vrijdag 17 april 2009

Was ik maar een kapster

Rechtstreeks van de computer kwam ik. Bij de kapper zat ik naar het gezicht in de spiegel te kijken. Dat was ik dus.
Nog een geluk dat het beeldscherm geen spiegel is. Ik zou me de hele dag doodschrikken. Het beeld was tamelijk horror-achtig. Zorgwekkend ook. Precies zoals de gezichten van de mensen in mijn verhalen. Hol. Het had grote uitstekende jukbeenderen. En andere beenderen. Rimpels. De ogen gaven licht. Door huidverkleuring. Ze leken soms ook even op te flakkeren. En dan weer uit te doven. De oogopslag was werkelijk die van een vreemde. Een geestelijk gestoorde bedoel ik daarmee. Met opgetrokken schoudertjes. Hoe normaler ik probeerde te kijken, hoe gestoorder ik eruit zag. De kapster was geconcentreerd bezig met wat dorre plukken van mijn haar. Ik hoopte - van ganser harte - dat ze niet naar het gezicht zou kijken dat eronder zat.
Phil Collins zong Another Day In Paradise.

donderdag 16 april 2009

De doos

'Wat is dit voor een doos?' Man komt mijn werkkamer binnen met de bruine doos in zijn armen. 'Voor de heer het Wed.'
'Ja, vreemd hè?'
'Ziet eruit als een bom,' fluistert hij. 'Een bompakket.'

Tegen twaalven was er een TNT busje voor ons huis gestopt en de pakketbezorger belde bij mij aan.
'Voor mij?' Ik verwachtte niets. Maar de laatste tijd kreeg ik allemaal cadeaus toegestuurd. Bloemen, een chocoladetaart. Dus zo gek was deze doos niet.
'Inderdaad, voor u!' zei hij.
Ik nam de doos in ontvangst. Aan dhr. het Wed stond erop. Per adres. Ene de heer het Wed ontving pakketten op ons adres. Voor ik de bezorger kon zeggen dat ik niet de heer het Wed was, had hij de deur al achter zich dichtgetrokken. Ik hoorde de deuren van zijn busje dichtslaan. Hij reed weg. Ik liep met de doos de trap op. Hij was niet zwaar. Maar toch hield ik 'm iets van mij af. Het was vreemd, die naam. Bij de post voor de vorige bewoners was ik 'het Wed' nog nooit tegengekomen. Er stond ook geen afzender op.

Man pakt een groot mes en neemt de doos mee naar balkon.
'Doe je wel voorzichtig, lieverd?' zeg ik. 'Misschien kunnen we 'm beter bij het vuilnis zetten. Laat toch zitten, die doos.'
Hij is niet te stoppen. Man wil de bom koste wat kost onklaar maken. Hij begint de doos open te rijten. Ik wacht op de knal.
Dan haalt hij een gele plastic emmer tevoorschijn. In de vorm van een kasteeltoren. Met nog wat gekleurde schepjes en vormpjes. Cheers, Henk staat er op een kaartje bij.

(Snap je dit niet? Kijk bij blog: Het emmertje dat vernield en het emmertje dat vergoed zou worden.)

woensdag 15 april 2009

Crash

Ik werk met uitzicht op de zonnige binnentuintjes. Katten die over de daken sluipen. Of er liggen te soezen. De balkondeuren en ramen staan open. De balkondeuren van het huizenblok tegenover mij ook. Witte vitragegordijnen wapperen. Er komen de hele tijd vreemde geluidjes achter vandaan. Alsof er iemand gemarteld wordt. Ik zit achter mijn grote beeldscherm. Met vette haarslierten in mijn nek. Omdat ik mijn lichaam van top tot teen ingesmeerd heb met warme zonnebloemolie. Een belangrijk onderdeel van mijn nieuwe Vata Grounding Program. Omdat ik - zeg maar - een vliegtuig ben dat nooit ergens landt.
Inmiddels is het geluid aan de overkant overgegaan in geschreeuw. Het woeste krijsen van een vrouw. Oerstoten.
Er is gewoon iemand aan het bevallen achter de witte gordijntjes. Hier en nu. Vijftien meter van mij verdaan. Een versneld Grounding Program. Een crash.
Het is wachten op het babygehuil.

dinsdag 14 april 2009

Impulsief gedrag

Het vlotte niet met werken.
Het kwam misschien omdat het de dag na pasen was, de zon buiten scheen, de bewerking van het hoorspel al een week ingeleverd was en mijn griep vandaag toch echt wel voorbij. Om 14.00 u had ik een afspraak. Daarvoor zou ik alleen mijn eerste verhaal maar hoeven nalezen. Voor het eerst sinds tijden. Wat in de kantlijn kriebelen. De redacteur van mijn eigen werk moeten zijn. Wat is daar nou moeilijk aan?
Eerst las ik 'De eenzaamheid van de priemgetallen' nog snel uit. Het was geen boek om lang over te doen. Maar het onderwerp beviel me en de structuur ook. De grote sprongen in de tijd die Paolo Giordano zich veroorloofde. Dat schoot lekker op. Ik ruimde de kamer wat op, gooide rondslingerende kleren op één hoop, rende het huis een paar keer op en neer. Ik keek op Funda. Of er ergens een nieuw huis was. Eentje met meer bewegingsvrijheid. Ik moest nog even zien wat er met Pasen getwitterd was. Waar iedereen geweest was. Ik moest dat ook weten van de mensen die ik niet kende. En voor ik nog maar halverwege mijn werk voor vandaag was, liep het al tegen tweeën en was ik voor de lol last-minutes aan het checken die mij en mijn gezin op zeer korte termijn naar Portugal zouden kunnen brengen.
'Ik wil op vakantie,' was het gisteren door mijn hoofd geschoten. 'Iedereen gaat maar dood. We moeten er toch van genieten? Of niet soms?' Het zou trouwens ook een erg leuk cadeau zijn voor mans verjaardag.
Ik drukte op 'send'. En een seconde later had ik een boekingsbevestiging in mijn mailbox. Uw vlucht is gereserveerd. Ik wist niet waar het plaatsje lag dat ik geboekt had. En ik had ook geen tijd om het op te zoeken. Want ik moest weg.

zondag 12 april 2009

Het emmertje dat vergoed zou worden

'Toen mijn zoon met uw emmertje speelde, is er een scheur ingekomen.' Hij sprak geaffecteerd.
'O, dat geeft niets,' zei man.
'Ik zal u een nieuw emmertje sturen,' bulderde hij.
'Dat hoeft niet.'
'Jawel, dat doen we wel.'
'We wonen helemaal in Amsterdam.'
'Ik stuur u een nieuwe emmer. Wat is uw adres' Hij had een smartphone in zijn hand.
'Het was ook wel een mooi emmertje,' zei man.
'Precies. U krijgt van mij een nieuwe. Wat is uw adres?'
'Ja, maar om nou een èmmertje te sturen,' zei man. 'Het is maar een emmertje.'
'Is uw adres soms geheim.' Hij goochelde met het smartphone pennetje. Een smile op zijn gezicht.
'Nee, maar we hoeven geen nieuw emmertje,' zei man, 'het is heus niet nodig.'
'Ik weet dat het niet nodig is maar ik stá erop.' Het strand was groot en breed. Maar hij stond met zijn smalle, witte voeten precies aan de rand van onze handdoek. De plastic emmer lag naast hem in het zand. 'Ik ga u een nieuwe emmer geven.'
'Nou ja, eh,' zei man.
'Ik wil het.'
Man begon tenslotte ons adres te spellen. Het duurde lang voor de vader alles ingetypt had. Hij was nog niet zo bedreven met zijn smartphone. Jeetje begon de twintig torens van het zandkasteel kapot te stampen, totdat de vader weer op zijn eigen handdoek zat.

Niet veel later gingen we naar huis.
'U ziet het emmertje spoedig komen,' riep hij ons na. 'Nog een heel fijne dag.'
'Het emmertje komt eraan, hoor,' zei zijn gestroomlijnde vrouw vanaf haar handdoek. Ze zwaaide ons uit.

zaterdag 11 april 2009

Het emmertje dat vernield zou worden

We waren bij het meertje in de waterleidingduinen in Overveen. Met een schep en een emmertje in de vorm van een kasteeltoren. Ik sloeg meteen een boek open,Jeetje liet wat zand door haar vingers lopen en man begon te graven. Hij vulde een emmer met zand, drukte 'm stevig aan en keerde de emmer om. 'Voila: een kasteeltoren,' zei hij. 'Kijk maar.'
Al gauw had een groepje jongens van een jaar of acht zich rondom hem verzameld. De bouwmeesters van de toekomst.
'Dat is niet goed gedaan, meneer,' zeiden ze. 'Die toren staat helemaal scheef. En die ook.'
'Dit is een bijzonder kasteel,' hijgde man.
De bouwmeesters snoven. Ze stonden met kaarsrechte rug naar hem te kijken. Uitstekende schouderbladen. In hun zwembroekjes. Kippenvel op hun lijfjes. Man, in zijn witte hemdje, ploeterde verder. Hij was helemaal bezweet. Als hij ver voorover boog om het beste zand te scheppen - zodat de torens nog veel steviger zouden worden - piepte zijn natte bilspleet tevoorschijn.
'Kijk eens Jeetje, papa heeft een kasteel voor jou gemaakt,' zei hij. 'Mèt een ophaalbrug. Kijk. Kijk nou.'
Jeetje liet het laatste beetje zand door haar vingertjes glijden voordat ze opkeek. Er stonden minstens twintig kasteeltorens rondom haar. Ze lachte kort naar man en ging maar eens pootjebaden. Ik sloeg mijn boek met een klap dicht. 'Je moet even stoppen en een slokje water drinken,' zei ik. 'Ik ga je nek insmeren. Die is al helemaal rood. Vooruit. Je hebt sowieso een heel rood hoofd.' Man protesteerde maar dronk toen toch mooi een hele fles water leeg.
'Kssjt,' zei ik. De kritische bouwmeesters dropen ook af.

'Mag ik het emmertje even van u lenen, meneer.' Een jongetje met dik blond haar in een scheve scheiding, gebleekte tanden, een spierwitte zwembroek tot op zijn knieën, stond voor man. Die ik net aan het invetten was. Man knikte.

vrijdag 10 april 2009

Ik verban jou niet

'Wat is verbannen?' vraagt Jeetje in de hele vroege ochtend.
'Verbannen?'
'Ja, verbannen.'
'Hoe kom je op verbannen?
'Smirre de vos wordt verbannen. Bij Niels Holgersson.'
'Verbannen is als je ergens niet meer terug mag komen. Als we jou bijvoorbeeld uit het onze straat verbannen, mag je niet meer in de straat komen. Als je iets ergs gedaan hebt, word je uit ons land verbannen.'
'Als je mij verbant, ga ik in een heel warm land wonen,' zegt Jeetje. 'En daar mogen jullie niet in.' Ze slaat haar armen over elkaar.
'Dat vind ik niet zo leuk,' zeg ik.
'Moet je mij maar niet verbannen.'
'Maar ik verban jou ook niet, liefje.'
Ze kijkt boos. Laaiend. Zo lijkt ze precies op mij, zeggen de mensen. Als ze boos kijkt.
'Ik kàn jou toch helemaal niet verbannen,' zeg ik, 'nooit.'