woensdag 28 april 2010

Beschamend bericht

'Hoe meer ik erover nadenk hoe meer ik tot de conclusie kom dat bijna alles beschamend is. Alleen schrijven niet. Schrijven is de overwinning op de schaamte,' zo beëindigt Grunberg zijn column in de nieuwe VPRO gids. Tegelijk met de gids lag het boekje 'Bessems trots' in de brievenbus. Ik schreef het verhaal voor het grafisch lyceum in Rotterdam. Over de jongeman Bessem die zich zelfs schaamt voor de lucht die hij inademt. Ik heb me kostelijk vermaakt tijdens het schrijven ervan. Die jongen steeds opnieuw te laten zweten van schaamte.
As ik even - ad random - mijn dag doorneem, zal ik me vandaag ook minstens een keer of vijftien tot dertig geschaamd hebben. Zodra ik een stap buiten de deur zet, valt er wel iets te schamen. Het is zo gewoon dat het niet eens meer opvalt.
Deze dagen is het al te gemakkelijk. Ik vind zwanger zijn over het algemeen behoorlijk beschamend. Het woord alleen al bezorgt me rode wangen.Het betreft alleen mijzelf. Over andere zwangere vrouwen heb ik geen mening. En vanmiddag merkte ik dat mijn hemd opgekropen was en dat er dus de hele tijd een stukje van mijn buik zichtbaar moet zijn geweest, terwijl ik in slakkengang door de stad fietste en de mensen mij toelachten.
Ik schaam me diep voor slechte recensies. Ik schaam me minstens zo diep voor goede recensies. En als ik die blij op twitter zet. Ik schaam me voor het tonen van mijn gezwollen voeten aan de buitenlucht. En voor het feit dat ik dit nu schrijf.
Kortom: het onderwerp is nog lang niet uitgeput. Ik heb er zin in!

dinsdag 27 april 2010

Storm

Man en ik zitten in een bloedheet oranjekleurig ziekenhuiskamertje terwijl de gynaecoloog en de co assistente ergens aan het overleggen zijn. Het duurt nu al minstens drie kwartier. We hebben rode hoofden van het wachten.
'Maar dat CTG was toch goed?' zeg ik weer tegen man.
'Dat zag er perfect uit zeiden ze,' zegt man terwijl hij bij het raam gaat staan om te proberen contact met zijn compagnon te krijgen. Vanuit dit kamertje heb je nauwelijks bereik met de buitenwereld.
Na een tijdje zegt man: 'Misschien zijn ze even aan het pauzeren?'
'Ze pauzeren echt niet terwijl wij hier zitten te wachten.'
Man haalt zijn schouders op en drentelt door het kamertje. 'Er is vast een spoedklus tussendoor gekomen en wij zijn geen spoedgevallen.'

Dan komt de gynaecoloog eindelijk binnen met in zijn kielzog de assistente. Een rustige glimlach speelt om zijn lippen. Hij geeft mij een stevige hand en vertelt helder en compact over zijn bevindingen. Het CTG zag er inderdaad keurig uit. Op de echo ziet alles er ook goed uit. Het punt is mijn bloeddruk. Die is en blijft maar torenhoog. En dat is zorgelijk.
'Dan moeten we er toch voor kiezen de zwangerschap af te breken,' zegt hij.
'Wanneer?'
'Nu.'
'NU?'
'Maar ik heb geen maxi cosi meegenomen,' zegt man. 'Of iets.'
'Met zo'n hoge bloeddruk is de gezondheid van uw vrouw in gevaar. Het is niet verantwoord haar daar langer mee rond te laten lopen. En het kind is helemaal klaar.'
'O, ik vind het niet erg hoor,' zeg ik, 'laat maar komen.'

Dan vraagt de gynaecoloog aan de co assistente of ze voor de zekerheid nog een ander bloeddrukapparaat wil halen. Omdat het vreemd is dat mijn ziekelijk hoge bloeddruk verder nergens uit blijkt. En dan blijkt dat apparaat dus niet goed. We kunnen weer vertrekken.
Niks baby. Niks nu. Storm in een glas water.
'Je moet altijd eerst aan de apparatuur twijfelen, als het beeld van wat je ziet niet strookt met de uitkomst van het apparaat,' zegt de gyneacoloog nog wijsneuzerig tegen zijn co assistente.
Wij krijgen nogmaals zo'n fijne stevige hand en een geruststellende glimlach en verlaten dan - met z'n tweeën - het pand.

maandag 26 april 2010

Ik ontvlucht de herrie in huis

Op vrijdag lunchte ik de middag door met een vriendin op een terras, met zes verse jus d'oranges, broodjes roerei met groene asperges, en op mijn hoofd een grote zonnehoed. Op zaterdag vierden we feest in het park, met veel leuke mensen, steeds viezer wordende kinderen, veel taarten, kazen, vissen, broden, wijnen en nog steeds droeg ik de zonnehoed. Op zondag gingen we naar zee, ontmoetten er vrienden, kinderen en er waren lattes en tapas op het strand (plus zonnehoed). Op maandag lunchte ik met een andere vriendin op een ander terras, met broodjes makreel en vele munttheeën - steeds verzette ik de klep van mijn pet opdat mijn gezicht maar in de schaduw zou blijven - totdat het tijd was om Jeetje van school te halen en met haar en haar vriendje in de speeltuin te gaan zitten met chocoladecake en pakjes sap.

Tussendoor lees ik Een verhaal uit de stad Damsko van Hassan Bahara die een totaal andere - trieste, desolate - wereld beschrijft, die ik gek genoeg goed ken van vroeger. Morgen kan ik denk ik wel aan Mama Tandoori van Ernest van der Kwast beginnen.

Intussen kan er in mij dus elk moment een orkaan losbreken waarvan de gevolgen hun weerga niet kennen.

vrijdag 23 april 2010

Wanen

'Hoe lang moet je nog?' vraagt de juffrouw van de delicatessezaak.
'Anderhalve week.'
'Mijn dochter is vorige week bevallen. Ik kwam toevallig bij haar op bezoek, maakt ze de deur open, zegt ze: Mam, niet schrikken, me water is net gebroken! Nou, ik raakte gelijk in paniek. Ik dacht alleen maar: me wijffie. Me kleine wijffie. Toen heb ze me weer naar huis gestuurd. An jou heb ik niks, mam, zegt ze.'
'Op hoeveel weken beviel ze?'
'Anderhalve week van tevoren,' zegt de juffrouw.
'O?'
'Jaha! En je bent wel al aan het hamsteren, zie ik.' De juffrouw knikt naar de berg kazen, noten en chocola die voor mij op de toonbank ligt. Ik knik ook en verzwijg dat we morgen het verjaarsfeestje van man vieren. Het zou haar hamsterredenering teniet doen. Ik vind het prettig om mensen in hun waan te laten.

's Avonds gingen we uit eten. De Thaise meneer van restaurant Bird voorspelde tot drie keer toe dat er zich een jongen in mijn buik bevond. Toen we weer op de Zeedijk stonden, stond er een meterslange, diepzwarte man naar mij te kijken. Vanuit een portiek.
'Wat denk jij dat het wordt?' De vraag lag echt op mijn lippen. Alsof 'zij' dat soort dingen kunnen zien.

donderdag 22 april 2010

Voortekens?

Ik schafte vandaag een wenkbrauwborstel aan bij de Etos. Het ding oefende een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij uit. Alsof dat borsteltje het ontbrekende onderdeel was van mijn toilettas. En daarmee van mijn leven. Ook kocht ik ontsmettingsgel voor de handen.
Ik deed deze inkopen nadat ik boven de babykleertjes had gesorteerd en in de kast gelegd. In de kast plakte ik stickers waarop ik schreef: rompertjes - lange mouw, korte mouw, mouwloos - , broekjes, truitjes, hansopjes, lakentjes. Maat 50/56 vooraan en helemaal achterin legde ik maat 62/68 vast klaar. Het trappenhuis mocht dan wel vol stof en gipsstukjes liggen, in deze kamer blonk het. Met een vochtig doekje had ik alles afgenomen. Het waren serene bezigheden. Ik werd erbij constant begeleid door het geluid van drilboren, schuurmachines en hamerslagen van de buren. Er zat een gipswandje tussen de werkmannen en mij. Maar we waren lichtjaren ver van elkaar verwijderd. Soms, als ik te dicht bij de muur stond, was ik even bang dat ze er dwars doorheen zouden boren en ik aan de schroef geregen zou worden, met lila badcapeje en al.

woensdag 21 april 2010

Muze

Met de motoriek van een hoogbejaarde kom ik overeind van de bank in de woonkamer. Luid steunend en hardop klagend. Man is Jeetje naar bed brengen. Hij leest het zestiende hoofdstuk van Wiplala voor. En bij mij heeft het idee postgevat om mijzelf naar de keuken te begeven. Ik weet nu al niet meer precies wat ik daar wilde gaan doen.

Halverwege mijn tocht word ik opgeschrikt door de muze. Ze verspert de gang. Haar lange staart beweegt traag heen en weer. Haar kopje hangt. Ze is moe. Meer dan moe, zo te zien. Ik had haar niet verwacht. Niet hier. Niet nu. Maar ik zal haar moeten passeren, wil ik ooit in die keuken terechtkomen. Dus wacht ik tot ze haar vege lijf heeft weten te redden. Tot ze weer netjes onder onze vloer zal zitten. Bij de andere muzen. Ik begrijp haar ook best. Het kan je soms allemaal even teveel worden.

Hoe lang ik ook wachtte, ze ging niet. Ze wilde dood, leek het wel. En ik zou haar daarbij moeten helpen, zeker.
Maar ik vind dat teveel gevraagd. Ik kan en wil de muze niet vermoorden. Niet platdrukken. Of neerslaan. Niet hier. Zeker niet nu.
In plaats daarvan pak ik de wasmand en smijt de vuile was op de grond.

In onze gang staat nu de wasmand op z'n kop. Ik hoor mijn muze piepen.

maandag 19 april 2010

Eerste dag

Mijn eerste verlofdag begint met het geluid van drilboren en twee grote werkmannen die mijn slaapkamer inlopen om er een hijsblok op te hangen. Ik nog in joggingbroek. De nieuwe bovenburen beginnen met het aanleggen van centrale verwarming en de bouw van een nieuwe badkamer. Ik ga buiten de deur koffiedrinken. En daarna op controle. Dat doe je op het laatst iedere week. Op controle gaan. Maar wanneer de baby komt daar kunnen ze niets van zeggen. Daarna heb ik een oudergesprek met de juf van Jeetje en ga ik Jeetje ophalen die bij een vriendje is. Ze hebben samen vliegtuigen gemaakt die tegen aswolken kunnen. Omdat de vader van het vriendje al een paar dagen vastzit in Barcelona en zijn kleine zusje 's nachts om papa huilt.

Door het korte verhalenweekend heb ik erg veel zin gekregen om dikke boeken te gaan lezen. Ik heb al een hele stapel romans klaarliggen. En lijstjes met titels. Hoewel ik al een paar nachten achter elkaar het debuut van Thijs de Boer - Vogels die vlees eten - aan het lezen ben. En de sfeer die hij creëert werkt op een vreemde manier door. Het zijn geen verhalen om op zo'n tijdstip te lezen. Je krijgt er nachtmerries van. Maar misschien werken ze in de beslotenheid van de nacht extra goed. De verhalen verdwijnen niet. Je denkt er overdag ook nog aan.

Ik ben vrij. Het lijkt erop dat ik het beste gewoon kan beginnen met boek drie. Om rustig te worden. Een houvast in het hoofd. Het werkt ook echt kalmerend; schrijven.