dinsdag 13 maart 2012

Het leven is geen feest

'Het leven is geen feest. Het leven is één grote ellende,' zei ik aan het ontbijt tegen Jeetje (6). Ze kon het maar het beste meteen weten. Ik ging door: 'Van uitstel komt afstel. Het gaat om hard werken en geld verdienen. Nergens anders om. Geld is het belangrijkste. Voor niets gaat de zon op.'
'Het leven is wel een feest,' zei ze.
'Nee hoor,' zei ik, 'absoluut niet. Eet eens door. Schiet eens op. Je moet je kamer opruimen, je bed nog opmaken, je gymspullen pakken, op tijd op school zijn, je moet je best doen. In Bagdad daar mag dat. Maar hier niet. Dooreten. Nu.'
'Het leven is verdrietig, mama.' Jeetje keek me aan. 'Maar het leven is ook heel mooi. Weet je mama, het leven is eigenlijk alles.' Ze maakte een allesomvattende beweging met haar armen. 'Alles,' zei ze.
'Hoe kom je daar nou weer bij,' zei ik.

zondag 11 maart 2012

Hartklop

We maken een zondagochtendwandeling langs het riet en het water. De dames - Jeetje, Deetje - en ik. Met onze jassen om ons middel. Halverwege stoppen we ergens om appel en peer te eten. Het is een idyllisch plekje, als je die elektriciteitsmast weg zou denken. De zon schijnt, de lucht is blauw. We zitten middenin de onzichtbare straling.
'Ik vind het zo jammer dat we dood gaan,' zegt Jeetje. Ze neemt een hap van haar peer.
'Ik ook.'
'Ik lig daar soms wakker van.'
'Dat moet je niet doen.'
'Ik ben bang dat jij een keer dood gaat en dat ik dan nog leef.'
'Dat gebeurt nu nog niet.'
'Maar wel een keer.'
'Dan ben ik heel oud en wil je best een keer van me af.'
'Zo ga ik nooit denken,' zegt ze.
'Dat weet ik.'
'Het kàn wel binnenkort gebeuren,' zegt ze. 'Je kunt een ongeluk krijgen. Of een ziekte.'
'Het heeft geen zin om daaraan te denken,' zeg ik. 'We leven nu toch?'
Ze kijkt me aan. Het perensap druipt van haar kin.
'Ik voel mijn hart kloppen,' zegt ze.
'Ik mijn hart ook.'
We hebben onze handen op ons hart. Deetje zit aan de andere kant in het riet. Haar ogen samengeknepen in het zonlicht. Naast haar zit Bumba de knuffel. Deetje eet haar melige appel met klokhuis en al op.

vrijdag 9 maart 2012

Is van mij

Er is een jong demente opa bijgekomen. De opa was er al maar dat hij jong dement was bleek pas gisteren aan het einde van de dag. Zo komt er elke dag wel iets bij in mijn verhaal of er gaat iets af. Het net begint zich aan alle kanten te sluiten. Dingen gaan kloppen. Het is alleen nog kolere veel werk. Ik vraag me af waarom ik het niet meteen opgeschreven heb. Dan was ik al klaar geweest. Waarom altijd die omweg? Ik neem me voor: de volgende keer ga ik het heel anders aanpakken. Ik heb me nog nooit iets anders voorgenomen. Er is niets dat ik precies hetzelfde zou doen. Ook in mijn volgende leven zal ik het vanaf het prille begin totaal anders aanpakken. Je herkent me niet meer. Maar het gaat over nu. Nu is het bijna half tien 's ochtends. De zon schijnt. De vogels fluiten. Deetje zei bij het ontbijt voor het eerst gestampte muisjes in plaats van sneeuw. En ze zegt de laatste week consequent 'dit is van mij' in plaats van 'dit is van Deetje.'
'Mama is van mij, papa is van mij, Jeetje is van mij, gestampte muisjes is van mij.'

donderdag 8 maart 2012

IJburg

Ik roerde gestaag in mijn Jasmijnthee en zag de cursisten één voor één binnen druppelen. Ze schudden hun haren uit. Ze woonden allemaal om de hoek van het nieuwe Creagebouw, bij Artis, maar binnen vijf minuten waren ze toch helemaal doorweekt geraakt. Een collectieve hekel aan regenjassen en allemaal onder dezelfde bomen van de Nieuwe Kerkstraat doorgefietst. Die bomen staan bekend om hun buitenproportionele druppels.
Ik had erg moeten haasten om de tram op tijd te halen. Halverwege nog een kinderoverdracht. Tram 26 en dan nog een stukje met tram 10. Terwijl ik eigenlijk had willen bewegen. Maar fietsen vanuit het eiland waar ik woon, had mij waarschijnlijk doorweekter dan doorweekt gemaakt. Ook al heb ik een dure regenponcho. Een doorweekte juf is geen gezicht. Een druipende juf leidt af.
'Woon je ver van Crea?'
'Best,' zei ik.
'Waar woon je dan?'
'Op IJburg.'
'Nooit geweest.'
Na een tijdje zei iemand: 'Ik heb het misschien weleens vanaf de snelweg zien liggen. Afslag IJburg.' Met dichtgeknepen ogen. Alsof hij zich toen ergens ver weg van de beschaving bevond.
Ik vond het al heel wat.

maandag 5 maart 2012

Deetje registreert

Auto. Auto. Auto. Tram. Nóg een tram. Piep? Piep? Piep weg. Baby huilen. Baby muts op. Baby is moe. Baby moet slapen. Baby pijn? Baby boos? Deetje nee huilen. Deetje crackertje eten. Mmmm. Lekker crackertje. Knoeit. O! Geknoeid. Opruimen.
Mama knopje duwen. Deetje óók knopje duwen. Piep. Dag tram. Daag. Doei. Tot de volgende keer.
Fiets. O, fiets gevallen. Oprapen? Fiets nee pijn. Hondje. O, hondje weg. Hondje zoeken. Water. Alle eendjes zwemmen in het water. Huis. Huis. Boom. Bloemetje. Huis.
Leeuw, grrrrr. Aap, oeoeoe. Olifantje. Olifantje eten. Hap hap hap. Olifantje honger. Olifantje in het bos. Vogel. Kijk. Giraffe. Ook een giraffe, één giraffe, vier giraffes. Een, vier, vijf. Dag aapjes. Daag. Doei.
Deetje nee wagentje. Nee rozijntje. Nee rozijntje! Deetje uit. Deetje lopen. Nee rozijntje. Uit. Uit. UIT! Deetje huilen.

vrijdag 2 maart 2012

Kunst en Kinderen

'Er is geen grotere vijand van de kunst dan de kinderwagen in de hal.' Dit lees ik net in een column van een schrijver die de ochtend nadat zijn tweede kind geboren was alweer aan zijn schrijftafel zat. In een column van een andere schrijver kwam ik tegen: 'Ik ben liever een slechte vader dan een slechte schrijver.' Wat hier spreekt, zal voornamelijk de angst wel zijn. De angst het één of het ander te worden of al te zijn. De keuze slaat natuurlijk nergens op. Maar het zou al te makkelijk zijn om te doen alsof ik totaal niet begrijp waar het vandaan komt.
Kunst kost tijd. Kinderen ook. Het kost ook aandacht. Ze vereisen allebei dat je er helemaal voor ze bent. Er helemaal zijn, vind ik soms moeilijker met kinderen dan met schrijven.
Terwijl ik dit stukje schrijf, ligt recht onder mij dochter twee te slapen. Een tijdbom die elk moment af kan gaan. Het liefst wil ze: 'Loot zitten. Mama loot zitten.' Op de ochtend na de geboorte van deze dochter kon ik niet alweer aan mijn bureau gaan zitten. Ik kon niet eens zitten.
Maar pas nadat dochter één geboren was, durfde ik een boek af te maken. Omdat er sindsdien belangrijker dingen in de wereld waren dan dat boek.
En juist dat maakt het misschien meteen de vijand ervan?

donderdag 1 maart 2012

Huishouden

De vloer ligt vol kruimels, duploblokken en losse sokken. De voorraadkast is leeg, er is niets meer voor op het brood, er is niets meer voor in de pan, er is sowieso niets meer, maar al sukkelend door de supermarkt heb ik werkelijk geen idee wat we moeten eten vandaag. Ik kom ook nergens op. Wel heb ik alvast paaseitjes voor de crècheleidsters in het mandje gedaan. Er is in de hele winkel geen aanknopingspunt te vinden voor wat wij moeten eten, niets van een inspiratiebron. Overal dezelfde rekken. Na tien minuten zo te hebben gelopen uiteindelijk twee kale pizzabodems gepakt. Voor met z'n vieren. Ook een krop sla en een courgette. Vlakbij de kassa's zit een jongen van een jaar of negen op de vloer in kleermakerszit een stripboek te lezen. 'Jens! Jens! Jens!' Het is vermoedelijk zijn vader die daar dubbelgeklapt over een stang hangt. Haar in zijn gezicht. Twee volle tassen in zijn hand. Maar de jongen doet alsof hij vader niet hoort. Dat houdt hij lang vol. Misschien zit hij er nu nog te lezen. Thuis maak ik strikjes voor om de paaseitjes. Dat hebben de leidsters verdiend.