maandag 14 juli 2014

Hart

We lagen in bed nog wat te praten, maar middenin een zin dacht ik steeds: als mijn hart er nu maar niet mee stopt, als mijn hart er nu maar niet mee stopt, als...
Toen zei ik het hardop.
'Ik denk steeds dat mijn hart er elk moment mee kan stoppen. En als ik dat denk voel ik me zo claustrofobisch in dit lichaam dat maar doet wat het wil.'
Ik weet niet meer wat hij antwoordde, maar wel weet ik dat ik daarna dacht: als zijn hart er nu maar niet mee stopt. Terwijl hij iets aan het zeggen was, over de verf die we deze dagen op de muren gaan smeren,  keek ik naar die prachtige borstkast naast me. Met daar binnenin dus een hart. Zijn hart. Dat niet mag stoppen. Het is een wonder dat het klopt en wie weet hangt het nu al aan een zijden draadje,  hoeft er maar dit te gebeuren of het houdt er mee op en word ik morgenochtend wakker met naast me een hele stille man.
Opschrijven helpt niet. Het bezweren heeft geen zin. Op een dag gebeurt het.



Geen opmerkingen: