te bespreken. De een ging altijd naar hetzelfde vakantiehuis in Italië, de ander had in haar jeugd zoveel musea bezocht en boeken moeten lezen dat ze er daarna een hele tijd genoeg van had.
'Wij bezochten op vakantie altijd slagerijen en begraafplaatsen,' zei ik.
'Dat is geweldig,' vonden ze.'Slagerijen en begraafplaatsen.'
Ik liet het zo. Al klonk het, zo verteld, iets interessanter dan het was. Misschien was het eigenlijk ook wel interessant. Slagerijen en begraafplaatsen.
Tegelijk met de ziekenbroeders stonden we buiten. Zij rolden de brancard voort met een doodzieke man erop. We konden nog net voor de ambulance langs oversteken.
'Wij bezochten op vakantie altijd slagerijen en begraafplaatsen,' zei ik.
'Dat is geweldig,' vonden ze.'Slagerijen en begraafplaatsen.'
Ik liet het zo. Al klonk het, zo verteld, iets interessanter dan het was. Misschien was het eigenlijk ook wel interessant. Slagerijen en begraafplaatsen.
Tegelijk met de ziekenbroeders stonden we buiten. Zij rolden de brancard voort met een doodzieke man erop. We konden nog net voor de ambulance langs oversteken.
maandag 20 februari 2012
Even doorpakken...
Begin december vroeg Jan van Mersbergen me te komen praten over mijn boek. Eind februari ergens.
‘Maar dat is er nog niet,’ zei ik.
‘Het verhaal dat in De Revisor stond is toch een onderdeel van je roman?’
‘Ja, maar wat moet ik er verder nog over zeggen? Er is geen roman.’
‘We kunnen je ook interviewen als je dat liever hebt?’
‘Waarover?
‘Over je werk en zo.’
‘Oké, dat is wel goed dan.’
‘Komt goed,’ schrijft Jan. Die nu Carnaval aan het vieren is en van dat interviewen bleek verder niemand iets te weten.
Ik dacht toen ook: Eind februari is nog ver. Dan begint de lente al.
Het scheen mij toe dat ik eind februari, dat is tenslotte haast het begin van de zomervakantie, wel meer over mijn roman in wording zou kunnen vertellen. Het was op z’n minst een goede stok achter de deur om dat te gaan doen. Misschien zou het boek eind februari wel af zijn zelfs. Of in elk geval ongeveer af. Het zou in twee maanden gepiept kunnen zijn. Waarom niet? Het was alleen nog maar een kwestie van even doorpakken...
Wil je horen hoe dit verder gaat....? Kom morgen naar Spui25.
‘Maar dat is er nog niet,’ zei ik.
‘Het verhaal dat in De Revisor stond is toch een onderdeel van je roman?’
‘Ja, maar wat moet ik er verder nog over zeggen? Er is geen roman.’
‘We kunnen je ook interviewen als je dat liever hebt?’
‘Waarover?
‘Over je werk en zo.’
‘Oké, dat is wel goed dan.’
‘Komt goed,’ schrijft Jan. Die nu Carnaval aan het vieren is en van dat interviewen bleek verder niemand iets te weten.
Ik dacht toen ook: Eind februari is nog ver. Dan begint de lente al.
Het scheen mij toe dat ik eind februari, dat is tenslotte haast het begin van de zomervakantie, wel meer over mijn roman in wording zou kunnen vertellen. Het was op z’n minst een goede stok achter de deur om dat te gaan doen. Misschien zou het boek eind februari wel af zijn zelfs. Of in elk geval ongeveer af. Het zou in twee maanden gepiept kunnen zijn. Waarom niet? Het was alleen nog maar een kwestie van even doorpakken...
Wil je horen hoe dit verder gaat....? Kom morgen naar Spui25.
donderdag 16 februari 2012
Doel
Mijn vraag was wat ze wilden leren. Waarom kwamen ze deze cursus volgen. De meesten zagen het als een stok achter de deur om meer of weer te schrijven en ze wilden graag structuur leren. Dat hoor ik eigenlijk altijd. Stokken achter de deur en structuur. Dat wil iedereen.
'Leer mij wat,' zei één van de cursisten. 'Ik weet niks. Leer mij wat.'
'Dat vind ik te passief,' zei ik.
'O ja,' zei ze.
Ik gaf ze tien woorden die ze konden gebruiken om een verhaaltje mee te schrijven.
De studente geneeskunde had het woordje diarree expres niet gebruikt omdat dan iedereen zou denken: typisch iemand die Geneeskunde studeert.
'Dan moet je dus juist diarree gebruiken,' zei ik. 'Omdat jij geneeskunde studeert. Je moet opschrijven wat jou fascineert. Waar jij mee bezig bent. Jij studeert geneeskunde omdat jij zo van diarree houdt.'
Dat begrepen ze allemaal goed.
Aan het eind van de les had ook het meisje dat niks wist, een doel.
Stokken achter de deur, wat structuur en een doel. Dat is eigenlijk alles wat we in het leven nodig hebben.
'Leer mij wat,' zei één van de cursisten. 'Ik weet niks. Leer mij wat.'
'Dat vind ik te passief,' zei ik.
'O ja,' zei ze.
Ik gaf ze tien woorden die ze konden gebruiken om een verhaaltje mee te schrijven.
De studente geneeskunde had het woordje diarree expres niet gebruikt omdat dan iedereen zou denken: typisch iemand die Geneeskunde studeert.
'Dan moet je dus juist diarree gebruiken,' zei ik. 'Omdat jij geneeskunde studeert. Je moet opschrijven wat jou fascineert. Waar jij mee bezig bent. Jij studeert geneeskunde omdat jij zo van diarree houdt.'
Dat begrepen ze allemaal goed.
Aan het eind van de les had ook het meisje dat niks wist, een doel.
Stokken achter de deur, wat structuur en een doel. Dat is eigenlijk alles wat we in het leven nodig hebben.
Abonneren op:
Posts (Atom)